Pater Jozef Sinnesael



in memoriam sinnesael 

Geboren te Moorslede op 14.03.1927

Religieuze geloften op 08.09.1947

Priester gewijd op 03.08.1952

Missionaris in Kongo (Lisala) van 1954 tot 1978 en daarna in België

Overleden in Torhout op 13.03.2014

 

 

Jef stamt uit een groot christelijk onderwijzersgezin van Moorslede. Vier van de acht kinderen zouden eveneens in het onderwijs terechtkomen. Eén dochter werd religieuze en twee zonden werden Scheutist. Na zijn humaniora in het Klein Seminarie van Roeselare volgde Jef zijn oudere broer Karel naar Scheut. Na zijn theologie studeerde hij nog een jaar pedagogie in de normaalschool van Torhout en zo was hij goed voorbereid om in het bisdom Lisala vooral in het onderwijs te werken.

De eerste vier jaar van zijn missieleven was hij leraar aan het kleinseminarie van Bolongo, en vervolgens vijf jaar aan het college van Lisala terwijl hij eveneens godsdienstleraar was in het plaatselijk atheneum. Daarna gaf hij een jaar les in de normaalschool van Boyange en was ook nog vijf jaar studieprefect in de landbouwschool van Mondongo. Hij was een goed leraar die met hart en ziel zijn lessen gaf doch vooral oog had voor de opvoeding van de jongeren tot volwassenheid en inzet voor de gemeenschap. Veel van zijn leerlingen hebben later grote verantwoordelijkheden gekregen in de politieke en sociale wereld. Ze bewaarden mooie en aangename herinneringen aan de vorming die ze gekregen hadden. Terecht was Jef daar fier op en met enkele oud-leerlingen onderhield hij jarenlang vriendschappelijke banden.

Na deze lange periode in het onderwijs werd hij procureur van het bisdom Lisala benoemd. Kort daarna kwam de nationalisatie van het bedrijfsleven, de Zaïrianisatie, en de economische situatie werd er niet beter op. Zijn organisatietalent en zijn relatiebekwaamheid kwamen toen bijzonder goed van pas. Maar Jef was een volksmens en wilde dichter bij de gewone mensen zijn en eenvoudig met hen meeleven. Daarom vroeg hij, na drie jaar van vooral materiële beslommeringen in een zeer moeilijke situatie, in de parochiepastoraal te mogen werken. Dat deed hij vijf jaar lang in Boso Manzi en Roby. Zijn zwakke gezondheid maakte het hem echter niet altijd gemakkelijk en in 1978 kwam Jef definitief naar België terug.

Toen men hier een geschikte man zocht voor de reisdienst sprak men hem aan en onmiddellijk aanvaardde hij. 17 jaar lang zou hij bewijzen dat hij de “right man on the right place” was. Hij zorgde voor de tickets, visa en reispassen voor duizenden missionarissen, mannen en vrouwen en zelfs familieleden van missionarissen die eens op bezoek gingen. Elke dag was hij tenminste één keer in Zaventem om mensen naar de vlieghaven te brengen, hen door de wirwar van het afreizen te loodsen en hen zo ver mogelijk te begeleiden, soms tot aan de trappen van het vliegtuig. Toen kon dat nog. Dit deed hij steeds met de glimlach en met veel geduld, ook al maakten ze het hem niet altijd even gemakkelijk en waren de vertrekkende missionarissen wel eens “overladen”. Ook was hij steeds present om de missionarissen af te halen en ze vlot en veilig door de douanes te leiden. Heel veel missionarissen, lekenhelpers en familieleden zijn hem altijd erg dankbaar gebleven voor de delicate en minzame manier waarop hij zovelen geholpen heeft.

Toen hij bijna 70 was vroeg en kreeg hij een plaatsvervanger. Hij ging wonen in ons huis van Rumbeke en kreeg de opdracht de families van de Oost- en West-Vlaamse Scheutisten te bezoeken. Dat apprecieerden de mensen sterk. Toen echter in 1998 de plaats van aalmoezenier vrijkwam in het rusthuis van Zonnebeke, vlakbij zijn geboortedorp, zag hij er een unieke kans in om nog enkele jaren mooi werk te verrichten bij de bewoners van het WZC Sint-Jozef. Met zijn eenvoudige hartelijkheid kon hij voor veel mensen een steun zijn en een getuige van Jezus’ blijde boodschap. Hij bleef er 8 jaar, en toen hij bijna 80 was vond hij dat hij stilaan recht had op een beetje rust, en dat vond hij in Torhout waar hij nog enkele zeer mooie en aangename jaren mocht beleven.

Jef had de gave zich te kunnen inleven in de situatie van de anderen, hun lief en leed te delen. De laatste maanden heeft hij ook ervaren wat het is ziek te zijn. Een zona heeft hem vele maanden erg doen afzien. Hij leed veel pijn en kreeg het steeds moeilijker om te stappen. Tenslotte kreeg hij een longembolie en daags voor zijn 87ste verjaardag is hij zachtjes van ons heengegaan.

We blijven hem gedenken als een bijzonder vriendelijk en gedienstig man, met een resem vrienden, een beetje overal. Ook wij zullen hem niet vergeten.

Frans VAN HUMBEECK en Cyriel STULENS

 

 

 

 

Pater Prosper Renson


in memoriam renson

 

Geboren te Waregem op 02.04.1928

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 02.08.1953

Missionaris in Japan van 1954 tot 2005

Overleden in Halle op 12.03.2014

 

 

In 1947 begon hij zijn noviciaat in Zuun. Hij vroeg aanvankelijk om naar Kongo te gaan, maar een medestudent raadde hem aan Japan aan te vragen. In 1954 vertrok hij naar Japan, waar de eerste Scheutisten zes jaar eerder waren begonnen in de stad Himeji. Gedurende negen maanden leerde hij de taal in ons huis van Nibuno, dicht bij Himeji; daarna deed hij drie jaar dienst als medepastoor in Toyooka, een parochie die in 1950 gesticht was aan de Japanse Zee. In 1958 werd hij pastoor van de parochie van Nibuno.Prosper, of Pros zoals hij gewoonlijk door zijn confraters genoemd werd, was de jongste van vier zonen. De opvoeding die hij kreeg thuis en in de plaatselijke KSA hebben de fundamenten gelegd van zijn inzet voor anderen. Zijn oudere broer Raymond werd Scheutist. Pros werd getroffen door de broederlijke sfeer onder de jonge fraters toen die bij hem thuis op bezoek kwamen. Hij zou het voorbeeld van zijn broer volgen en ook missionaris worden.

Het was de tijd van na de oorlog en van vóór het concilie. De ijver was groot om Japan tot het katholieke geloof te bekeren en om roepingen te stimuleren. Maar na een eerste periode van opmerkelijke opbloei in bekeringen, verminderde al snel het aantal catechumenen en doopsels. Ook Pros moest zich met deze realiteit verzoenen, en zich als het ware “bekeren” tot het vissen van mensen, niet meer met het net, maar met de hengel. En dat deed hij in alle parochies waar hij dienst heeft gedaan: Nibuno, Okayama, opnieuw Nibuno, Aboshi, Himeji, weer Aboshi, terug Nibuno, opnieuw Himeji…

Pros was een echte parochiepriester. In de zestiger jaren zou er onder de confraters een discussie ontstaan: moeten we ons toeleggen op direct apostolaat, door nieuwe parochies te stichten binnen kerkelijke structuren? Of moeten we dit volk benaderen via indirect apostolaat, via gespecialiseerde activiteiten zoals studie, muziek, godsdienstonderzoek, of scholen? Pros voelde zich goed in parochiewerk en in catechese. Zijn broer Raymond ging de richting uit van gespecialiseerd apostolaat. Beide broers, samen genomen, gaven een volledig beeld van wat missie zou kunnen zijn.

Pros heeft gans zijn missionarisleven moeite gehad met het Japans. Hij was de eerste om dat toe te geven. Maar hij compenseerde dit euvel meesterlijk door de taal van het hart. Hij kon luisteren. Hij begreep heel goed de “underdog” zoals hij hen noemde: de mensen in de marge, zij die moeilijk aan het woord kwamen zelfs in hun eigen taal, eenvoudige mensen die spijts tegenslagen toch iets presteerden, of mensen die het niet meer zagen zitten. Ik stel me voor dat hij elke ontmoeting zag als een kans om deze concrete mens tegen het licht van de zaligsprekingen te houden, en hem of haar te zeggen: “Jij werkt voor vrede, of je treurt, of je snakt naar gerechtigheid… Wel, indien Jezus hier was, Hij zou je zeggen: proficiat, je bent op de goede weg.”

Buiten zijn drie jaar in Toyooka, en acht jaar in Okayama, heeft Pros altijd in parochies gewerkt die gesticht waren binnen een straal van 40 tot 50 km rond Himeji. En voor Pros was dat goed, want hij stelde het groepsgebeuren zeer op prijs. De Scheutisten van Himeji en Nibuno kwamen op zondagavond bijeen, en zij die op parochies werkten binnen die actieradius kwamen op maandagnamiddag bijeen, om wat bij te babbelen, bij te eten en bij te drinken, of om te biechten of om raad te vragen. Pros was 20 jaar in Japan toen “Vuur moet branden” uitkwam, een voornaam inspiratiedocument van de Congregatie dat gepubliceerd werd na het Kapittel van Albano. Hij zal daarin met veel interesse de teksten van hoofdstuk 6 gelezen hebben die het hebben over de evangelische gemeenschap.

Pros voelde de “tekenen van de tijd” aan, en als pastoor in Himeji, vroeg hij aan de bisschop van Osaka om een Japanse medepastoor bij hem te benoemen. En toen de niet-Europese Scheutisten rond de eeuwwende al meer dan klaar stonden om de fakkel over te nemen, begreep Pros dat het tijd werd om de jonge garde niet voor de voeten te lopen. Wellicht deed Raymonds overlijden in 2003 bij hem het idee groeien om nog wat “quality time” bij zijn twee overlevende broers door te brengen. Na 51 jaar Japan, in maart 2005, kwam hij definitief terug naar België, 77 jaar oud.

Hij kwam naar het huis van Scheut in Kortrijk, van waaruit hij regelmatig broer Louis bezocht, die ziek was en weldra zou overlijden. Met broer Jean ging hij later elke week uit, tot ook hij overleed. In 2012, toen zijn gezondheid fel verzwakte en hij meer verzorging nodig had, ging hij naar onze gemeenschap van Zuun. Een longinfectie is hem uiteindelijk fataal geworden. Hij stierf in het ziekenhuis van Halle.

We blijven Pros gedenken als de vriendelijke en wijze man, gevoelig en steeds optimist, steeds bereid tot een kwinkslag, en dankbaar voor al het goede waarvan hij mocht genieten. Nu staat zijn urne naast die van Raymond, op het kerkhof in Waregem. De cirkel is rond, en zijn missie volbracht.

Werner LESAGE en Jan REYNEBEAU