Terugblik op 50 jaar priester -Frans van HumbeeckOp de Sankuru-rivier in Lusambo 1971

 

Deel II-missie in Afrika en elders

 

Het begin van 40 jaar verblijf in Afrika 

In september 1969 vertrok ik voor de eerste keer naar de provincie Oost-Kasaï in zuidelijk-centraal Kongo. Toen ik in de Kasaï toekwam waren er 284 Scheutisten werkzaam.

Het begon slecht: na amper 10 dagen kreeg ik zware dysenterie. Ik was bijna in paniek. Ik had, toen ik 15 à 16 jaar oud was, een serieuze hepatitis opgedaan en in Scheut had men mij in de beginjaren afgeraden om Kongo als missiegebied te kiezen. Ik dacht nu: ‘Men had gelijk. Ik ben niet geschikt voor dit klimaat.’ Gelukkig was er een confrater die me geruststelde: hij zei me: “Dat is aanpassing aan het klimaat; ik heb dat ook meegemaakt toen ik hier aankwam.” Ik werd naar Ngandajika gestuurd bij een Vlaamse dokter (hij zou later vele jaren in het Tropisch instituut in Antwerpen werken). Ngandajika ligt op ongeveer 100 km van Tshilomba waar ik ziek geworden was. Na een tiental dagen was ik genezen en vertrok met een grote camion naar Kabinda waar ik mijn eerste benoeming kreeg. Normaal gezien zou ik reispater geworden zijn in de verre missie van Kalonda maar omwille van mijn gezondheid bleef ik in Kabinda en werd er leraar in het klein seminarie. Ik moest er na drie dagen al beginnen lesgeven o.a. latijn in de poësis, wiskunde, biologie en ook lichamelijke opvoeding. Het werd een mooie tijd en ik voelde me echt op mijn gemak met de seminaristen en ook in de gemeenschap die bestond uit vier broeders, een pater Scheutist, twee Congolese diocesane priesters en twee jonge Belgen.

Het was het begin van 40 jaar verblijf in Afrika. Ik zou in de loop van de jaren regelmatig veranderen van taak, plaats, provincie en zelfs van land. Het is misschien één van de bijzonderheden van mijn missieleven dat ik zovele keren van missieprovincie veranderde. Volg maar: van Oost –Kasaï naar de USA. Vervolgens naar Vlaanderen, Kinshasa, Oost-Kasaï, West-Kasaï, Kinshasa, Kameroen en uiteindelijk België. Het is wel een zeer ongewoon parcours dat ik aflegde. Alles tesamen had ik 14 benoemingen.

 

Mijn 40 jaar in Afrika kan ik in 4 verschillende periodes samenvatten: elk van ongeveer 9 à 10 jaren.met Mgr Kanyama

- Van 1969 tot 1978: vooral parochiewerk  in 2 grote missies: eerst in de grote bossen van Lusambo en daarna in en rond de kathedraal van Kabinda. Ik werkte er in de inlandse cités, de omliggende dorpjes en gaf ook les in middelbare scholen en in de noviciaten van de diocesane zusters, de Broeders van Liefde en de zusters van de H. Vincentius.

- Van 1978 tot in 1988: vorming van onze novicen in Leuven, van onze jonge filosofie studenten in Kinshasa en van eerstejaars seminaristen van het bisdom Kabinda.

- Van 1988 tot 1998: provinciale verantwoordelijkheden als vrijgesteld vice-provinciaal of provinciaal overste.

- 1999 tot 2009: weer vorming: eerst een jaar in Kinshasa bij onze filosofen en dan 9 jaar in Kameroen in dienst van onze theologanten.

Tussenin kreeg ik een opleiding in de USA en deed ik een sabbatjaar in Rome en de USA.

 

Typisch voor mijn missieleven is ook dat ik nooit gebouwd heb, in tegenstelling tot de meeste van mijn confraters. Ik heb daarentegen veel tijd besteed aan de opleiding en vorming van vele mensen: leken maar vooral seminaristen en religieuzen. En dat van in het begin tot op het einde. En overal waar ik was. Een persoonlijk charisma? Wellicht.

Ik ben blij dat ik overal goede dierbare vrienden en vriendinnen gekend heb. Ik heb van in het begin aangevoeld dat de huidskleur niet belangrijk is maar dat mensen mensen zijn. En dat, wat Belgen beleven en aanvoelen, Congolezen en Kameroeners ook beleven.

Die vriendschap over de grenzen heen is één van de mooiste geschenken die ik gekregen heb.

DSC00569 

Van Afrika terug naar België

Ik heb Afrika moeten vaarwel zeggen op mijn 65. Niet om op pensioen te gaan maar om een nieuwe uitdaging aan te gaan als rector van ons Missiehuis van Scheut te Torhout. Van Afrika naar West-Vlaanderen! “Nog een taal erbij” dacht ik, alhoewel West-Vlaams me niet vreemd was.

Het zijn 7 kostbare jaren geweest in nauwe samenwerking met personeel en vrijwilligsters, in een grote gemeenschap waar vele oudere confraters zich nog inzetten voor hun zieke en verzwakte medebroeders. Waar ik nauw mocht meeleven met grote missionarissen, sublieme wroeters, die verzwakt en gehandicapt hun laatste levensjaren beleven.

 

eucharistie symboolIk ben nu 50 jaar priester. Als ik achteromkijk

Ben ik zeer, zeer dankbaar dat ik

· Scheutist geworden ben: het was de beste beslissing ooit.

· De Kasaï, Kinshasa en Kameroen als missiegebied heb gehad.

· Overal goede confraters heb ontmoet en in aangename, open gemeenschappen heb mogen leven. Ik ben blij dat ik nooit alleen heb moeten leven.

· Heb mogen bijdragen tot de vorming van velen, vooral religieuzen (mannen en vrouwen) en seminaristen.

· Ik vele eenvoudige mensen heb mogen ontmoeten van wie ik veel geleerd heb: vooral dar men niet veel nodig heeft om gelukkig te zijn.

· Ik nu, opweg naar de 75  nog voldoende gezondheid heb om me verder in te zetten in ons centraal ‘moederhuis van Scheut-Anderlecht’. Sommige dagen heb ik het druk want Scheut is een plaats waar vele confraters van overal in de wereld over de vloer komen en waar regelmatig vergaderingen plaats hebben. Andere dagen is het rustig en kan ik tijd nemen om te fietsen, te wandelen n vrienden te bezoeken.

Ik weet niet wat er mij nog te wachten staat maar ik heb vertrouwen dat ik, met de hulp van de Heer en met de steun van confraters en vrienden nog mooie jaren mag verwachten.

Frans Van Humbeeck