Pater Jozef DehandschutterDehandschutter Jozef

 

Geboren in Halle op 5 januari 1930

Religieuze geloften op 8 september 1949

Priester gewijd op 12 september 1954

Missionaris in Congo (Kinshasa) en in België

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw (Zuun) op 7 november 2020

 

Een grote droom van een jonge missionaris. Met die droom groeide hij op in Halle, in een gezin van negen kinderen. Zijn vele talenten wilde hij ten dienste stellen van het Rijk Gods en de missie. Daarom trad hij binnen in Scheut in 1948. Hij wilde zijn missiedroom waarmaken in China, maar omwille van de omstandigheden werd het Congo (Kinshasa). Gedurende enkele jaren was hij er diocesaan aalmoezenier van de KAJ en VKAJ. Met de bedoeling om zich nog beter voor te bereiden op zijn missiewerk studeerde hij sociologie in Parijs. Bij het beëindigen van de studies kreeg hij de verantwoordelijkheid van de voortgezette vorming van de jonge Scheutisten en dat deed hij met veel animo. Daarna begon voor hem een moeilijke periode in zijn leven. Hij werd godsdienstleraar in middelbare scholen in het Antwerpse. Men deed op hem beroep voor de boekhouding van de Verzendingsprokuur in Scheut. Veel jaren zette hij zich nog in voor de gemeenschap van Schilde en vanaf 2015 verbleef hij in Zuun.

Zoals in Lucas’ verhaal op weg naar Emmaüs, zo was het leven van pater Jozef en zo verloopt het onze: even meewandelen met mensen onderweg, hun vreugde en verdriet delen, een beetje uitstralen wat er in ons leeft, soms met veel twijfel, onzekerheid en zwakheden. Hoe heeft pater Jozef dat mogen ervaren in zijn leven? Het is voor hem een grote worsteling geweest. Hij stond met zijn twee voeten op de grond, was heel realistisch en zag zijn geloof als een manier om in het leven te staan en zich te laten inspireren door Christus. Hij bleef lezen en zoeken in de Bijbel en in de boeken van theologen en geestelijke schrijvers, doch altijd heel nederig, bescheiden en eerlijk. Geconfronteerd met het probleem van ziekte en lijden dacht hij veel na over de zin van zijn eigen leven. In zijn pijnlijke zoektocht ontmoette hij de Zwitserse Benedictijn Maurice Zundel en stilaan kreeg hij weer meer voeling met zichzelf. Een twintigtal boeken heeft hij van deze auteur “verslonden”, zoals hij het zelf zegde.

Het leven van pater Jozef nodigt ons uit tot respect voor elkaars zoeken en tasten, elkaars kwetsuren en gebrokenheid. Dat vraagt om ruimte voor elk verhaal dat telkens anders is. Het vraagt ook om ruimte voor elkaars vreugde en idealen, maar ook voor elkaars zorgen en pijn. Zeker heeft hij mooie dagen gekend, dagen van licht en vreugde, maar ook dagen van duisternis en beproeving. Pater Jozef heeft zijn talenten, zijn werkkracht en als het ware het beste en het diepste van zichzelf gegeven aan de Heer en aan de mensen, overal waar hij gewerkt heeft.

Elk leven houdt een getuigenis in voor ons. Als jonge missionaris droeg hij een grote droom in zich. Het werden geen grote benoemingen of spectaculaire realisaties, maar hij solliciteerde naar taken waarin hij zich goed voelde, altijd op zoek naar geluk en naar een betere gezondheid. In zijn confrontatie met zwak- en beperktheden bleek dan zijn nederigheid en zijn geduld, zijn vertrouwen en zijn moed om verder te zoeken. Die zoektocht is nu beëindigd bij Diegene die hem heel zijn leven begeleid heeft op de weg naar Emmaüs.

Cyriel STULENS

 

 

 

Pater Gilbert Van GansbergheVan Gansberghe Gilbert

 

Geboren in Zottegem op 7 december 1925

Religieuze geloften op 8 september 1944

Priester gewijd op 8 december 1949

Missionaris in Japan en in België

Overleden in Torhout op 6 november 2020

 

 

Het laatste wat wij van pater Gilbert gehoord hebben was zijn rustig ademen. Hij mocht niet meer drinken en hij kon niet meer eten. Af en toe werden zijn lippen vochtig gemaakt. Wat hem nog restte was zijn adem. Een rustige adem van iemand die nu alles had volbracht. En dan gaf hij de geest. Hij legde zijn levensadem terug in de handen van de Vader die hem bij de geboorte de levensadem had ingeblazen. Sterven is iets als de laatste adem laten overgaan in de levensadem van God, in wie wij onze oorsprong hebben.

Pater Gilbert volgde de gewone weg van de CICM-opleiding van zijn tijd. In 1943 trad hij binnen in het noviciaat te Zuun. Daarna volgden twee jaar filosofie en vier jaar theologie in Scheut en in Leuven. Tijdens zijn vierde jaar theologie werd hij priester gewijd, niet in augustus van dat jaar samen met de mannen van zijn klas, maar achteraf, omdat hij pas ná zijn verjaardag in december de canonische leeftijd van 24 jaar had bereikt.

Vooraleer hij naar zijn missie in Japan kon vertrekken, werd hij naar de KU Leuven gezonden waar hij, van 1950 tot 1952, een kandidatuur in politieke en sociale wetenschappen behaalde. Eind augustus 1952 reisde hij dan af, om na één jaar taalstudie in Nibuno, in 1953 aan zijn missionair-pastorale taak te beginnen. Pater Gilbert was een man van de rechtstreekse parochie pastoraal. Die lijn heeft hij heel zijn leven doorgetrokken en enkel onderbroken om: van 1961 tot 1963 aan de Universiteit van Osaka een master te halen in economie en van 1989 tot 1995 dienst te doen als overste van de toen nog afzonderlijke Provincie van Japan.

Ook in zijn apostolaat volgde hij de gewone weg: eerst als onderpastoor in Ikuno en Toyooka, maar daarna werd hij aangesteld als pastoor in Nibuno, met als tweede taak lessen Japans, te geven aan de nieuw-aangekomen confraters. Hij was zo begaafd dat hij altijd een stap vóór was. Hij wist goed wat hij wilde.

Vanaf 1964 begon voor pater Gilbert een periode van 25 jaar als pastoor in de “grote” parochies die door Scheut werden bediend: Okayama, Matsubara in Tokyo en Himeji. Met ijver ging hij op zoek naar verdwaalde doopleerlingen, van huis tot huis op zijn motorfiets. Hij was niet alleen pastoor maar ook een geboren zaakvoerder. Hij was niet bang om ingrijpende beslissingen te nemen. Hij beheerde het geld met vaste hand. Zo was hij in Himeji medeoprichter van de plaatselijke afdeling van LifeLine, een permanente telefoondienst, en gaf hij dit project een lokaal in de kerk zelf ter beschikking.

In 1989 werd hij aangesteld als Provinciaal Overste. Hij was liever in de parochie gebleven, maar toch bleef hij steeds goedgezind, ook in moeilijke conflictsituaties. Confraters getuigen dat zij Gilbert nooit kwaad hebben horen spreken. Na zijn term als Provinciaal Overste, in 1996, werd hij door de bisschop van Hiroshima geroepen om in zijn kathedraal medepastoor te worden. Die taak heeft hij nog twaalf jaar lang, gedreven en met vrucht, vervuld. Hij hield nauwgezet bij wie hij bezocht en wie een kandidaat was voor het doopsel.

In 2007 nam een jonge Indonesische confrater zijn functie over. Pater Gilbert liet de teugels los – hij was toen 82 jaar – en keerde terug naar Nibuno, deze keer om op rust te gaan. Zo was de cirkel rond. In 2008 bleef hij voorgoed in België. Hij was negen jaar lang lid van de gemeenschap van Kortrijk, tot hij in 2017 verhuisde naar Torhout. Hij, die altijd “mee” was geweest met de actualiteit, leed nu fel onder een hardhorigheid die plots was opgekomen. Hij kon gelukkig tot in de laatste dagen zijn computer bedienen en zo contact houden met de wijde wereld.

Toen hij half oktober te horen kreeg dat bij hem slokdarmkanker was vastgesteld, was pater Gilbert helemaal op. Hij is zonder veel pijn, thuis te Torhout, rustig heengegaan. Hij heeft alles volbracht, maar zijn werk is niet af. Moge de geest die hem bezielde en van hem een geestdriftig missionaris maakte verder leven in elk van ons.

Werner LESAGE

 

 

 

Pater Piet CoppensCoppens Piet

 

Geboren in Dinteloord (Nederland) op 5 mei 1927

Religieuze geloften op 8 september 1948

Priester gewijd op 2 augustus 1953

Missionaris in Nederland

Overleden in Teteringen (Nederland) op 26 oktober 2020

 

“God is rechtvaardig. Hij kan niet vergeten wat jij, uit liefde voor zijn Naam, voor zijn mensen hebt gedaan.” (Hebr. 6,10)

Op de gezegende leeftijd van 93 jaar is onze gewaardeerde confrater Piet Coppens van ons heengegaan.

Piet werd geboren in het West-Brabantse Dinteloord, waar hij voor het eerst liefde voor de natuur opdeed. Door een ongelukkig voorval verloor Piet het zicht uit zijn rechteroog. Dat oog bleef hem parten spelen tot op het einde van zijn leven. Op 8 september 1947 trad hij binnen in het noviciaat van CICM. Een jaar later werd hij door geloften lid van deze Congregatie. Hij werd priester gewijd op 2 augustus 1953.

Piet kwam in óns leven toen hij in 1954 naar Sparrendaal kwam als biologieleraar. Slechts voor enkele jaartjes. Want van 1957 tot 1962 studeerde hij aan de universiteit van Utrecht om er het diploma M.O. Biologie te behalen. Onderwijl doceerde hij Biologie aan de filosofiestudenten in het Mgr. Hamerhuis te Nijmegen. Na het behalen van zijn diploma M.O. Biologie werd hij fulltime leraar op Sparrendaal (1962-1970) Toen het Missiecollege in 1970 zijn deuren sloot, werd hij leraar Biologie op het Maurick College in Vught, en dit tot 1986.

Hij werd toen rector op Sparrendaal voor de paters en de broeders (1986-1992) en eerste directeur van het Kloosterbejaardenoord (K.B.O.) Sparrendaal (1992), tot 1997. En toen kreeg hij volop tijd om zijn krachten te geven aan zijn geliefde tuin. Dagelijks, tot op hoge leeftijd, kon je hem vinden in de tuin of in zijn serre.

Ook al had hij een bijzonder druk leven als wetenschapper en leraar, toch bleef hij altijd op de eerste plaats Missionaris van Scheut. Jarenlang verleende hij zondagsassistentie op verschillende parochies in de buurt. En wat te zeggen van zijn missieroeping, waarvoor hij toch in 1947 naar de missiecongregatie van Scheut was gekomen. Daarover heeft hij zelf iets gezegd tijdens de viering van zijn 60-jarig priesterjubileum in 2013: “Ik wilde missionaris worden. Naar China vertrekken zoals pater Marinus van Heyst, een broer van mijn tante. Het is in mijn leven heel wat anders geworden. Maar och, dat was blijkbaar mijn weg. Het is goed zo.”

Piet had, naar het einde toe, aanvankelijk wel wat moeite met het oud worden, maar is uiteindelijk als een tevreden man gestorven op 26 oktober 2020, op zijn eigen kamer in Park Zuiderhout te Teteringen.

Moge hij nu gelukkig zijn in zijn nieuw leven bij de Heer.

Herman KRONENBERG

 

 

 

Pater Fernand L. VandenabeeleVandenabeele Fernand

 

Geboren in Tollembeek op 7 november 1937

Religieuze geloften op 8 september 1956

Priester gewijd op 6 augustus 1961

Missionaris in Brazilië en in België

Overleden in Rio de Janeiro (Brazilië) op 20 oktober 2020

 

 

Vandaag is Ferre jarig. Maar Ferre is niet meer. Zoals zovele van zijn mensen is hij in stilte gestorven aan corona. Onverwacht en ver van huis. Of toch ook niet, want al jaren was hij thuis in zijn nieuw vaderland Brazilië. Hij had zich helemaal ingeleefd in de taal en cultuur van dat land. Hij was er mens onder de mensen, in alle eenvoud en nederigheid. Inculturatie heet dat nu, met een geleerd woord, maar het was veel meer dan dat: Ferre was de zielsverwant van zijn broers en zussen ginder. Hij deelde hun lief en leed, was erg begripvol voor de vele toestanden en problemen van armoede en het zoeken naar een niet altijd even propere uitweg. Zijn oordeel was mild, want het was altijd ingegeven door een spontane en oprechte liefde voor zijn mensen. En in alles behield hij zijn relativerend en ontwapenend gevoel voor humor.

Ferre was een jongen uit het Pajottenland, waar de ene mens niet meer is dan de andere, waar gejaagdheid ver weg is en het leven kabbelt als een sluimerende vliet, waar eenvoud gewoon is en het hart op de juiste plaats. Daar groeide hij op in een gelovig gezin waar aandacht was voor de zwakkere en breken en delen vanzelfsprekend was. Daar viel het zaad op goede bodem en schoot wortel. Ferre voelde zich geraakt, geroepen. Zijn hele leven is één groot antwoord geworden op die roeping, een antwoord van liefde en trouw waarin God én de mens centraal stonden.

Ferre was een man van geloof. Hij geloofde vast in Gods heilsplan, maar hij besefte ook dat dat plan slechts vorm krijgt door mensen. Daar zijn vele handen voor nodig en daar heeft hij mee zijn schouders onder gezet. Met stille kracht mensen weerbaar maken om op te komen voor een menswaardige samenleving, om getuige te zijn van een blijde boodschap die hoop brengt voor verdrukten, die blinden laat zien en doven horen en die al wie verslagen is weer opricht en perspectief biedt. Dit deed Ferre niet alleen als socioloog, maar ook als gelovige die net als zijn grote voorbeeld Jezus vertrouwt in de kracht van het mosterdzaad.

Zo is de warme man uit Tollembeek de weg gegaan van zijn mensen, over hoogten en laagten, door dik en dun. Hij was één met zovelen van hen in een auto-ongeluk, hij was één met hen in de pandemie, tot het einde toe. Toen is hij heengegaan om het Rijk van God, waaraan hij hier zo zorgzaam heeft meegebouwd, nu in al zijn volheid te beleven. Descanse em paz, Padre Fernando.

Zo gij niet eens wordt als uw dienende Heer
en uw leven niet iedere dag altijd weer
als een dienst aan uw broer is of aan Mij zonder meer
komt gij niet in het Huis van de Vader
want het Huis van de Vader is het huis van het Licht
en het huis van de dienende Liefde
van de Liefde die reeds voor de schepping bestond
tussen Vader en Zoon en de Heilige Geest
van de liefde die altijd bij God is geweest.
(P. Jan Van Sande)

Bart Van Thielen

 

 

 

Pater Lode WostynWostyn Lode

 

Geboren in Tielt op 17 oktober 1937

Religieuze geloften op 8 september 1960

Priester gewijd op 4 augustus 1963

Missionaris in de Filipijnen en in België

Overleden in Torhout op 2 oktober 2020

 

 

Pater Lode was de oudste zoon in een gezin van acht kinderen. Hij deed humaniorastudies aan het Sint-Jozefscollege te Tielt, waar hij uitblonk als student én als kampioen-loper van de 400 meter. In 1956 ging hij naar het Grootseminarie te Brugge, van waaruit hij na één jaar filosofie gezonden werd naar Leuven om een kandidatuur biologie te halen. Hij behaalde zijn diploma met grote onderscheiding, maar toen besloot Lode om missionaris van Scheut te worden.

Na zijn studie theologie in Scheut en in Leuven werd Lode door zijn oversten naar Lyon gezonden om een licentie en een doctoraat in theologie te behalen. Het Tweede Vaticaans Concilie was reeds begonnen en heeft een grote invloed gehad op zijn denken en handelen. In september 1968 reisde hij af naar de Filipijnen, via Amerika voor een korte taalstudie Engels. In de Filipijnen aangekomen werd Lode eerst professor aan het San Carlos-seminarie in Manila, daarna in de Maryhill School of Theology en andere Instituten voor theologie. Later werd hij directeur van het Instituut voor Filosofie en Religie aan de Saint Louis University te Baguio. In 2015 bleef pater Lode definitief in België. Hij verbleef twee jaar in de gemeenschap van Rumbeke, en verhuisde in 2017 voor verzorging naar Torhout. Ondanks de beste zorgen is hij daar in de nacht van 2 op 3 oktober bewust en rustig overleden.

Het is erg moeilijk te zeggen wie een ander is. Maar toch, laat me trachten te schetsen wie pater Lode was. Het was zijn roeping in het leven religieus-priester-missionaris te zijn. De invulling die hij aan deze roeping gegeven heeft, was die van theoloog en professor van theologie. Hij was thuis in veel thema's van de theologie, van bevrijdingstheologie tot missiologie. Het was vooral de studie van Christus en zijn Kerk, Christologie en Ecclesiologie, die hem het meest boeiden. Hij bestudeerde en onderzocht wat er over Jezus en de Kerk gezegd en geschreven werd door de eeuwen heen. We kunnen met grote zekerheid zeggen dat Lode heel zijn leven bezig geweest is met de vraag die Jezus aan zijn leerlingen stelde: “Wie zegt gij dat ik ben?”.

Lode was heel kritisch en hield niet van vrome en sentimentele theorieën. Jezus en de Kerk lagen hem nauw aan het hart. Ongelukkig genoeg is er nog geen perfecte Kerk. Was het misschien daarom dat hij zichzelf beschouwde als de “angry theologian”, de boze theoloog? Toch heeft zijn enthousiasme honderden leken, religieuzen en seminaristen begeesterd om Jezus beter te leren kennen en om van de Kerk iets moois te maken. Een vroegere collega typeerde hem als volgt: trouwe leerling van Jezus van Nazareth en van het Rijk Gods; dienaar van de Kerk der armen; goedgehumeurde, aangename en goede vriend van collega's en studenten; auteur van vele boeken en essays over theologie. Een voormalig student schreef: “Dank je wel pater Lode voor jouw kennis en passie en om gewoonweg jezelf geweest te zijn als mijn professor theologie. Bedankt dat je zo professioneel was, en ook voor de vele anekdoten en geestigheden die je er in jouw lessen steeds bijhaalde.”

Maar Lode was meer dan de professor van theologie. Als missionaris wilde hij dicht bij de mensen zijn. Pas aangekomen in de Filipijnen heeft hij geen moeite gespaard om het Tagalog, de nationale taal van de Filipijnen, goed te leren verstaan en spreken. Hij was er fier op dat hij les kon geven in de nationale taal. Zijn uitstekende kennis van het Tagalog bracht hem dichter bij de volkse mensen en liet hem toe met hen te communiceren. Tijdens de weekends assisteerde hij onze confraters in de parochies rond Manila en ging hij voor in de eucharistievieringen in het Tagalog. Tijdens de lange zomervakanties hield hij eraan om confraters te bezoeken in de verre missieposten in de bergen. Op die manier leerde hij de ziel van de Filipino’s kennen, hetgeen hem als professor ook ten goede kwam.

Tijdens een sabbatperiode in Amerika geraakte Lode geïnteresseerd in Zweedse massage. Eigenlijk verwondert het ons niet want hij is altijd sportman gebleven. Hij ontwikkelde zich tot een gedreven leermeester in massage. Tientallen blinden heeft hij opgeleid in de technieken van de Zweedse massage. Voor veel blinden in de Filipijnen is massage hun beroep en enige bron van inkomsten. Zo heeft Lode velen op weg geholpen naar een betere toekomst. Ik herinner me dat Lode me na een trainingssessie met blinden met tranen in de ogen vertelde hoezeer het dank-je programma van de deelnemers hem aangegrepen had. Het deed hem deugd anderen te kunnen helpen. Ook al kon Lode soms krachtdadig en zelfs opvliegend zijn, toch had hij een groot en dankbaar hart. Tegen een confrater op doortocht in België die hem vorig jaar bezocht in Torhout zei hij, en hij herhaalde het zelfs enkele keren: “Ze zorgen toch zo goed voor ons hier in huis.”

Met droefheid, maar ook met grote dankbaarheid nemen wij vandaag afscheid van pater Lode, de atleet die theoloog werd, de jonge seminarist die scheutist werd, de missionaris die zijn leven lang over Jezus gesproken en geschreven heeft. Wij geloven vast dat die Jezus pater Lode zal verwelkomen in het huis van zijn en ons aller Vader.

Werner LESAGE en Luc COLLA

 

 

 

Broeder Jan van der BurghtIn Memoriam van der Burght Jan

 

Geboren in ’s-Hertogenbosch (Nederland) op 21 januari 1934

Religieuze geloften op 1 mei 1954

Missionaris in Nederland

Overleden in Teteringen (Nederland) op 30 september 2020

 

De evangelielezing tijdens de uitvaartdienst was het verhaal van de dood en de opstanding van Lazarus (Joh. 11, 11-17); de overweging die hieronder volgt, vertrekt van dit thema: “Onze broer is gestorven, Heer.” De dood van die broer, die Lazarus heette, bracht grote droefheid in de harten van zijn zussen Martha en Maria, die hem moesten missen.

Dat kunnen wij, Scheutisten, vandaag ook zeggen: “Broeder Jan is gestorven, Heer.” Hij is niet meer…

Jan kwam uit een gezin van vijf kinderen, waarvan hij de oudste was en de eerst overledene. De andere vier kinderen zeggen nu ook met grote droefheid: “Onze broer Jan is gestorven.”

“Mijn broeder is gestorven, Heer, hij is niet meer…” “Hij is niet meer”, zegt het lied. Ja, Jan is niet meer onder ons aanwezig zoals vroeger… Maar kunnen en durven wij geloven in die andere woorden van het evangelie: Jezus, die zegt: “Wie in mij gelooft, zal leven in eeuwigheid.” Wij, mensen, proberen zin te geven aan leven en dood. We worden geconfronteerd met onze eindigheid, met ziek worden en met doodgaan. Daarin kunnen we zeker heel wat leren van Jan. We kunnen van hem zeggen dat hij in zijn leven aandacht en zorg heeft gehad: naast huishoudelijke taken die hij de jaren door verrichtte, was hij 7 jaar kok, eerst in ons huis te Nijmegen en daarna in De Lutte. Hij is heel begaan geweest met zieke en ouder wordende confraters. Tot in de laatste uren voor hun dood heeft hij heel wat confraters, samen met zuster Hieronyma, verzorgd, begeleid en ondersteund. Ik was erbij toen hij confrater Gerard Jacobs, die uit de missie teruggekeerd was omdat hij aan botkanker leed, maandenlang tijdens zijn slepende en pijnlijke ziekte verzorgde. En dat deed hij tot in de eenvoudige maar zo belangrijke dingen: zorgen dat de zieke steeds iets te eten en te drinken had, maar ook hem helpen om in bed om te draaien om zo op de andere zij te kunnen liggen. Zorgen voor al wat de zieke nodig had. En dat deed Jan tot het einde toe. De laatste dingen die hij kon doen, zoals de lippen bevochtigen, Jan deed het. Het was zijn natuurlijke aard. Hij had een sterk vermogen om aan te voelen waarin hij zorg kon dragen voor anderen.

In zijn functies als raadslid van de NL-Provincie (van 1972 tot einde 1995) en als econoom van Sparrendaal te Vught (van 1969 tot 1998) toonde Jan zich een bekwaam en zorgvuldig man. Buiten zijn zorg voor zieken, bezocht Jan ook regelmatig de confraters die buiten Sparrendaal werden opgevangen en verzorgd, en volgde hij zijn confraters van dichtbij. Niet iedereen waardeerde dat. Ze vonden dat Jan eerder wat bemoeizuchtig en nieuwsgierig was. Sommigen hadden daar moeite mee. Jan bleef echter duidelijk vasthouden aan zijn manier van doen, en wilde niets hiervan uit handen geven of overlaten aan anderen.

Zijn missie in Scheut was dienstbaar zijn. Wat we van hem mogen en kunnen zeggen, is dat hij zich dienstbaar opstelde. Hij stond klaar voor anderen. Zo heeft hij de Congregatie en de confraters gediend. Al de jaren door, in dienst van Scheut in de huizen en gemeenschappen in Nederland. Met name in Sparrendaal in Vught was hij degene die confraters en bezoekers ontving. Iedere bezoeker kende broeder Jan, en Jan kende de bezoekers, bij naam en toenaam. Hij deed zijn werk met hart en ziel. Hij is nooit werkzaam geweest in een buitenlands missiegebied. Het deed hem pijn als een medebroeder, die Jan niet kende, vroeg: “Waar ben je in de missie geweest?” Met zo’n vraag had Jan moeite en hij heeft hierdoor geleden, alsof hij maar een tweederangs missionaris is geweest.

Jan was, ik zei het al, vertrouwd met zorg dragen voor anderen en met de ziekte en dood van anderen. Daarentegen had Jan meer moeite met zijn eigen ouder en ziek worden. Ik denk dat hij zijn eigen zwakkere gezondheid en beperkingen heel moeilijk kon aanvaarden. Hij heeft lange tijd met zijn gezondheid gesukkeld, met name met zijn voeten, en zocht daarbij nauwelijks hulp van doktoren. Dat ging zo door totdat hij absoluut niet verder kon, en hij al veel zieker was dan hijzelf of anderen dachten. “Mijn broeder is gestorven, Heer… Hij is niet meer.” Jan heeft zijn strijd gestreden. Dat is helemaal waar. En dat deed hij totdat hij niet meer verder kon, niet meer dienstbaar kon zijn aan anderen en hij los moest laten, al de dingen waarvoor hij zo trouw zorg droeg.

Zijn dienstbaar leven is voorbij. Jan heeft met zijn door God gegeven talenten gewerkt. Wij mogen in groot vertrouwen zeggen dat Jan, bij zijn aankomst aan de poort van Petrus, de stem van God heeft gehoord: “Je bent trouw geweest in het beheer van je talenten. Kom binnen in het huis van je Heer.”

Henk KAAL

 

 

 

Pater Luc DeveugeleDeveugle Luc

 

Geboren in Kortrijk op 26 april 1949

Religieuze geloften op 12 augustus 1969

Priester gewijd op 27 september 1980

Missionaris in Haïti en in België

Overleden in Kortrijk op 23 september 2020

 

“Om medische redenen komt Luc Deveugle terug naar het thuisland.” Zo ongeveer klonk het eerste bericht over Luc, en dat bericht klonk vrij onschuldig. Het was toen begin september. Iemand van de familie ging Luc afhalen aan de luchthaven van Parijs. Toen was het midden september. Een eerste onderzoek in het thuisland sprak over een tumor op de longen; kort daarna was het een kwaadaardige tumor en daarna was de tumor uitgezaaid. Een paar dagen later, op 23 september 2020, overleed Luc op 71-jarige leeftijd in zijn geboortestad Kortrijk. Het laatste bedrijf van zijn leven ging bijzonder vlug. Luc is geen volle week in zijn thuisland geweest. Hij overleed, omringd door de beste zorgen van zijn familie.

Op donderdag 1 oktober 2020 namen familie en confraters afscheid van Luc in Kortrijk. Het afscheid moest beantwoorden aan de voorschriften in verband met de coronacrisis. Toch was de ruimte goed gevuld, en was er een sfeer van medeleven en verdriet. Luc had een bijzonder goede band, vooral met de jonge mensen van zijn familie. Vele herinneringen werden opgehaald, maar af en toe was er ook diep verdriet bij de jonge familieleden.

Luc heeft ongeveer 40 jaar doorgebracht in Haïti. Iemand van zijn familie had de indruk dat, met de jaren, Haïti meer het thuisland was geworden van nonkel Luc. Ongeveer de helft van de jaren in Haïti was Luc aan het werk in de afgelegen missieposten, en van daaruit trok hij te paard of per muilezel naar de nog meer afgelegen posten in het gebergte.

Luc was niet de man van grote projecten, maar als een echte pedagoog zag hij wie verborgen talenten had, of waar een financieel stootje mensen meer kansen kon geven. Met een paar mensen had Luc een band die bleef en groeide tot een soort familieband. Bij een paar Haïtiaanse gezinnen had Luc een echt thuisgevoel.

Later, bij zijn benoeming tot provinciaal econoom, verhuisde Luc naar Mon Rêve, het provinciaal huis in Port-au-Prince. Voor meerdere jaren werd Luc iemand van de hoofdstad. Dagelijks had Luc te maken met drie à vier soorten munten. Hij zorgde ook voor alle belangrijke documenten zoals vernieuwing van verblijfsvergunning, paspoort en rijbewijs; hij regelde reizen en ook doktersbezoeken. Na een paar jaar kende Luc de hoofdstad door en door, en bijna iedereen in de hoofdstad kende “pè Lik”.

“Mon Rêve” was het centrum voor confraters die uit het binnenland kwamen en voor bezoekers die van of naar “de overkant” gingen. ’s Avonds – met de verlichte hoofdstad aan de voeten – kon het bijzonder gezellig zijn op de galerij van Mon Rêve. Soms ook kon de sfeer wel spannend zijn in de hoofdstad bij een staatsgreep of rond de verkiezingen. Soms gebeurde het ook wel eens dat Luc wat vermoeid was of dat hij met te veel papieren rondliep. Dan was het best om hem niet te vroeg in de morgen aan te spreken.

Op dinsdag 12 januari 2010 gebeurde een grote aardbeving rond 5 uur in de namiddag. Later zou blijken dat het wellicht ging om de ergste aardbeving in de geschiedenis van de Caraïben. De regering had het over 92.000 slachtoffers. Een cijfer dat later werd bijgesteld naar 230.000 slachtoffers. Alle cijfers leken gewoon maar ramingen. Bij de confraters waren geen slachtoffers, maar het gebouw Mon Rêve werd onbewoonbaar verklaard. Een paar confraters hadden het over hun goede engelbewaarder.

Een buitenlandse radiozender zei dat het epicentrum van de aardbeving in het stadje Léogâne lag, 20 km. van de hoofdstad Port-au-Prince en in feite vrij dicht bij het provinciaal huis Mon Rêve.

Ongeveer een jaar na de ramp ben ik naar Port-au-Prince geweest. Een bezoekje aan Luc Deveugle stond op mijn programma. Het werd een bezoek van meer dan twee dagen. Ik heb vooral geluisterd naar Luc, die als een gids uitleg gaf over de ramp en alles wat daarmee te maken had. Luc toonde hoe hij buitensprong uit zijn kamer bij het eerste verdachte geluid. Twee brandkoffers, met belangrijke papieren, kwamen geblokkeerd uit de ramp. Een paar stielmannen uit het verre Hinche kwamen een dag hard werken om de koffers terug te openen. Alleen de PC was ‘perfect gezond’ gebleven. Luc duwde op de Enter-toets en de PC werkte perfect. “Hij kent me nog” zei Luc lachend.

Luc gaf verslag over de buurt. Verschillende mensen lagen onder het puin van hun huisje. Een paar scholen hadden tientallen slachtoffers. Op weg naar haar werk in Mon Rêve werd een vrouw slachtoffer van de ramp. Dat vertellen werd emotioneel iets te veel voor Luc.

We brachten ook een klein bezoekje aan hotel Montana. Vroeger was het de plaats voor een beetje ontspanning. Een aangenaam ontbijt of een beetje genieten van het zwembad of een beetje lectuur in een ligzetel. Nu is er iets nieuws bijgekomen. Bij het kleine parkje dat aan het hotel verbonden is, bevindt zich nu een heel klein gedenkteken dat verwijst naar de vele personeelsleden en toeristen die hier de dood hebben gevonden. Het monumentje nodigt uit voor een stil moment.

Bij het afscheid in Port-au-Prince zei Luc dat het leven ook heel anders had kunnen verlopen met de aardbeving: “Elke dag die nu komt, zie ik als een geschenk van God. Elke morgen bid ik voor de beginnende dag.” zei Luc. Deze woorden van hem draag ik mee. Luc heeft nog 10 jaar en 8 maanden mogen leven in dankbaarheid. En een dankbaar iemand is een gelukkig iemand. Nu geniet Luc van het geschenk dat we het “Eeuwig Leven” mogen noemen.

Wie ooit een voet in Mon Rêve heeft gezet, is père Luc Deveugle dankbaar voor vele kleine dingen.

                                                                                                                                           Raymond DECALUWÉ CICM

 

 

 

 

 

 

Pater Petrus Sonnemans12 Sonnemans 2

 

Geboren in Deurne (Nederland) op 4 oktober 1937

Religieuze geloften op 8 september 1960

Priester gewijd op 1 augustus 1965

Missionaris in Congo en in België

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw op 24 augustus 2020

 

 

Vorige week schreef pater Jan Van Sande ons het volgende: “Zopas het overlijdensbericht van Tju ontvangen (…), de man van de zon. Een goede vriend van jaren ver en vooral ook voor jullie. Een kind aan huis. Een gitaarvader voor Bart, begenadigd kunstenaar en met hart en ziel tot zijn laatste krachten in Congo gebleven bij de mensen die hij liefhad.” Dit is in een notendop precies wie Pierre was: een zonnekind, een trouwe vriend, een man die graag thuiskwam bij familie en vrienden, een echte broer voor zijn mensen in Congo.

Muziek bracht ons samen. Op een bonte avond in de parochiezaal van Blauwput traden de paters van de Vlamingenstraat op, ook Pierre en Toon Coolen, met een vrolijk liedje over een muzikale ooievaar. Ik wou ook gitaar leren spelen en Pierre ging me dat leren. Het was het begin van een levenslange vriendschap. Want Pierre – of mag ik toch een keertje Tju zeggen, zo was hij immers toen bij de confraters en later in Congo gekend – Tju was trouw: trouw aan zijn familie, aan zijn confraters, zijn vrienden, maar vooral ook aan zijn roeping en aan zichzelf.

Hij was een zonnekind. Het leven lachte hem toe en dat vrolijke, opgewekte kleurde zijn dagen. Ik heb hem weinig of niet neerslachtig gezien. Natuurlijk had het leven voor hem zijn moeilijke kanten maar hij was een man van de zon. Een man met talenten: begenadigd kunstenaar, muzikant, gitarist, liedjesschrijver en schilder. Voor vele confraters kunstenaars werd het een dilemma. Ook voor Pierre. Wat komt op de eerste plaats? Hij had voor Jezus gekozen. Die Jezus was voor hem nooit iemand uit boeken en zwaarwichtige theologie. Jezus was zijn grote vriend, zijn voorbeeld en zijn broer. En Pierre bleef trouw. Muziek en kunst zouden voor altijd ondergeschikt zijn aan dat ene doel: aan mensen in Congo vertellen over die Blijde Boodschap van Liefde die alle leven toch een zonnige toekomst biedt, zelfs over de dood heen.

In Congo ontpopte Pierre zichzelf als een bruggenbouwer. Letterlijk. Hij heeft in zijn leven ontelbare bruggen hersteld of nieuw gebouwd. Op zijn Afrikaans, want hij voelde zich thuis tussen zijn mensen en wist zich naadloos aan te passen aan hun manier van zijn, van denken en van werken. Met materiaal dat lag te roesten in de brousse, met oude vrachtwagens, als het maar stevig genoeg was en paste. Hij deed het met veel succes, met veel hulp ook van het enthousiaste thuisfront. De bruggen van Pierre liepen niet zomaar naar de andere oever, ze liepen naar mensen. Ze maakten het voor vele mensen gemakkelijker om elkaar te ontmoeten. Die mensen hadden elk hun eigenheid, en dikwijls een eigen maar andere taal en cultuur. Mensen samenbrengen betekent ook culturele uitwisseling, openstaan voor elkaar, elkaar begrijpen en waarom ook niet: elkaars taal spreken. Tshikapa is een smeltkroes van culturen. Vier grote stammen leven er samen. Er worden meerdere talen gesproken. Waarom die talen niet spreken in de vieringen? Mensen begrijpen die talen toch onder elkaar? “Elke taal is een mens”, zegt de Koran. Eerbied voor elkaars taal hebben en die taal spreken is een vorm van bruggen bouwen. Het zijn bruggen tussen mensen. Ze lopen van hart tot hart: een klein Pinksterwonder. En kunst is daarbij een belangrijk hulpmiddel: mooie gewaden met prachtige Afrikaanse motieven van Pierres hand, eigentijdse muziek met eigentijdse bandjes. Het bracht zon in het leven van de mensen van Tshikapa: de Baluba, de Lulua, de Tshokwe en de Bampende. En het gaf Pierre een nieuwe naam. In de Bantoewereld heeft elke naam een betekenis. Je krijgt die niet zomaar. Toen Pierre de naam Wakudiba kreeg, was dit geen vertaling van zijn familienaam, het was een eretitel voor wie hij werkelijk was voor zijn mensen: een man als de zon, zuiver, eerlijk, warm, trouw. Nu was hij echt iemand van hen. Hij was hun broer.

De dag voor je laatste vertrek, Tju, was je bij ons thuis. We hadden een heel diepgaand gesprek en vroegen op het einde, toen we samen het voor en tegen lang hadden afgewogen: “Waarom vertrek je nog? Je hebt rust verdiend en je kan hier ook nog echt dienstbaar zijn?” Je antwoord was niet hoogdravend of belerend. Je sprak niet over roeping of levenskeuze, je zei gewoon, zoals je was: “Maar wie moet er dan aan mijn mensen over Jezus vertellen?”

Toen je onverwacht snel terugkwam naar Kessel-Lo, was de zon gesluierd. Je was verward. Je doolde meer en meer rond in je eigen voor ons wazige wereld. We zagen je toen bijna dagelijks. Nabijheid, samen stappen, werd een belangrijke vorm van communicatie. En daar vond je vreugde in. Als taal verstomt en woorden klanken worden, neemt tederheid over. Vrienden kwamen op bezoek, je familie, je trouwe zus Liesbet. We voelden je zachtjes wegglijden naar een land waarheen we je niet konden volgen. Zo ben je zachtjes van ons heengegaan.

Waya bimpe, Wakudiba! Het ga je goed, Pierre, Tju, lieve vriend. Kom veilig thuis bij je grote broer en vriend Jezus en dat je vreugde nu volkomen mag zijn.

Bart VAN THIELEN
(voor de gemeenschap van Zuun)