Pater Michel HaeltermanHaelterman Michel 4

 

Geboren te Zandbergen op 01.02.1934

Religieuze geloften op 08.09.1954

Priester gewijd op 02.08.1959

Missionaris in de Filipijnen van 1960 tot 2007

Overleden in Zuun op 15.05.2017

 


Op 8 september 1953 trad Mike binnen in het noviciaat van Zuun en begon er zijn opleiding om missionaris te worden. Op 18 november 1960 vertrok hij dan naar de Filipijnen. Met uitzondering van één jaar, toen hij missiepropagandist was in Oost-Vlaanderen, was hij steeds werkzaam in de parochiepastoraal, tot hij in 2007, gedwongen door zijn gezondheidstoestand, definitief naar België moest terugkeren. Zijn gouden hart, vol geloof in Christus en liefde voor zijn mensen, bleef echter steeds in de Filipijnen.

Na de taalschool gevolgd te hebben in Taytay was hij gedurende drie jaar onderpastoor in Natonin en vervolgens drie jaar pastoor in Pinukpuk. Toen werd Mike gevraagd voor de missiepropaganda in Oost-Vlaanderen maar na een jaar mocht hij terugkeren naar Pinukpuk als pastoor. Hij zou er nog 7 jaar blijven tot hij pastoor werd in Bulanao en vervolgens in Kabugao en Agbannawag.

Duizenden kilometers heeft hij afgelegd met de jeep, maar ook veelal te voet, om er zijn christengemeenschappen te bezoeken, het evangelie te verkondigen, de sacramenten toe te dienen, maar ook om hun lichamelijk welzijn te verbeteren. Hij bracht de mensen samen en moedigde hen aan om hun toestand te verbeteren. Zo heeft hij zeker in een 20-tal gehuchten, in samenwerking met de bevolking, waterputten gegraven, soms wel tot 40 meter diep, opdat zijn mensen dichtbij drinkbaar water zouden hebben. Als hij van zijn mensen sprak, dan zei Mike: “Wij Kalinga’s”, en ze beschouwden hem ook als één van hen. Zo kon hij ook voor vrede en verstandhouding zorgen onder hen en hun bemiddelaar zijn bij stammentwisten. Hij was hun “Peace-pactholder”. Toen eens twee dorpen in zware ruzie lagen slaagde hij erin de ouderlingen van beide groepen samen te brengen om te onderhandelen. Dat kon lang duren, tot na middernacht, maar toen alles geregeld was begonnen ze de varkens te slachten en samen te eten. Een paar varkens gingen er wel aan maar vele mensen waren gered.

Enkele jaren geleden moest Mike noodgedwongen naar België komen. Jaren lang bleef hij, tegen alle hoop in, denken opnieuw te kunnen vertrekken, naar “zijn” mensen, daar waar hij thuishoorde. Voor wie hij zich jarenlang volledig ingezet had. Toen ik zag en voelde dat Mike hier niet gelukkig was, dat hij iets mankeerde, vroeg ik hem: “Wat is er Mike, zit je zonder tabak?” Neen zei hij. “Zit je misschien zonder pijp?” “Neen, antwoordde hij, ik zit zonder compagnie”. Wij dachten misschien dat hij veel dingen niet goed meer wist, maar het voornaamste wist hij misschien beter dan wij.

Nu is Mike naar de hemel en vast en zeker zit hij daar niet zonder compagnie. Hij zit er weer bij zijn volk. Hij zal er niet meer moeten onderhandelen in peace-pactvergaderingen want er zal echte vrede zijn. Nu kan hij er volop genieten van wat hij hier op aarde 47 jaar lang bij “zijn Kalinga’s” heeft trachten te verwezenlijken.

Louis MELLEBEEK

 

 

 

Pater Jan Dufraing                                                          

 

Geboren te Meer op 11.11.1927

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 02.08.1953

Missionaris in Congo (Inongo en KIN) van 1956 tot 1994, in Tsjaad van 1995 tot 2000 en daarna in België

Overleden te Malle op 30.04.2017

 

Na zijn theologische vorming behaalde Jan nog een kandidatuur in de pedagogische wetenschappen aan de KU Leuven en vertrok dan als missionaris naar het bisdom Inongo. Eerst was hij een tijdje reispater in Oshwe en Ireko maar werd al spoedig Directeur van de Normaalschool in Bokoro, later van het kleinseminarie in Bokoro en ook van het college in Kutu. In 1964 werd hij dan Inspecteur van het Katholiek Onderwijs van het bisdom en ook Provinciaal.

In 1974 verplaatste het werkgebied van Jan zich naar Kinshasa waar hij achtereenvolgens pastoor, Directeur van het Institut Supérieur de Sciences Religieuses, en ook opnieuw Provinciaal werd. In 1994 ging hij het nog verder zoeken en Kameroen werd zijn nieuwe Provincie, maar hij werkte er vooral in de parochiepastoraal in Tsjaad.

Voor zijn uitvaart koos Jan zelf de evangelietekst: “Ik heb jullie de taak gegeven erop uit te gaan en vrucht te dragen, vruchten die blijvend zijn.” Deze taak heeft Jan heel trouw vervuld, en ze heeft inderdaad overvloedig vrucht gedragen. Hij was onvermoeibaar en geen enkele inspanning was hem teveel. Als inspecteur van de scholen, en later als Provinciaal moest hij soms heel grote afstanden afleggen om iedereen te bezoeken. Het waren meestal reizen van weken. Hij bezocht alle missies driemaal in het jaar, daar kon je op rekenen. Meestal per snelboot of per moto. Dat moet hem heel zwaar gewogen hebben, maar hij klaagde nooit, en deed het plichtsbewust.

Soms gebeurden wel van die onvoorziene dingen. Zo ging hij eens per moto op inspectiebezoek naar de scholen van Tandembelo, in het binnenland van Taketa. Om er te geraken moest hij over een weg waar over een afstand van 40 km geen enkel dorp was. Halfweg kreeg hij platte band, haalde de binnenband eruit en zag dat die onherstelbaar was. Techniek was niet zijn sterkste kant, maar toch had hij een ingenieus idee. Hij stak de buitenband vol gras en mos die hij langs de weg vond, en kon de inspectie van de school doen zoals het hoorde. Je moet er maar aan denken. En zo deed Jan regelmatig nieuwe ideeën op. Hij had steeds een notaboekje in zijn hemdzakje, waarin hij alles opschreef wat wij als opmerking hadden. Hij aanvaardde die niet alleen, maar hield er ook steeds rekening mee. Hij was niet de man die dacht alles beter te weten.

Als hij een homilie of een conferentie gaf, dan kon je erop aan dat die steeds naar de kern van de zaak ging. Geen holle woorden. Hij meende wat hij zei. Hij had principes, en hield er zich aan.

Eens terug in Europa werd hij nog aalmoezenier in het RVT Mayerhof te Mortsel en later aalmoezenier van de zusters van de H. Vincentius in Deftinge. In 2007 kwam hij dan op rust in Schilde waar zijn gezondheid stilaan aftakelde. De laatste dagen van zijn leven was zijn grootste pijn een gevoel van eenzaamheid, van verlaten zijn. Misschien was het wel eerder een stilaan bewust worden dat hij alles moest achterlaten waarvoor hij geleefd had. Ondanks het heel regelmatig bezoek van familie en confraters in het hospitaal, en in ‘De Dennen’ waar hij de laatste dagen verbleef, voelde hij zich toch door iedereen verlaten. Het moet dit gevoel geweest zijn dat Jezus op het kruis deed uitroepen: “Mijn God, waarom heb je me toch in de steek gelaten?” Met diezelfde pijn leefde Jan heel dicht bij de Heer. Hij schonk zijn lichaam aan de wetenschap. Het was het laatste dat hij nog kon weggeven. Dank je Jan, meer kon je echt niet meer geven. Anderen zullen nu, dankzij jouw lichaam anderen beter kunnen helpen in hun lijden. Was het niet juist daarvoor dat je Gods roeping gevolgd hebt en naar Inongo, Kinshasa en Tsjaad gegaan bent?

Paul VANDEREEDT

 

 

 

Pater Jaak Bos

 

Geboren te Grubbenvorst op 21.10.1927

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 02.08.1953

Missionaris in Congo (Inongo) van 1958 tot 1999

Overleden in Teteringen op 24.03.2017 

 

 

Geboren en getogen in Grubbenvorst groeide in Jaak al op jeugdige leeftijd het verlangen om missionaris te worden. Na zijn opleiding op het missiecollege van Sparrendaal en daarna in Nijmegen werd hij priester gewijd. Zijn droom om naar de missie te vertrekken werd echter pas werkelijkheid nadat hij eerst nog vijf jaar in de missieanimatie had gewerkt. In 1958 mocht hij dan eindelijk naar Inongo vertrekken, een streek op ongeveer 500 km ten noorden van Kinshasa. Dit gebied van meren en rivieren werd zijn werkterrein. Aanvankelijk werkte hij als reispater, zowat in alle hoeken en kanten van dat grote diocees. Verschillende keren moest hij ergens invallen om bepaalde confraters te vervangen die door ziekte of vakantie gedurende een korte tijd afwezig waren. Uiteindelijk kon hij, tot zijn grote vreugde, genieten van een meer sedentaire bestaan in Lonkesa, waar hij procurator en econoom van het bisdom was. Daarvan maakte hij zijn levenswerk. Daar voelde hij zich op zijn gemak. Hij bleef er 24 jaar, van 1975 tot 1999.

Jaak was een man van weinig woorden. Hij bleef graag op de achtergrond. Hij vond het moeilijk om uit zijn hoekje te komen om buiten Lonkesa nog ergens voor te gaan in de eucharistie. Hij voelde zich vooral op zijn gemak tussen zijn eigen mensen. Met zijn medewerkers van Lonkesa had hij een heel goede band, en dat wisten ze in hoge mate te waarderen.

Zijn hoofdbekommernis was om alle confraters in dat uitgestrekte missiegebied van Inongo van al het nodige te voorzien zodat ze hun werk en hun apostolaat goed zouden kunnen doen. Zonder die goede zorgen van hem zou dat onmogelijk geweest zijn. Vervoer gebeurde daar vooral via de waterwegen. De heenreis naar Kinshasa duurde drie dagen, de terugreis een hele week. Mensen van de streek profiteerden ervan om met de boot mee te varen om er hun landbouwproducten aan de man te brengen. Jaak ging heel vaak mee met die boot en het was steeds een hele onderneming om alles in goede banen te leiden. Eens terug in Lonkesa moest alles dan nog doorgestuurd worden naar de verschillende missieposten, en ook dat was een hele onderneming.

Ook had Jaak een fietsenproject om de mensen te helpen om kleinere hoeveelheden van hun producten naar de missie te brengen. Dat was ook heel belangrijk voor de streek. Duizenden fietsbanden, kettingen, spaken, velgen en allerlei andere zaken zijn zo in Lonkesa voorbijgekomen om de hele streek van het nodige te voorzien. Ook de middelbare school genoot de speciale zorgen van Jaak. De gebouwen waren een beetje aan het verpieteren en met de hulp van het missiecomité van Grubbenvorst zette hij een actie op om geld in te zamelen voor de restauratie. Het werd een groot succes. Klassen, het internaat en zelfs de watertoren werden grondig onder handen genomen en het resultaat mocht gezien zijn.

In die tijd in Lonkesa zijn er ook verschillende moeilijke periodes geweest. Omwille van de dreigingen van plunderingen had Jaak een soort wacht opgericht waarbij medewerkers zelfs met geweren de wacht hielden. Er is niets gestolen geworden. Wel kwam er een brief van de bisschop om te zeggen dat het voor missionarissen niet paste dat er geweren gebruikt werden. En toen de dreiging voorbij was kwam de bisschop wel benzine vragen voor die buitenboordmotor omdat die elders gestolen was. Hij heeft die natuurlijk gekregen.

Door een ernstig ongeval kwam in 1999 plots een einde aan die mooie tijd in Lonkesa. Jaak kwam op rust naar Sparrendaal. Hij maakte zich nog dienstbaar als portier en telefonist. Voor het contactblad “Hier en Elders” was hij een niet te onderschatten medewerker. In alle bescheidenheid zorgde hij eigenhandig voor de adressering van de vele zendingen. Hij haalde graag zijn jeugdherinneringen op en vertelde vooral graag en veel over de vele mooie herinneringen aan zijn boottochten over de donkere wateren van de Lukeni rivier. Het waren mooie herinneringen die hij tot het einde bleef koesteren. Nu is zijn boot aangemeerd in de veilige haven van het hemelse vaderland. Daar zal hij als een trouwe dienaar verwelkomd worden door de Hemelse Vader.

Jan MOCKING

 

 

 

Pater Paul Zwaenepoel

 

Geboren te Assebroek op 07.01.1924

Religieuze geloften op 08.09.1942

Priester gewijd op 01.08.1948

Missionaris in de Filipijnen van 1949 tot 1987

Overleden te Brugge op 17.03.2017

 

 

Paul was het tweede kind uit een zeer christelijk gezin met drie jongens en een meisje in Assebroek. Na zijn humaniora in het Sint-Lodewijkscollege van Brugge trok hij op 17-jarige leeftijd naar het noviciaat van Scheut, en volgde er de klassieke opleiding tot priester. Zo kon hij reeds in 1949 vertrekken naar zijn missie in de Filipijnen. Veel jonge Scheutisten konden hun droom waarmaken door te voet of te paard of per prauw de afgelegen gebieden in te trekken en er pionierswerk te verrichten in doodarme streken. Het leven van Paul stond vooral in het teken van vorming en opleiding van jonge mensen. Onderwijs was zijn passie. Van 1949 tot 1964 was hij in verschillende scholen werkzaam, in Noord-Luzon, Baguio, Tagudin, Bayombong en dan opnieuw in Baguio. In 1964 werd hij er de tweede president van de toen nog jonge Saint Louis University en bleef dat tot 1976.

De opvoeding waarvoor Paul zich inzette moest kwaliteitsvol zijn. Hij besteedde al zijn tijd en talenten in de opbouw en uitbouw van een kwalitatief hoogstaande universiteit. In die jaren was dat niet vanzelfsprekend in een arme streek als de Cordilleras van Noord Luzon. De financiële middelen waren er niet om een degelijke infrastructuur op te zetten en bekwame leerkrachten aan te trekken. Maar dat was zonder de waard, Paul Zwaenepoel, gerekend. Hij bezat immers ook uitzonderlijke talenten voor management en uitbouw van een volwaardige universiteit. Hij schuimde West-Europa af, vooral Duitsland, Nederland en Vlaanderen, voor financiële en academische steun voor de jonge universiteit. Gebouwen werden opgericht en een string van faculteiten kwamen tot stand: humane wetenschappen, natuurwetenschappen, engineering en architectuur, een medische school en een verpleegopleiding, handel en boekhoudkunde, rechten, en vooral de faculteit van pedagogie om de scholen over de Cordilleras verspreid van goede leerkrachten te voorzien.

Tezelfdertijd werkte Paul ook aan zijn eigen verdere kwalificaties als opvoeder. In 1974 behaalde hij een doctoraat in pedagogische wetenschappen aan de KU Leuven, juist alsof dat maar een tussendoortje was. Zijn werkkracht was immers enorm.

Toen hij in 1976 de Saint Louis University verliet is hij nog vele jaren actief geweest aan de Universiteit van Santo Tomas in Manila als decaan van de ‘Graduate School’. Hij was ook de stichter en eerste voorzitter van de ACUP (Association of Catholic Universities of the Philippines). Hij werd een belangrijke en erg gewaardeerde figuur in het Filipijnse Onderwijs. Verschillende hogere onderscheidingen vielen hem te beurt. Hij was letterlijk een zeer groot en gewichtig man. Iemand beschreef hem als ‘a big man with a big vision, an action man’.

Na zijn actieve leven als missionaris kwam hij in 1987 op rust in ons Missiehuis in Torhout. Maar hij bleef actief en zeer verbonden met de Filipijnen. Hij schreef een resem van artikelen, vooral met focus op onderwijs. Hij onderhield een nauwe band met de vele Filipino’s hier in Vlaanderen. Een tiental jaar geleden verhuisde hij naar de Garenmarkt in Brugge om er rustig te genieten van zijn oude dag. De laatste maanden ging zijn gezondheid gestadig achteruit tot hij in het ziekenhuis belandde en zachtjes van ons heengegaan is. Zijn hart heeft het begeven maar hij zal nu voortleven in de harten van veel Filipino’s. Hijzelf is thuisgekomen waar wij allen eens willen zijn: thuis bij God de Vader.

Paul VAN PARIJS

 

 

 

Broeder Jef Heynderycx

Heynderycx Jozef 3 kopie

                                                                  

Geboren te Gent op 29.03.1952                                                                                                                              

Religieuze geloften op 12.09.1971

Missionaris in Congo (KAS) in 1975-76, in Haïti van 1981 tot 1993. Daarna in België

Overleden in Gent op 14.03.2017

 

  

Zijn jeugd bracht Jef door, samen met zijn twee broers en drie zussen, in Sint-Amandsberg. Na zijn humaniora in het Sint-Jan-Berchmanscollege trok hij naar Scheut. Dat kende hij want zijn oom Jef Annaert was er ook. Na een aantal jaren vorming in Kortrijk vertrok hij in 1975 naar Congo waar hij in het bisdom Oost-Kasaï een eerste missionaire ervaring zou opdoen. Omwille van ziekte moest hij echter vroeger dan voorzien naar België terugkeren. Hij maakte dan zijn studies verder af in Antwerpen, Heverlee en aan de KU Leuven. In 1981 vertrok hij dan opnieuw, maar nu naar Haïti. Hij werkte er een tiental jaren mee in de pastorale equipe van de parochie St.-Michel de Latalayi, en was ook nog één jaar verantwoordelijk voor de opleiding van een aantal jonge Haïtiaanse Scheutisten.

Terug in België had hij duidelijk zijn hart verloren aan het Haïtiaanse volk, maar de erbarmelijke toestand van het volk en het dictatoriaal regime hadden enkele krassen nagelaten op zijn ziel. Hij bleef zich dan hier inzetten voor mensen die het moeilijk hadden in de maatschappij: vluchtelingen, mensen met een beperking, ex-gedetineerden, mensen die begeleid werden om zich opnieuw te kunnen integreren in het sociale leven. Dat deed hij vooral in Gent waar hij zich 19 jaar onafgebroken inzette in ‘Huize Nieuwpoort’.

Jef bekommerde zich niet veel over zichzelf. Hij vond de zin van zijn leven in het aanwezig zijn bij mensen. Hij zette zich helemaal voor hen in. Zij die hem de laatste jaren observeerden zagen hoe hij de laatste tijd stilaan achteruitging, fysisch en psychisch. Hij had rust nodig en die vond hij in Scheut, tot hij geleidelijk de draad weer wilde oppikken en zijn intrek nam in Huize Nieuwpoort. Het werd zijn laatste intrek.

Veertien dagen voor zijn 65ste verjaardag is Jef van ons heengegaan. Het was nochtans goed begonnen. Toen hij in de jaren ’70, Jef was toen 18 jaar, de keuze maakte om van zijn leven iets zinvols te maken, hing er een golf van protest en ontevredenheid over de bestaande wereldorde van dominantie en onrecht. Maar er waaide ook een nieuwe wind. Er was iets nieuws op komst. De generatie van toen werd daarin meegezogen.

Jef wou zich inzetten voor zijn medemens. Dat had hij ook van thuis uit geleerd. Hij wou missionaris worden maar hij zou er zijn eigen kleur aan geven. Met minder aureool, zonder klerikale status, gewoon zoals hij was, authentiek. Wars van prestige, macht, en geld. Geen groot vertoon. Want Jef was geen barricade-mens, geen frontlijn-er, geen animator. Zijn plaats was niet vooraan, - daar voelde hij zich niet goed bij - , maar naast de mensen, of liever midden onder hen. Niet belerend, maar zorgzaam en dienstbaar. Begeleider van mensen, aan hen gelijkwaardig.

Als je op weg gaat, neem dan geen geld mee, neem niets mee om indruk te maken of om macht te hebben over anderen. Aan mijn aanwezigheid heb je genoeg.”

En zo leefde hij, eerst in Congo, maar vooral in Haïti. Wie midden onder de mensen leeft en hun leven deelt, deelt ook in de klappen. Je lijdt evengoed onder het onrecht veroorzaakt door een onbarmhartige dictator. Je voelt de pijn wanneer goede vrienden en medewerkers worden vermoord. Het is alsof je zelf wordt geraakt in het diepste van jezelf. De krassen nagelaten op de ziel van Jef, het is de prijs die je ervoor betaalt.

Jef kwam terug naar België. Men zegt soms: “Het kwade heeft vleugels. Het goede gaat als een schildpad”. En Jef deed voort. Opnieuw stond de mens centraal. Niet degene die het goed heeft. Maar degene die het meest aandacht nodig had. (Ze waren welkom in Huize Nieuwpoort of in de Bevrijdingslaan, of elders).

Als je op weg gaat, heb dan vooral oog voor wie klein is, verloren en gebroken.

Loop op het ritme van de traagste, draag wie moe is, troost wie droef is.

Groet wie eenzaam is. Deel jezelf zonder iets te vragen.”

We zien het hem ook doen. Misschien had hij toch wat meer moeten vragen, en ook iets overhouden en bewaren voor zichzelf. Hij was er de man niet voor. Hij bewaarde het in zijn hart, tot hij de woorden vond om het met heel veel gevoel in verzen neer te schrijven. Het zijn zijn pareltjes geworden. Het was zijn manier van dingen verwerken. Hij had dit vaker moeten doen.

Waarom is het dan niet gebeurd? Wie zal het zeggen? We staan hier opnieuw voor onze menselijke grenzen en eigen kwetsbaarheid. Waar is dan die God die zo almachtig is? Het is de vraag naar zin en draagkracht van ons leven. Maar een almachtige God? Neen, zo’n God is er niet. Er is er enkel één op het niveau van mensen, in het hart van mensen. En die God, die heeft Jef ons voorgehouden.

Jan REYNEBEAU

 

 

 

Pater Gust Vantomme             

 

Geboren te Izegem op 25.03.1925                                                                                            

Religieuze geloften op 08.09.1944

Priester gewijd op 31.07.1949

Missionaris in de Filipijnen van 1950 tot 2009

Overleden te Torhout op 02.03.2017                             

                                                                                                                                                                                  

 

Na zijn humaniora in het college van Izegem trok Gust in volle oorlogstijd naar het noviciaat van Scheut. In 1950 was hij klaar om naar de missie te vertrekken. Het werden de Filipijnen. Eerst was hij zes jaar onderpastoor in Natonin, vervolgens pastoor op verschillende afgelegen en moeilijke missies, maar in Balabag zou hij dat 24 jaar lang blijven. Hij drukte er zijn stempel op de sfeer en de mentaliteit van het dorp.

Balabag is een landelijk plaatsje tussen de grote steden Tabuk en Tuguegarao in de Provincie Kalinga. Daar was Gust niet “de pastoor”, maar gewoon een van de mensen. Hij viel op door zijn eenvoud en zijn gemoedelijke omgang met de mensen. De missie en de middelbare school waren er als één grote familie, en dat had zijn invloed in het dorp. Bijna iedereen was door die school gepasseerd, en ze bleven dan familie. Gust was wel steeds in de weer, maar hij scheen nooit gehaast, en er mocht altijd wel iets tussenkomen. De dag kwam maar traag op gang, er was altijd tijd voor een woordje met de mensen, en een praatje over wat hen bezighield. ’s Avonds, als de stilte inviel, kwam iedereen die op of rond de missie woonde samen voor het avondgebed, in de koelte onder de grote acacia voor de deur van de pastorie. Voor het kapelletje brandde een lichtje, en daar werd de rozenkrans gebeden, en iedereen kreeg de avondzegen van pater Gust. Die hartelijke sfeer van mensen onder mekaar kenmerkte het leven en het werk op de missie van Balabag.

Een andere trek in het karakter van Gust was zijn volledige inzet in dienst van de mensen. Ook buiten het centrum van de missie was hij steeds bereid de mensen te helpen. Hij zou onrechtvaardige behandeling of verdrukking aanklagen, zelfs tot in de rechtszaal toe. Zijn volle aandacht ging naar de mensen. Voor zichzelf had hij geen nood aan comfort of luxe. Bezoekers vonden dat wel iets speciaals, maar de gulle ongedwongen gastvrijheid maakte alles goed. Op het einde heeft hij dan wel een nieuwe pastorie gebouwd, op aandringen van de bisschop, maar dat kwam vooral zijn opvolger ten goede.

Die geest van dienst aan de mensen was duidelijk zichtbaar in enkele dingen die onbelangrijk lijken. Zo had hij zijn Toyota Landcruiser omgebouwd tot een echte dienstwagen, die dan ook diende voor alles wat de mensen ten goede kwam. Hij diende als ambulance, voor bezoeken en apostolaat in afgelegen gehuchten, om er cinema mee te gaan draaien, om inkopen te doen, als verhuiswagen. Ook zijn bureel was iets speciaals. Tussen de vele spullen vond je er ook een sigarenkistje, met heel wat briefjes met een naam, een datum en een bedrag, getekend door iemand die een bedrag geleend had, en de datum wanneer hij dat zou terugbetalen. Geen grote bedragen, eerder een ruggensteuntje in gewone kleine noden, een manier om mensen onopvallend te helpen uit de nood, gewoon als vriend. Ze zouden het wel terugbetalen, en dat gebeurde ook af en toe.

Maar wat vooral opviel was zijn onwrikbaar geloof en vertrouwen. Dat was verweven in zijn dagdagelijks komen en gaan. De familiale houding die hem kenmerkte in zijn omgang met de mensen kwam duidelijk naar voor in zijn omgang met Ons Heer en al zijn heiligen. Daaronder waren er verscheidene die zijn voorkeur genoten en volgens hem ondergewaardeerd werden. Hij trachtte er dan ook iets aan te doen, en die schat wilde hij ook meedelen aan anderen. Die spontane zekerheid en vanzelfsprekendheid in het geloof maakten hem gevoelig voor verhalen over verschijningen en private openbaringen en inspraken. Zo ging voor hem de openbaring nog altijd door. Wat hij over God en zijn heiligen geleerd en gehoord had, daar ging niets van af. Het maakte hem behoudsgezind en bezorgd over de veranderingen in de kerk en in de beleving van het geloof. Hierin herkende men bij hem ook de spreekwoordelijke Vlaamse koppigheid. Redetwisten daarover deed hij niet, maar van gedacht veranderen al evenmin.

Na 58 jaar missiewerk in de Filipijnen kwam Gust op rust “naar huis”, eerst naar Rumbeke, en toen de gezondheid zwakker werd, naar Torhout om er verzorgd te worden. Hij voelde zich thuis tussen de confraters, en vooral in de kapel. Zijn stil gebed werd een verwijzing naar de actie en het geluk van het leven in de missie. Zijn aandacht en zijn intenties bij het gebed gingen naar al die goede mensen die hij gekend had, in de Filipijnen en hier te lande. Rust nu in vrede Gust, bij ons Heer, bij zijn Moeder Maria en bij al zijn heiligen. Ze zullen je wel herkennen en je zal je onmiddellijk thuis voelen, ook bij hen.

Hubert DE CLERCK

 

 

 

Pater Jan Keunen                                              

 

Geboren te Mol op 07.12.1926                                                                                                                 

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 08.12.1953

Missionaris in Congo (KAS) van 1955 tot 1974, in Duitsland van 1975 tot 1991 en daarna in België.

Overleden in Zuun op 27.02.2017 

 

Jan was de derde telg in het gezin Keunen-Gruyters te Balen Wezel. Vóór hem was een tweeling, en na hem zou nog een meisje geboren worden. Na de lagere school in het dorp trok Jan eerst naar het college in Mol en voor de laatste twee jaar naar dat van Neerpelt. Vervolgens ging het naar het noviciaat van Scheut. Na zijn filosofie in Néchin en zijn theologie in Scheut en Leuven kon hij vertrekken naar Congo, meer bepaald naar Kasaï waar zijn oom hem als missionaris was voorafgegaan.

Zoals zovelen werd hij eerst schoolpater, te Muetshi en Tshidimba, maar na 3 jaar was het tijd om reispater te zijn, te Hemptinne, Mikalayi en Kanyuka. In 1972 werd hij dan Pastoor van de H. Familieparochie in Kananga en vervolgens nog medepastoor in St.-Clement in Kananga.

Over zijn werk en alles wat hij tegenkwam kon Jan meesterlijk vertellen en telkens haalde hij dan een humoristische stoot naar boven. Bij diegenen die hem niet goed kenden kwam hij misschien over als een drukdoend man, maar in de gezellige avonduren van de missie was hij de kalmte zelf. Hij stelde pertinente vragen, was bezorgd om het werk van zijn confraters en over de vooruitgang van kerk en geloof in de missie.

Eind 1974 keerde Jan terug naar België. Op voorstel van de Provinciaal aanvaardde hij een benoeming tot legeraalmoezenier in Duitsland en dat heeft hij 16 jaar lang met heel veel plezier gedaan. Vervolgens was hij nog negen jaar meewerkend priester in de parochie van Sint-Huibrechts-Lille in het dekenaat Hamont. Daar was hij dicht bij zijn familie. Ook in de omliggende dorpen heeft Jan nog veel dienst bewezen. Dienstbaarheid was geen ijdel woord voor Jan. Hij was geen man van veel woorden, maar van daden des te meer. Van tierlantijntjes hield Jan niet. Wel van directheid. Zijn vragen waren steeds doelbewust: Waar gaat het over? Wat kunnen we doen?

En vervolgens is Jan naar Kessel-Lo gegaan, zogezegd op rust. Maar ook daar heeft hij nog heel veel dienst bewezen. Jarenlang is hij mis gaan lezen bij de broeders Maristen, tot hij ziek viel en opgenomen werd in het UZ van Leuven. Zijn calvarie was begonnen. Van daar ging het in 2013 naar Zuun met de boodschap dat hij nog slechts enkele maanden te leven had. Hij heeft het toch nog bijna vier jaar uitgehouden.

Jan was heel tevreden over zijn leven. “Ik heb een schoon leven gehad”, zei hij herhaaldelijk, terwijl hij zijn verschillende levensperioden overdacht. Hij was gelukkig dat zijn leven meer dan 90 jaar mocht duren, en hij hoopte op een vlugge overgang naar het eeuwige leven. Toch heeft het nog een heel tijdje geduurd.

Jan was een man met karakter. Zijn lijden heeft hij moedig en met een groot geloof gedragen. Hij vroeg zelf om de ziekenzalving. Zolang als het enigszins kon nam hij nog deel aan het gemeenschapsleven. Hij was een man met een sterke wil en een groot doorzettingsvermogen. Tot zijn laatste uren bleef hij zich bewust van zijn toestand. Zijn laatste meditatieboek was ‘Mijn ziel keert zich stil tot God’, van Dietrich Bonhoeffer. “Mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil. Als onze ziel de weg tot hem heeft gevonden, dan helpt Hij, daar mogen we zeker van zijn. Stil luister ik naar zijn Woord en drink het diep in. Het zegt: ik heb je lief, mensenkind, blijf bij mij, ik ben je Vader”. Zo is Jan nu bij de Vader aangekomen, overgelukkig dat hij zijn doel bereikt heeft.

Emiel VAN DE VELDE

 

 

 

Pater Paul Van den Bosch

 

Geboren te Sint-Martens-Bodegem op 26.01.1922

Religieuze geloften op 08.09.1941

Priester gewijd op 26.01.1947

Missionaris in Congo (KIN) van 1949 tot 1975 en daarna in België

Overleden in Zuun op 02.02.2017 

 

Veel van wat Paul allemaal beleefd heeft in zijn missionaire loopbaan in Kinshasa en Gbadolite heeft hij verteld in talloze interviews, ook in VRT-programma’s. Het is ook neergeschreven in boeken en tijdschriften, door hem zelf en door anderen. Hier echter willen we peilen naar de diepste motivatie en bezieling van een man die duidelijk een doener en een getalenteerd duizendpoter geweest is. Dat zijn de fundamenten waarop zijn leven gebouwd was, en zoals zijn andere bouwwerken had het een stevig fundament.

Het eerste fundament was een meer dan gezond vertrouwen. Zijn verhalen beginnen meestal met de woorden van iemand die naar hem toekwam en zei: “Paul jong, ik heb een probleem, ik zit hier met een affaire. We hebben u nodig.” Het was altijd een groot probleem en een serieuze affaire. Dat kon je merken aan de toon waarmee hij die woorden uitsprak.

Dat kon dan even goed in Congo, Kinshasa of Gbadolite, of in Scheut, zowel op pastoraal als op materieel gebied zijn. Het was kwestie van een nieuw initiatief uit de grond te stampen, een bouwwerk te beginnen of te voltooien, of iemand ergens te vervangen. Als men er niet meer aan uit kon was Paul de aangewezen man om de zaak op te lossen. Hij zegde het in alle eenvoud, kon er zelf om lachen, en toen kwam het lange verhaal, of vele verhalen, met pittige details, spannende intriges, en veel dialogen die het verhaal boeiend maakten en kleur gaven. Gewoonlijk was er wel een ‘happy end’. “Opgeven” en “onmogelijk” stonden duidelijk niet in zijn woordenboek. Voor alles vond hij een oplossing. Competentie, aanpak en vertrouwen zijn de fundamenten geweest van zijn leven. Wie zelfvertrouwen heeft, en zelf ook vertrouwen geniet, die kan tegen een stootje, en bezit genoeg vrijheid om naar de mensen toe te gaan, hen te ontmoeten en vertrouwen te geven. Dat schept verbondenheid.

Die Verbondenheid is dan het tweede fundament van zijn leven. Hij leefde mee met het wel en wee van zijn familie, en het was wederzijds. Hij was duidelijk de Pater familias. Maar ook de mensen van Bodegem kende hij met naam en toenaam. En diezelfde verbondenheid met mensen stimuleerde hem overal waar hij kwam, ook in de parochies waar hij werkte. Hoe dikwijls hoorden we niet in die parochies: “We zijn één familie. Het zijn allemaal mijn vrienden.”

Zelfs toen zijn gezondheid begon te wankelen en hij bij de dokter kwam was zijn eerste woord vaak: “En dokter, hoe is ’t met u?” En hij gaf de dokter een schouderklopje. De man was verrast, want gewoonlijk was het andersom.

Dienstbaarheid is het derde fundament dat het leven van Paul zin en betekenis gaf. Op elke vraag was zijn antwoord steeds “JA”. Maar zeker niet zomaar. Het was duidelijk de kleine mens die zijn voorkeur genoot. Paul zal gekend blijven als de man die tegenover de grootheidswaanzin van een Congolese dictator duidelijk “NEEN” zei, ook al werd hij daarvoor het land uitgezet. “Ge kunt toch geen fortuin uitgeven aan luxepaleizen als uw land in armoede leeft” was zijn argument. Rechtvaardigheid was belangrijker dan compromissen en eigen eer. Voor hem was de kleine mens groter dan de grootste chef. Daarin was hij consequent.

Daardoor werd zijn levensdroom in Congo afgebroken. En wat doe je dan als het regent en stormt en je huis begint te daveren. Waar haal je dan kracht en inspiratie? In het geloof en vertrouwen in God. Dat was voor Paul duidelijk een actief woord, een werkwoord. Je leert het al doende. Je wordt erdoor gedragen als je zelf geleerd hebt anderen te dragen. En zo werd Paul ook op het einde van zijn leven gedragen. De laatste jaren van zijn leven waren zijn woorden steevast: “Ik neem het zoals het komt. Ik laat het aan Hem hierboven over.

Dank voor wie je was Paul. We dragen je mee in ons hart. De rest laten we aan Hem over.

Jan REYNEBEAU