Pater Marc ThurmanThurman Marc 2

 

Geboren te Kortrijk op 19.08.1940

Religieuze geloften op 08.09.1960

Priester gewijd op 01.08.1965

Missionaris in Congo (KIN) van 1966 tot 1972 en daarna in België

Overleden in Kortrijk op 06.02.2018

 


Als echte Kortrijkzaan deed Marc zijn humaniora in het Sint-Amandscollege en trok daarna naar het noviciaat van Scheut. Zijn filosofie en theologie deed hij in Scheut en Leuven zoals gebruikelijk in die tijd. Daarna vertrok hij op stage in Kinshasa, in de parochie van Pius X in Ngiri Ngiri, maar werd al spoedig onderpastoor in Saint Augustin in Lemba. Wegens gezondheidsproblemen moest hij echter reeds in 1970 naar België terugkeren. In 1971 zou hij dan ook een tijd medepastoor zijn in Deurne-Antwerpen, maar al spoedig vertrok hij opnieuw naar zijn parochie in Lemba. De gezondheidsproblemen kwamen vlug terug en een jaar later moest hij definitief afscheid nemen van Kinshasa. Voortaan zou Vlaanderen zijn missiegebied worden.

Na van de nodige rust genoten te hebben in Zuun was Marc vijf jaar econoom in ons huis van Torhout en vijf jaar in dat van Rumbeke. Ook was hij enige tijd werkzaam in de jeugdpastoraal bij gehandicapten vooraleer medewerker te worden in ons huis van Kortrijk en vervolgens in de verzendingsprocuur van Scheut. Vanuit ons huis in de Dambruggestraat in Antwerpen was hij opnieuw dienstbaar in de parochiepastoraal van Deurne tot hij via Zuun weer in Kortrijk terecht kwam.

Marc was gehecht aan zijn familie. Hij sprak over zijn vader, de apotheker, en over zijn moeder. Hij was een dankbare zoon. Ook over zijn gehandicapt nichtje sprak hij. De warmte die hij thuis gekend had bleef zijn leven kleuren. Zo leerden zijn confraters hem kennen in Scheut. Later als missionaris liet hij zijn confraters de cité kennen, die intussen zijn parochie geworden was. Het mocht echter niet lang duren. Na zijn ziekteverlof, tijdens hetwelk hij zich ook ingezet had in de parochiepastoraal, probeerde hij het opnieuw in Kinshasa, maar spoedig moest hij toegeven dat het niet meer ging. Hij bleef echter dienstbaar in de huizen van Scheut, vooral als econoom. Overal waar hij kon droeg hij zijn steentje bij. In de mozaïek van confraters had het steentje dat Marc er bijbracht zijn eigen kleur, een hevige kleur. Verrassend kwam hij regelmatig uit de hoek. Vertelde grapjes die hij zelf fabrikeerde. Hij had er plezier in. En de kluchtjes bleven komen. Met ongeveer alles kon hij lachen. Maar niet met wat hij als zijn taak beschouwde. Dat nam hij altijd heel ernstig. Dat was overal zo, tot helemaal op het eind, toen die taak al heel sterk gereduceerd was, maar ze bleef steeds perfect uitgevoerd. Nee, daarmee viel niet te lachen.

Alles kon Marc relativeren, en dat was nodig om de gelukkige man te worden die hij tot op het einde gebleven is. Gelukkig blijven, ondanks een steeds zwakker wordende gezondheid, dat is niet gemakkelijk. Die laatste zondagnacht dat hij in het huis van Kortrijk was, en er alleen op de grond lag, niemand weet hoelang het geduurd heeft, was het begin van het einde. Marc begon aan de grote overtocht naar de andere kant. Het leven dat voor iedereen weggelegd is en voor allen onze eindbestemming is, kwam opeens akelig dichtbij. Nu is hij er aangekomen. De Vader stond op de uitkijk om hem te verwelkomen. Marc is er thuisgekomen en is er gelukkig.

Adelbert DELMEIRE en Willy VANHAELEWYN

 

 

 

Pater Jozef DaemsDaems Jef 2

 

Geboren te Mol op 16.08.1930

Eerste geloften op 08.09.1951

Priester gewijd op 05.08.1956

Missionaris in Congo (KIN) van 1957 tot 2015

Overleden in Halle op 30.12.2017

 

  

Jozef was één van de acht kinderen in een diep christelijke en hechte familie van Mol. Zo leerde hij meeleven met anderen en voor hen openstaan, en werd het hem stilaan duidelijk dat de Heer hem voorbestemd had tot het missionarisleven als religieus en priester. Na zijn humaniora in het college van Mol trok hij naar het noviciaat van Scheut, en na de klassieke opleiding vertrok hij in 1957 als missionaris naar Kinshasa.

De periode van de onafhankelijkheid, vanaf 1960, vond hij moeilijk, maar zoals zijn vader zei: moeilijk gaat ook. Een mens moet niet meedraaien met de wind, maar rustig verder werken en met vertrouwen geduldig het goede in elke mens laten boven komen. Jef hield vooral van eerlijke, ongeveinsde vriendschap en spontaan meeleven. Hij heeft het nooit begrepen op moraalridders en regelnichten. Recht voor de vuist en zonder mooipraterij getuigde hij door zijn eenvoudig, oprecht samenleven met de Congolezen van de evangelische visie en waarden. Zo heeft hij het Congolese volk meer dan een halve eeuw gediend.

Hij is steeds werkzaam geweest in de parochiepastoraal, in veel verschillende parochies. In de late zestigerjaren sticht hij de Parochie van Saint Antoine in Bumbu en neemt er in 1969 zijn intrek. Hij blijft er wonen tot 1974. Hij wijdt er verschillende jongere missionarissen in in de parochiepastoraal. Jozef was ervoor gekend dat hij de liturgie heel goed verzorgde, en heel veel aandacht besteedde aan de catechese. De catechumenen, toekomstige christenen, en de jeugd brengen immers nieuw bloed in de gemeenschap en zorgen voor een nieuwe dynamiek. Eenvoudig, zeer toegewijd, met een goed hart is hij vooral de goede herder, met de geur van zijn schapen, goed geïntegreerd, een man van het volk, die oprecht van zijn mensen houdt.

Jozef was ook heel praktisch. Hij had van alles verstand en trachtte die praktische kennis dan ook door te geven aan de jongeren. Ze konden bij hem terecht met allerlei apparaten om te herstellen maar hij toonde hen ook hoe ze het zelf konden doen. Hij was ook een man van de natuur: in Leuven hielden eekhoorns hem reeds gezelschap op zijn kamer tijdens de theologiestudies. In Kinshasa een aquarium met vissen, een kanarievogel die daar voortdurend de lof van zijn Schepper zong, ook een kleine duiventil, konijnen en kippen genoten zijn beste zorgen en maakten hem het leven aangenaam. Daar bleef hij zich tot op hoge leeftijd voor inzetten, zozeer zelfs dat hij enkele maanden voor zijn overlijden helemaal opging in de aandacht voor de te voederen eenden dat hij elke aandacht voor zichzelf verloor en slechts door een groot toeval uit de vijver van Zuun gered werd.

Zo was Jozef een gelukkig man die zozeer van zijn mensen hield dat het afscheid van zijn mensen in Kinshasa hem zeer zwaar viel. Sinds 2009 was hij officieel op rust in de Scheutse gemeenschap van Simeon in Kinshasa tot hij in 2014 om gezondheidsredenen naar België moest terugkeren. Hij ging in Kessel-Lo wonen maar het verlangen naar Kinshasa was zo groot dat hij nog twee keer probeerde terug te keren, tot hij telkens na een paar maanden moest vaststellen dat het echt niet meer ging. Dan ging hij voor verzorging naar het huis van Zuun waar zijn zorg voor vogels en kleinvee hem nog een mooie bezigheid verschafte. Doch ging zijn algemene toestand langzaam maar zeker achteruit, zodanig zelfs dat men herhaaldelijk dacht dat het einde nabij was, maar steeds kroop hij weer uit het dal omhoog. Eind december werd een zware longontsteking hem echter fataal. In het ziekenhuis van Halle ging hij op de voorlaatste dag van het jaar terug naar zijn Schepper die hij zo trouw gediend had. Nog gelukkiger dan voorheen geniet hij daar nu voor eeuwig van het ware leven.

Jos DAS, Wilfried GEPTS, Jan MOCKING en Alfons YSEBAERT

 

 

 

Pater Paul Van ParijsVan Parijs Paul 2

 

Geboren te Aarsele op 10.05.1937

Religieuze geloften op 08.09.1957

Priester gewijd op 04.08.1963

Missionaris in de Filipijnen van 1970 tot 2009 maar van 1987 tot 1993 en van 2005 tot 2008 in Rome

Overleden in Leuven op 16.12.2017

 

 

Paul werd geboren in het West-Vlaamse Aarsele op 10 mei 1937, wat betekent dat hij er in mei van dit jaar (2017) 80 geworden is. Hij was het 11de kind van 13 in een inderdaad grote landbouwersfamilie. Na het lager onderwijs in Aarsele, deed hij zijn eerste humaniora jaren in het college van het naburige Tielt, tot de familie, op zoek naar een grotere hoeve, verhuisde naar Eigenbrakel (of Braine l’Alleud). Van daaruit werkte hij zijn laatste humaniora jaren af in het college van Ganshoren bij Brussel.

In 1956 trad hij binnen in het noviciaat van Zuun. Het was het fameuze jaar van de 66 novicen. Voor zijn filosofie trok hij naar de KU Leuven, waar hij deze studies combineerde met een kandidatuur klassieke talen. Inderdaad bleek al heel vlug dat Paul een goede verstandelijke begaafdheid meegekregen had die ook verder zijn leven zou tekenen. Zijn theologische vorming kreeg hij samen met zijn jaargenoten in onze studiehuizen van Scheut en Leuven. Samen ook werden zij priester gewijd in Scheut op 4 augustus 1963 door de toenmalige bisschop van Brugge Mgr. Emiel Desmedt.

Het jaar daarop, in 1964, zag Paul de grote meerderheid van zijn klasgenoten naar de missies vertrekken, maar dat was nog niet onmiddellijk voor hem weggelegd. Eerst volgden er hogere studies, eerst aan de KU Leuven en daarna in Lyon en in Rome. Toen aan dat alles een einde kwam waren we al in 1968. En nog was de afreis naar de missies niet voor dadelijk. Gedurende twee jaar was hij professor zowel in het seminarie van Namen, waar o.a. onze eigen Scheut-kandidaten les volgden, als in ons studiehuis van Scheut.

Paul had een briljante, scherpe geest. Hij was iemand die veel wist en met zijn groot zelfvertrouwen wist hij zijn inzichten ook klaar aan de man te brengen. Hij had ook steeds een duidelijke doelstelling voor ogen: hij wist wat hij wilde en waar hij naartoe wou. Inzicht en motivatie tekenden hem inderdaad. Hij drukte zijn stempel op alles waar hij mee bezig was en dreef door, ook met veel vertrouwen in de mensen met wie hij samenwerkte.

In 1970 kwam dan de eigenlijke afreis naar de missies. Na een omweg via de V.S.A. voor een grondiger studie van het Engels, kwam hij in 1971 aan op de Filipijnen. Ook hier kwam eerst de studie van de lokale taal, het Tagalog, die werd gevolgd door een lange loopbaan als leraar. Eerst professor in het diocesane grootseminarie van San Carlos in Makati, dan in ons Scheut-seminarie in Taytay, en vervolgens in het nieuwe Scheut-seminarie in Quezon City, de welbekende Mary Hill School of Theology (M.S.T.). Aan de oprichting van M.S.T. had Paul trouwens meegewerkt samen met confraters Paul Staes, Eugeen Flameygh, Lode Wostyn en Herman Hendrickx.

In 1987 wachtte hem, na die verschillende taken in het hoger onderwijs, een nieuwe taak, deze keer in de administratie. Tijdens het Algemeen Kapittel van Scheut, waaraan hij deelnam als moderator, werd hij verkozen tot Vicaris Generaal van de congregatie. De volgende zes jaren bracht hij door in Rome en, samengaand met zijn nieuwe taak, bezocht hij vanuit Rome ook verschillende van onze missies in de wereld. Het bezorgde hem een brede en klare kijk op wat er in Scheut wereldwijd aan het gebeuren was. In 1993 kwam ook aan die taak een einde en keerde Paul terug naar de Filipijnen.

Hij verbleef voortaan niet meer in de hoofdstad Manila maar trok naar Baguio City, de ‘stad der pijnbomen’ genoemd, of ook de zomerstad van de Filipino’s uit Manila. Scheut had (en heeft er nog altijd) een bekende universiteit, de Saint Louis University (S.L.U.). Paul was er eerst hoofd van het departement godsdienstwetenschappen en later gedurende verschillende jaren president van de universiteit. Daaraan kwam een einde in 2005. Het werd toen even een omzwermen tussen Rome, België en de Filipijnen voor kleinere taken, om ten slotte in 2011 voor een welverdiende rust naar Kessel-Lo te komen.

Hij kleurde er de CICM-communiteit door zijn rijzige gestalte, zijn duidelijke stem en … zijn dagelijks sigaartje waarvan hij duidelijk genoot. Toen kwam zaterdag 16 december. Al enkele dagen zat hij met een hardnekkige hoest die hem heel veel last bezorgde. Maar het was toch totaal onverwacht dat hij die zaterdag dringend naar het Heilig Hartziekenhuis overgebracht werd en er haast meteen overleed aan een longbloeding. Wij nemen hem op in ons gebed en vertrouwen hem aan onze levende en liefhebbende Heer toe.

Romain CLEMENT en Evarist VERLINDEN

 

 

 

Broeder Paul DequekerDequeker Paul

 

Geboren te Roeselare op 15.01.1930

Religieuze geloften op 01.05.1957

Missionaris in Congo (KIN) van 1958 tot 1992 en daarna in België

Overleden in Torhout op 04.12.2017

 

 


Paul werd geboren te Roeselare op 15 januari 1930, als tweede in het gezin van vijf kinderen van apotheker Rafael Dequeker en mevrouw Maria Tempelaere. Toen zijn vader benoemd werd tot hoogleraar aan de KU Leuven, verhuisde het gezin mee.

Na zijn humaniorastudies aan het Sint-Pieterscollege in Leuven, behaalde Paul in 1954 het diploma van architect aan het Sint-Lucasinstituut in Gent. Meteen daarop trad hij toe tot de congregatie van de Missionarissen van Scheut en legde zijn eerste geloften af in 1956. Het was Pauls bewuste levenskeuze, gevoed door een drang om zijn vakkennis ten dienste te stellen van volk en kerk in Afrika. Meteen daarop deed hij een postgraduaat in Tropische Architectuur aan de School of Architecture in Londen. In 1958 reisde hij af naar het toenmalige Leopoldstad.

Tot aan de Congolese onafhankelijkheid in 1960 bouwde Paul vooral scholen. In 1961 werd hij lid, later in 1964 directeur, van het architectenbureau dat afhankelijk was van de Congolese Bisschoppenconferentie. Hij stond gedurende 35 jaar als architect in Afrika ten dienste van Scheut, van andere congregaties en van bisdommen in Congo, Congo Brazzaville, Angola, Rwanda, Burundi, Kameroen, Nigeria, Togo en Senegal. Hij had de hand in meer dan 1200 projecten: kerken, kloosters, gebouwen voor medische zorg, huisvesting, landbouw en industrie, administratie tot bruggen, waterkrachtcentrales en waterzuiveringsinstallaties. Daarnaast maakte hij als kunstenaar ook tekeningen en aquarellen. Hij heeft ook ettelijke publicaties op zijn naam staan.

In 1992 – hij was er toen 62 - keerde Paul terug naar België, naar het Missiehuis van Scheut in de Vlamingenstraat in Leuven. Hij deed dan onderzoekswerk aan de Leuvense universiteit. Hij behaalde een master diploma “Architecture in Human Settlements” aan de faculteit Toegepaste Wetenschappen, en een postgraduaat aan de universiteit van Lund in Zweden. Hij bleef ook advies verlenen bij bouwprojecten in Afrika en China.

In 1991 was Paul in België benoemd tot Ridder in de Kroonorde, en in 1996 werd hij als eminent Vlaming met West-Vlaamse roots, tot Ridder geslagen in de Orde van ’t Manneke uit de Mane.

Bovenop alle denkwerk en bedrijvigheid deed Paul, in de periode 2001-2005, nog dienst als Rector van het Missiehuis van Scheut in Leuven. Daarna ging hij er op rust, hij was 75 jaar. Zeven jaar later verhuisde hij vanuit Leuven naar ons Missiehuis van Torhout waar hij verzorging kon krijgen.

We kunnen het leven van Paul belichten aan de hand van drie boeken. Het eerste is de Bijbel die hem inspiratie, kracht en inzicht gaf voor zijn leven. Dat woord van Jezus inspireerde hem om ja te zeggen en de stap te zetten naar Scheut. Het tweede boek spreekt in talen en beelden van een architect. Zijn contact met de natuur en de omgeving, zijn aanpassingsvermogen aan de eisen van de opdrachtgever leidden tot het oprichten van kerken en gebouwen waar mensen van alle talen en rassen in groten getale konden samenkomen. De Constituties van Scheut ten slotte deden hem opteren voor universele broederlijkheid, de inzet voor de armen, de zekerheid van de levende Christus waardoor hij kon samenwerken met anderen over de menselijke grenzen heen. Zijn missionaire en religieuze roeping omkaderde heel zijn leven.

“Het zijn niet de muren”, zo stelde hij, “die een kerk uitmaken, maar de gemeenschap van gelovigen met hun eigen kenmerken en gebruiken. Een hedendaags kerkgebouw is niet in eerste instantie een woning van God, maar het gemeenschapshuis voor het Volk van God”. Paul wist nog vóór het Concilie wat gemeenschapsliturgie betekent.

Drie jaar geleden, in 2014, verscheen een hulde-album voor broeder Paul, waarin de Congolese kardinaal Monsengwo zijn architectuur modern en tegelijk autochtoon noemde, zoals hij het uitdrukte: “in volkomen harmonie, zoals de zwarte en de witte toetsen op een orgelklavier.” Paul is op maandag 4 december in de namiddag, thuis op zijn kamer, geheel onverwacht en rustig van ons heengegaan. De meer dan duizend bouwwerken, aan zijn geest ontsproten, zorgen ervoor dat zijn stempel, vooral op Afrika, onuitwisbaar blijft.

Werner LESAGE en Alfons YSEBAERT

 

 

 

Pater Romain WaerenburghnnieuwWaerenburgh Romain

 

Geboren te Klerken op 16.02.1923

Religieuze geloften op 08.09.1943

Priester gewijd op 01.08.1948

Missionaris in Inongo van 1949 tot 1969, en in België van 1970 tot 2000

Overleden in Torhout op 12.11.2017

 


Romain was de oudste van zes kinderen. Na zijn middelbare studies in het college van Diksmuide en aan het kleinseminarie van Roeselare trad hij binnen in het CICM-noviciaat te Zuun in september 1942. Het was oorlogstijd. De honger en de kou die hij had te doorstaan tijdens de studies maakten hem tot een taaie.

Gedragen op het elan van een groot aantal vertrekkende missionarissen die tijdens de oorlog in België hadden moeten blijven, vertrok ook hij in 1949 naar Inongo, dat tot in 1970 zijn missiegebied zou worden in Congo.

Na drie maanden stage in Bokoro, werd hij in januari 1950 benoemd in Ikari, later in Bonkonko, vandaar naar Nkaw. Hij was op die plaatsen reispater, onderpastoor of overste van de missie. In juli 1956 keerde hij terug naar Bokoro om er les te geven in het kleinseminarie, maar dat duurde slechts één jaar. Van 1957 tot 1965 was hij werkzaam hoofdzakelijk in Mpenzwa, met een korte interim in Kiri. Van 1966 tot 1969 vinden we hem in Oshwe. In 1970, ook omdat zijn moeder ziek was geworden, bleef hij definitief in België. Hij was toen 47 jaar.

Hier te lande werkte hij 5 jaar als onderpastoor in Ronse, dan 5 jaar in Waasten, vervolgens 7 jaar in Aarsele bij Tielt. Vanaf 1987 was hij 13 jaar lang aalmoezenier in het rusthuis van Merkem, terug naar de streek vanwaar hij afkomstig was. Had zijn activiteit in Inongo 20 jaar geduurd, zijn leven als missionaris hier nam 30 jaar in beslag. Hij heeft in zijn leven grote omwentelingen meegemaakt in Kerk en maatschappij, zowel in Congo eind de jaren ’50, als hier vanaf eind de jaren ‘60.

Romain was mee met zijn tijd; hij las veel, artikels allerhande en boeken. Hij had een uitgebreide parate kennis, hij was een kampioen in hoofdrekenen. Op latere leeftijd, in ons missiehuis van Torhout, was Gust Deketelaere zijn buurman en grote uitdager bij het oplossen van kruiswoordraadsels en nog meer ingewikkelde dinges. Toen hij al 88 jaar oud was begon hij te werken met internet en Google, om zo als eerste de antwoorden te weten en Gust de loef af te steken. Ja, Romain was een taaie!

Hij had één grote handicap: hij had niet de zoetgevooisde stem die je van een leraar of bedachtzame zielenherder zou verwachten. Hij klaagde er niet over, maar we mogen veronderstellen dat dit voor hem een kruis is geweest. Naar ik kon opmaken uit enkele getuigenissen was hij geliefd bij de mensen, maar met de confraters ging het stroever. Scherp van verstand als hij was, had hij meteen door hoe de zaken stonden. Wellicht had hij met de mensen meer geduld dan met zijn medebroeders in de Heer.

Op 20 december 2000 – hij was er toen 77 - ging hij op rust naar ons Missiehuis van Scheut in Torhout. Hij zette zich in waar hij kon. Zo heeft hij lange jaren het onthaal verzekerd tussen halfeen en twee uur, de tijd dat de vrijwilligsters het niet konden en dat iedereen zijn middagdutje deed. Hij zorgde ook elke week voor de liturgische gezangen van de vroegmis op zondag, de liederen van Zingt Jubilate die op CD’s waren opgenomen. Hij was gekend als een veelkleurige figuur in Torhout, altijd op weg naar zieken, en volwaardig lid van de plaatselijke petanque-club.

Romain is bijna 17 jaar in Torhout geweest. De laatste twee jaar ging hij merkbaar achteruit, en hij wist het. Maar hij weigerde speciale zorgen. Hij is meer dan eens “bijna-dood” geweest. Volgens onze kok Jan heeft hij zeven levens gehad. Ja, hij was een taaie! Hij is in de avond van zondag 12 november in het Sint-Rembertziekenhuis bijna ongemerkt overleden, in de leeftijd van 94 jaar.

Werner LESAGE

 

 

 

Pater Hilaire De CoomanNieuw De Cooman Hilaire

 

Geboren te Gent op 14.01.1937

Religieuze geloften op 08.09.1958

Priester gewijd op 04.08.1963

Missionaris in Congo (KAS) van 1965 tot 1975 en daarna in België

Overleden in Turnhout op 09.11.2017

 

 

Als jongeling wilde Hilaire onderwijzer worden en hij behaalde zijn diploma aan de normaalschool van Sint-Niklaas, maar nog hetzelfde jaar trok hij naar het noviciaat van Scheut. Na zijn filosofie in Kessel-Lo en zijn theologie in Scheut en Leuven vertrok hij als missionaris naar Oost-Kasaï. Eerst was hij vier jaar onderpastoor in Muene-Ditu en daarna directeur van de normaalschool te Kasansa. In 1975 keerde Hilaire naar België terug. Gedurende een jaar deed hij een pastorale stage in Merksem en van 1976 tot 1987 was hij achtereenvolgens econoom in het toenmalig Verbistcentrum te Kessel-Lo, begeleider van de kandidaat-Scheutisten in Leuven, en directeur van het missie-animatiecentrum in Kortrijk. Vanaf 1987 stond hij in dienst van het bisdom Antwerpen, eerst als onderpastoor en vervolgens als pastoor en pastoor-deken te Zandhoven en tenslotte was hij werkzaam in de parochiepastoraal te Beerse.

Open, ontvankelijk en sociaal bewogen zoals hij was, koos Hilaire na zijn humaniora en zijn lerarenopleiding voor een duurzame levensinzet als missionaris. Tijdens de vormingsjaren animeerde hij de confraters achter een drumstel op feestdagen en bonte avonden. Hilaire was er graag bij als er wat te vieren viel. Hij was een enthousiaste kerel met zin voor humor.

Als missionaris mensen vormen en animeren voor de christelijke visie en menswaardige, evangelische waarden, dat is de rode draad door zijn levensloop gebleven: in Kasaï, Congo en hier in Vlaanderen als verantwoordelijke voor de vorming en econoom; vooral vele jaren in de parochiale pastoraal in Merksem, Zandhoven, Vlimmeren en Beerse. In Zandhoven was Hilaire ook maandelijks de vlotte gastheer van Scheutisten uit de regio. Hij draaide jaren mee in de Commissie Voortgezette Vorming en organiseerde verschillende sessies voor missionarissen die definitief terugkeerden uit de buitenlandse missies.

Als Econoom in Kessel-Lo was Hilaire ook een fijne gastheer voor de ‘Familie Klepkes’, een vriendenkring van en voor gehandicapten, die meerdere jaren hun zomerkamp in het Verbistcentrum mocht organiseren. Dat viel bij sommige confraters niet altijd in goede aarde, want de Klepkes zijn een luidruchtige bende die in die tijd niet altijd het onderscheid maakten tussen dag en nacht. De klachten kwamen o.a. bij Hilaire terecht die dan de plooien mocht gladstrijken.

Hilaire heeft Avimo, de audiovisuele animatiedienst van Scheut en het CMI (Comité van Missionerende Instituten) jarenlang gediend als voorzitter van de beheerraad (tot Avimo in 2008 werd overgedragen aan Castrum, vzw).
Op de terugweg van vergaderingen in Scheut vertelde Hilaire vol bewondering over zijn broer Raf en hoe hij omgaat met zijn handicap. Soms ventileerde Hilaire zijn ongenoegen over het afstandelijk diocesaan beleid zoals de draconische schaalvergroting van parochies tot pastorale eenheden.

Hilaire heeft altijd goed beseft dat je als pastoor niet voor iedereen goed kunt doen; sommigen dragen je op handen, anderen doe je onvermijdelijk pijn en keren zich van je af. Hilaire zocht bij voorkeur een consensus tussen verschillende standpunten, maar kwam ook uit voor zijn persoonlijke overtuiging. Wie verantwoordelijkheid draagt, loopt het risico soms verkeerd begrepen te worden of verkeerde beslissingen te nemen. Geen licht zonder schaduw, geen schaduw zonder licht.

Hilaire voelde zich gelukkig wanneer hij ongeremd zichzelf kon zijn tussen vrienden bij een van de barbecues of feestjes die hij graag thuis organiseerde. Hij heeft zijn afscheid van de parochie grondig voorbereid, zodat het pastorale team en de trouwe medewerkers de diensten in Beerse met vertrouwen kunnen voortzetten. Begrafenissen werden al langer zonder Hilaire verzorgd en voorgegaan, en voor zichzelf verkoos hij ook een eenvoudige afscheidsviering.

Toen hij eens de recollectie leidde in Schilde zei Hilaire: “God wordt door alles geraakt, want zo is de liefde”. Hij noemde geloof, hoop en liefde de kwaliteitskenmerken van het leven. De basis blijft een diep vertrouwen in het leven. En zonder hoop is het geen leven; zolang er leven is, is er hoop, en waar er geen leven meer is, is er voor gelovigen toch nog hoop, zei hij. Hilaire besloot zijn toespraak met wat misschien wel de leuze van zijn leven was: ‘waar liefde is daar is God’.

Hilaire was nog maar enkele maanden met pensioen toen zijn gezondheid geplaagd werd door hart- en vaatproblemen. Toen ik Hilaire thuis opzocht, kort voor de laatste ingreep, overschouwde hij dankbaar zijn leven, en onzeker maar vredig en met vertrouwen keek hij uit naar de operatie. Moge Hilaire nu thuiskomen in Gods liefde en voortleven in dankbare herinnering.

Wilfried GEPTS

 

 

 

Pater Albrecht BrysBrys Albrecht

 

Geboren te Kortrijk op 05.10.1925

Religieuze geloften op 08.09.1946

Priester gewijd op 29.07.1951

Missionaris in NC van 1954 tot 1976, in België van 1977 tot 1982 en in Singapore van 1983 tot 2011

Overleden in Torhout op 17.09.2017


Albert, zoals wij hem gewoonlijk noemden, werd geboren in Kortrijk maar groeide op in Oostende. Hij beschouwde zich trouwens als Oostendenaar en deed daar zijn humaniora vooraleer naar Scheut te gaan. Na zijn priesterwijding volgde hij nog twee jaar pedagogische studies en behaalde het diploma van onderwijzer voor de centrale examencommissie in Brussel.

Daarna vertrok hij naar Lisala en kwam als vanzelfsprekend in het onderwijs terecht, eerst als leraar in Umangi en Bolongo maar al spoedig werd hij directeur van de “Ecole d’apprentissage pédagogique” in Bominenge. Ook was hij enkele jaren reispater in Bangabola en Gbosasa om daarna opnieuw leraar te worden in de middelbare school van Mbaya.

Toen hij in 1977 een sabbatjaar gedaan had in Londen hielden ze hem vast in Noord-België en vijf jaar lang was hij er Provinciaal secretaris. Vervolgens trok Albert naar Singapore waar hij zich nog 28 jaar lang zou inzetten. Aartsbisschop Gregory Young twijfelde aanvankelijk of hij een man van 57 jaar, die vroeger in Congo gewerkt had, daar wel zou verwelkomen als missionaris. Maar algauw bewees Albert dat hij over een uitzonderlijk aanpassingsvermogen beschikte.

Eerst werkte hij een jaar in de parochie van Sint-Vincentius, en daarna was hij 14 jaar een vlotte medewerker op de parochie van O.-L.-Vr. van Altijddurende Bijstand, in een equipe met de Franse paters Loiseau en Aro, twee bekende namen van de Missions Etrangères de Paris. Het waren drukke maar succesvolle jaren met veel nieuwe initiatieven. Bert startte er de St.-Jeroom Bibliotheek. Zelf was hij een gretig boekenlezer en hij moedigde de christenen aan om meer over spiritualiteit te lezen. In de parochie werd hij ook de grote promotor van de RCIA, het volwassenencatechumenaat en van Mariage Encounter.

Vervolgens werkte hij een hele tijd in de Franciscus van Assisi parochie waar het catechumenaat en Mariage Encounter ook zijn grote prioriteiten waren, maar eveneens startte hij er een bijbelgroep. Zelf las hij heel zijn leven door met veel ijver de Bijbel. Het Nieuwe Testament las hij in het Grieks.

Bij dit alles was hij nog de lokale overste van Scheut in Singapore en lid van de Provinciale Raad. Er zijn wellicht weinig raadsleden geweest die zo nauwkeurig elke provinciale raadsvergadering voorbereidden. Zijn liefde voor Scheut was gekend bij de confraters. Alle nieuws over Scheut vroeger en nu, nieuwe uitdagingen voor Scheut, het interesseerde hem allemaal ten zeerste. Het was de tijd dat het China Programma van de Verbiest Stichting in Leuven uitgebouwd werd. Het maandelijks verslag ervan in Pedicab en alle activiteiten ervan binnen China maakten hem enthousiast. Meerdere keren herhaalde hij: “Indien ik 20 jaar jonger was, dan zou ik Chinees leren en meedoen aan dat programma”.

Bert was een man met principes en strenge zelfdiscipline. Hij straalde een enthousiast engagement uit voor zijn missionaire taak. Zijn toespraken en homilieën waren parels, degelijk voorbereid door uren studie en onderzoek. Improvisatie was bij hem uit den boze. Zijn christenen waardeerden zijn eenvoud, zijn opgewekt karakter en spontane vriendschap. De aanvankelijk twijfelende aartsbisschop was vol lof over hem.

In 2011 kwam de tijd voor Bert om in een huis van Scheut in België rust te vinden midden de confraters die hij gekend had in Congo en Azië. Hij genoot er van het regelmatig contact met zijn jongere broers en zusters. Hij was immers de oudste in een gezin van zeven kinderen die allemaal naar hem opkeken. Toen een gesprek moeizamer werd herhaalde hij ontelbare keren: “Ik heb een mooi leven gehad”. Twee dagen voor zijn 92ste verjaardag is hij rustig van ons heengegaan. Hij rust nu bij de Heer die hem zal doen opstaan op de laatste dag.

Jeroom HEYNDRICKX

 

 

 

Pater Frans HarrenHarren Frans

 

Geboren te Amsterdam op 12.03.1933

Religieuze geloften op 08.09.1953

Priester gewijd op 25.07.1958

Missionaris in Guatemala van 1959 tot 2004 maar van 1982 tot 1985 in Mexico Stad

Overleden in Tilburg op 07.09.2017

 

Tijdens de crisis van de dertigerjaren werd Frans geboren als zesde kind in een reeks van acht. De oorlogsjaren maakten de ontberingen nog erger en na de oorlog werd hij uitgekozen om bij de familie Plancherel in het Zwitserse Domdidier aan te sterken. Omdat hij al vroeg de wens te kennen gaf missionaris te worden leidden zijn wegen naar Scheut en voor broers en zusters was Frans altijd diegene die “elders studeerde” en alleen tijdens de vakanties bij hen thuis kwam.

Na zijn priesterwijding werd Frans bestemd voor de missie van Guatemala. In 1959 vertrok hij per boot vanuit Rotterdam. Na zijn taalstudie werd hij benoemd in de “costa”, het laagland aan de zuidzijde. In de jaren die volgden was hij werkzaam in de parochies van Santa Lucia Cotzumalguapa, La Democracia en Esquintla. Na de moord op Walter Voordeckers die hij van dichtbij meemaakte zou hij een langer verlof doorbrengen in Nederland en vervolgens zich drie jaar wijden aan de basisgemeenschappen in Mexico Stad. Na zijn terugkeer in Guatemala verbleef hij vooral in het Provinciaal Huis in de hoofdstad waar hij gastvrijheid verleende aan bezoekers, de financiën van de provincie bijhield en in de weekends zich pastoraal inzette in de sloppenwijken dichtbij.

Het is waar dat hij nooit overhaastig was, in heel veel dingen zeer langzaam zelfs, maar daartegenover stond dat wat uit zijn handen kwam niet gecontroleerd hoefde te worden. Het was steeds perfect, of het nu Nederlands of Spaans was, of cijfers, de getallen klopten altijd. Hij heeft zijn talenten zeker niet begraven. Trouw aan zijn roeping en zorg voor zijn mensen stonden bij hem hoog in het vaandel en hij heeft dit volgehouden tot het echt niet meer kon.

De moord op Walter Voordeckers, op 12 mei 1980, in Santa Lucia Cotzumalguapa liet op hem een zeer diepe indruk achter, waar hij de rest van zijn leven mee geworsteld heeft. We kunnen hem best zelf aan het woord laten, zoals hij het zei in de kathedraal van Guatemala Stad op de Dag van de Martelaren, 30 juni 2000: “Guatemala bewaart een grote schat, een erfenis, een krachtige inspiratie: Guatemala heeft martelaren. … Onder de vele voorbeelden van gemartelde mensen, zou ik graag één geval naar voren willen halen. Het gebeurde in Santa Lucia Cotzumalguapa. Twintig jaar geleden werd op enkele passen van de parochiekerk Walter Voordeckers op gruwelijke wijze vermoord. Hij was amper veertig jaar oud. Twintig jaar geleden… Voor de meesten een zeer lange tijd, het vijfde deel van een eeuw. Maar voor mij is die maandag 12 mei 1980 alsof het gisteren was. Hoe zou ik het voorval kunnen vergeten dat op die dag plaatsvond en de grootste schok van mijn leven betekende?

Op de straat rende Walter voor zijn leven. Helaas tevergeefs. Ondertussen zat ik rustig in mijn kamer op de pastorie maar ik verzeker u: Tot op de dag van vandaag hoor ik het geluid van de schoten die, op klaarlichte dag, mijn confrater dodelijk verwondden. Met knikkende knieën en bezeten van angst bereikte ik de plaats van het onheil waar ik hem zag liggen terwijl hij doodbloedde. Nooit zal ik dat beeld kwijtraken.

De begrafenis, de volgende dag, was een uiting van solidariteit van duizenden mensen. Vanuit de verste uithoeken van de parochie en van ver daarbuiten waren ze gekomen.

Inderdaad… Guatemala is een gezegend land. Niet door wijwater maar door het bloed van de martelaren dat over zijn grond vloeide. De zusters Sabine en Paula, vrouwen die sterker waren dan ik, nodigden mij uit om samen met hen te bidden. Het werd een écht gebed: een van die momenten waarin je de aanwezigheid van God als het ware voelt.

Gezamenlijk kwamen we tot de conclusie dat, zonder “iets groots” te verrichten, het feit alleen van onze aanwezigheid een getuigenis zou zijn van solidariteit met de mensen die hun herder kwijt waren. En zo deden we. Niettemin, toen na verloop van tijd de stilte na de storm intrad, begon ik steeds angstiger te worden. Ik voelde me een beetje zoals Petrus, toen het dienstmeisje tegen hem zei: “Ook jij was één van hen”. Zo overviel mij het verlangen om te vluchten, deze moeilijkheden achter me te laten, om rust en gemak te vinden.”

In 2004 kwam Frans voorgoed naar Nederland. Ooit ontvielen hem de woorden: “Ik was veel liever in Guatemala gebleven…”. Op zijn eigen stille manier bleef hij aanwezig, misschien een beetje teruggetrokken. Het trauma van de moord op Walter heeft hem nooit losgelaten. Zijn leven was erdoor getekend. Maar veel troost en voldoening vond hij bij de Spaanstalige gemeenschap van Den Bosch. Elke laatste zondag van de maand ging hij er voor in de Eucharistie. Hij heeft er veel gegeven en ook veel liefde en waardering ontvangen.

En zo gingen de dagen verder, zijn gezondheid ging steeds meer achteruit, bloedingen volgden elkaar steeds sneller op. Een nachtelijke val uit zijn bed werd hem uiteindelijk noodlottig. Overgebracht naar het ziekenhuis werden de berichten over zijn toestand steeds ongunstiger. De ziekenzalving beleefde hij nog heel bewust mee, en enkele uren later overleed hij rustig. Een stil maar toegewijd priesterleven was tot zijn einde gekomen. Rust nu in vrede, Frans.

Frans HÖLSCHER