Pater Hugo BalcaenBalcaen Hugo

 

Geboren in Ingooigem op 23 januari 1932

Religieuze geloften op 8 september 1953

Priester gewijd op 3 augustus 1958

Missionaris in Congo (Lisala) en in België

Overleden in Torhout op 18 januari 2021

 

Onlangs stapte hij nog voorovergebogen achter zijn rollator aan. Iedere morgen opnieuw deed hij dat, heel vroeg, en als eerste, door de gangen van ons huis. Hij ging de voordeur openen en dan de poort, daarna koffie maken EN ’s zondags zorgde hij voor zachtgekookte eieren. Hij was er niet gelukkig mee als er te veel eieren overbleven. Alles opgegeten, daar werd hij een tevreden man van. Confraters die dan al wakker waren, hoorden hem terugkeren en de deur van zijn kamer dichttrekken.

Dit alles was de lijn die Hugo nog wat aanhield. De lijn van vroeger die – voor zover wij konden zien – in Bobadi, maar misschien ook al veel eerder, was begonnen. De echte en de volle invulling was in Gbosasa gebeurd, daar had Hugo zijn dada gevonden. Hij hield er toezicht, bediende ook klanten – als het nodig was – en dat alles voor het goed functioneren van de beenhouwerij, een nevenbedrijf van de grote veestapel die er, in kuddes van wel honderd dieren, liep te grazen op tienduizend hectare magere weiden, in een eindeloze savanne.

Die veestapel genereerde financiën voor de bisdommen Lisala en Budjala. De beenhouwerij spijsde de kas van de parochie Gbosasa. Hugo telde dat allemaal op, in de afzonderlijke kolommen van zijn comptabiliteit, om jaarlijks rekenschap te geven op de vergadering van de bisschopsraad. Als hij daarheen reed, had hij zijn beste kleren aan. Ondertussen ging hij ook voor in de eucharistie op de parochie, met de collega’s om beurt, en bij de zusters en af en toe nog in een dorp in de omtrek, zoals hij het enkele jaren volop had gedaan in het begin van zijn missionarisleven als reispater in Bobadi.

Bij dat alles schoot Hugo zozeer en zo diep wortel – én bij de confraters waarmee hij samenleefde, én op de plaats waar hij woonde én met de vele werken en werkjes die hij daar deed –dat het een probleem werd als hij moest voelen dat er een verplaatsing of een andere benoeming in de lucht kwam hangen.

Meestal trokken die dan als mogelijkheden en als onweer ook voorbij, maar soms niet. En daar begon de man dan onder te lijden. Zozeer zelfs dat, als het op het eind van zijn leven plots wéér opdook, het onoverkomelijk scheen. Een mens heeft niet alles in de hand, zichzelf misschien nog het minst. En zo is de lijn voor Hugo, zijn lijn, tot op het eind ook echt verder doorgetrokken.

Hugo hield van gezelligheid, hij hield van mensen – in het bijzonder zijn familie – wie niet, maar bij hem was dit toch zeer uitgesproken en van méér dan één glas daarbij hield hij, zeker in zijn felle jaren, want die heeft hij ook gehad. Geïnteresseerd bleef hij tot op het laatst, in al wat reilde en zeilde in de groep missionarissen waarvan hij uitdrukkelijk deel uitmaakte. Zijn oogjes begonnen te glinsteren als hij zelf weer eens een primeur had en die bij beetjes losliet en vertelde. Hij die anders niet zo heel spraakzaam was. Iedereen keek daar dan van op. Ja, hij heeft deugd gehad van zijn lang leven. Vandaag zou hij 89 jaar geworden zijn. Leven ja, dat ook altijd weer getekend wordt door wat we liever niet zien, liever niet horen, liever niet voelen ook, maar het gebeurt wel allemaal, omdat wij samen mensen zijn, ook maar mensen. Het kan blijkbaar niet zonder dat. Uiteindelijk ook wel om de zin te bewaren naar meer en beter, ook daarvoor blijken wij gemaakt.

We hoorden het in het evangelie: gemaakt voor een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, de eerste hemel en de eerste aarde zijn dan voorbij. En ook de zee, dat betekent voor de bijbellezer: al wat ons als kwaad bedreigt. Wel, dat zal niet meer zijn. De tent van God staat dan bij ons mensen, met Hem in ons midden die alle tranen uit de ogen wist. De dood zal niet meer zijn – al het oude is dan voorbij. Het is dan, zoals geschreven staat: IK ZAL ER ZIJN, DAT IS MIJN NAAM.

Daarmee moeten wij het doen. Daarmee mogen wij doen, alles wat nog mogelijk is.

En Hugo, ja in zijn dapper spoor
naar Gods oneindig land laten wij lopen
hem achterna, die hoopte wat wij hopen:
hij is niet méér dan enkele stappen voor.
AMEN
(naar Anton van Wilderode)

 

Willy VANHAELEWYN