Pater Prosper Renson


in memoriam renson

 

Geboren te Waregem op 02.04.1928

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 02.08.1953

Missionaris in Japan van 1954 tot 2005

Overleden in Halle op 12.03.2014

 

 

In 1947 begon hij zijn noviciaat in Zuun. Hij vroeg aanvankelijk om naar Kongo te gaan, maar een medestudent raadde hem aan Japan aan te vragen. In 1954 vertrok hij naar Japan, waar de eerste Scheutisten zes jaar eerder waren begonnen in de stad Himeji. Gedurende negen maanden leerde hij de taal in ons huis van Nibuno, dicht bij Himeji; daarna deed hij drie jaar dienst als medepastoor in Toyooka, een parochie die in 1950 gesticht was aan de Japanse Zee. In 1958 werd hij pastoor van de parochie van Nibuno.Prosper, of Pros zoals hij gewoonlijk door zijn confraters genoemd werd, was de jongste van vier zonen. De opvoeding die hij kreeg thuis en in de plaatselijke KSA hebben de fundamenten gelegd van zijn inzet voor anderen. Zijn oudere broer Raymond werd Scheutist. Pros werd getroffen door de broederlijke sfeer onder de jonge fraters toen die bij hem thuis op bezoek kwamen. Hij zou het voorbeeld van zijn broer volgen en ook missionaris worden.

Het was de tijd van na de oorlog en van vóór het concilie. De ijver was groot om Japan tot het katholieke geloof te bekeren en om roepingen te stimuleren. Maar na een eerste periode van opmerkelijke opbloei in bekeringen, verminderde al snel het aantal catechumenen en doopsels. Ook Pros moest zich met deze realiteit verzoenen, en zich als het ware “bekeren” tot het vissen van mensen, niet meer met het net, maar met de hengel. En dat deed hij in alle parochies waar hij dienst heeft gedaan: Nibuno, Okayama, opnieuw Nibuno, Aboshi, Himeji, weer Aboshi, terug Nibuno, opnieuw Himeji…

Pros was een echte parochiepriester. In de zestiger jaren zou er onder de confraters een discussie ontstaan: moeten we ons toeleggen op direct apostolaat, door nieuwe parochies te stichten binnen kerkelijke structuren? Of moeten we dit volk benaderen via indirect apostolaat, via gespecialiseerde activiteiten zoals studie, muziek, godsdienstonderzoek, of scholen? Pros voelde zich goed in parochiewerk en in catechese. Zijn broer Raymond ging de richting uit van gespecialiseerd apostolaat. Beide broers, samen genomen, gaven een volledig beeld van wat missie zou kunnen zijn.

Pros heeft gans zijn missionarisleven moeite gehad met het Japans. Hij was de eerste om dat toe te geven. Maar hij compenseerde dit euvel meesterlijk door de taal van het hart. Hij kon luisteren. Hij begreep heel goed de “underdog” zoals hij hen noemde: de mensen in de marge, zij die moeilijk aan het woord kwamen zelfs in hun eigen taal, eenvoudige mensen die spijts tegenslagen toch iets presteerden, of mensen die het niet meer zagen zitten. Ik stel me voor dat hij elke ontmoeting zag als een kans om deze concrete mens tegen het licht van de zaligsprekingen te houden, en hem of haar te zeggen: “Jij werkt voor vrede, of je treurt, of je snakt naar gerechtigheid… Wel, indien Jezus hier was, Hij zou je zeggen: proficiat, je bent op de goede weg.”

Buiten zijn drie jaar in Toyooka, en acht jaar in Okayama, heeft Pros altijd in parochies gewerkt die gesticht waren binnen een straal van 40 tot 50 km rond Himeji. En voor Pros was dat goed, want hij stelde het groepsgebeuren zeer op prijs. De Scheutisten van Himeji en Nibuno kwamen op zondagavond bijeen, en zij die op parochies werkten binnen die actieradius kwamen op maandagnamiddag bijeen, om wat bij te babbelen, bij te eten en bij te drinken, of om te biechten of om raad te vragen. Pros was 20 jaar in Japan toen “Vuur moet branden” uitkwam, een voornaam inspiratiedocument van de Congregatie dat gepubliceerd werd na het Kapittel van Albano. Hij zal daarin met veel interesse de teksten van hoofdstuk 6 gelezen hebben die het hebben over de evangelische gemeenschap.

Pros voelde de “tekenen van de tijd” aan, en als pastoor in Himeji, vroeg hij aan de bisschop van Osaka om een Japanse medepastoor bij hem te benoemen. En toen de niet-Europese Scheutisten rond de eeuwwende al meer dan klaar stonden om de fakkel over te nemen, begreep Pros dat het tijd werd om de jonge garde niet voor de voeten te lopen. Wellicht deed Raymonds overlijden in 2003 bij hem het idee groeien om nog wat “quality time” bij zijn twee overlevende broers door te brengen. Na 51 jaar Japan, in maart 2005, kwam hij definitief terug naar België, 77 jaar oud.

Hij kwam naar het huis van Scheut in Kortrijk, van waaruit hij regelmatig broer Louis bezocht, die ziek was en weldra zou overlijden. Met broer Jean ging hij later elke week uit, tot ook hij overleed. In 2012, toen zijn gezondheid fel verzwakte en hij meer verzorging nodig had, ging hij naar onze gemeenschap van Zuun. Een longinfectie is hem uiteindelijk fataal geworden. Hij stierf in het ziekenhuis van Halle.

We blijven Pros gedenken als de vriendelijke en wijze man, gevoelig en steeds optimist, steeds bereid tot een kwinkslag, en dankbaar voor al het goede waarvan hij mocht genieten. Nu staat zijn urne naast die van Raymond, op het kerkhof in Waregem. De cirkel is rond, en zijn missie volbracht.

Werner LESAGE en Jan REYNEBEAU