Broeder Jef Heynderycx

Heynderycx Jozef 3 kopie

                                                                  

Geboren te Gent op 29.03.1952                                                                                                                              

Religieuze geloften op 12.09.1971

Missionaris in Congo (KAS) in 1975-76, in Haïti van 1981 tot 1993. Daarna in België

Overleden in Gent op 14.03.2017

 

  

Zijn jeugd bracht Jef door, samen met zijn twee broers en drie zussen, in Sint-Amandsberg. Na zijn humaniora in het Sint-Jan-Berchmanscollege trok hij naar Scheut. Dat kende hij want zijn oom Jef Annaert was er ook. Na een aantal jaren vorming in Kortrijk vertrok hij in 1975 naar Congo waar hij in het bisdom Oost-Kasaï een eerste missionaire ervaring zou opdoen. Omwille van ziekte moest hij echter vroeger dan voorzien naar België terugkeren. Hij maakte dan zijn studies verder af in Antwerpen, Heverlee en aan de KU Leuven. In 1981 vertrok hij dan opnieuw, maar nu naar Haïti. Hij werkte er een tiental jaren mee in de pastorale equipe van de parochie St.-Michel de Latalayi, en was ook nog één jaar verantwoordelijk voor de opleiding van een aantal jonge Haïtiaanse Scheutisten.

Terug in België had hij duidelijk zijn hart verloren aan het Haïtiaanse volk, maar de erbarmelijke toestand van het volk en het dictatoriaal regime hadden enkele krassen nagelaten op zijn ziel. Hij bleef zich dan hier inzetten voor mensen die het moeilijk hadden in de maatschappij: vluchtelingen, mensen met een beperking, ex-gedetineerden, mensen die begeleid werden om zich opnieuw te kunnen integreren in het sociale leven. Dat deed hij vooral in Gent waar hij zich 19 jaar onafgebroken inzette in ‘Huize Nieuwpoort’.

Jef bekommerde zich niet veel over zichzelf. Hij vond de zin van zijn leven in het aanwezig zijn bij mensen. Hij zette zich helemaal voor hen in. Zij die hem de laatste jaren observeerden zagen hoe hij de laatste tijd stilaan achteruitging, fysisch en psychisch. Hij had rust nodig en die vond hij in Scheut, tot hij geleidelijk de draad weer wilde oppikken en zijn intrek nam in Huize Nieuwpoort. Het werd zijn laatste intrek.

Veertien dagen voor zijn 65ste verjaardag is Jef van ons heengegaan. Het was nochtans goed begonnen. Toen hij in de jaren ’70, Jef was toen 18 jaar, de keuze maakte om van zijn leven iets zinvols te maken, hing er een golf van protest en ontevredenheid over de bestaande wereldorde van dominantie en onrecht. Maar er waaide ook een nieuwe wind. Er was iets nieuws op komst. De generatie van toen werd daarin meegezogen.

Jef wou zich inzetten voor zijn medemens. Dat had hij ook van thuis uit geleerd. Hij wou missionaris worden maar hij zou er zijn eigen kleur aan geven. Met minder aureool, zonder klerikale status, gewoon zoals hij was, authentiek. Wars van prestige, macht, en geld. Geen groot vertoon. Want Jef was geen barricade-mens, geen frontlijn-er, geen animator. Zijn plaats was niet vooraan, - daar voelde hij zich niet goed bij - , maar naast de mensen, of liever midden onder hen. Niet belerend, maar zorgzaam en dienstbaar. Begeleider van mensen, aan hen gelijkwaardig.

Als je op weg gaat, neem dan geen geld mee, neem niets mee om indruk te maken of om macht te hebben over anderen. Aan mijn aanwezigheid heb je genoeg.”

En zo leefde hij, eerst in Congo, maar vooral in Haïti. Wie midden onder de mensen leeft en hun leven deelt, deelt ook in de klappen. Je lijdt evengoed onder het onrecht veroorzaakt door een onbarmhartige dictator. Je voelt de pijn wanneer goede vrienden en medewerkers worden vermoord. Het is alsof je zelf wordt geraakt in het diepste van jezelf. De krassen nagelaten op de ziel van Jef, het is de prijs die je ervoor betaalt.

Jef kwam terug naar België. Men zegt soms: “Het kwade heeft vleugels. Het goede gaat als een schildpad”. En Jef deed voort. Opnieuw stond de mens centraal. Niet degene die het goed heeft. Maar degene die het meest aandacht nodig had. (Ze waren welkom in Huize Nieuwpoort of in de Bevrijdingslaan, of elders).

Als je op weg gaat, heb dan vooral oog voor wie klein is, verloren en gebroken.

Loop op het ritme van de traagste, draag wie moe is, troost wie droef is.

Groet wie eenzaam is. Deel jezelf zonder iets te vragen.”

We zien het hem ook doen. Misschien had hij toch wat meer moeten vragen, en ook iets overhouden en bewaren voor zichzelf. Hij was er de man niet voor. Hij bewaarde het in zijn hart, tot hij de woorden vond om het met heel veel gevoel in verzen neer te schrijven. Het zijn zijn pareltjes geworden. Het was zijn manier van dingen verwerken. Hij had dit vaker moeten doen.

Waarom is het dan niet gebeurd? Wie zal het zeggen? We staan hier opnieuw voor onze menselijke grenzen en eigen kwetsbaarheid. Waar is dan die God die zo almachtig is? Het is de vraag naar zin en draagkracht van ons leven. Maar een almachtige God? Neen, zo’n God is er niet. Er is er enkel één op het niveau van mensen, in het hart van mensen. En die God, die heeft Jef ons voorgehouden.

Jan REYNEBEAU

 

 

 

Pater Gust Vantomme             

 

Geboren te Izegem op 25.03.1925                                                                                            

Religieuze geloften op 08.09.1944

Priester gewijd op 31.07.1949

Missionaris in de Filipijnen van 1950 tot 2009

Overleden te Torhout op 02.03.2017                             

                                                                                                                                                                                  

 

Na zijn humaniora in het college van Izegem trok Gust in volle oorlogstijd naar het noviciaat van Scheut. In 1950 was hij klaar om naar de missie te vertrekken. Het werden de Filipijnen. Eerst was hij zes jaar onderpastoor in Natonin, vervolgens pastoor op verschillende afgelegen en moeilijke missies, maar in Balabag zou hij dat 24 jaar lang blijven. Hij drukte er zijn stempel op de sfeer en de mentaliteit van het dorp.

Balabag is een landelijk plaatsje tussen de grote steden Tabuk en Tuguegarao in de Provincie Kalinga. Daar was Gust niet “de pastoor”, maar gewoon een van de mensen. Hij viel op door zijn eenvoud en zijn gemoedelijke omgang met de mensen. De missie en de middelbare school waren er als één grote familie, en dat had zijn invloed in het dorp. Bijna iedereen was door die school gepasseerd, en ze bleven dan familie. Gust was wel steeds in de weer, maar hij scheen nooit gehaast, en er mocht altijd wel iets tussenkomen. De dag kwam maar traag op gang, er was altijd tijd voor een woordje met de mensen, en een praatje over wat hen bezighield. ’s Avonds, als de stilte inviel, kwam iedereen die op of rond de missie woonde samen voor het avondgebed, in de koelte onder de grote acacia voor de deur van de pastorie. Voor het kapelletje brandde een lichtje, en daar werd de rozenkrans gebeden, en iedereen kreeg de avondzegen van pater Gust. Die hartelijke sfeer van mensen onder mekaar kenmerkte het leven en het werk op de missie van Balabag.

Een andere trek in het karakter van Gust was zijn volledige inzet in dienst van de mensen. Ook buiten het centrum van de missie was hij steeds bereid de mensen te helpen. Hij zou onrechtvaardige behandeling of verdrukking aanklagen, zelfs tot in de rechtszaal toe. Zijn volle aandacht ging naar de mensen. Voor zichzelf had hij geen nood aan comfort of luxe. Bezoekers vonden dat wel iets speciaals, maar de gulle ongedwongen gastvrijheid maakte alles goed. Op het einde heeft hij dan wel een nieuwe pastorie gebouwd, op aandringen van de bisschop, maar dat kwam vooral zijn opvolger ten goede.

Die geest van dienst aan de mensen was duidelijk zichtbaar in enkele dingen die onbelangrijk lijken. Zo had hij zijn Toyota Landcruiser omgebouwd tot een echte dienstwagen, die dan ook diende voor alles wat de mensen ten goede kwam. Hij diende als ambulance, voor bezoeken en apostolaat in afgelegen gehuchten, om er cinema mee te gaan draaien, om inkopen te doen, als verhuiswagen. Ook zijn bureel was iets speciaals. Tussen de vele spullen vond je er ook een sigarenkistje, met heel wat briefjes met een naam, een datum en een bedrag, getekend door iemand die een bedrag geleend had, en de datum wanneer hij dat zou terugbetalen. Geen grote bedragen, eerder een ruggensteuntje in gewone kleine noden, een manier om mensen onopvallend te helpen uit de nood, gewoon als vriend. Ze zouden het wel terugbetalen, en dat gebeurde ook af en toe.

Maar wat vooral opviel was zijn onwrikbaar geloof en vertrouwen. Dat was verweven in zijn dagdagelijks komen en gaan. De familiale houding die hem kenmerkte in zijn omgang met de mensen kwam duidelijk naar voor in zijn omgang met Ons Heer en al zijn heiligen. Daaronder waren er verscheidene die zijn voorkeur genoten en volgens hem ondergewaardeerd werden. Hij trachtte er dan ook iets aan te doen, en die schat wilde hij ook meedelen aan anderen. Die spontane zekerheid en vanzelfsprekendheid in het geloof maakten hem gevoelig voor verhalen over verschijningen en private openbaringen en inspraken. Zo ging voor hem de openbaring nog altijd door. Wat hij over God en zijn heiligen geleerd en gehoord had, daar ging niets van af. Het maakte hem behoudsgezind en bezorgd over de veranderingen in de kerk en in de beleving van het geloof. Hierin herkende men bij hem ook de spreekwoordelijke Vlaamse koppigheid. Redetwisten daarover deed hij niet, maar van gedacht veranderen al evenmin.

Na 58 jaar missiewerk in de Filipijnen kwam Gust op rust “naar huis”, eerst naar Rumbeke, en toen de gezondheid zwakker werd, naar Torhout om er verzorgd te worden. Hij voelde zich thuis tussen de confraters, en vooral in de kapel. Zijn stil gebed werd een verwijzing naar de actie en het geluk van het leven in de missie. Zijn aandacht en zijn intenties bij het gebed gingen naar al die goede mensen die hij gekend had, in de Filipijnen en hier te lande. Rust nu in vrede Gust, bij ons Heer, bij zijn Moeder Maria en bij al zijn heiligen. Ze zullen je wel herkennen en je zal je onmiddellijk thuis voelen, ook bij hen.

Hubert DE CLERCK

 

 

 

Pater Jan Keunen                                              

 

Geboren te Mol op 07.12.1926                                                                                                                 

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 08.12.1953

Missionaris in Congo (KAS) van 1955 tot 1974, in Duitsland van 1975 tot 1991 en daarna in België.

Overleden in Zuun op 27.02.2017 

 

Jan was de derde telg in het gezin Keunen-Gruyters te Balen Wezel. Vóór hem was een tweeling, en na hem zou nog een meisje geboren worden. Na de lagere school in het dorp trok Jan eerst naar het college in Mol en voor de laatste twee jaar naar dat van Neerpelt. Vervolgens ging het naar het noviciaat van Scheut. Na zijn filosofie in Néchin en zijn theologie in Scheut en Leuven kon hij vertrekken naar Congo, meer bepaald naar Kasaï waar zijn oom hem als missionaris was voorafgegaan.

Zoals zovelen werd hij eerst schoolpater, te Muetshi en Tshidimba, maar na 3 jaar was het tijd om reispater te zijn, te Hemptinne, Mikalayi en Kanyuka. In 1972 werd hij dan Pastoor van de H. Familieparochie in Kananga en vervolgens nog medepastoor in St.-Clement in Kananga.

Over zijn werk en alles wat hij tegenkwam kon Jan meesterlijk vertellen en telkens haalde hij dan een humoristische stoot naar boven. Bij diegenen die hem niet goed kenden kwam hij misschien over als een drukdoend man, maar in de gezellige avonduren van de missie was hij de kalmte zelf. Hij stelde pertinente vragen, was bezorgd om het werk van zijn confraters en over de vooruitgang van kerk en geloof in de missie.

Eind 1974 keerde Jan terug naar België. Op voorstel van de Provinciaal aanvaardde hij een benoeming tot legeraalmoezenier in Duitsland en dat heeft hij 16 jaar lang met heel veel plezier gedaan. Vervolgens was hij nog negen jaar meewerkend priester in de parochie van Sint-Huibrechts-Lille in het dekenaat Hamont. Daar was hij dicht bij zijn familie. Ook in de omliggende dorpen heeft Jan nog veel dienst bewezen. Dienstbaarheid was geen ijdel woord voor Jan. Hij was geen man van veel woorden, maar van daden des te meer. Van tierlantijntjes hield Jan niet. Wel van directheid. Zijn vragen waren steeds doelbewust: Waar gaat het over? Wat kunnen we doen?

En vervolgens is Jan naar Kessel-Lo gegaan, zogezegd op rust. Maar ook daar heeft hij nog heel veel dienst bewezen. Jarenlang is hij mis gaan lezen bij de broeders Maristen, tot hij ziek viel en opgenomen werd in het UZ van Leuven. Zijn calvarie was begonnen. Van daar ging het in 2013 naar Zuun met de boodschap dat hij nog slechts enkele maanden te leven had. Hij heeft het toch nog bijna vier jaar uitgehouden.

Jan was heel tevreden over zijn leven. “Ik heb een schoon leven gehad”, zei hij herhaaldelijk, terwijl hij zijn verschillende levensperioden overdacht. Hij was gelukkig dat zijn leven meer dan 90 jaar mocht duren, en hij hoopte op een vlugge overgang naar het eeuwige leven. Toch heeft het nog een heel tijdje geduurd.

Jan was een man met karakter. Zijn lijden heeft hij moedig en met een groot geloof gedragen. Hij vroeg zelf om de ziekenzalving. Zolang als het enigszins kon nam hij nog deel aan het gemeenschapsleven. Hij was een man met een sterke wil en een groot doorzettingsvermogen. Tot zijn laatste uren bleef hij zich bewust van zijn toestand. Zijn laatste meditatieboek was ‘Mijn ziel keert zich stil tot God’, van Dietrich Bonhoeffer. “Mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil. Als onze ziel de weg tot hem heeft gevonden, dan helpt Hij, daar mogen we zeker van zijn. Stil luister ik naar zijn Woord en drink het diep in. Het zegt: ik heb je lief, mensenkind, blijf bij mij, ik ben je Vader”. Zo is Jan nu bij de Vader aangekomen, overgelukkig dat hij zijn doel bereikt heeft.

Emiel VAN DE VELDE

 

 

 

Pater Paul Van den Bosch

 

Geboren te Sint-Martens-Bodegem op 26.01.1922

Religieuze geloften op 08.09.1941

Priester gewijd op 26.01.1947

Missionaris in Congo (KIN) van 1949 tot 1975 en daarna in België

Overleden in Zuun op 02.02.2017 

 

Veel van wat Paul allemaal beleefd heeft in zijn missionaire loopbaan in Kinshasa en Gbadolite heeft hij verteld in talloze interviews, ook in VRT-programma’s. Het is ook neergeschreven in boeken en tijdschriften, door hem zelf en door anderen. Hier echter willen we peilen naar de diepste motivatie en bezieling van een man die duidelijk een doener en een getalenteerd duizendpoter geweest is. Dat zijn de fundamenten waarop zijn leven gebouwd was, en zoals zijn andere bouwwerken had het een stevig fundament.

Het eerste fundament was een meer dan gezond vertrouwen. Zijn verhalen beginnen meestal met de woorden van iemand die naar hem toekwam en zei: “Paul jong, ik heb een probleem, ik zit hier met een affaire. We hebben u nodig.” Het was altijd een groot probleem en een serieuze affaire. Dat kon je merken aan de toon waarmee hij die woorden uitsprak.

Dat kon dan even goed in Congo, Kinshasa of Gbadolite, of in Scheut, zowel op pastoraal als op materieel gebied zijn. Het was kwestie van een nieuw initiatief uit de grond te stampen, een bouwwerk te beginnen of te voltooien, of iemand ergens te vervangen. Als men er niet meer aan uit kon was Paul de aangewezen man om de zaak op te lossen. Hij zegde het in alle eenvoud, kon er zelf om lachen, en toen kwam het lange verhaal, of vele verhalen, met pittige details, spannende intriges, en veel dialogen die het verhaal boeiend maakten en kleur gaven. Gewoonlijk was er wel een ‘happy end’. “Opgeven” en “onmogelijk” stonden duidelijk niet in zijn woordenboek. Voor alles vond hij een oplossing. Competentie, aanpak en vertrouwen zijn de fundamenten geweest van zijn leven. Wie zelfvertrouwen heeft, en zelf ook vertrouwen geniet, die kan tegen een stootje, en bezit genoeg vrijheid om naar de mensen toe te gaan, hen te ontmoeten en vertrouwen te geven. Dat schept verbondenheid.

Die Verbondenheid is dan het tweede fundament van zijn leven. Hij leefde mee met het wel en wee van zijn familie, en het was wederzijds. Hij was duidelijk de Pater familias. Maar ook de mensen van Bodegem kende hij met naam en toenaam. En diezelfde verbondenheid met mensen stimuleerde hem overal waar hij kwam, ook in de parochies waar hij werkte. Hoe dikwijls hoorden we niet in die parochies: “We zijn één familie. Het zijn allemaal mijn vrienden.”

Zelfs toen zijn gezondheid begon te wankelen en hij bij de dokter kwam was zijn eerste woord vaak: “En dokter, hoe is ’t met u?” En hij gaf de dokter een schouderklopje. De man was verrast, want gewoonlijk was het andersom.

Dienstbaarheid is het derde fundament dat het leven van Paul zin en betekenis gaf. Op elke vraag was zijn antwoord steeds “JA”. Maar zeker niet zomaar. Het was duidelijk de kleine mens die zijn voorkeur genoot. Paul zal gekend blijven als de man die tegenover de grootheidswaanzin van een Congolese dictator duidelijk “NEEN” zei, ook al werd hij daarvoor het land uitgezet. “Ge kunt toch geen fortuin uitgeven aan luxepaleizen als uw land in armoede leeft” was zijn argument. Rechtvaardigheid was belangrijker dan compromissen en eigen eer. Voor hem was de kleine mens groter dan de grootste chef. Daarin was hij consequent.

Daardoor werd zijn levensdroom in Congo afgebroken. En wat doe je dan als het regent en stormt en je huis begint te daveren. Waar haal je dan kracht en inspiratie? In het geloof en vertrouwen in God. Dat was voor Paul duidelijk een actief woord, een werkwoord. Je leert het al doende. Je wordt erdoor gedragen als je zelf geleerd hebt anderen te dragen. En zo werd Paul ook op het einde van zijn leven gedragen. De laatste jaren van zijn leven waren zijn woorden steevast: “Ik neem het zoals het komt. Ik laat het aan Hem hierboven over.

Dank voor wie je was Paul. We dragen je mee in ons hart. De rest laten we aan Hem over.

Jan REYNEBEAU

 

 

 

Pater Jozef Annaert

 

Geboren te Erondegem op 14.11.1926

Religieuze geloften op 08.09.1947

Priester gewijd op 02.08.1952

Missionaris in Congo (NC) van 1953 tot 1991 en daarna in België

Overleden in Zuun op 30.01.2017 

 

“Het was toch een mooie tijd en wij hebben schoon werk kunnen doen”. Zo kon Jef vooral de laatste jaren gelukkig en dankbaar terugkijken op zijn werk, 38 jaar lang in verschillende missieposten van de bisdommen Lisala en Budzala in Noord-Congo. Wij kunnen dat leven samenvatten in deze woorden: zeer ijverig, dicht bij de mensen met veel aandacht voor al hun noden en voor de vorming van verantwoordelijken.

Jef is geboren in Erondegem op 14 november 1926 in een gezin van 6 kinderen. Zijn ouders hadden een winkel in wat men toen “koloniale waren” noemde. Van op jonge leeftijd wilde hij missionaris worden en onmiddellijk na de oorlog trad hij binnen in het noviciaat van Scheut. Stilaan groeide het verlangen om naar China te gaan, doch omwille van de omstandigheden werd het Congo. Daar begon hij zijn missiewerk in 1953. Met zijn jeugdig enthousiasme en zijn vele talenten kon hij elk werk aan: in de scholen, de broussedorpen en de centrale missieposten.

Overal heeft Jef zijn roeping op een heel speciale manier gestalte gegeven. Hij was bezield met een vurig verlangen om het Rijk Gods gestalte te geven, en had een hart speciaal voor eenzamen en verlatenen. Altijd zoekend om mensen te helpen, altijd op de baan, soms een beetje gejaagd, wilde hij mensen ontmoeten, zelfs in de verre dorpen. De kinderen en jongeren noemden hem Fula omdat hij zo vlug en haastig door de brousse reed zoals de bussen in Kinshasa zich een weg zoeken door het drukke verkeer.

Niets was hem te veel. Jef had altijd veel aandacht voor de hele mens en wilde met zijn kleine ontwikkelingsprojecten samen met de mensen zoeken naar een beter leven in gezondheid, voeding en hygiëne. Vandaar zijn aandacht en inzet voor landbouw, veeteelt en het kweken van groenten.

Ondanks zijn altijd drukke agenda maakte hij tijd voor stilte en gebed. Hij kende heel goed de bijbel en wilde daarvan getuigen. Je weet, waar het hart van vol is… Vele jaren trok hij overal rond met aangepaste filmen die op een eenvoudige manier de mensen vertrouwd maakten met de Bijbel. Godsdienstlessen aan de doopleerlingen en in de scholen stond bij hem bovenaan op de agenda. Hij organiseerde vormingssessies voor catechisten en andere verantwoordelijken in de dorpen opdat overal plaatselijke leiders de kerkgemeenschap zouden in handen nemen. En Jef deed het altijd met enthousiasme, met de glimlach en met een ijver en een bezieling die aanstekelijk werkten. Daarom was hij ook overal zo graag gezien. Ook de confraters hadden hem graag omwille van zijn opgeruimd karakter, zijn humor en zijn dynamisme.

Hij heeft heel hard gewerkt want hij kon niet stilzitten en wij zouden kunnen zeggen, hij heeft bergen verzet, hij deed dingen die anderen niet voor mogelijk hielden. Jef was ook de eerste om dat allemaal met veel humor of een kwinkslag te relativeren en te zeggen: ik ben maar een onnutte dienstknecht. Ook zijn inzet gedurende 14 jaar in Haaltert werd erg gewaardeerd omdat hij alles deed met hart en ziel. Ook daar stond hij heel dicht bij de mensen met veel aandacht voor hun lief en leed.

Een paar jaar geleden begonnen de gezondheidsproblemen zich uitdrukkelijker te stellen, maar we hebben hem zelden horen klagen, ook al ging het soms heel moeilijk. In de nacht van 29 op 30 januari is hij dan nog eerder onverwacht overleden.

Samen met de vele mensen die Jef gekend hebben op al zijn missieposten en op de plaatsen waar hij later ook nog gewerkt heeft, leggen wij dankbaar gans zijn leven in Gods handen terug.

Cyriel STULENS

 

 

 

 

Pater Marcel Van Buggenhout

 

Geboren te Terhagen op 24.07.1926

Religieuze geloften op 08.09.1947

Priester gewijd op 03.08.1952

Missionaris in Congo (KAS) van 1953 tot 1988 en daarna in België

Overleden in Zuun op 27.01.2017

 

 

Marcel deed zijn humaniora in het Onze-Lieve-Vrouwcollege van Boom en trok daarna naar het noviciaat van Scheut in Zuun. Na zijn filosofie in Scheut en Néchin en zijn theologie in Scheut en Leuven vertrok hij in augustus 1953 naar het toenmalige Luluabourg. Tot aan de onafhankelijkheid in 1960 was hij schoolpater in Kasangayi, Katende en Kamonya. Na zijn verlof in België werd hij dan in 1961 reispater, achtereenvolgens in Tshibala, Kamponde, Yangala en Kalomba. Zo had Marcel er al 35 jaar missiewerk opzitten en toen hij in 1988 definitief naar België kwam was hij 12 jaar lang aalmoezenier in het OCMW-woonzorgcentrum Populierenhof en medepastoor in Nieuwkerken-Waas. Toen werd het tijd om het stilaan wat rustiger aan te doen en hij ging op rust in Schilde en vervolgens voor verzorging naar Zuun.

Marcel beleefde deugd aan zijn 35 jaar als missionaris in Congo en vervolgens aan de periode in Nieuwkerken-Waas waar hij mensen bleef ontmoeten en in Schilde waar hij zich ook nog inzette voor OKRA, de Bond van Gepensioneerden. Hij zocht steeds met mensen samen te zijn, en voelde zich goed in een sfeer van hartelijkheid. In vriendelijke woorden kon hij daar dan vitamientjes doorgeven als een goede boodschap. Dat was immers zijn levenswerk geweest, ook in Congo als school- en reispater.

Om zijn geestelijk leven te voeden en om zinvolle woorden te kunnen spreken las hij heel veel, en in de stilte van het gebed kon hij naar de diepte graven om mensen te raken. In uren van pijn en als het leven moeizaam was leerde hij geduld en wijsheid, en zo leerde hij ook de mensen beter kennen in hun grote nood aan begrip en bemoediging. Marcel kreeg de genade om in te zien dat ieder mens kan groeien naar volheid en mooie medemenselijkheid.

Het loon dat Marcel ontving voor dit werk was het rijke gevoelen te mogen delen in het geluk en de samenhang van vele mensen die met enthousiasme een betere toekomst voor zichzelf opbouwden. Met Paulus kon hij beweren: “Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig!” En de sleutel van zijn geheim vinden we in wat Jezus zelf zei: “Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar liefhebben met de liefde die ik jullie toedraag. De grootste liefde die iemand zijn vrienden kan betonen, bestaat hierin dat hij zijn leven voor hen geeft.” Marcel leverde veel bewijzen van daadwerkelijke liefde. Zo kwam hij tot diepe vreugde en hij droeg vruchten die blijvend zijn. Een betere wereld wordt inderdaad mogelijk voor mensen die openstaan voor Gods barmhartige en scheppende liefde. Marcel heeft er zijn steentje toe bijgedragen.

Frans DOUWEN

 

 

 

 

 

 

Pater Marc De Roy                                                                                                                 

Geboren in Diest op 10.09.1941

Geloften op 08.09.1960                                                               

Priester gewijd op 01.08.1965                                                                                                                                                 

Missionaris in Congo (KIN) van 1966 tot 1993 en daarna in België                                                                                 

Overleden in Luik op 07.12.2016                                                                                                                                                                               

“Een baobab is gesneuveld”, zo luidde de reactie van een Congolese confrater, missionaris in de Filipijnen, toen hij het overlijden van Pater Marc vernam. Hij had Marc heel goed gekend tijdens zijn jeugd in Mayombe (Bas-Congo). Gedurende een twintigtal jaren had Marc er grote delen van de regio doorlopen: Nganda, Tsundi, Kizu, Kuimba, Vaku, Kaï Mbaku. Marc werd in 1965 priester gewijd. Een jaar later kwam hij in Boma aan en ging meteen aan de slag in het secretariaat van een parochie.

Marc was een van de laatste Europese Scheutisten met een bijnaam, die als het ware aan hem bleef plakken: Mawokoso, wat voortdurend in beweging, druk zijn betekent. En inderdaad: overal waar hij kwam, liet hij sporen achter als een man, steeds beschikbaar om anderen van dienst te zijn, niet aarzelend om tijd en energie eraan te besteden, om confraters, zusters of burgers te helpen.

Deze energie heeft hij ook in de dienst van het Woord gestoken. Hij kende de lokale taal uitstekend en zo waagde hij het de drie zondagslezingen van het hele liturgische jaar te vertalen. Hij baseerde zijn vertalingen op een bestaande vertaling, die heel trouw aan de Bijbelse teksten was, en slaagde erin moeilijk verstaanbare uitdrukkingen toegankelijk te maken voor de dorpsbevolking. Een monnikenwerk, want in die tijd gebeurde alles nog met stencils. De gekopieerde bladen bond hij eigenhandig samen.

Misschien was deze bekwamheid de reden waarom hem gevraagd werd de leiding van de drukkerij van Scheut in Kinshasa over te nemen. Dit deed hij een tiental jaren tot zijn definitieve terugkomst naar België in 1998.

Op zijn 57 was zijn dynamisme nog helemaal niet verminderd en zo had hij gedurende meerdere jaren drie verblijfplekken: de CICM-gemeenschap in Embourg (omgeving van Luik), het huis van de Franstalige provincie in de Berckmansstraat, en het huis van de Nederlandstalige provincie op de Ninoofsesteenweg, allebei in Brussel. Op het laatstgenoemde adres was hij verantwoordelijk voor de mutualiteit van de Scheutisten. Deze dienst vervulde hij terwijl hij afwisselend op een van de boven genoemde adressen verbleef.

Marc was een boeiende verteller en had heel verschillende luisteraars. Hoe vaak gebeurde het niet dat iemand hem in zijn vertelkunst wilde remmen en hij uitriep: ”Ik vraag jullie niet om naar mij te luisteren maar wel om mij te laten spreken!”

Vijftien jaar lang was hij aalmoezenier voor religieuzen gedurende de vakantiedagen georganiseerd door de mutualiteit in Spa of in Nieuwpoort. Ook hier zorgde hij zelf voor de boekjes met de lezingen, de liederen voor de eucharistievieringen en de teksten voor het Getijdengebed.

Tien jaar geleden nam hij definitief verblijf in onze gemeenschap te Embourg. Hij wijdde zich toe aan het pastoraat en was helemaal geïntegreerd in de pastorale eenheid van de omgeving. Met veel aandacht en zorg bereidde hij de eucharistievieringen en de sacramenten voor. Overal waar hij kwam bleef de Mawokoso niet ongemerkt, ook al hebben de Belgen zijn bijnaam niet overgenomen. De grote aanwezigheid van mensen gedurende de uitvaartmis toonde hoezeer deze confrater bemind was door de parochianen.

Op 7 december jongstleden ging hij van ons heen zonder een woord. Zijn heengaan was waarschijnlijk voor hem een grote bevrijding, want sinds enkele jaren sukkelde hij erg met zijn gezondheid en de problemen hoopten zich alsmaar op. De laatste maanden van zijn leven was zijn bewegingsvrijheid erg beperkt.

 

Franse tekst: Jean PEETERS en Luc BECQUART

Vertaling uit het Frans

 

 

Pater Herman Goossens

 

 

Geboren te Turnhout op 03.08.1934                                                                                                                                    

Geloften op 08.09.1954

Priester gewijd op 02.08.1959

Missionaris in Congo (KAS) van 1960 tot 1996 en daarna in België

Overleden in Torhout op 15.12.2016

 

Na zijn humaniora in het jezuïetencollege van Turnhout volgde Herman het spoor van zijn oudere broer Wim en trok naar het noviciaat van Scheut. Toen hij in 1960 naar het pas onafhankelijk geworden Congo vertrok had ook reeds zijn zus Yvonne haar geloften afgelegd bij de ICM-zusters in Heverlee.

Herman is hartverwarmend door de wereld gegaan. Hij had een natuurlijke charme die mensen aantrok en vertrouwen uitstraalde. Zijn ongekunstelde goedheid en bescheidenheid brachten hem dicht bij de mensen, waar hij ook was. Zo is hij steeds een gelukkig missionaris geweest, eerst 15 jaar in het onderwijs, dan 14 jaar in de parochiepastoraal in de stad of ver in de brousse, maar eveneens nog zes jaar als Provinciaal Overste vooral in dienst van de confraters.

Onmiddellijk na zijn aankomst werd hij leraar in Bunkonde en vervolgens in het Kleinseminarie van Kabwe. Vervolgens directeur van de Normaalschool in Nguema maar ook vele jaren van de technische school in Kananga. Herman kon heel soepel omgaan met de studerende jeugd. Stil zitten was niet aan hem besteed, hij legde heel wat weg af om jonge mensen te bezoeken en bleef sportief deelnemen aan tennis, zwemmen en wandelingen. Omdat hij zo eerlijk en goed voor hen was zag de jeugd in hem dan ook een echte vriend.

Na zijn gewaardeerde diensten aan de jeugd werd Herman benoemd voor de pastoraal, eerst in de levendige en volkrijke stadsparochies van Kananga. Men moest hem er niet gaan zoeken in de pastorij, maar wel onderweg bij de mensen. Daar voelde hij zich thuis. Maar na enkele jaren werd hij eerst Viceprovinciaal, en vervolgens Provinciaal van West-Kasaï. Nu meer dan ooit zal hij de man van reizen worden, van de ene confrater naar de andere, van de ene missie naar de andere. Steeds met groot enthousiasme en dienstbare aandacht.

Na het verstrijken van zijn mandaat werd hij dan pastoor benoemd in Kakenge, een missie in het bisdom Mueka. Nu niet meer in de grote stad, maar voor het eerst sinds vele jaren ver in de brousse. Met zijn soepele geest en zijn sportief karakter paste hij zich goed aan, tot hij in 1996, omwille van slaapziekte, definitief naar Europa moest komen. Hij kreeg er de beste zorgen, en toen hij daarvan genezen was werd hij Rector van ons huis in Zuun en vervolgens van dat van Antwerpen.

Herman bleef ervan houden op stap te gaan, maar zijn gezondheid was niet langer zoals voorheen. Regelmatig had hij met allerlei gezondheidsproblemen te maken en hij moest langere perioden van rust inschakelen. Maar hij bleef een warmhartig en minzaam man die overal vrienden had en ze trouw ging bezoeken. Pas in 2011, na het sluiten van het huis in Antwerpen, kwam hij definitief naar Schilde. Zijn gewoonte om dagelijks te wandelen of om ergens vooral bij vrienden thuis te komen had hij nog niet verloren. Hij bleef zoeken naar plaatsen en personen waar hij steeds welkom was, maar het gebeurde meer en meer dat hij verloren liep en wel eens geholpen moest worden. Daarom ging hij in 2015 naar Torhout waar hij betere verzorging kon krijgen.

Herman was iemand die in vriendschap en interesse graag bij mensen vertoefde. Wat we van hem kunnen onthouden is dat wij toch allemaal mensen van de weg zijn. De eerste christenen noemden zich ook mensen van de weg. Op weg naar een betere wereld van vrede, van eendracht, van vriendelijkheid. En daartoe heeft Herman sterk bijgedragen, overal waar hij kwam. Nu is zijn laatste reis voorbij en is hij thuisgekomen waar hij verwacht werd, bij God die hem de volheid van leven geeft. Laten ook wij, door hem geïnspireerd, op weg gaan om goed te zijn, vrede door te geven, en zo de volheid van het leven te bereiken.

 

Frans DOUWEN