VAN HUMBEECK 6Terugblik op 50 jaar priester

 

Op 4 augustus van dit jaar was het 50 jaar geleden dat ik priester gewijd ben in de grote kerk van Scheut (Anderlecht). We waren met 13 Vlamingen die dag. Een Waals confrater en 2 Nederlandse medebroeders waren al priester gewijd in juli. Een derde Nederlander is een jaar later priester geworden.

In 1969, ben ik voor de eerste keer naar mijn missiegebied van de Oost-Kasaï in Kongo afgereisd.

Naar aanleiding van dit gouden priesterjubileum wil ik even terugblikken naar de beginjaren in Scheut en naar mijn missie-ervaring ginds en hier.

Deel I: roeping - intrede -vormingsjaren


1. Hoe ik Scheutist geworden ben

Eigenaardig hoe ik in Scheut terecht gekomen ben! Want 4 maanden voor mijn intrede op 7 september 1962 had ik nog nooit een Scheutist ontmoet. En toch stond ik daar op 7 september, met nog 23 andere jonge mannen, in een grote kring voor het Mariabeeld in het park van Zuun om het noviciaat te beginnen.

Waarom Scheut? Omdat ik missionaris wilde worden.

Waarom missionaris? Ik weet het nog altijd niet goed. Misschien omdat ik heel veel interesse had in aardrijkskunde en vreemde landen. Misschien omdat ik opgevoed ben in een diep christelijk gezin waar gebed en gratis inzet voor anderen belangrijk waren. Wellicht ook omdat de retraitepredikant in de poësis, aan wie ik mijn verlangen na veel aarzelen meedeelde, me Scheut aanraadde boven andere congregaties. En ook omdat onze onderpastoor van toen me juist hetzelfde zei. Maar er is nog een diepere reden waar ik met schroom over schrijf.

Toen ik 1,5 jaar oud was werd ik heel erg ziek, zo erg dat de dokter voor mijn leven vreesde. Mijn vader heeft toen een belofte gedaan: “Heer, als mijn zoontje het overleeft, bied ik U hem als missionaris aan.” Ik overleefde het. Mijn vader heeft er nooit met iemand over gesproken. Ook met moeder niet. Toen ik hem in 1962 vertelde dat ik missionaris wilde worden zag ik dat hij er heel blij om was maar ook wat ontroerd. Drie jaar later stelde hij mij – op een avond toen we alleen waren - de vraag: “Frans, weet je waarom ik zo blij ben dat je missionaris wil worden?” Ik antwoordde: “Nee, vader “. “Omdat” zei hij, “ik een belofte gedaan heb toen je nog heel klein was”. En hij vertelde me het ganse verhaal. Ik werd er heel stil van.

Ja, 4 maanden voor ik in Scheut binnenging had ik nog nooit een Scheutist gezien.
Maar ik heb het altijd geweten, en nu na 56 jaar Scheutist-zijn nog meer, dat ik toen in 1962 de beste beslissing van mijn leven genomen heb. En dat sindsdien Scheut mijn echte thuis is waar ik me goed voel en gelukkig ben. Ik heb in vele gemeenschappen en in verschillende landen geleefd met confraters van verschillende origine. Maar overal had ik dat thuisgevoel en de overtuiging dat ik me niet vergist heb in mijn levenskeuze.

Frans van Humbeeck noviciaat2. De vormingsjaren in ScheutScheut

In 1942 verhuisde het noviciaat van Scheut naar Zuun (St Pieters-Leeuw). De oversten van toen hadden daar een prachtig terrein van 6 ha gevonden dat uitstekend paste als vormingscentrum voor jonge religieuzen. Van dan af kwamen daar elk jaar op 7 september gemiddeld 40 jonge mannen samen om hun noviciaat te beginnen. Op 7 september 1962 was ik één van de 24 novicen. We waren het kleinste jaar sinds lang. Het werd een bijzonder jaar waarin we stilaan vertrouwd raakten met het religieuze leven. Ik voelde me echt op mijn plaats en heel gelukkig. Ondanks de veeleisende opleiding met een strak uurrooster en een gedisciplineerd leven. En vele uren van stilte en bezinning.
Het accent lag op gebed en op gemeenschapsleven. We zaten uren op onze knieën: in de kapel maar ook op onze kamer waar we twee keren per dag meditatie deden. Bijna te veel voor jonge mannen tussen de 18 er de 20.
Gelukkig hadden we ook veel tijd voor sport (voetbal vooral maar ook basket, volley, jogging, pingpong…) en handenarbeid. Er was geen werkvolk. We onderhielden zelf het immense park, de grote moestuin en alle gebouwen. En we staken ook een handje toe in de keuken en refter.

In de voormiddag kregen we les: talen, maar vooral spiritualiteit en inleiding op het geestelijk leven. Gelukkig waren er geen echte examens; wel af en toe een test. We leerden met elkaar te leven en ervaarden wat broederlijkheid en Scheutse humor is. In de loop van het jaar hadden 3 jonge mannen afgehaakt. Zijzelf of de novicemeester kwamen tot het inzicht dat het niet hun weg was.

Op 8 september 1963 spraken we onze eerste geloften uit, nu 55 jaar geleden.

Na een vol jaar noviciaat hadden we 8 dagen verlof. Daarna begonnen we onze filosofiestudies. Een dozijn van ons ging naar Nijmegen, de anderen naar Jambes. Ik ging naar het Bisschop Hamerhuis in Nijmegen. We waren er samen met onze Nederlandse confraters.
In ons jaar zaten 8 Nederlanders: allen zeer goede aangename mannen met wie wij het goed konden stellen.
Ik heb veel van de 2 jaren in Nijmegen gehouden. Omwille van
- Het ruime mooie huis met sobere maar goed ingerichte kamers met lavabo.
- De ligging van het Hamerhuis naast het Radboud ziekenhuis op de rand van de stad. Met de mogelijkheid fikse wandelingen te maken in de prachtige omgeving met heide, bossen en vennen.
- De Scheutse hartelijke sfeer ook al waren we 200 km van Scheut verwijderd. Maar Scheutisten hebben overal ter wereld dezelfde geest en humor.
- De goede cursussen die we er kregen en onze geest verruimden en inzicht gaven in de belangrijkste filosofische strekkingen.
- De degelijke begeleiding door de toenmalige staf van ons Hamerhuis.

Frans van Humbeeck 0001

Na 2 jaar hadden we de keuze om onze theologiestudies te doen in Leuven of in Jambes.
Ik had een voorkeur voor Leuven maar op uitdrukkelijk verzoek van de verantwoordelijken werd ik naar Jambes gestuurd. Ik heb er nooit spijt over gehad. Integendeel: ik heb er 4 heel leerrijke jaren gekend.
- Eerst en vooral waren de studies in het Frans wat een uitstekende voorbereiding was op mijn later missionarisleven in Afrika.
- Het was ook een gelegenheid om de geest te verruimen en kennis te maken met het Waalse landsgedeelte en open te komen voor de Franstalige literatuur en cultuur.
Als missionaris mag je je niet opsluiten in enge gedachtegang. Na Nederland was ook Wallonië een unieke kans om wat meer wereldwijd te worden. Ook al liggen Nederland en Wallonië dichtbij ze zijn toch anders dan Vlaanderen.
- Wat mij opviel als ik in september 1965 in Jambes toe kwam was de leeftijd van onze begeleiders en professoren. De rector was 42, onze prof van Kerkelijk Recht 49 maar al de anderen tussen 30 en 35. En toch oerdegelijk. Het waren allen zeer bekwame maar ook zeer eenvoudige confraters die dicht bij ons stonden, als grote broers.
- Naast de studies, gebed en gemeenschapsleven was er ook nadruk op het apostolaat in vele vormen. We werden daarin zeer goed bijgestaan door onze begeleiders. Ik mocht kennis maken met de volgende apostolaatsvormen:
- + het 1° jaar brachten wij elke week tussen 14 en 18 u bezoek aan de schippers die aangemeerd lagen op de Maas of op de Samber.
- + het jaar daarop was ik elke week een ganse namiddag op ziekenbezoek in een groot ziekenhuis van Namen, aan de overkant van de Maas.
- + het derde jaar gingen we 2 keen per week naar Géronsart waar een zeer geëngageerde leek een huis bestuurde waar jongeren tussen 14 en 21 jaar door de jeugdrechter geplaatst waren.
- + het laatste jaar (ik was pas gewijd) was ik aalmoezenier van de Afrikanen in Namen en omgeving.

Die vormen van apostolaat –waar we er gewoonlijk 2 à 2 op uittrokken – hebben me meer en meer geopend om klaar te zijn voor mijn missiewerk. Het werd ook zeer goed begeleid, vooral door uitwisseling van onze ervaringen in leefgroepen (équipes). Inderdaad de gemeenschap was ingedeeld in leefgroepen. We zaten samen aan tafel en elke week was er een vergadering die anderhalf uur à twee uur duurde en waarin vooral ons apostolaat werd besproken. Eén van onze begeleiders maakte deel uit van de équipe… Het waren steeds deugddoende en indringende momenten die ons nog sterker motiveerden in de keuze die we gemaakt hadden.

Tussen het 3° en 4° jaar theologie in werden we priester gewijd. Er was een lange traditie in Scheut om de wijding op de 1° zondag van augustus te plaatsen. Voor ons was dat op 4 augustus 1968, de feestdag van de heilige pastoor van Ars. Een jaar later, op 26 september vertrok ik voor de eerste keer naar Kongo om daarin de Oost-Kasaï mijn missieleven te beginnen.

 

Frans Van Humbeeck