Wieltjes frontHET LEVEN LOOPT OP WIELTJES

 

Cyriel Stulens vertelt over een boek dat hij onlangs heeft gelezen. 

“Het leven loopt op wieltjes”, zo luidt de titel van het boek dat Annemie Heselmans enkele maanden geleden schreef en voorstelde aan de pers. Vanuit haar rolstoel signeerde zij het boek met een vingerafdruk op stempelinkt. Wat was er gebeurd?

Annemie, uit Laakdal, deed tijdens oefeningen in de turnschool een zware val. Na een dubbele salto kwam zij verkeerd neer. Een ernstige beschadiging van de zenuwbanen in de ruggengraat maakte dat haar lichaam volledig verlamd was, zelfs de armen en de handen. Vermits de nieren totaal blokkeerden, werd zij afhankelijk van nierdialyse. Zelfstandig ademen was niet meer mogelijk. Na alle mogelijke onderzoeken in de kliniek viel het verdict: ongeneeslijk. Zij was toen 17 jaar. Stel het je voor. Zij die na piano een grote passie had voor turnen, zag haar mooie toekomstdromen opeens afgebroken.   

Nu had zij gedurende ruim 20 jaar al haar nota’s verzameld en in boekvorm laten uitgegeven. Zij werkte op een computer met het toetsenbord op het scherm waar zij met een soort hoofdtelefoon met infra-roodsignaal de letters aanduidde. Een staaltje van hoge technologie.

Annemie Heselmans

Annemie is al die jaren niet bij de pakken blijven zitten.

Zij beschrijft in alle eerlijkheid en bescheidenheid hoe zij haar leven “in handen” heeft genomen, dankzij de onschatbare steun van haar ouders, familie en vrienden. Ook de hulp van het Persoonlijk Assistentie Budget heeft haar oneindig veel mogelijkheden geboden. Tussen de lijnen lees je dan wat er in haar omgaat aan worsteling, strijd, ontreddering en wanhoop. Met veel humor vertelt zij in haar boek de soms pijnlijke en toch vervelende ervaringen in de ziekenhuizen. Zij drukt haar waardering uit voor de competentie en inzet van verzorgend en verplegend personeel. Toch durfde zij het ook aan kritisch te kijken naar veel structuren, organisaties en regelingen in de ziekenhuissector en dat neer te pennen in haar nota’s. Vooral de nierdialyse leek haar zeer belastend en tijdrovend. Hoe grappig kan zij dan schrijven over de ervaringen met de ontelbare chauffeurs die haar telkens naar en van de dialyse brachten.

Hoeveel tijd zal er overheen gegaan zijn voordat zij kon schrijven: “Ik ga gelukkig door het leven, op een andere manier. Het is niet omdat er één ding niet meer is, dat al de rest ook niet meer werkt.”                                                                                                                                                                                                                                  

Zij ging naar de universiteit. “Ik heb de keuze gemaakt die het meest bij mijn interesses aanleunde. Vóór mijn ongeval wilde ik graag dokter of kinesist worden, ik ben immers altijd geïnteresseerd geweest in gezondheidszorg.” Zij behaalde een diploma van handelsingenieur, master in het management en beleid van de gezondheidszorg en doctoraat in de biomedische wetenschappen. Hoe eigenaardig komt het over als je Annemie hoort beweren dat zij in haar jeugdjaren ervan droomde dokter te worden om andere mensen te genezen. “Voor mij was studeren niet moeilijker dan voor andere studenten. Ik werk nu als onderzoekster aan de KU Leuven aan projecten die de kwaliteit van de gezondheidszorg proberen te verbeteren. Ik kan ook veel online doen, zoals vergaderen, zodat ik niet elke dag naar Leuven moet.” 

Dit is een opmerkelijk verhaal, misschien niet enig in onze maatschappij maar de onderliggende boodschap die duidelijk naar voren komt bij de lezing van het boek is nog opmerkelijker. Het boek leest vlot en aangenaam. Veel elementen komen er in voor die ons tot nadenken stemmen.

 

 

Eerlijk en heel bescheiden (zij doet zich niet voor als een supermens) gaat zij tot in de diepte van haar pijn en ellende: de confrontatie met onbegrip en spot bij veel mensen, allerlei soorten vernederingen elke dag opnieuw. Soms maken onmacht en hulpeloosheid zich van haar meester. Wij kunnen het ons allemaal wel een beetje voorstellen. Als je hebt geleerd je eigen kleinheid en kwetsbaarheid onder ogen te zien en te aanvaarden, dan zet je een belangrijke stap in het leven. Bij de meesten gebeurt dat pas op rijpere leeftijd. Annemie wist uit te groeien tot aanvaarding en verwerking. Bij haar heeft het niets te maken met gelatenheid, zelfbeklag, passiviteit of niet anders kunnen. 

                                                                                                   

Uit al haar verhalen, belevenissen en anekdotes, vooral in de ziekenhuizen waar zij regelmatig verblijft, blijkt dat zij gelooft in het leven. Zij vindt het leven de moeite waard, niet omwille van haar intellect en haar diploma’s, maar omdat zij van binnenuit het leven ervaart als een gave die goed is, doch niet vanzelfsprekend en voor iedereen gelijk. In een winkelcentrum glimlachte Annemie naar een jongetje dat tot zijn mama zei: “kijk mama, die is bijna dood, hé”. Geloven in het leven, men kan het zo moeilijk omschrijven. Het zit vanbinnen. Haar geloof in het leven komt op elke bladzijde naar voor en toch geeft zij geen blijk van een vergezicht of een uitzicht op God als Schepper.

                                                                                           

*Niet bij de pakken blijven zitten, niet piekeren, creatief zijn, nieuwe uitdagingen aangaan, het is de moeite waard… dat alles loopt als een rode draad doorheen gans het verhaal. Het kan bij ons veel vragen oproepen. “Niet bij de pakken blijven zitten” kan voor ons een oproep betekenen nu wij op weg zijn naar het Algemeen Kapittel. Welke vernieuwingen en veranderingen zijn absoluut noodzakelijk, zowel in mijn persoonlijk leven als in onze Provincie en gans de Congregatie? Kunnen wij loslaten en telkens ons leven vernieuwen en een nieuwe elan geven?

Annemie beschrijft alles met een ontwapenende humor die afstand neemt zonder afstandelijk en koel te worden. Dat geeft kippenvel. Gans het boek is doorspekt met humor. Je moet het maar kunnen! Hoe zit dat bij ons met de humor, die ons kan helpen eigen beperkingen te aanvaarden? Veronderstelt dat niet een zekere portie nederigheid en misschien zelfs eerlijkheid? Ook innerlijke vrijheid? Ten volle leven en toch afstand kunnen nemen en er niet te zwaar aan tillen, het is niet altijd gemakkelijk. 

Annemie spreekt met veel lof over haar entourage en dan vooral haar eigen moeder. De vele blijken van begrip en liefde, of gewoon er maar aanwezig te zijn met haar en voor haar, deden wonderen. Beseffen wij wat al die kleine gebaren van aanvaarding, van aanmoediging en kleine hulpjes kunnen betekenen? Mensen die zeggen en vooral tonen: “ik ben er voor jou”. Omgaan met confraters met zware beperkingen is en blijft een harde realiteit in onze gemeenschappen.

Heel het verhaal nodigt ook uit tot meer aandacht voor het mysterie van het leven. Af en toe kwam in het boek het woord dwarslaesie ter sprake omdat op één seconde bij dat meisje van 17 jaar de zenuwbanen in het ruggenmerg afgebroken werden met de gekende gevolgen. Hetgeen wij voor ons normaal vinden, en misschien een “recht”, is niet zo vanzelfsprekend. Als wij gezond zijn, hebben wij het zo moeilijk om dankbaar in het leven te staan en te beseffen dat wij door ons leven mogen deelnemen aan het grote Leven. 

 *Is ons christen zijn en ons geloof voor ons werkelijk een meerwaarde? Putten wij daaruit een rijkdom aan vreugde, liefde, inzet voor anderen? Geeft het ons leven een mooie vervulling? Blijkt dat duidelijk op momenten van ziekte, ongemakken, beperkingen, aftakeling, ouder worden? Hoe gaan wij daarmee om?

 

Heel wat stof tot nadenken. Misschien te veel.

Cyriel STULENS

 

Meer informatie over het boek:

http://www.horizon.be