EEN CHRISTEN EN EEN MOSLIM ONDER ÉÉN DAK:

EEN ECHTE MISSIONAIRE UITDAGING

 

one heartDe wereld waarin we leven kan je van langsom meer als multicultureel, interreligieus en pluralistisch ervaren. Kijk rondom jou. Waar komen je buren vandaan? Welke taal spreken ze? Hoe zit dat met hun godsdienst? Dan merk je snel wat multiculturaliteit wil zeggen.

In het katholiek onderwijs wordt meer en meer gesproken over dialoogscholen. Het christendom wordt er niet langer onderwezen als de enig zaligmakende religie. De leerlingen worden uitgenodigd om in de eerste plaats te luisteren, respect op te brengen, verdraagzaam te zijn, enz. Een goede basis om een dialoog aan te gaan met andere godsdiensten en culturen.

Niemand verbaast er zich nog over dat er maar drie kinderen van een klas van pakweg twintig ingeschreven worden voor de eerste communie. De meesten zijn moslim, anderen geloven helemaal niet en de ouders van de rest liggen niet wakker van hun katholiek geloof.

Parochies, bisdommen en de hele Kerk functioneren binnen dezelfde context. Ik vraag mij af of dit nieuw sociaal en cultureel landschap zelf niet de grootste missionaire uitdaging is voor ons. Welke houding willen wij aannemen? Welke christelijke waarden bieden ons de meeste inspiratie in deze nieuwe context?

Ik loop al een tijdje met deze vragen rond en dat brengt mij ertoe om met jullie een ervaring uit 2017 te delen. Op uitnodiging van de stad Menen, verleende ik gastvrijheid aan een Irakese moslim. Wij hebben zes maanden onder hetzelfde dak geleefd. Een rijke ervaring die ik met u wil delen!

 

Welkom onbekende!

De stad Menen organiseerde in 2017 een festival rond het thema Zielzoekers. Het was bedoeld om het samenleven tussen autochtonen en allochtonen te bevorderen en om een bijdrage te leveren tot een beter inzicht in de migrantenproblematiek. Gedurende drie dagen werden toneelstukken opgevoerd, exposities gehouden en films over andere culturen vertoond. Inwijkelingen speelden er de hoofdrol.

Mijn Irakese gast is nu dertig en heeft faam verworven in de theaterproductie in Vlaanderen. De stad had hem gevraagd om een en ander op poten te zetten rond migratie met medewerking van de inwoners van het vluchtelingencentrum. Op het festival zou de voorstelling plaatsvinden met de vluchtelingen als acteurs. Hij moest daarom ergens in Menen kunnen verblijven gedurende een zestal weken. De voorbereiding van een stuk vraagt tijd: je moet een goed concept bedenken, de acteurs leren kennen en met hen diepgaande gesprekken voeren, foto’s nemen, repeteren, enz.

Ik werd dus uitgenodigd om deze man onderdak te geven. Gedurende zijn hele verblijf deelden we dezelfde keuken, douche, toiletten… en namen we onze maaltijden samen.

 

Reserves en vrees

De bestuurders van de stad hebben lang geaarzeld om me deze dienst te vragen. Het ging om een inwijkeling die bovendien moslim was. Hoe zullen de parochianen reageren op de aanwezigheid van een moslim in de pastorij? En niet te vergeten… de kerkfabriek? Zij is de eigenaar van kerk en pastorij… Gezien ik lid ben van een gemeentelijk orgaan voor de diversiteit, nam men langs die weg contact met mij op. Ik ben op de vraag ingegaan zonder me al te veel zorgen te maken.

Dan kwamen er enkele vergaderingen met de organisatoren van het festival om de ontvangst van onze gast voor te bereiden. Voor hen volstond het dat de man bij mij kon logeren, voor de rest moest hij maar zijn plan trekken. Ik dacht dat het beter zou zijn als hij ook het ontbijt en eventueel andere maaltijden bij mij kon nemen. Ze vielen bijna van hun stoel! Ik kreeg gelukkig zijn telefoonnummer en we spraken af voor een ontmoeting voor hij naar Menen kwam. Ik verwittigde ook zelf de kerkfabriek die snel akkoord ging. De verantwoordelijke van het festival was eveneens aanwezig bij onze eerste ontmoeting. Ik voelde zo aan dat het klikte, hier zou ik zeker en vast iets van opsteken! Het was een joviale jonge man, open, beheerst en goed gevormd.

 

Dialoog helpt om elkaar beter te leren kennen

Het voorstel om samen te ontbijten was een gelukkige ingeving. We namen de tijd om wat langer te praten. Veel andere momenten waren er niet, we hadden allebei een en ander te doen… Het vertrouwen groeide van ontbijt tot ontbijt, we praatten honderduit: over godsdienst, cultuur, relaties, familie, ons persoonlijk verhaal, enz.

Ik heb veel bijgeleerd over de islam en alles wat ermee samenhangt. Toch iets anders dan wat je van de massamedia verneemt! Hij was zeer geïnteresseerd in de christelijke godsdienst, de gelovigen, de priester, mijn roeping… Hij kon er maar niet bij dat ik alleen leefde in een groot huis, zonder vrouw of zelfs een vriendinnetje. Ik probeerde hem uit te leggen dat katholieke priesters ongehuwd waren. Dat kon hij niet vatten: “Als de priester bij jullie is wat de imam bij ons is, dan moet je ook een vrouw hebben. De imam heeft er een!”

Op een avond kwam hij wat vroeger thuis met een pas gekochte fles wijn. Hij nodigde mij uit om ze samen te ledigen… ondertussen ging het gesprek over alles en nog wat. Wat doet een mens zoal gedurende een dag? Hij bleek vooral geïnteresseerd in de vieringen die ik voorging, de uitvaarten, het bezoek aan families die het moeilijk hadden, de vele vergaderingen. Het daaropvolgende ontbijt vroeg hij me of hij ook eens naar zo’n eucharistieviering mocht komen. ’s Anderendaags was hij daar. Ik stelde hem voor aan de gelovigen als de moslim die bij mij logeerde. Gedurende de vredewens trokken alle aanwezigen naar hem om hem met een grote glimlach de hand te geven. Ik was heel blij en hij vertelde me later dat dit voor hem het hoogtepunt was van zijn ervaring in Menen. Hij voelde nu beter aan wat de katholieke Kerk is en ik had een beter idee van de islam. Dat was duidelijk te danken aan onze ontmoeting.

 

Bij wijze van besluitcongolese maria kopie

Deze zes maand met mijn moslim gast heb ik ervaren als een dialoog van het leven op het vlak van geloofsovertuigingen en zo zal het blijven. Ik zie er een mogelijkheid in om tot grotere openheid te komen voor het onbekende, mogelijkheid die mij door de Heer geschonken werd, niettegenstaande de reserves en uitingen van vrees die met een dergelijk vooruitzicht gepaard gaan.

Dat alles doet me denken aan het fiat van de Maagd Maria. Zij had aanvaard om de moeder te worden van de grote Onbekende, Christus, de Zoon van God. “Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd” (Lc 1, 30-32). “Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen…’” (Lc 1, 34-35). “Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’” (Lc 1, 38).

Maria benaderde deze situatie op een positieve manier en bleef in God vertrouwen. Zij wist niet wat de toekomst brengen zou, maar ze verwelkomde van harte het project van God voor haar en de mensheid, zij opende haar hart voor het grote Onbekende van God. Het geloof, de beschikbaarheid en de openheid van Maria zijn een bron van inspiratie voor onze congregatie in haar geheel, voor onze provincie en leefgemeenschappen. Maria zet ons op weg om open te staan voor de hedendaagse missionaire uitdagingen en om ze met vertrouwen aan te pakken. Ook wij zijn ervan overtuigd dat de Geest over ons zal komen.

Martin MVIBUDULU