Pater Jan Schuurmans

Schuurmans Jan

 

Geboren in Haaren op 14 april 1927.

Religieuze geloften op 8 september 1947.

Priester gewijd op 27 juli 1952.

Missionaris in Congo van 1953 tot 1977 en van 1980 tot 1997, en daarna in Nederland.

Overleden in Teteringen op 28 november 2018. 

 

 

Op 28 november 2018, de dag waarop we de 156e verjaardag van de stichting van CICM-gedachten, is onze confrater Jan Schuurmans overleden, terwijl wij in de kapel de eucharistie vierden.
Jan Schuurmans, een bijzondere confrater wiens aanwezigheid alleen al een bijzondere kleur verleende aan de gemeenschap waarin hij leefde. Daarmee is gezegd dat zijn heengaan door onze gemeenschap in Teteringen wordt aangevoeld als een groot verlies.

Jan, geboren te Haaren op 14 april 1927 kwam naar het dichtbijgelegen Sparrendaal in september 1941 voor zijn middelbare studies, want hij wilde missionaris worden. Die studies aldaar kenden een onrustig verloop wegens de oorlog, maar op 8 september 1946 mocht hij toch intreden in het Noviciaat van de missionarissen van Scheut te Nijmegen, waar hij op 8 september 1947 zijn eerste geloften uitsprak, waardoor hij lid werd van de Congregatie.

Daarna begon de studie van filosofie en theologie, waarvan Jan later schertsend zei: “Ik heb er niets van vergeten, … omdat ik nooit geleerd heb.” De waarheid is waarschijnlijk, dat Jan nooit veel moeite heeft moeten doen voor zijn studies, omdat hij zo uitzonderlijk intelligent was.

Op 27 juli 1952 werd Jan tot Priester gewijd; en een jaar later op 18 augustus 1953 vertrok hij voor de eerste keer naar de missie in Congo, met een benoeming voor het bisdom Kabinda, waar hij zijn missionariswerk begon als schoolpater en reispater (1953-1960). Van 1960 tot 1971 was hij onderpastoor in Tubeya en Mulundu, onderbroken door twee periodes als leraar op het klein seminarie van Kalenda (1960-1961; 1966-1969). In 1971 was hij korte tijd onderpastoor in de hoofdparochie van het bisdom, St Martin in Kabinda. Daarna werd hij pastoor in Tubeya (1972-1976). Vervolgens was hij een jaartje medepastoor in Lusambo (1976-77).

Omwille van ziekte moest Jan toen naar Europa. Hij heeft van zijn genezingsperiode geprofiteerd om ministerie te doen en Londen en om er tegelijkertijd Engels te leren. Van 1978 tot 1980 was hij pastor in de Paulus-parochie te Eindhoven.
In 1980 ging Jan terug naar Congo en werd benoemd voor de Diensten in Mbujimayi, de hoofdstad van de provincie Oost Kasayi in het bisdom Mbujimayi. Zeventien jaar lang heeft hij van daaruit ten dienste gestaan van missionarissen op het terrein. Hij zorgde voor de radioverbinding met posten in het binnenland. Hij was verantwoordelijk voor de opslag en verdeling van medicijnen over het hele missiegebied in Oost Kasayi. Tegelijkertijd was hij de onmisbare automonteur en reparateur van allerhande apparaten. Ondertussen bleef hij zijn priesterlijke diensten aanbieden in de buurtparochies. Dat alles maakte hem tot een goede confrater en een welbeminde missionaris.

In 1997 is Jan om gezondheidsredenen definitief teruggekeerd naar Nederland. Stilzitten en rentenieren was voor hem geen optie.
In zijn hart bleef hij missionaris. Hij bood zijn diensten aan als vrijwilliger in het ‘Centrum Lectuurvoorziening Missionarissen’ (CLM) in Tilburg. Ook werkte hij enkele dagen per week in het inloophuis voor dak- en thuislozen in Den Bosch, het zogenaamde ‘Inloopschip’, want deze dienst was ooit begonnen op een boot. Hij verwelkomde de ‘gasten’ die daar binnenliepen, schonk koffie en bood een luisterend oor. Het project had ook een fietsenwerkplaats, waar de gasten enige technische handigheid konden opdoen. Jan begeleide hen en repareerde zelf vele fietsen.

Nu hij in Nederland verbleef, had hij ook meer tijd voor zijn familie en bleek welke nauwe band hij had met zijn broers en zussen. Hij heeft het moeten meemaken dat de een na de ander ging hemelen tot alleen zijn zus Sjanne overbleef, die nauw met Jan verbonden bleef tot aan het einde, en hem heel vaak heeft bezocht.

Ondertussen bleef zijn interesse voor de missie. Hij bezocht vele vergaderingen m.b.t. de missie.
Hij was een tijdlang Provinciaal Raadslid en lid van de huisraad op Sparrendaal. En als goede chauffeur ging hij naar vele begrafenissen van medebroeders tot ver in België. Onvermoeibaar, zou je zeggen. Ook de medebroeders in de eigen gemeenschap van Sparrendaal konden altijd beroep doen op Jan: waar hij kon, hielp hij.

Toen wij in 2008 verhuisden naar Teteringen, ging Jan het allemaal wel wat kalmer aan doen. Maar hij bleef een trouwe deelnemer aan belangrijke vergaderingen. Hij bleef naar vele begrafenissen gaan.
En hij bleef de aangename, dienstbare en behulpzame confrater. Toen de communiteit van “Chemin Neuf” in de oude Benedictijnerabdij in Oosterhout een buitengewoon biechtvader vroeg in de Goede Week, bood Jan zich aan. Ook dat heeft hij volgehouden tot de ziekte hem velde.

Dat was een nierbekkenontsteking, waarvan hij langzaamaan wel genezen is; maar zijn lichaam heeft zich nooit helemaal hersteld. En hij die tot op hoge leeftijd (90 jaar) onvermoeibaar en onbreekbaar leek, moest van toen af lichamelijk steeds meer inleveren. Hoewel zijn geest helder bleef als van tevoren, ging hij lichamelijk stilaan achteruit tot hij zelfs niet meer op zijn benen kon staan. Van toen af bleek Jan nóg een grote deugd te bezitten: die van geduld. Hij reed vrolijk rond in huis in een elektrische rolstoel. Zo bleef hij alles met ons meedoen. Klagen deed hij niet. En hij liet zich alle hulp door de verzorgsters en verpleegsters blijmoedig welgevallen.

Voor de laatste maanden van zijn leven vond hij in Ad van Dijk, zijn buurman, een trouwe buddy, wiens hulp hij dankbaar aanvaardde. “Ten hoogste bedankt” heeft hij duizendmaal gezegd. En ’s morgens als Ad hem vroeg: “Hoe is het”, was zijn laconieke antwoord: “Ik ben er nog”.

Deze gelovige man, vertrouwd met Jezus Christus, ging in rust en vrede naar het einde toe. Hij bleef tot op het laatst helder van geest; zijn lichaam echter was zo moe. Op 28 november is hij rustig ingeslapen.

Moge zijn vriend Jezus hem in de eeuwige rust verwelkomen.

Herman Kronenberg

 

 

 

Pater Paul DelrueDelrue Paul


Geboren in Rekkem op 22 januari 1938.

Religieuze geloften op 8 september 1957.

Priester gewijd op 5 augustus 1962.

Missionaris in Congo van 1963 tot 2008.

Vanaf 2008 verbleef hij in Scheut, tot hij voor verzorging naar Zuun ging, waar hij overleed op 25 november 2018.

 

 

Een volle stem, een lachend gezicht en twinkelende ogen als hij eens iemand kon plagen. Ja, zo was Paul Delrue. Al in zijn kinderjaren ontpopte hij zich, zo vertelde zijn moeder, als de clown van de familie. Hij kon ook heel ernstig zijn, en dan was het fijn om met hem om te gaan. Opgegroeid in een gelovig gezin had hij, zoals later ook zijn broer Marc, gekozen voor het priesterschap, maar bij Paul was dat als missionaris van Scheut. Daar voelde hij zich goed thuis. Hij volgde zo zijn nonkel Albert, in Kinshasa gekend als “confrereke”.

Hij bewaarde mooie herinneringen aan de Sinksenfeesten in Leuven. Met zijn vrolijk karakter, zijn sociale aanleg en zijn spraakvaardigheid was hij ‘burgemeester’ geworden, en stond hij in voor de ontspanning in de gemeenschap.

Ook in Congo waar hij 45 jaar werkzaam was, kon Paul vlot met de mensen over de baan. Hij zag ze graag, en hij was bereid om voor hen zijn nek uit te steken, vooral als hij met onrechtvaardigheden en uitbuitingen te doen kreeg. Dan was hij niet te houden.

Gedurende vijftien jaar was hij actief in de pastoraal, in verschillende parochies van het bisdom Inongo. Paul was een enthousiaste missionaris, een man van gebed en ook een groot animator.
Het is niet zonder reden dat hij samen met de vicaris-generaal het mobiele pastoraal team vormde. Zo reisden ze gedurende zeven jaar naar de verschillende missieposten voor animatiesessies voor de diocesane priesters, de zusters en de confraters, de catechisten, de parochieraden en het Marialegioen. Ook werden er sessies georganiseerd voor de volledige bevolking en voor de jeugd. Hij wist degelijke en geëngageerde jongeren verder vorming te geven voor inzet in dienst van de kerk en het land. Voor iedereen had hij een boodschap en hij kon die aan de man brengen. Dat maakte hem erg gewaardeerd en geliefd bij de mensen.

Van 1993 tot 2008 maakte hij deel uit van de ploeg van de “Centre d’Information et d’Animation missionnaire” in Kinshasa. Hier kon hij zich ook weer uitleven en zijn talenten ten dienste stellen van de Kerk in Congo. Zo heeft Paul zeer veel vrienden gemaakt waarmee hij altijd goede contacten bleef houden.

Terug in België wilde hij niet rusten, doch trok rond voor recollecties en retraites. Erg gevoelig voor rechtvaardigheid, vrede en zorg voor de schepping zette hij zich in voor Pax Christi Vlaanderen, Amnesty, Broederlijk delen, Vluchtelingenwerk en Orbit. Men vond Paul ook terug tussen blinden en slechtzienden, bij zieken en gehandicapten. De manier waarop hij de laatste jaren met zijn ziekte omging, wekte onze bewondering.

Paul droeg ook zijn familie in het hart, en tijdens de ontspanningsmomenten met confraters kon hij met veel warmte daarover vertellen en ook over zijn vele vrienden. Een goede familieband is een grote steun voor een missionaris. Net op het feest van Christus Koning, één van zijn geliefde feesten, ging hij van ons heen, doch wij zijn hem heel dankbaar voor wat hij voor zo velen is geweest. Kom goed thuis, Paul, dit is geen definitief afscheid maar een ‘tot weerziens bij de Heer”.

 

Cyriel STULENS

 

 

 

Pater Victor DierckxVictor Dierckx

 


Geboren in Kasterlee op 22 november 1923.

Geloften op 8 september 1942.

Priester gewijd op 25 januari 1948.

Van 1948 tot 1950 studeerde hij regentaat Letterkunde in Antwerpen.

Van 1950 tot 1991 werkzaam in Noord Kongo in het onderwijs, pastoraal en vorming van lokale verantwoordelijken.

Van 1991 tot 2003 werkte hij voor het economaat in het missiehuis van Scheut in Kessel-lo en daar bleef hij tot hij in 2012 op rust ging in het Missiehuis van Zuun. Hij overleed er op 29 juni 2018. 

 

Al vanaf de lagere school liet Victor Dierckx zich opmerken als een pientere jongen. Daardoor belandde hij al jong op het internaat in Hoogstraten om aansluitend zijn priesteropleiding te starten. Zijn kinderjaren hebben zeker een grote stempel gedrukt op gans zijn leven. Het Kastels geloof van zijn moeder, de ‘onderwijsmicrobe’ van zijn vader en de geborgenheid van een groot gezin met 12 kinderen hebben de basis gelegd van een levenslange inzet voor anderen. Hij bleef houden van zijn geboortedorp en volgde altijd het reilen en zeilen van de familie met veel interesse.
Op 18jarige leeftijd volgde Victor zijn roeping en koos voor Scheut in de voetsporen van enkele dorpsgenoten. De veranderde politieke situatie zorgde ervoor dat niet China zijn werkterrein zou worden, maar Congo. Dat aanpassingsvermogen aan nieuwe situaties zien wij als een rode draad door gans zijn leven van meer dan 40 jaar in Kongo. Victor was polyvalent, pakte alles aan en was altijd beschikbaar voor een nieuwe uitdaging of een benoeming. In het onderwijs als directeur of leraar in een middelbare school, in centrale parochies en brousse posten of als bezieler van een vormingscentrum voor catechisten, iedere opdracht was voor hem een uitdaging waar hij voluit voor ging. Altijd bereid en beschikbaar voor de lokale kerk. Door lectuur en studie probeerde hij op de hoogte te blijven van de evolutie van kerk en land.

Victor viel op door zijn eenvoudige levensstijl en was altijd tevreden met een minimum aan comfort. Ook in de kleine broussedorpjes van Kongo voelde hij zich thuis. Hij kon belangrijke en misschien geleerde dingen van geloof en Kerk op een bevattelijke manier aanbrengen.

Na zijn terugkeer uit Kongo werd hij benoemd tot econoom in ons huis in Kessel-Lo maar vanaf 2003 bleef hij nog dienst bewijzen in het economaat, de zorg voor de zieke confraters en zelfs het huishouden. Ook daar was zijn inzet bewonderenswaardig. In 2012 verhuisde hij naar Zuun waar hij het beste probeerde te maken van zijn laatste levensjaren.
We blijven hem herinneren als een eenvoudige, ruimdenkende en goede confrater die door had wat echt belangrijk is in het leven en zijn talenten gebruikte om de wereld een beetje beter te maken.

Cyriel Stulens

 

 

 

Pater Steven LindemansLindemans Steven

 

Geboren in Brussel op 22 maart 1931

Religieuze geloften op 8 september 1951

Priester gewijd op 5 augustus 1954

Van 1955 tot 1959 studeerde hij kerkgeschiedenis in Rome

Van 1959 tot 1967 professor kerkgeschiedenis in Scheut, Leuven en Jambes

Van 1968 tot 1999 in Kinshasa en Kisangani met driemaal een opdracht in Rome voor begeleiding studenten, als algemeen secretaris, als rector en procureur-generaal

Van 2005 tot 2012 rector in Leuven Vlamingenstraat

Overleden op 21 juni 2018 in Zuun.

 

Wie was pater Steven? Wij hebben hem gekend als een bescheiden en nederig man, genietend van het leven. Hij hield van een gezellige babbel en kon ook eens goed lachen.
Steven hield van zijn familie, leefde mee en volgde er altijd het reilen en zeilen. Dankzij zijn neef Fons Borginon konden veel confraters elk jaar gratis een aangenaam verlof doorbrengen in Tirol.

De scheutgemeenschap was voor hem erg belangrijk. Als rector in Rome en Leuven was het zijn grote bekommernis dat iedereen er zich zou thuis voelen en inderdaad bij hem voelde iedereen zich goed. In alles wekte hij vertrouwen, immers hij kon aandachtig luisteren naar mensen en hen ernstig nemen.
Omwille van zijn vele talenten heeft de congregatie dikwijls beroep op hem gedaan, eerst als professor in onze studiehuizen, later in Rome als algemeen secretaris, rector en procureur.
In Kinshasa heeft hij een zeer belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling en groei van de Kerkgemeenschap. Rond de jaren ‘70 en ‘80 ijverde hij er voor dat de scheutisten stilaan hun verantwoordelijkheden overdroegen aan de lokale clerus. Steven focuste op de lokale kerk en had heel goede relaties met de bisschoppen, de lokale priesters en medewerkers. Hij vond dat heel belangrijk. De scheutisten trokken naar de buitenwijken van Mbudi en Menkao en zelfs naar Basankusu of Kisangani. Opmerkelijk is dat hij in 1984 na zijn mandaat als provinciaal overste naar Kisangani trok, naar de periferie om daar een nieuw missionair avontuur te beginnen. Hij moest er een nieuwe taal leren, een andere streek leren kennen en dat alles toen hij al 53 jaar was. Hij heeft daar nog vijf drukke jaren gekend. Daarna werd hij teruggeroepen naar Kinshasa om er provinciaal overste zijn. Daarna weer terug naar Kisangani en dan weer naar Rome.

In zulke drukke functies en grote verantwoordelijkheden hield hij stand dankzij een diep gebedsleven, zo kunnen veel confraters en andere mensen getuigen.
Als dokter in theologie en specialist in kerkgeschiedenis ging het hem niet om geleerde worden of theorieën. Hij leefde niet in het verleden of in de boeken. Neen, hier en u in het gewone leven van elke dag. Daar wilde hij getuigen van zijn geloof en het op een eigentijdse manier beleven. Een van zijn grote bekommernissen was de aanpassing van de geloofstaal aan de gevoeligheden van de moderne geseculariseerde wetenschapswereld.

Ik ben dankbaar voor mijn roeping als scheutist, zo schreef hij.
Ik ben dankbaar voor elke dag die mij nog gegeven wordt, omdat ik mag en kan bidden en spreken tot God als mijn Vader, tot die Jezus van Nazareth, mijn grote broer.
Dankbaar omdat ik mag geloven dat God er is en zal zijn tot eens mijn laatste dag zal zijn aangebroken om mij dan te verwelkomen in een wereld die geen oog heeft gezien, geen verstand zich kan indenken, zijn eeuwige vreugde.

Dank u, Steven voor zo een mooi getuigenis.

Cyriel Stulens 

 

 

PATER ROGER VAN CAUWENBERGHVAN CAUWENBERGH

 

Geboren in Stekene Waas 23 januari 1924.

Religieuze geloften op 8 september 1946.

Priester gewijd op 22 juli 1951

Van 1952 tot 1968 was hij werkzaam in de Filipijnen in de pastoraal, onderwijs en economaat.

Van 1969 tot 2011 werkzaam in USA in pastoraal en economaat met een onderbreking voor een taak in het economaat in Rome en in Scheut.

In 2011 kwam hij naar het missiehuis van Scheut in Kessel-lo en Zuun, waar hij rustig overleed op 18 mei 2018.

 

 

Roger groeide op in Brussel. Toen hij 13 jaar was, overleed zijn moeder en dat gebeuren zou een invloed hebben op gans zijn leven. Hij had moeilijke jeugdjaren en toch startte hij de studies van technisch ingenieur. Tijdens de oorlog vluchtte hij naar Kortrijk waar hij zijn middelbare studies voleindigde in het Don Bosco Instituut. Daar voelde hij meer en meer het verlangen om zijn nonkel scheutist die in China overleed in 1918 te volgen. In 1945 zette hij die stap.

Na zijn studies kon hij in 1952 vertrekken naar de Filippijnen.

In het lange en rijk gevulde leven van Roger kunnen wij twee rode draden ontdekken. De eerste is zijn grote beschikbaarheid voor benoemingen en opdrachten waarvan hij niet wist of het zou meevallen. Het was telkens een stap in het onbekende. Hij gaf steeds zijn ja woord toen de oversten op hem beroep deden. De taken waren ook steeds verschillend: pastorale taken, ekonoom, leraar, bouw ontwerper, kapelaan en aalmoezenier. Hij gebruikte zijn vele gaven, technische talenten en talenkennis overal waar hij benoemd werd. Overal gaf hij het beste van zichzelf in dienstbaarheid vanuit de inspiratie van het evangelie.
Hij probeerde zich steeds goed aan te passen en maakte overal vrienden. De lijst van de plaatsen waar hij gezonden werd is indrukwekkend: in de Filippijnen, in USA, Rome en België. Roger was gekend als de gedienstige, vriendelijke, gastvrije chauffeur van Missionhurst die zoveel konfraters naar en van de luchthaven bracht en hen bijstond.

De tweede rode draad is zijn diep gebedsleven, zijn innige verbondenheid met de verrezen Heer.
Vanuit zijn diep gebedsleven bleef Roger kracht putten om de vele uitdagingen, angsten, moeilijkheden, beperkingen en ziekten moedig te trotseren. Roger vond inspiratie in de spiritualiteit van de Poolse Zalige Zuster Faustina Kowalski, en las regelmatig in haar dagboek, getiteld “Goddelijke barmhartigheid in mijn ziel“. Hij heeft in zijn missieleven zeker die barmhartigheid van de Heer uitgestraald. Je kon hem elke dag in de kapel vinden voor persoonlijk gebed met zijn brevier en rozenkrans.

Hij bleef ook sterk verbonden met zijn familie vooral zijn oudste zus en vrienden in België.
Op einde van zijn eigen korte levensbeschrijving pent Roger neer: “Ik kan nu iedere dag trachten dichter en dichter naar het Hart van Jezus toe te groeien en als het einde komt zal Hij me zeggen: Kom nu maar naar huis Roger“.
Roger, je bent nu thuis in de armen van de Barmhartige Heer die je zo diep bemint. Je hebt Zijn liefde aan zovelen getoond .
Rust nu in eeuwige Liefde en Vrede van de barmhartige God.

Jozef Lapauw

 

  

Vandeweghe Michel 2

Pater Michel Vandeweghe

 

Geboren in Pervijze op 28 februari 1929

Religieuze geloften in Scheut op 8 september 1950

Priester gewijd op 7 augustus 1955

Missionaris in Congo van 1960 tot 1976, in België van 1976 tot 1982,

in Senegal van 1982 tot 1985, in Kameroen van 1985 tot 2006

en daarna opnieuw in België.

Overleden in Torhout op 18 maart 2018

 

Er zijn soms mensen die een speciale indruk nalaten: door wie ze waren, door wat ze deden, door wat ze zeiden. Pater Michel was voor velen zo iemand.

In december 1960 vertrok hij naar Noord-Congo, waar hij eerst anderhalf jaar aan de slag kon als medepastoor in Mbaya, een broussepost. Twee jaar later zien we hem als leraar in het college van Lisala. Hij gaf verschillende vakken, en met veel animo. In 1965 werd hij gevraagd animatiewerk te doen in de plaatselijke ontwikkelingshulp, en werd meteen ook benoemd als vicaris generaal van het bisdom Lisala.

Twee jaar later, in 1967, werd hij benoemd tot Provinciaal van de Scheutse Provincie Noord-Congo. Steeds op de baan over slechte wegen in een gebied ruim driemaal zo groot als ons landje, om de confraters te bemoedigen en te animeren. Leven in gemeenschap was voor hem heel belangrijk. Ook samen bidden en de homilie van de volgende zondag samen voorbereiden.

In 1976 werd hij gevraagd om terug naar Vlaanderen te komen voor de vorming van onze jonge Vlaamse kandidaten. Maar weer draaide de wind van de H. Geest, en hij werd in februari 1977 benoemd als overste van de Vlaamse Scheut-Provincie. Er was veel veranderd in Kerk en Wereld en ook Scheut als missiecongregatie moest een nieuw elan vinden. Hij had een visie en een missie en wilde vernieuwing brengen in de Provincie. Scheut wou hij zien als een hechte en solidaire gemeenschap van medebroeders, en niet als een levenloze groep van individuen. Hij omringde zich met medewerkers en werkgroepen die hij opdrachten gaf.

De tweede periode situeert zich vanaf 1985. Hij had drie jaar Senegal achter de rug, had last van de drukkende warmte en kwam toen naar Kameroen. Leerde één van de inlandse talen en legde tweemaal na elkaar de grondslagen van een nieuwe parochie aan de rand van de hoofdstad Yaoundé. Hij woonde zelf een tijdlang in een klein huisje en organiseerde een aantal jaren de zondagsliturgie in een afgedankt naaiatelier.

Toen dan Scheut-Kameroen in 1999 met een prenoviciaat wilde starten, was Michel de aangewezen man om er de verantwoordelijke te zijn. Maar amper twee jaar later moest hij weer versassen, binnen hetzelfde Yaoundé weliswaar, nu als Rector van het bedrijvige provinciaal huis. Als 70-jarige werd hij "baas van bijna een hotel" zoals hij het zelf uitdrukte. Na drie jaar ging hij Mgr. Roger Pirenne, een medescheutist, gezelschap houden in Bertoua, waar hij geestelijke begeleider werd van een 30-tal seminaristen. Maar ook daar was het klimaat onbarmhartig warm. Michel moest terugkeren naar België in december 2006, hij was er bijna 78.

Van 2007 tot 2011 deed hij dienst als geestelijk begeleider van de Scheutisten in België met als woonplaats de vroegere Franstalige communiteit, rue Berckmans te Brussel. In 2008 kwam hij op rust naar Torhout. Hier heeft hij nog mogen genieten van de goede zorgen van de confraters, het personeel en de vrijwilligsters. Hier is hij op zondag 18 maart, thuis, na de middag, zachtjes van ons heengegaan.

Jan REYNEBEAU

 

 

 

Pater Jacques MevisMevis Jaak 3

 

Geboren in Lummen op 27 april 1927

Religieuze geloften op 8 september 1947

Priester gewijd op 3 augustus 1952

Missionaris in Congo (Kasayi) van 1958 tot 2010.

Overleden in Zuun op 18 maart 2018

 

 

Jacques was een goede, lieve man, zachtaardig en barmhartig voor groot en klein, voor rijk en arm. Hij had veel aandacht en tijd voor weduwen en wezen, bejaarden, zieken en armen. Hij was de bezieler van seminaristen en priesters, van confraters en zusters, van medewerkers en vrienden. Hij trachtte altijd positief te zijn, stimulerend en aanmoedigend. Zo was Jacques en zo hebben velen hem ervaren zowel in Congo als hier in België.

In zijn rijk gevuld leven heeft hij veel mensen gekend en gevormd.

Heel wat Congolezen die vandaag priester zijn en andere geëngageerde mensen, heeft hij gevormd toen hij in het Kleinseminarie werkte en later in de jongerenpastoraal van het bisdom. Veel zusters heeft hij begeleid op de weg van hun evangelische inzet, zowel in België gedurende zes jaar als in Congo.

Toen hij Provinciaal Overste was, heeft hij veel Scheutisten begeleid en aangemoedigd. Jacques gaf altijd krediet en vertrouwen.

Samen met Congolese mannen en vrouwen richtte Jacques in Kananga een sociaal centrum op dat CERDES heet, met de bedoeling zich ten dienste te stellen van mensen die in de marge van de maatschappij leven. Het gezondheidscentrum Cerdes doet tot op de dag van vandaag een prachtig werk voor de opvang en verzorging van zieken.

Veel mensen in Kasayi kennen Jacques omwille van zijn inzet voor de vluchtelingen uit de provincie van Katanga die vanaf 1992 naar het Kasayi-gebied teruggedreven werden. Van in het begin zocht hij medewerkers om een comité te vormen voor de opvang van de duizenden vluchtelingen die wekelijks in het station van Kananga aankwamen. Gedurende verschillende jaren heeft hij deze humanitaire actie geleid en zo 400.000 vluchtelingen opgevangen. Hij gaf veel vertrouwen aan zijn Congolese medewerkers. Zijn banden met hen waren diep en oprecht. Wanneer Jacques het had over zijn broers en zussen, dan bedoelde hij niet alleen zijn familie in Limburg, maar ook zijn medewerkers in Congo.
Jacques kreeg ook kritiek op zijn armenzorg. Toen er geen geld meer beschikbaar was voor armen, kon hij geen mensen meer helpen om wat eten te kopen of om hun huishuur te betalen of om hun voorgeschreven medicatie te kopen of om het ontbrekende schoolgeld bij te leggen, enz. Hij bleef wel armen vriendelijk bij hem ontvangen en toch nog helpen zoveel hij kon. Jacques was koppig in zijn barmhartigheid zonder grenzen!

Hij zag er wel van af dat in de maatschappij en ook in de Kerk, tot nu toe niet genoeg geld wordt vrijgemaakt voor armenzorg en humanitaire noodhulp, terwijl er mensen creperen van ontbering.

Veel mensen waardeerden hem, en veel Congolezen stuurden hun medeleven bij zijn overlijden.

De laatste weken van zijn leven vielen hem zwaar. Op zijn kamer lag een blad met de volgende woorden van Henri Nouwen die hem blijkbaar diep aanspraken: “Sterven is thuiskomen. Maar hoe vaak wij dit ook gehoord hebben, we verlangen er eigenlijk nooit naar thuis te komen… Wij hangen vast aan het leven, ook al is onze gezondheid zwak”.

De laatste dagen van zijn leven was Jacques onrustig en terneergeslagen. Toch heeft hij zijn einde heel bewust en gelovig beleefd.

De woorden van Jezus die hem altijd ter harte gingen waren de volgende: “Ik ben de Verrijzenis en het Leven. Wie in Mij gelooft, ook al sterft hij, hij sterft niet voor altijd. Gelooft gij dat?” Jacques heeft gevochten om dat te geloven.

Wij ook, wij geloven dat Jacques in Jezus gestorven is en dat hij in Jezus verrijst en blijft leven.

Hartelijk dank, Jacques, voor je mooi leven dat heel wat mensen blijft inspireren, hier bij ons en in Congo. Dank u!

Ivo VANVOLSEM

 

 

 

Pater Wim Van EsscheVan Essche Wim

 

Geboren in Antwerpen op 23 juni 1927

Religieuze geloften op 8 september 1954

Priester gewijd op 2 augustus 1959

Missionaris in Kongo van 1960 tot 1997 met enkele jaren dienst in het Verbistcentrum in Kessel-Lo

Van 1997 tot 2014 was hij aalmoezenier in het O.L. Vrouwziekenhuis in Asse, waar hij overleed op 12 maart 2018.

 

 

Na de basisschool Sint Norbertus in Antwerpen volgde pater Wim de Handelshumaniora in dezelfde school als voorbereiding op een carrière in de handel. Zo werkte hij zeven jaar als boekhouder in Les Nouvelles Sablières de Mol. Gedurende die tijd groeide zijn verlangen om priester en missionaris te worden. Het moet zeker voor hem een moeilijke beslissing geweest zijn, maar eenmaal genomen was hij er diep van overtuigd: ik wil priester - missionaris worden. Hij die zoveel hield van Vlaanderen en zo gehecht was aan zijn familie en zijn volk, ontdekte dat er iets of Iemand nog belangrijker is in zijn leven: God, de Blijde Boodschap van Jezus…… dat zou zijn leven worden

Als een late roeping trad hij in 1953 binnen in het noviciaat van Zuun en na zijn studies van theologie vertrok hij in 1960 naar Kongo, meer bepaald in de Kasayi provincie. Met veel edelmoedigheid zette hij zich in voor de gewone mensen in de dorpen en de buitenwijken.
Na 7 jaar kwam hij naar het Verbistcentrum in Kessel-Lo voor missieanimatie bij de jongeren. Daar kon hij zijn vele talenten van woord en zang ten dienste stellen van de jeugd. Hij beleefde er mooie jaren.
Van 1970 tot 1997 was hij terug in de Kasayistreek en deed er pastoraal werk op verschillende parochies. De laatste jaren probeerde hij creatief te zoeken naar een nieuwe methode van missionering: namelijk boeren in de dorpen samen te brengen in een soort coöperatief met het systeem van een abdij, met veel aandacht voor bezinning en getijdengebed. Men heette dat een kapelhoeve, ferme Chapelle.

Wim kon soms botsen met mensen want hij had sterke principes en daar week hij nooit van af. Hij was tegen sommige elementen van het establishment. Hij duldde geen uitbuiting of onderdrukking, zowel in Kongo als hier.
Zijn muzikaal talent stelde hij ten dienste van de blijde boodschap. Een prachtige stem. Maar het moest perfect zijn. Zijn liturgische vieringen werden altijd zeer nauwkeurig voorbereid.

In 1997 kwam hij definitief terug naar België en werd aalmoezenier in het Ziekenhuis in Asse. Met aandacht en empathie leefde hij mee met zieken en mensen in nood, altijd met veel aandacht voor gemeenschap rond de eucharistie. Toen hij 87 jaar werd, deed hij het wat rustiger aan. Hij bleef wekelijks de eucharistie vieren.

Na een tweetal weken in het ziekenhuis in Asse is hij op 12 maart 2018 overleden. Danken wij de Heer voor het leven van pater Wim, zijn inzet en toewijding.

Pol Remaut
 Cyriel Stulens