Pater André LOYSON

 

in memoriam loyson

 

Geboren te Koolskamp op 02.10.1930

 

Religieuze geloften op 08.09.1951

 

Priester gewijd op 05.08.1956

 

Missionaris in Kongo van 1957 tot 1964 en van 1968 tot 1973 en daarna in België en Spanje

 

Overleden in Anderlecht op 24.06.2015

 

 

 

André werd geboren in een gezin van 11 kinderen te Kools-kamp. Na zijn humaniorastudies in Roeselare wilde hij missionaris worden en die roeping heeft hij zijn hele leven in veel verschillende omstandigheden waargemaakt. In 1950 trok hij naar Scheut en werd er in 1956 priester gewijd.

Eén jaar later vertrok hij naar Noord Kongo en kwam terecht in het onderwijs. Eerst directeur van de lagere school in Roby en dan in Gwaka, werd hij daarna leraar in de middelbare school, de “Groupe Scolaire” op de missie van Ebonda.

Tijdens zijn eerste verlof in België wilde hij zich nog meer specialiseren in opvoedkunde en onderwijs. Hij behaalde een licentiaat in pastorale catechese voor jongeren en een doctoraat in opvoedkunde in de “Institut Catholique” in Parijs. Na vier jaar studie deed men beroep op hem voor het onderwijs in Kinshasa en twee jaar later werd hij zelfs animator van het onderwijzend personeel van het bisdom Kinshasa.

Begin de jaren 70 kreeg André moeilijkheden met het regime van Mobutu omwille van een erg kritisch artikel in dagbladen dat verkeerdelijk aan hem werd toegeschreven. Wij moeten dat situeren in een tijd van onrust, verdachtmakingen en vijandschap tegen sommige buitenlanders. Het was toen een moeilijke periode voor de Kerk en alle missionarissen in Kongo. André kon de spanning niet aan, vooral omwille van zijn gevoelig karakter en zijn eerder zwakke zenuwen. Deze pijnlijke ervaring zou een keerpunt meebrengen in zijn leven. Wij waren toen in 1973.

Zijn leven werd meer en meer een zoektocht, soms aarzelend en toch steeds gedreven, met een diepe bezieling en overtuiging. Zijn diep geloof en zijn liefde voor Jezus liepen als een rode draad door gans zijn leven.

Gedurende een tiental jaar was hij pastoor in Ardooie en medepastoor in Koekelare. Daarna ook nog drie jaar op de parochie in Oedelem en acht jaar in Wevelgem.

Zijn liefde voor de jeugd liet hem niet los want al die jaren was hij ook deeltijds animator van bezinningsdagen en retraites voor jongeren, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Later zou hij over zijn ervaringen met de jeugd een boek schrijven met als titel: “Jongeren begeleiden in gelovig mens zijn”. Ook retraites voor volwassenen, begeleiding van bedevaarten en gebedsgroepen stonden op zijn programma.

In 1996 trok hij naar Spanje om in de streek van Benidorm pastoor te zijn van de Belgen, Fransen en Engelsen. Zijn talenkennis kwam hem hier goed van pas, ook in de contacten met zowel de toeristen en buitenlanders als de Spanjaarden. Daar zou hij acht jaar volledig missionaris kunnen zijn en een mooie tijd beleven.

In 2004, hij was nu 75 jaar, kwam hij op rust in Zuun en vanaf 2010 in Scheut. Ook hier wilde hij blijven getuigen van het evangelie en van wat hem ten diepste bezielde door met ruim duizend contactpersonen op internet een briefwisseling aan te houden. Zijn brieven voor hoogdagen werden in verschillende talen over de ganse wereld verstuurd.

Verwikkelingen bij een schijnbaar onschuldige operatie van overbruggingen maakten op 24 juni onverwacht een einde aan zijn leven. Laten wij dankbaar het leven van André in Gods handen leggen.

Cyriel STULENS

 

 

 

 

 Broeder Rodolfo MONTAÑO HERNÁNDEZ

in memoriam Montao Rodolfo

 

 Geboren te Cordoba, Veracruz (Mexico) op 17.07.1954

Religieuze geloften op 22.08.1988

Missionaris in Kongo (NC) van 1990 tot 2000, in België tot 2002, in Guinée tot 2004 en daarna in Mozambique

Overleden in Antwerpen op 04.05.2015

 

 

 

 Van schaapherder tot dokter-missionaris

 
 Rodolfo werd als vierde kind geboren in de familie Montaño Hernández in Cordoba, Veracruz, Mexico, op 17 juli 1964. Als kleine jongen hoedde hij de schapen van zijn vader. Nogal vlug ontdekte men zijn talenten en na de lagere en middelbare school studeerde hij voor dokter want hij wou zijn leven ten dienste stellen van zijn medemensen.

Als stagiair trok hij, met zuster Maria Van Doren ICM, naar de ver afgelegen dorpen en langs deze weg kwam hij in contact met Scheut. Als aspirant-Scheutist gaat hij naar Guatemala waar hij heel wat ervaring opdoet als dokter. Zijn noviciaat doet hij in de Dominicaanse Republiek waar hij in 1988 zijn eerste religieuze geloften uitspreekt.

Hij kwam naar België en volgde lessen aan het Tropisch instituut in Antwerpen om zich voor te bereiden op zijn zending naar Kongo, waarheen hij in 1990 vertrok en gedurende een tiental jaar gewerkt heeft in het missiehospitaal van Ndage, in Noord-Kongo. Het waren heel moeilijke jaren omwille van de rebellen die de ganse streek onveilig maakten. Dag en nacht stond hij daar ten dienste van de zieke en de gekwetste mensen.

In het jaar 2000, na een vormingssessie in de USA, onderging hij een operatie aan de rug en werd het duidelijk dat hij niet meer terug naar Kongo zou kunnen gaan. Gedurende 2 jaar stelde hij zich dan ten dienste van het Tropisch Instituut in Antwerpen. Intussen kreeg hij contact met ‘Artsen Zonder Grenzen’ en kon hij met deze organisatie in 2002 vertrekken naar Guinée en later naar Mozambique.

Vanaf 2007 was hij daar verbonden met een Amerikaanse organisatie, ‘HAI’ (Health Alliance International Organisation) en werd door de regering van Mozambique aangesteld als hoofdverantwoordelijke van de streek van Tete om een programma uit te werken ter bestrijding van Aids.

In 2014 kwam hij op verlof naar België en liet hij een traditioneel geneeskundig onderzoek doen waarbij verschillende problemen werden vastgesteld. Bij het wegnemen van de gal ontdekte men ook de kanker aan de maag. Het werd een tweede operatie op twee weken tijd met daarna 6 maanden chemo. Hoopvol zag hij uit naar de toekomst, maar helaas. Bij een tweede maagoperatie stelde men vast dat de uitzaaiing te groot was en men niets meer kon doen.

Zijn droom om nog eens zijn familie te bezoeken in Mexico, waarmee hij altijd sterk verbonden was, en het verlangen, gedreven door zijn Scheutse missionaire geest om terug aan de slag te gaan in Tete, is niet kunnen verwezenlijkt worden.

Rodolfo was een man met heel veel talenten die hij steeds ten dienste stelde van medemensen. Waar hij ook kwam leerde hij onmiddellijk de taal van het volk om zo dicht mogelijk bij de zieken te kunnen zijn en hen te helpen. Iemand zei ooit: als hij de zieke niet kan genezen als dokter, zal hij ze genezen met zijn glimlach en zijn goed hart.

Hij heeft in zijn leven heel veel mensen ontmoet, heel veel zieke en ongelukkige mensen, mensen waarin God een beroep op hem deed en waarvoor hij zich ten volle gaf als dokter. Hij heeft God gezien in het gelaat van al die mensen en hij heeft voor hen Gods liefde voelbaar en tastbaar gemaakt.

Hij was voor hen een engel van een mens. Engelen zijn mensen die je toevallig in je leven mag tegenkomen, onverwacht en onverdiend, waar je heel dankbaar moet voor zijn want ze brengen je tederheid, genegenheid en vriendschap. Rodolfo was zo’n engel voor heel veel mensen.

Op 4 mei, heel vroeg in de morgen, in het bijzijn van zijn goede vriend en collega-dokter, is hij in het Sint-Vincentiushospitaal van Antwerpen, heel rustig naar de overkant gegaan, naar zijn en onze God.

Het is zo vreemd dat we hem nu niet meer kunnen zien, hem niet meer kunnen aanraken en dat zijn hartelijke lach ons niet meer kan bereiken. Het is moeilijk, maar we proberen tot God te bidden: Neem Rodolfo in uw armen in onze plaats. Neem hem op in uw vrede en help ons te geloven dat u ons niet alleen laat.

 

Nand VERHOEVEN,

met de hulp van Paul SNOECK en Frans JANSEN

 

 

Pater Alfred Spincemaille

in memoriam Alfred Spincemaille

 

 

Geboren te Rumbeke op 06.05.1930 

Religieuze geloften op 08.09.1949

Priester gewijd op 12.09.1954

Missionaris in de Filippijnen van 1955 tot 1999 en daarna in België

Overleden in Torhout op 28.11.2014

 

 

Alfred deed zijn humaniora-studies in het Sint-Amandscollege van Kortrijk en trok daarna naar het noviciaat van Scheut in Zuun. Zijn filosofie deed hij in Néchin en zijn theologie in Scheut en Leuven zoals de meesten van zijn confraters in die tijd. Toen hij naar de Filippijnen vertrok verbleef hij eerst voor taalstudie in Baguio City en het volgende jaar werd hij Vicerector benoemd van het Saint Mary’s College van Bayombong. Twee jaar later kreeg hij dezelfde functie in het Saint Louis College te Baguio en nog eens twee jaar later werd hij er de Principaal van. Zo deed hij de nodige ervaring op om in 1964 stichter en president te worden van het Saint Louis College in San Fernando la Union.

Maar Fred had nog andere talenten en zoals in de parabel van de talenten in het evangelie wist hij die te gebruiken, zodat ze andere talenten, ook onder de vorm van pesos en dollars, voortbrachten. Hij werd Assistant Procurator in Manila maar na vier jaar werd hij de Provinciaal Procurator en dat zou hij meer dan twintig jaar met veel toewijding en deskundigheid blijven doen.

Hij was waarlijk een “jolly good fellow”. Waar confraters en vrienden samenkwamen bracht hij leven in de brouwerij. Met een kwinkslag, een grapje, een gepeperd verhaal wist hij iedereen in goed humeur te brengen. Maar hij was ook de discrete, wijze econoom die wist wat hij mocht zeggen en wat hij beter voor zichzelf hield. Dat maakte hem soms ook een beetje de eenzame wandelaar.

Het lot, zijn talenten, zijn oversten hebben hem tijdens die 44 jaar in de Filippijnen vooral in functies van manager en financier gedreven. Nog voor de tijd dat Scheut met professionele investeerders werkte beheerde hij het kapitaal van die grote Filippijnse Scheutprovincie. Maar eveneens beheerde hij geld van vele Filippijnse bisdommen, en hij deed het op een wijze en efficiënte manier. En hij was niet alleen goed in wat hij deed, maar eveneens goed voor zijn confraters en ook voor andere religieuzen en de vele gewone mensen die bij hem kwamen aankloppen met hun problemen.

Op een parochie heeft hij nooit voltijds gewerkt maar jarenlang reed hij in de vroege morgen naar Banawe Street in Quezon City om bij de zusters van de Jacht voor te gaan in de eucharistie en er de oudere en zieke zusters wat lachtherapie te geven. Eens terug in België heeft  hij  nog  vele jaren bij de zusters van O.-L.-Vr. Bijstand in Kortrijk dezelfde dienst bewezen.

Fred was een Scheutist in hart en nieren, solidair met zijn confraters, in goede en kwade dagen. Maar ook buiten Scheut wist hij een net van goede relaties op te bouwen in vele lagen van de Filippijnse maatschappij, zowel bij bankiers en investeerders, bij ambassadeurs en reisagenten, bij bisschoppen en priesters, bij mensen in het onderwijs, als bij al hun bedienden en bij de vele arme en eenvoudige mensen die zijn pad kruisten.

Als er deze dagen een luid gelach en geschater gehoord wordt in de hemelse contreien, dan is het niet omwille van een stand-up comedian die er arriveert, maar wel omwille van “De Fred” of “Spince” die er zijn plaats gevonden heeft. Ja Fred, we zullen je missen. Dank voor je rijke leven, voor wat je voor ons Scheutisten betekend hebt. Moge je nu vredig rusten in de armen van onze liefdevolle God.

 

Paul VAN PARIJS

 

 

 

 

Pater Ward Van Haegenborgh

in memoriam van haegenborgh

  

 

Geboren te Leuven op 17.05.1930

 

Religieuze geloften op 08.09.1950

 

Priester gewijd op 07.08.1955

 

Missionaris in Kongo van 1960 tot 1972, in Rome van 1972 tot 1978, in Zambia van 1979 tot 1991 en daarna in België

 

Overleden in Bonheiden op 14.07.2014

 

 

In het diep christelijk gezin Van Haegenborgh werd een tweeling geboren. Samen met de vier broers en zussen groeide die op en allebei werden ze missionaris, de één in CICM, de andere in ICM. Ward liep school in het Sint-Pieterscollege van Leuven en trok daarna naar Scheut. Na zijn filosofie en theologie studeerde hij nog Politieke en Sociale Wetenschappen aan de KU Leuven vooraleer in 1960 naar Kinshasa te vertrekken. Eerst deed hij er pastoraal werk in parochies maar al spoedig werd hij diocesaan aalmoezenier van de “Mouvement Familial Chrétien”. In 1967 werd hij Provinciaal Secretaris van de CICM-Provincie van Kinshasa en daarna zelfs van het bisdom Kinshasa.

Toen in 1972 het mandaat van de Algemeen Secretaris in Rome, de latere Kardinaal Jan Schotte, ten einde liep deed men beroep op zijn ervaring om deze op te volgen. Dat deed hij een volledig mandaat van 6 jaar en vertrok daarna als missionaris naar de enkele jaren eerder opgerichte missie van Zambia. De bisschop zocht er iemand voor het familieapostolaat, en de ervaring van Ward in dit apostolaat zorgde ervoor dat hij daarvoor de geknipte man was. Op vraag van de bisschop leerde hij “Mariage Encounter” kennen en dat bracht Ward dan binnen in Zambia. Hij gaf er talloze vormingsweekends, steeds samen met twee lekenkoppels. Van de parochie en de dekenij breidde de beweging zich uit in het hele diocees, en later nationaal en zelfs over de landsgrenzen in Afrika. Het werd een echt succesverhaal en de bisschoppen waren bijzonder opgetogen. Door dit apostolaat bereikte de kerk ook de intellectuelen van het land. Het waren voor Ward dan ook jaren van intense activiteit, voortdurende verplaatsingen en zelfs verre reizen.

Aangezien hij echter tamelijk laat in Zambia toegekomen was en voortdurend in verschillende streken op reis was slaagde hij er niet meer in de lokale taal te leren. Deze beperktheid voelde hij zeer scherp aan, en na 10 jaar besloot hij naar België terug te keren om daar zijn dienstbaarheid aan te bieden.

Ward was een man van duurzame relaties en blijvende vriendschappen. Hij had ook de gave van het hart, hij droeg de mensen een warm hart toe. Hij liet zich leiden door zijn hart, en dat maakte hem zo geschikt voor het begeleiden van koppels in hun huwelijksleven. Ook zijn confraters droeg hij een warm hart toe. Hij had empathie, voelde met hen mee. Jongere confraters van andere landen voelden zich goed bij hem. Hij keek uit naar alle bijeenkomsten en kwam ernaartoe. Zijn inbreng in de groep, sociaal en geestelijk, was groot.

Bij zijn terugkeer in België werd Ward eerst Rector in ons huis van Antwerpen, maar al spoedig werd hij lid van de Provinciale Raad en vervolgens Provinciaal, van 1994 tot 2000. Daarna was hij nog 12 jaar aalmoezenier van het Rusthuis Immaculata in Edegem tot zijn gezondheid het zodanig liet afweten dat hij noodgedwongen zijn intrek moest nemen in ons huis van Schilde. Hoewel zijn gezondheid reeds zeer broos was wilde hij toch, samen met zijn tweelingzus, ingaan op de uitnodiging van een bevriend koppel dat zijn gouden huwelijksjubileum vierde. Op de terugweg van die viering kreeg hij een fatale hartaanval. De overbrenging met een ziekenwagen naar het nabijgelegen ziekenhuis mocht niet meer baten.

Liefde heeft Ward altijd bezield. Hij was zelf diep overtuigd van de liefde waarmee de Vader hem beminde. In die overtuiging had hij zoveel koppels begeleid in hun huwelijksliefde voor elkaar, en heeft hij die ook beleefd in zijn relatie met broers en zussen, vooral dan met zijn tweelingzus missionaris. In die overtuiging vertrouwen wij hem dan ook toe aan de eeuwige Liefde van de Vader. Dat hij nu ruste in vrede.

Wim GOOSSENS

  

 

 

 

Pater Jan Van Bauwel

in memoriam van bauwel

 

 

Geboren te Antwerpen op 03.10.1921

Religieuze geloften op 08.10.1941

Priester gewijd op 26.01.1947.1954

Missionaris in de Filippijnen sinds 8.02.1948

Overleden in Quezon City op 05.05.2014

 

Geboren in Antwerpen deed Jan zijn humaniora in het Sint-Pieterscollege van Leuven. In september 1940 begon hij zijn noviciaat in Scheut, en vervolgens deed hij zijn filosofie in Scheut en zijn theologie in Scheut en Leuven.

In februari 1948 vertrok hij naar de Filippijnen en was er eerst 4 jaar verantwoordelijke van de High School in Bayombong. Vervolgens zou hij dat ook worden in de St. Louis High School van Baguio en de St. Augustin High School van Tagudin. Dat was het begin van een volledige loopbaan in het onderwijs in de Filippijnen. Later werd hij dan ook nog eerst Vicerector van de Universiteit van Baguio en vervolgens Rector van de Universiteit in Bayombong. Ja, hoewel hij heel zijn leven vooral met onderwijs bezig was, toch was hij op de eerste plaats priester en missionaris. Als verantwoordelijke van de scholen was hij niet alleen een goed administrator, maar vooral ook een herder met een goed en groot hart voor zijn leerlingen en studenten, vooral zij die in nood verkeerden. Hij had veel aandacht voor de mensen die hem omringden: studenten, bedienden, leerkrachten. Hij kende ze allemaal bij naam. Hij bewonderde hen allen ten diepste.

Jan had een lang en vruchtbaar missionarisleven. Hij was een gedreven man, bekwaam administrator en inspirator, onvermoeibaar in zijn ijver om het ‘Licht van de Wereld’, Christus, te laten schijnen over jonge Filippino’s. Als één van die “sublieme wroeters” trachtte hij steeds heel dicht bij zijn mensen te staan, hun zorgen en hun noden te begrijpen, hun vreugde en geluk te delen. Met zijn begrijpend hart was hij dan ook altijd heel toegankelijk voor hen. Zijn school was voor hem zijn apostolaatsveld waar hij echt missionaris trachtte te zijn. Zo was hij erom bekommerd dat de mensen die hij vormde later ook echt missionarissen zouden zijn, daar waar ze hun beroep zouden uitoefenen. Daarom kwam hij ertoe in Baguio een catechetisch instituut op te richten waar echte lekenmissionarissen gevormd werden. Hij had groot respect voor het werk van de catechisten en voor ieder die zich als leek engageerde in de kerk. Hij werkte ook een volledig programma uit voor de vorming van de catechisten in de Universiteiten waar hij de leiding had.

In 1999 ontving Jan het Doctoraat Honoris Causa in Pedagogie tijdens de Academische Sessie aan St. Louis University, Baquio City. Een passende bekroning voor een leven gewijd aan de opvoeding van jonge mensen. Hij was een zeer bekwame leraar, een man met een diep geloof en een diepe bezorgdheid om de toekomst van de medemens die hij zo goed mogelijk trachtte te vormen.

Na zijn loopbaan in het onderwijs werd hij nog Rector in “Home Sweet Home”, het huis waar onze confraters na een lange loopbaan het wat rustiger aan kunnen doen. Ook daar was hij de ideale gastheer voor zijn confraters en de vele vrienden die steeds welkom bij hem waren.

Toen hij op 5 mei rustig de aarde verliet was hij niet alleen. Voor hem zelf was de tijd gekomen en mocht het leven hier stoppen. Zijn werk en inzet wordt nu verder gezet en ook zijn plezier in het leven is een leerschool geweest voor elke Filippino. Nu zal hij kunnen rusten bij de Heer.

Gaby DIERYCK

 

 

 

Pater Leon Vanparys

in memoriam van parys

 

 

Geboren te Oostrozebeke op 26.06.1928

Religieuze geloften op 08.09.1949

Priester gewijd op 12.09.1954

Missionaris in Kasaï van 1955 tot 1990 en daarna in België

Overleden in Torhout op 16.06.2014

 

Leon was een stevige landbouwers zoon en dat heeft hem zijn hele leven gekenmerkt. Waar hij ook was, hij zette zich ten volle in voor zijn mensen: eerst 35 jaar lang in West-Kasaï en daarna nog 20 jaar in België.

Hij heeft bijna altijd in de pastoraal gestaan. Pastoraal: dat was zijn leven. Het geloof had hij van thuis meegekregen, en met de jaren, vooral tijdens de vormingsjaren, was dat geloof door studie en beleving verdiept. Hij had het essentiële en de kern ervan leren zien. Het was een stuk van hemzelf geworden. In de beleving van dat geloof voelde hij zich gelukkig. Hij wilde dat geloof en dat geluk ook aan anderen meedelen.

Toen hij in 1955 in Kongo aankwam werd hij, na een korte opleiding in het Provinciaal huis, reispater benoemd in Bulungu. Dat was de droom van iedere jonge missionaris. Op reis in de dorpen werd hij ondergedompeld in een nieuwe wereld. Op zijn eentje moest hij zijn plan trekken. Maar dat duurde niet lang. Na één jaar werd hij benoemd in de Procuur van Kananga. Hij was immers een man op wie men kon rekenen, heel minutieus, realistisch en met beide voeten op de grond. Hij wist dat het materiële nodig was, en hoewel die benoeming hem ongetwijfeld tegenviel, toch aanvaardde hij ze omdat men hem daar nodig had. Zijn eigen goesting kwam bij hem slechts op de tweede plaats.

Na drie jaar werd Leon dan benoemd in de parochie van Christus Koning in Kananga. Hij werd er de eerste pastoor, toen hij nauwelijks vier jaar in Kongo was. Maar spoedig kwam de onafhankelijkheid en deze bracht een massa mensen uit het binnenland naar de stad. Om die mensenstroom op te vangen stichtte men er nieuwe parochies. Zo is Leon altijd pastoor gebleven, op verscheidene parochies in Kananga en onmiddellijke omgeving.

Leon was een goed predikant. Hij gebruikte in zijn sermoenen vaak inlandse spreuken, spreuken die veel volkswijsheid bevatten. Al is dat voor een Europeaan niet gemakkelijk, het heeft heel veel impact indien men die kunst beheerst. Zo toonde hij ook eerbied voor hun cultuur, en kwam hij bij zijn mensen niet over als een vreemde, maar als een van hen. Tevens was Leon een heel bescheiden man. Hij speelde nooit de baas, hij wou nooit de eerste en de beste plaats hebben en voerde het hoge woord niet, maar bleef liefst op de achtergrond, en was met zeer weinig tevreden.

Tijdens zijn missionarisleven heeft hij zich dikwijls moeten aanpassen. Toen hij er aankwam was Kongo nog een kolonie. Korte tijd na de onafhankelijkheid begon het Tweede Vaticaans Concilie. Ook in de Kerk veranderde er heel wat. Niet alleen het uiterlijke veranderde. Er waaide ook een nieuwe geest. Alle verantwoordelijke posten kwamen geleidelijk in handen van inlandse priesters. En in deze wisselende omstandigheden verkondigde Leon steeds de boodschap van Gods Liefde, opdat Zijn Koninkrijk zou komen. Daarvoor leefde hij.

Na zijn missieleven in Kasaï is Leon eerst vier jaar pastoor geweest in een rijke buurt in Brasschaat. Dat lag hem minder, en toen hij na 4 jaar aalmoezenier kon worden in het rusthuis van Dentergem was hij overgelukkig. Hij is er 16 jaar gebleven, woonde er heel eenvoudig en behoorde met hart en ziel tot de gemeenschap van gewone mensen. Wat de kern van zijn apostolaat was in Kongo heeft hij daar verder beleefd, nu in totaal andere omstandigheden.

Op 82-jarige leeftijd ging hij eindelijk rusten in de CICM-Gemeenschap van Rumbeke, maar in februari van dit jaar ging hij voor verzorging naar de Gemeenschap van Torhout. Een trombose deed hem in het ziekenhuis belanden, en een tweede trombose na een kleine operatie werd hem fataal. Een goed en diep gelovig mens, die van eenvoud en degelijkheid hield, is van ons heengegaan. Hij ruste nu in de vrede van de Heer.

 

Robert CARLIER

 

 

  

Pater Jozef Waterschoot

 in memoriam waterschoot

 

Geboren te Stekene op 11.01.1929

Religieuze geloften op 08.09.1950

Priester gewijd op 05.08.1956

Missionaris in de Filippijnen van 1957 tot 1997

Overleden in Zuun op 08.06.2014

 

Pater Jos (voor ons was hij ‘Jef’, voor de Filippino’s ‘Father Jose’) is geboren in Stekene op 11 januari 1929 in een gezin van 12 kinderen. Zijn tweelingbroer Herman, enkele jaren geleden overleden, was priester van het bisdom Gent. Hij en nog andere familieleden bezochten hem meermaals op de Filippijnen.

Jos begon zijn missionarisleven in 1957 in Trinidad en Bauko, twee posten gesticht in 1908 door onze Scheutse pioniers. Hij trok er de bergen in, van dorp tot dorp, leefde bij de mensen, leerde hun taal en gewoonten, ontdekte hun noden en moeilijkheden, en nam deel aan hun feesten. Vier jaar later werd hem een hele streek toegewezen. Hij vond een voorlopige stek in de kapel van Sinipsip en installeerde zijn bed op een triplex-plaat achter het altaar.

Jef verbleef een jaar in Sinipsip. Verhuisda daarna naar Abatan, meer centraal gelegen en niet zo koud als in Sinipsip (2.300 m hoogte). Van Abatan, waar een andere kapel was, zou hij een grote missiepost maken. Na een jaar in Abatan begon hij een middelbare school “San Isidro Highschool”. Er kwam een internaat en een sportveld, een kerk en een grote pastorie, hij ging schooien bij Misereor, bouwde een klein hospitaal, zocht en vond een dokter en samen trokken ze naar de dorpen. Hij zag hoe de mensen geen rijst maar zoete aardappelen kweekten. En Jef dacht bij zichzelf: waarom geen andere ‘patatten’ kweken en een grotere variëteit van groenten? En Jef kocht zaden, meststoffen en pesticiden en experimenteerde met kleine proefvelden. De mensen keken ernaar en probeerden het ook. Er ontstonden coöperatieven, er kwamen voorraadschuren en Jef droomde zelfs van een vrachtwagen. En telkens Jef op vakantie kwam, stouwde hij zijn valies vol met patatten en groentezaden. Hij was ondertussen een zestal jaren (tot 1975) directeur van de ‘social action’ geworden in Baguio. Reeds in 1965 werd de missie van Abatan in twee gedeeld: het nieuwe deel werd de missie Sayangan-Atok. Hier voltrok zich hetzelfde scenario. Jos kreeg de naam ‘Jef patat’ toebedeeld, met een schalkse knipoog maar ook met veel waardering. Bij een andere gelegenheid klonk het veel plechtiger: ‘Josephus Patatorum Doctor Honoris Caritatis’. Zijn verwezenlijkingen staan nu te pronken op de bergflanken van de provincie Benguet. Ze zijn opgeslagen in foto-albums en in artikelen die door talrijke bezoekers over hem en zijn werk zijn gepubliceerd. Hij kreeg in ‘97 een vergulde ‘Plaque of Appreciation’ van de oud-studenten van de St-Paul Academy van Sayangan-Atok, en in latere brieven en bezoeken van Filippino’s aan Jef klonk steeds dezelfde waardering voor zijn grote inzet.

In juli 1997, tijdens een animatie-activiteit (mission appeal) in de USA, kreeg Jos een herseninfarct. Zijn rechterzijde en spraak waren verlamd. Hij was toen 68. Zijn leven kreeg plots een totaal andere wending. Hij zou niet meer naar Sabangan, waar hij pas benoemd was, kunnen terugkeren en hij ging in Schilde wonen. In 2010 verhuisde hij naar Zuun.

Jos is één van de weinigen die zich 17 jaar lang met een elektrische rolwagen verplaatste. Hij deed dat gezwind. Soms sneed hij de bochten te kort af, soms moest een stoel of tafel eraan geloven, maar Jos was overal present. Niets ontsnapte aan zijn aandacht: een kaars die niet brandde op het altaar, een stuk fruit dat ontbrak op het bord van zijn buurman aan tafel, een verpleger die later of vroeger dan gewoonlijk hem kwam verzorgen, een medebroeder die gevallen was… Jos had het gezien! Men kon met precisie de klok instellen op het dagritme van Jos. Hij was een vaste waarde in de gemeenschap. Hij heeft ons, mede door zijn handicap, geleerd hoe wij door het leven kunnen gaan met vertrouwen, moed en dankbaarheid.

Zijn laatste en grootste lijdensweg begon in november vorig jaar toen slikproblemen opeenvolgende longinfecties veroorzaakten en hem fel verzwakten. Door toedienen van sondevoeding en zuurstof was hij zes maanden lang aan bed gekluisterd. Van die lijdensweg is hij bevrijd op pinkstermorgen 8 juni.

Jos, rust nu maar in vrede en tot weerziens hierboven. Maar weet toch dat we je gaan missen!

Jan REYNEBEAU en Jan ANTHONISSEN

 

 

 

Broeder Egied Van Riet

in memoriam van riet

 

 

Geboren te Steenhuffel op 24.01.1926in memoriam van riet

Religieuze geloften op 01.05.1947

Missionaris in Kongo (KAS) van 1951 tot 1957 en van 1967 tot 1974, alsook in België en Nederland

Overleden in Torhout op 25.03.2014

 

Egied is in1926 te Steenhuffel geboren in een groot christelijk landbouwersgezin. Zijn afkomst heeft hem sterk bepaald. Na de lagere school volgde hij een opleiding in de tuinbouw en zijn hele leven lang zou hij veel aandacht hebben voor de boerenstiel. Maar toch had hij ook andere plannen: in die tijd waren er verschillende jongens en meisjes van Steenhuffel die ofwel zuster van de Jacht ofwel Scheutist werden. Een oudere zus van Egied, Clementine, trad ook binnen in de Jacht en zou 50 jaar missionaris zijn in de Filippijnen.

Egied wou Scheutist worden en trad in 1945 binnen in het noviciaat van Scheut. Na 18 maanden legde hij op 1 mei 1947 zijn eerste geloften af. Hij was pas 21 en te jong om al naar de missies te vertrekken. Gedurende 4 jaar zou hij in Scheut allerlei taken in huis en tuin verrichten.

In 1951 mocht Egied dan afreizen naar Oost-Kasai in Kongo. Hij was er vooral bezig met de veeteelt in Tubeya en Kanyama maar hij was ook bouwer in het verre Basubuke en werd hulpprocureur in de nieuw opgerichte procuur van Luputa.

Na zijn eerste term van 6 jaar werd hem gevraagd een tijdje in Europa te blijven. Van 1957 tot 1964 zorgde hij voor de groentetuin in Scheut. Daar was toen een gemeenschap van meer dan 100 man en het was belangrijk een ervaren tuinman te hebben. In 1964 verhuisde Egied naar Nijmegen. Ook daar was Egied de harde werker, gedreven om vele goede groenten te winnen voor de meer dan 50 confraters die er woonden.

In 1967 mocht hij dan opnieuw vertrekken maar nu naar West-Kasaï. In Kananga zorgde hij voor groenten, kippen en konijnen, en in Kambundi en Mikalayi was hij in de weer met koeien en schapen.

In 1974 kwam Egied met verlof en zou niet meer naar de missies vertrekken. Voortaan zou hij ten volle missionaris zijn in België. Voor hem betekende dat: hard werken, een sober leven leiden, trouw zijn aan het gebedsleven en vooral dienstbaar zijn. Wij vinden Egied terug in Kortrijk, ook een drietal jaren in Kessel-Lo, maar vooral 33 jaar in Schilde: van 1976 tot 1983 en opnieuw van 1986 tot juni 2012. Schilde vooral was de plaats waar hij volop floreerde. Hij kon zich uitleven in dat prachtig domein met zijn groot park, zijn bossen, groentetuin en neerhof.

In het evangelie van de uitvaart had Jezus het over vertrouwen in de Voorzienigheid en ook over zaaien, maaien, schuren met voorraad en voeding. Hoeveel zou Egied niet gezaaid en geoogst hebben? Hoe sterk was hij niet bekommerd opdat er genoeg voorraad aardappelen, groenten en fruit zou zijn. Jezus had het ook over vogels. Egied was begaan met vogels: niet die in de lucht, maar deze van de neerhof, kippen en ganzen. Hij wou dat de confraters geregeld een eitje konden eten en af en toe een stukje kip op hun bord kregen. Die zorg bleef hem volgen tot in Torhout. Zijn geesteskrachten waren sterk verminderd maar regelmatig ging hij op stap met een mandje op zoek naar eieren, ook al zijn er geen kippen in Torhout.

Ook de eerste lezing bevatte een tekst die belangrijk was in de ogen van Egied. We lezen in de eerste brief van Johannes: “Wij moeten niet liefhebben met grote woorden. Aan onze daden moet men kunnen zien dat we de mensen echt liefhebben,” en ook: “Wat liefde is hebben wij geleerd van Christus. Hij heeft zijn leven voor ons gegeven. Dus moeten ook wij ons leven geven voor onze medemensen”. Egied was niet alleen actief in de buitenlucht maar ook in huis. Wat hem misschien wel het meest kenmerkte was zijn grote aandacht en grote zorg voor zieke confraters. Hij was in Schilde de grote ziekendienaar die oneindig veel uren doorbracht aan het bed van zieke confraters. Hij heeft zeer veel gewaakt bij erg verzwakte en stervende medebroeders. Het was zijn charisma. Daarin was hij uniek en bijna onnavolgbaar.

In 2012 is Egied naar Torhout verhuisd omdat hij echt zorgen nodig had die men niet meer kon geven in Schilde. Hij was mentaal achteruitgegaan, zijn geheugen was weg. Alleen wat lang geleden gebeurd was kon hij zich nog herinneren. Maar hij bleef veel aandacht hebben voor de zieke confraters. Hij bleef er bekommerd bij zitten en toonde veel compassie. Hij wilde hen nog zo graag wat te drinken geven en hij werd nerveus als hij dacht dat men hen alleen liet zitten in de living. Hij duwde nog graag een rolwagen. In de korte tijd dat hij in Torhout geweest is maakte hij zich zeer geliefd. Hij kon zo vriendelijk lachen en een pinkoogje slaan. Hij werd veel en graag geplaagd, uit sympathie omdat we hem zo graag zagen. En hij kon dikwijls nog zo gevat antwoorden.

Egied was de lieveling van onze gemeenschap. Wij zijn bedroefd dat hij ons verlaten heeft. We hadden graag nog wat genoten van zijn pretoogjes, zijn blije soms ondeugende glimlach, zijn ongekunsteldheid. Een hersenbloeding en een erg verzwakt hart zijn hem fataal geworden. Wij zijn blij dat hij niet of weinig geleden heeft, en dat hij zijn jongste broer en een paar nichten nog heeft kunnen zien. Wij zijn vooral blij dat hij in zijn eigen kamer, omringd door een aantal confraters, door leden van ons personeel en vrijwilligsters, heel rustig van ons is heengegaan naar de tuinen van het Hemels Hof. Daar zal hij kunnen harken en spitten naar believen, voor kippen zorgen en eitjes rapen.

Een zeer beminnelijke, uitermate gedienstige, vrome en eenvoudige broeder heeft ons verlaten. Wij gaan Egied zeker nooit vergeten en mooie verhalen over hem zullen nog lang de ronde doen. Wij danken hem voor zijn grote trouw en voor zijn eenvoudig dienstbetoon. Hij ruste in vrede.

Frans VAN HUMBEECK