Een gemeenschap van missionaire leerlingen

Het vieren van deze maand zal ons in de eerste plaats helpen om de missionaire betekenis van ons geloof in Jezus Christus nieuw leven in te blazen, een geloof dat we om niet ontvangen hebben als een geschenk in de doop.

“Iedere Christen is missionair in de mate waarin hij Gods liefde in Jezus Christus heeft ontmoet; laten wij niet meer zeggen dat wij ‘leerlingen’ en ‘missionarissen’ zijn, maar steeds dat wij ‘missionaire leerlingen’ zijn” (EG 120).

“Ons toebehoren als kinderen aan God is nooit een individuele, maar altijd een kerkelijke daad: uit de gemeenschap met God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest wordt een nieuw leven geboren samen met zoveel andere broeders en zusters. En dit goddelijk leven is niet een product dat verkocht moet worden – wij doen niet aan proselitisme –, maar het is een rijkdom die geschonken, meegedeeld, verkondigd moet worden: dat is de zin van zending. Om niet hebben wij deze gave ontvangen en om niet delen wij haar (cf. Mt 10,8) zonder iemand uit te sluiten... Wie liefheeft, komt in beweging, wordt buiten zichzelf gedreven, wordt aangetrokken en trekt aan, geeft zich aan de ander en knoopt relaties aan die leven voortbrengen. Niemand is nutteloos en onbetekenend voor de liefde van God. Ieder van ons is een zending in de wereld, omdat hij de vrucht is van Gods liefde” (WM 2-3).

Naar de wereld kijken door Gods ogen.Isidore Ndjibu missionaris in Mexico

Op zending zijn in de wereld is in de eerste plaats door de ogen van God naar de wereld kijken.

“Het geloof in Jezus Christus biedt ons de juiste dimensie van alle dingen door ons de wereld te doen zien met de ogen en het hart van God; de hoop opent ons voor de eeuwige horizonten van het goddelijk leven, waaraan wij werkelijk deelhebben; de liefde, waarvan wij een voorsmaak genieten in de sacramenten en de broederlijke liefde, drijft ons naar de uiteinden der aarde” (WM 3).

Het risico van de ontmoeting lopen

Op missie zijn in de wereld is ook jezelf verlaten, je zekerheid, je comfort, om de ander tegemoet te gaan.

“Bijna zonder het te beseffen worden wij onbekwaam om medelijden te voelen ten overstaan van de smartelijke kreet van de ander, wij huilen niet meer ten overstaan van het drama van de ander en het interesseert ons ook niet meer zorg te dragen voor hen, alsof alles een verantwoordelijkheid was die ons vreemd is en ons niet toekomt. De cultuur van het welzijn verdooft ons” (EG 54).

Het gaat er dus om de naaste te worden van de ander, voorbij onze clichés en onze angsten, zoals de barmhartige Samaritaan, gedreven door mededogen.

“Het evangelie nodigt ons voortdurend uit het risico te lopen van de ontmoeting met het gelaat van de ander, met zijn fysieke aanwezigheid die ons uitdagingen biedt, met zijn verdriet en zijn eisen, met zijn aanstekelijke vreugde, in een voortdurend direct fysiek contact” (EG 88). “Het Pasen van Jezus verbreekt de enge grenzen van werelden, godsdiensten en culturen en roept hen daarbij op te groeien in het respect voor de waardigheid van man en vrouw, naar een steeds vollere bekering toe tot de Waarheid van de verrezen Heer, die het ware leven aan allen schenkt. Laat niemand opgesloten blijven in zijn eigen ik” (WM 7).

Het gaat niet alleen over migranten, maar over onszelf

Dit is de titel van de boodschap van de Paus voor de Werelddag van de Migrant en de Vluchteling. Een bevoorrechte ontmoetingsplaats in onze samenlevingen is vandaag de opvang van migranten. Hoewel er van alle kanten stemmen opgaan om ze als een bedreiging te beschouwen (om een beleid te kunnen rechtvaardigen dat zich op zichzelf terugtrekt), nodigt ons geloof ons uit om de komst van migranten als een kans, een rijkdom te beschouwen. Ze zijn ook voor ons een struikelblok dat ons tart en ons uit onze slaap doet ontwaken. “De aanwezigheid van migranten en vluchtelingen – zoals, in het algemeen, van kwetsbare mensen – nodigt ons vandaag de dag uit om bepaalde essentiële dimensies van ons christelijk bestaan en onze menselijkheid, die dreigen in te dommelen in een behaaglijke levensstijl, te herontdekken. Want de uitdrukking ‘het gaat niet alleen over migranten’ betekent dat wij, door ons voor hen te interesseren, ook in onszelf en in iedereen geïnteresseerd raken. Door voor hen te zorgen, groeien we allemaal; door naar hen te luisteren, laten wij ook iets in ons oplichten en spreken dat wij wellicht verborgen houden omdat het vandaag scheef bekeken wordt” (MD 2).

De eerste verkondiging

Natuurlijk blijft de expliciete aankondiging van de blijde boodschap of de ‘eerste verkondiging’ even relevant als altijd. In het kader van dit thema werd dit jaar trouwens het Franstalige pastoraal jaar van het Vicariaat Brussel-Hoofdstad ingeluid. Hiervoor is zelfs een dienst van de eerste verkondiging opgericht, die een instrument wil zijn in dienst van de gemeenschappen en verschillende benaderingen voorstelt. “Wees bereid om rekenschap te geven van de hoop die in u leeft”. We moeten durven spreken zonder complexen of aanmatiging, maar dit woord mag geen afbreuk doen aan de concrete inzet; om geloofwaardig te zijn, moet het zelfs uit deze inzet ontspringen. In Evangelii Gaudium stelt de Paus nadrukkelijk:

“De evangeliserende gemeenschap neemt door werken en gebaren een plaats in in het dagelijks leven van de anderen, verkort de afstanden, verlaagt zich, indien nodig, tot verootmoediging en neemt het menselijk leven aan door het lijdend vlees van Christus in het volk aan te raken... Zij begeleidt de mensheid in al haar processen” (EG 24).GEVANGENIS KGA 21

Maar het is ook noodzakelijk, zegt de Paus, dat de verkondiging zich op het wezenlijke concentreert (EG 35).

Tot slot

Ik sluit af met de volgende woorden van de Paus in Evangelii Gaudium:

“Het leven wordt sterker door het te geven en het verzwakt in isolement en gemak...
Hier ontdekken wij een andere grondwet van de werkelijkheid: het leven groeit en rijpt in de mate waarin wij het geven om anderen het leven te geven. Daarin bestaat uiteindelijk de missie” (EG 10).

Jacques THOMAS CICM