Pater Thom Huisman
In memoriam Huisman Thom

 

 

Geboren te Harlingen op 15.06.1928

Religieuze geloften op 08.09.1950

Priester gewijd op 24.07.1955

Missionaris in Congo (KAS) van 1956 tot 1997 en daarna in Nederland

Overleden in Teteringen op 14.01.2016

 

 

Thomas Huisman (Thom voor zijn confraters) ging als jongen naar het Missiecollege ‘Sparrendaal’ en trad daarna binnen in de Congregatie van Scheut. Een jaar na zijn priesterwijding mocht hij vertrekken naar het missieveld in Congo. Daar ontpopte hij zich tot een toegewijde en zeer geliefde missionaris. Terug in Nederland veroverde hij de harten van de parochianen in Maurik, die het “Pater Huismanfonds” oprichtten voor hulp aan zijn Missie. Na de verhuizing in februari 2008 naar “Zuiderhout” in Teteringen mocht hij daar nog bijna 8 jaar wonen te midden van zijn confraters. Na een kort ziekbed is hij in de vroege ochtend van 14 januari 2016 stilletjes overleden in zijn slaap. We hebben hem op 20 januari op het kerkhof van Sparrendaal te rusten gelegd.

Wat in het evangelie over de goede herder gezegd wordt is zeker toepasselijk voor de manier waarop Thom missionaris geweest is. Hij behoorde tot de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, maar veeleer dan door dat Onbevlekt Hart liet hij zich inspireren door wat Maria zong in het Magnificat. Het was voor hem echt een strijdlied, zo van “de machtigen laat hij rustig vallen, maar de kleinen helpt hij vooruit. Aan de mensen die veel tekortkomen geeft hij wat ze nodig hebben. Maar degenen die zich van alles hebben voorzien stuurt hij met lege handen weg”. Dat was de missionaire geest die hem bezielde: ‘iets doen om de mensen vooruit te helpen’ en dat met heel zijn hart en zoveel het kon. Daarvoor was hij voor geen kleintje vervaard.

Reeds in het begin van zijn missionaire loopbaan liet hij dat duidelijk blijken op de missie van Katende waar hij reispater was. Het was vlak voor en tijdens het onafhankelijk worden van Congo in een streek die toen hevig geteisterd werd door stammenstrijd. Samen met zijn pastoor heeft hij veel mensen helpen vluchten in gevaarlijke omstandigheden. Omdat hun velden afgestookt waren ging hij voor hen eten halen in Kananga. Maar nog veel moeilijker was het dat voedsel uit te delen aan de slachtoffers. Toch deinsde hij daarvoor niet terug.

Daarna, in 1964, ging hij naar Masuika waar hij twee jaar later pastoor werd. Naast zijn pastorale activiteiten ging hij zich meer en meer inzetten voor de economische en sociale vooruitgang van de mensen. Hij stond open voor elk project als het de mensen maar kon helpen. Daarin kon hij zeer creatief zijn en de Hollandse koopmansgeest was hem daarbij niet vreemd. Hij had een speciale neus om te ruiken waar geld te halen of te krijgen was. Hij werd er vooral bekend om zijn ossenproject om er de velden te bewerken. Vervolgens propageerde hij bij zijn boeren ook de sojateelt die voor een betere en evenwichtiger voeding moest zorgen. Al spoedig kwam er een sojafabriekje tot stand waar de soja geroosterd en gemalen werd.

In 1984 werd hij pastoor in Luambo, zijn derde en laatste missiepost. De koeien van de mensen liepen er los in de dorpen en dat was niet ideaal voor de velden. Er werd een project opgezet om de koeien in kudden samen te brengen. Die werden, op voorwaarde dat de eigenaar zich aan de afspraken hield, tegen een kleine jaarlijkse vergoeding op de missie verzorgd en konden gebruik maken van de dieping tank.

Ook op pastoraal vlak bleef Thom niet achter. Het vormingswerk en het toekennen van verantwoordelijkheden aan de leiders van de christelijke gemeenschappen werden door hem gepromoot in het bisdom Luiza. Voor hem was geloven echt een WERKwoord zoals dat bij Jezus het geval was toen deze de profetie van Jesaja als zijn intentieverklaring voorlas in Nazareth: kreupelen op de been helpen, recht verschaffen aan de rechtelozen, mogelijkheden geven aan wie geen uitweg zien en een stem aan wie niet meetellen. Missionaris zijn betekent mensen samenbrengen, mogelijkheden scheppen, oplossingen aanreiken en samen zoeken.

Nu Thom van ons heengegaan is laat hij een leegte achter, zowel hier als in Congo. Dat hij nu vrede mag vinden bij zijn geliefden, voor altijd.

 

Hans DERKX

 

 

 

Pater Noël Ostyn
In memoriam Ostyn Nol

 

Geboren te Moorslede op 09.07.1936 

Religieuze geloften op 08.09.1957

Priester gewijd op 05.08.1962

Missionaris in Japan van 1963 tot 2009

Overleden in Roeselare op 18.12.2015

 

 

Noël werd als vierde geboren in een diepchristelijk gezin met tien kinderen. Hij deed zijn middelbare studies in het college van Menen. Daar leerde hij klarinet spelen en als goed muzikant droeg hij veel bij om een goede en aangename sfeer te scheppen in zijn jaar. Tot op heden, dus bijna 60 jaar later, komen ze dan ook nog ieder jaar samen. Na zijn collegejaren ging hij samen met vier klasgenoten aankloppen in het noviciaat van Scheut. Daarna volgde hij filosofie en theologie en vertrok in 1963 als missionaris naar Japan.

45 Jaar is Noël in Japan werkzaam geweest. In de Japanse zomer, toen die hitte en vochtigheid voor hem bijna echt ondraaglijk waren, leek het er soms op dat hij trachtte te overleven, want hij kon er echt niet tegen. Maar de andere dagen was hij steeds op post, en heel actief, bezig met alles wat gedaan moest worden. Altijd heeft hij in de parochiepastoraal gestaan, meestal in de miljoenenstad Osaka. Het waren kleine en soms iets grotere parochies. Maar waar hij ook was beperkte hij zich niet tot zijn klein groepje christenen. Hij had veel contacten naar buiten toe, en in die grootstad lukte hem dat heel goed. Omdat hij muzikant was zocht hij er steeds naar een orkest of harmonie, en zo kwam hij met nog veel meer mensen in contact. Omdat hij goed kon luisteren werd hij medewerker in ‘Inochi no Denwa’, de Japanse versie van ‘Levenslijn’, ‘Life Line’, de dienst die dag en nacht paraat aan de telefoon zit om mensen met raad bij te staan wanneer ze het moeilijk hebben. Hij wist ook de handen uit de mouwen te steken, en hielp als kelner bij de voedselbedeling in Nishinari, het district in Osaka waar dagloners en daklozen in groot getal te vinden zijn en een gratis maaltijd konden krijgen.

Toen een Boeddhistische universiteit in Habikino hem vroeg er een cursus te geven over christelijke leer zei hij ook ja. Dat heeft hij er vijftien jaar lang gedaan. Hij was gekend als de kalme en wijze missionaris, die door veel mensen opgezocht werd om zijn goede raad. Zeer geliefd bij zijn parochianen werd hij ook verkozen tot lid van de priesterraad van het bisdom Osaka. Toen hij pastoor was in Mikuni, in datzelfde bisdom, had hij een prachtig schilderachtig kerkje. En als pastoor daar kwam hij in een van de serieuze boekskes van Japan, een magazine voor jonge trouwers. Ja, hij kwam in contact met veel niet-christenen, niet alleen buiten de kerk, maar zelfs in zijn kerk. Hij zegende immers huwelijksplechtigheden in voor koppels die helemaal niets met de kerk te maken hadden, maar die wel met een mooi wit bruidskleed en een zwarte pitteleer in een christelijk kerkje wilden trouwen. Hij was van mening: als de kerk ons toelaat auto’s en paarden te zegenen, waarom zou ik dan twee mensen die mekaar graag zien niet mogen zegenen? En dat gaf Noël de gelegenheid om jonge koppels drie- of viermaal in zijn kerk uit te nodigen, soms apart, soms samen met andere koppels, voor een gesprek, een bezinning, of een sessie met een katholiek echtpaar. En toen de kerk vol zat met familie, vrienden en mensen uit de werkkring van het jonge paar, meestal mensen die nog nooit een kerk van binnen gezien hadden, kregen ze wel een mooie evangelielezing te horen met een beetje uitleg die hen alles behalve onverschillig liet. Ja, Noël was echt bij de pinken. Velen hielden daarna dan ook nog contact met hem, en hij was echt begaan met hun geluk en hun welzijn.

Eind 2008 begon Noël zijn definitieve terugkeer voor te bereiden. Hij was hartlijder, en was bang voor de komende zomer. Hij vond dat het na 45 jaar missiewerk geen schande was om naar zijn familie terug te keren, en hij ging het wat rustiger aan doen in ons huis van Rumbeke. Wel werd hij proost van de OKRA-Rumbeke-Oekene , organiseerde de beurtrol voor eucharistievieringen buitenshuis, en nam er een heel deel voor zijn rekening. Ook tot vele kleine andere diensten was hij steeds bereid tot grote tevredenheid van iedereen. Tot hij het op een dag zeer moeilijk had bij het voorgaan in de eucharistie in het rusthuis van Dadizele. ’s Anderendaags consulteerde hij de dokter, die hem onmiddellijk naar het ziekenhuis verwees. Daar stelde men een bloeding in het hoofd vast, maar een volgende scan wees op een tumor in de hersenen. Een toenemende infectie werd hem spoedig fataal, en na een week comateuze toestand werd het beademingstoestel losgekoppeld. De immer vriendelijke en gedienstige confrater is nu thuisgekomen bij de Heer van wie hij intens veel hield. Moge hij er in vrede rusten.

Werner LESAGE

 

 

 

Pater Laurent Walcarius

In memoriam Walcarius Laurent

 

Geboren te Ooigem op 23.03.1932

Religieuze geloften op 08.09.52

Priester gewijd op 04.08.1957

Missionaris in Kongo (KAS) van 1958 tot 2006

Overleden in Torhout op 24.11.2015

  

 

Laurent was de jongste in een groot gezin van Ooigem. Hij had acht broers en twee zussen. Hij deed zijn humaniora in het Sint-Amandscollege van Kortrijk en trok daarna naar Scheut.

In 1958 vertrok hij als missionaris naar het bisdom Kabinda in Oost-Kasaï. Hij werd eerst schoolpater in Katanda en vervolgens in Lusambo. Daar maakte hij de moeilijke jaren van de onafhankelijkheid mee, en viel in 1964 samen met enkele confraters in handen van de mulelisten. Na dagen onrust en bedreiging werd hij bevrijd uit de geplunderde stad. Maar de bisschop zocht iemand met voldoende terreinkennis om met andere confraters terug te keren naar Lusambo, en Laurent keerde terug. Hij was overal inzetbaar, maar wel spaarzaam met verhalen over die lastige jaren.

Dingen eenvoudiger maken, dat kon hij. Zakelijk blijven als het nodig was. Afwegen. Dingen zeggen zoals ze zijn. In goede en in kwade dagen nadenken: hoe lossen we het op, dat het voor iedereen goed komt. Voor zover dat mogelijk is. Hij bekeek alles met grote ernst, kleurde wel altijd bij met een verrassende geestigheid die nooit kwetste, voor zover het mogelijk is.

Die woorden “Voor zover het mogelijk is” haalde hij bij Sint-Paulus: “Heb het goede voor met alle mensen. Leef, voor zover het mogelijk is, met alle mensen in vrede.” En dat maakte hij steeds concreet. Zonder grote woorden. De mis moest niet te lang duren (goede liedjes hebben maar twee strofen). Een kruisweg met veertien staties is al meer dan genoeg. Maar hij kon wel dagenlang met studenten bezig zijn om hen te leren een voetbal uit-een te halen en dan weer helemaal bij-een te naaien, voor zover het mogelijk is natuurlijk. Vergaderingen moesten opschieten. Hij kon wel uren helpen om een vrachtwagen te laden, liefst voor het donker werd. Het been stijfhouden als het om rechtvaardigheid ging. Scherp zien waar je moet helpen, want helpen is geen strategie. Het is een plicht. Zo steunde hij de laatste jaren in Mbujimayi, ogenschijnlijk nonchalant, een weduwe die zich het lot van tientallen weeskinderen aantrok.

Hij was enkele jaren procureur van het bisdom Kabinda en in 1982 verhuisde hij naar het Provinciaal Huis van Mbuyimayi waar hij 24 jaar lang Rector was. Hij was zeer gastvrij en zorgde goed voor zijn confraters. Vooral was hij er actief bezig met aankopen voor de vele missies in het binnenland. Men kon steeds op hem rekenen. Zelf sober leven, afwegen, maar in een karton voor confraters wel vlug een fles steken – ‘om alles op zijn plaats te houden’ – een fles die verwarmt en verblijdt, en een versnapering die iedereen tevreden maakt, voor zover dat mogelijk is.

Het evangelie dat Laurent verkondigde was kort en krachtig. Het gaat om Gods nieuwe wereld, niet om die van een chef, een bisschop, een pastoor of een catechist. Gods nieuwe wereld is dichtbij. Het is tijd. Het zal veranderen, dus moeten wij ook veranderen. Geloof dat die veranderingen goed nieuws zijn, voor ons, voor ons dorp, voor de wereld. Het moet veranderen, zo kan het niet doorgaan. En die veranderingen waren geen spirituele hoogstanden. Het ging om het onderhouden van een weg, het installeren van een wc, het versturen van de post naar verre afgelegen parochies, het op tijd verzorgen van een wonde, het brengen van een barende vrouw naar het moederhuis. Zo werkte Laurent voor Gods nieuwe wereld, waar mensen loskomen van domme dorpsgewoonten die de chef bij de vleespotten laten zitten terwijl mensen die hard werken voor alles moeten opdraaien. “Geloof dat die veranderingen goed zijn”.

Jonge confraters leerden bij Laurent respect voor medewerkers, voor de schapenboer en voor de metser, voor de tientallen leiders van de gemeenschappen in de dorpen en hun vrouw, voor de onderwijzers. Hij had vertrouwen in hen. Het was voor iedereen geestig met hem te werken, ja er zat een ‘geest’ achter, een geest die verbondenheid schept, een familiegeest.

Na 48 jaar kwam Laurent naar België, eerst in het huis van Kortrijk, later voor verzorging naar Zuun. Hij had problemen met de longen en had ten slotte 24 uur op 24 zuurstof nodig uit flessen. Uiteindelijk kwam hij naar Torhout, om afscheid te nemen van het leven. In hem verliezen we een zeer aangename confrater met spetterende humor. Tot de laatste momenten van zijn leven, ondanks felle pijnen, kwamen er nog regelmatig kwinkslagen door. Dienstbetoon, dat was zijn leven. Eigenlijk heeft hij niets anders gedaan dan ten dienste staan van iedereen. Laat ons dankbaar de dienstbaarheid, vrijheid en geestigheid behouden die Laurent ons doorgaf.

 

Frans VAN HUMBEECK en Nol QUARTIER

 

 

 

Pater Johan Waegeman

 

In memonriam Waegeman Johan

 

Geboren te Grembergen op 27.07.1936

Religieuze geloften op 08.09.1957

Priester gewijd op 05.08.1962

Missionaris in Kongo (KIN) van 1963 tot 1990 en daarna in België

Overleden in Leuven op 14.11.2015

 

 

Johan is geboren te Grembergen en groeide op in een zeer vrome en warme familie. Op zijn kamer vonden wij, mooi ingekaderd, de gedachtenisprentjes van zijn beide ouders. Beide met de tekening van de eerste IJzertoren met de letters in kruisvorm AVV-VVK. Zijn geloof en zijn liefde voor zijn Vlaamse land heeft Johan van hen meegekregen. Zijn liefde voor Vlaanderen getrouw, en in navolging van zijn ouders, wilde Johan eveneens het AVV-VVK centraal stellen in het gedachtenisprentje bij zijn uitvaart.

Zijn liefde voor Vlaanderen belette Johan niet om ruim te denken. Zijn schooltijd en vooral zijn humaniora bij de Paters van Don Bosco in St.-Denijs-Westrem openden zijn blik op de wereld en vooral op de landen van de derde wereld. Hij wilde zijn leven in dienst stellen van de armsten en zo groeide in hem de wil zich in te zetten voor de missie. Dit bracht hem bij de Congregatie van Scheut. Hij werd gewijd in Scheut in het jaar 1962 en reisde af naar Kongo in 1963.

27 Jaar heeft Johan zich ten dienste gesteld van de missie in Kinshasa. Het was voor hem zeker de gelukkigste tijd van zijn leven. Hij was eerst medepastoor in enkele van de grootste parochies en later priester-begeleider in een aantal van de nieuwe kleinere, op mensenmaat gevormde, parochies. Om alles in goede banen te leiden, samen met zijn mensen, zat hij boordevol initiatieven. Zijn blijheid hielp hem om vlug contact te leggen met mensen. Hij was dienstbaar, hielp mensen en hij ontving met open hart hun liefde en hun wijsheid. Het maakte Johan gelukkig. Hij kon enkel en alleen maar danken: God danken voor Zijn nabijheid in al die mensen en de Afrikanen danken om hun blijheid, openheid en wijsheid. Dankbaarheid vulde zijn leven.

In het jaar 1991 moest Johan Kongo en zijn mensen verlaten. Hij was ziek: het zou voor hem het begin worden van een ander leven. De eerste twee jaar, 1991 en 1992, waren jaren van ziekte en verzorging, van operatie en bestralingen. Johan overwon zijn ziekte maar hij zou moeten rekening houden met zijn lichaam en met het verlies van heel wat mogelijkheden. De gevolgen van zijn ziekte bleven hem bij en vormden een last die hij voor de rest van zijn leven met zich moest meedragen.

Hij kreeg opnieuw een voorlopige benoeming: hulpeconoom in Kessel-Lo. Voorlopig, maar de benoeming zou 23 jaar duren. Het was een benoeming die hem lag: Het was al geweten dat Johan met geld kon omgaan, steeds in zijn rekeningen juist en rechtvaardig was en dit tot op de laatste cent nauwkeurig. Boodschappen doen en zorg dragen voor de confraters en hun noden, daarin kon hij zijn dienstbaarheid ten volle uitleven. Wat men graag doet, doet men goed. Zo bleef Johan dienst bewijzen. In zijn omgang met confraters en personeel bleef hij altijd de vrolijke en jeugdige confrater die graag naar buiten kwam met een mop en een grap. Zo was hij gekend en men hield van hem.

Terug in Vlaanderen had hij veelvuldig contact met zijn familie. Voor hem was zijn familie steun en sterkte. Hij genoot ten volle van elke ontmoeting met hen, van elk feestje, van elke uitstap in hun gezelschap. Daar was hij zeer dankbaar voor.

Een vijftal jaren geleden was hij verplicht opnieuw hulp te zoeken bij dokters en verpleging. Het was een heel langzaam opkomende kwaal die blijvend zou zijn. Zijn ziek zijn werd de laatste jaren zwaar om dragen en soms overviel het hem helemaal. Dan was hij gevoelig voor ‘stress’, maar met de hulp van mensen rondom hem en van zijn familieleden kon hij er zich steeds boven zetten.

Toen hij begreep dat zijn ziekte ongeneeslijk was kon hij er zich mee verzoenen. Hij ontving het sacrament van de zieken en het was als een wonder hoe hij kalm werd, zijn levenseinde in de ogen kon zien en rustig en blij, ja met een lach, afscheid kon nemen van zijn familie, confraters, en al diegenen die hem hielpen in de verzorging. In alle stilte, in zijn slaap, is hij rustig heengegaan, in vrede met de mensen, met zichzelf en met God.

 

 

 

Leopold VANDOOREN

 

 

 

 

Pater Paul van Daelen

in memoriam van Daelen Paul

 

  

Geboren te Venlo 27.01.1930

Religieuze geloften op 08.09.1949

Priester gewijd op 05.09.1954

Missionaris in Nederland, de Filippijnen en Rome

Overleden in Helmond op 19.10.2015

 

 

Op 18-jarige leeftijd besliste Paul Missionaris van Scheut te worden en begon er de traditionele opleiding. Toen hij zoals zijn jaargenoten klaar was om naar de Missie te vertrekken vroegen zijn oversten hem eerst nog verder te studeren. Aan de KU Leuven behaalde hij een doctoraat in filosofie en in 1958 werd hij dan professor van filosofie in ons vormingshuis van Nijmegen. Hij deed er echter meer dan filosofie doceren: hij wist zijn jonge confraters te inspireren en te bezielen. Hij werd niet alleen een zeer geliefde en gewaardeerde professor maar ook een echte confrater met aandacht voor iedereen en een bemoedigend woord voor wie daar nood aan had.

In die jaren verminderde zijn liefde voor de missie helemaal niet en na zes jaar deelde hij heel enthousiast aan de gemeenschap mee dat hij als missionaris naar de Filippijnen mocht vertrekken. Ook daar werden jongeren aan hem toevertrouwd. Hij werd hun leraar en rector, eerst in SLU Boys High School, later in het seminarie van Maryhurst en Maryhill. Hij geloofde oprecht in zijn studenten en jonge confraters en genoot dan ook hun volste vertrouwen. Al spoedig werd Paul Viceprovinciaal en vervolgens Provinciaal in de Filippijnen. Toen hij in 1974 in die hoedanigheid naar het Kapittel van Scheut trok werd hij er Algemeen Overste verkozen voor 7 jaar. Zijn vertrouwen in de toekomst en zijn enthousiasme, ondanks een zekere crisis in die jaren, werkten aanstekelijk. Na het Kapittel verscheen het document "Vuur moet branden", dat tot op heden nog steeds als een van de beste documenten van Scheut beschouwd wordt. De hand van Paul was er duidelijk zichtbaar in. In het volgende Kapittel van 1981 werd hij opnieuw verkozen, voor een tweede mandaat. Maar Paul bleef op de eerste plaats missionaris en wilde na zijn twee mandaten als Algemeen Overste terug naar de Filippijnen. Hij werd er een zeer gewaardeerd geestelijk begeleider van talloze confraters, seminaristen, zusters en leken. Ook werd hij consultant van het Asian Social Institute (ASI), een Instituut opgericht door onze Nederlandse confrater Francis Senden met als doelstelling de studenten een comprehensieve kennis te geven van de sociaal-culturele realiteit in het licht van de Christelijke Sociale Leer en hen aldus ertoe te bewegen zich in te zetten voor een positieve verandering in de maatschappij.

In 2010 keerde Paul terug naar Nederland, zijn leeftijd begon duidelijk te knagen aan zijn gezondheid, maar zijn hart bleef in de Filippijnen. Dankzij de moderne communicatiemiddelen kon hij heel regelmatig contact houden met de mensen van ASI en hij bleef ze verder animeren.

Heel het missionarisleven van Paul is gekenmerkt geweest door de woorden van Jezus over vuur en bezieling, die ons hart doen branden voor de verkondiging en de beleving van het evangelie. In zijn welgevuld leven heeft hij Gods liefde steeds zichtbaar gemaakt voor talloze mensen doorzijn vertrouwen in hen, doorzijn bemoedigende woorden, door zijn volledige inzet voor ieder en voor alles wat hem toevertrouwd werd. Hij was professor, begeleider, administrator, maar bovenal religieus-priester-missionaris. Zijn vertrouwen in een liefdevolle God was de bron van zijn vertrouwen in de anderen en in de toekomst. Zijn verbondenheid met God was het geheim van zijn verbondenheid met zijn medemensen.

"Missionair zijn, is op bijzondere wijze in dienst staan van de in Christus beloofde toe-komst, is stap voor stap de eigen wereld omvormen tot de gestalte van het Rijk Gods" (Vuur moet branden p. 108) Dat is het precies wat Paul geweest is voor de Missionarissen van Scheut en voor de mensen op de Filippijnen en overal in Azië.

Luc COLLA

 

 

 

 

Pater Michel Mingneauin memoriam Mingneau michel

 

 

Geboren te Bovekerke op 23.10.1928

Religieuze geloften op 08.09.1949

Priester gewijd op 12.09.1954

Missionaris in Indonesië van 1955 tot 2003 Overleden in Torhout op 19.10.2015

 

 

Michel werd als jongste van vijf geboren in een heel christelijk landbouwersgezin van Bovekerke. Van kindsbeen af werkte hij mee op de boerderij. Hij leerde er wat hard werken en gezamenlijke inzet betekenen. Hij zou altijd in hart en ziel boer blijven. Toch trok hij naar het Klein Seminarie van Roeselare en, hoewel hij eerst landbouwingenieur wilde worden, ging hij vervolgens naar Scheut, en na zijn priesterwijding naar Indonesië.

Daar bleef hij 48 jaar lang. Op verschillende plaatsen kreeg hij verschillende functies, veelal als parochiepriester, maar ook als Provinciaal Overste en als medeverantwoordelijke voorde opleiding van de jonge Indonesische Scheutisten. Maar het langst van al, 30 jaar, werkte hij op het eiland Muna, één van de vele eilandjes in zuidoost Sulawesi.

Na enkele jaren pastoraal werk in en rond de missiepost, en veel aandacht voor huisbezoek, zag hij steeds meer hoe zijn mensen in armoede leefden. Ze moesten hard werken op rotsige onvruchtbare grond en hadden te lijden van hongersnood en veel ziektes. Op een viertal kilometer van zijn missiepost ontdekte hij er vruchtbare grond, en na een jaar onderhandelen en allerlei voorbereidend werk slaagde hij erin een honderdtal gezinnen te laten verhuizen op die vruchtbare grond. Ze kregen elk één hectare ter beschikking. En nu kwam één van de vele talenten van de boer die hij in hart en nieren gebleven was volop aan bod. Heel dicht bij de arme en eenvoudige mensen, met een sterke wil en veel doorzettingsvermogen, bleef hij met beide voeten op de grond, en bewerkte samen met zijn mensen de grond. Urenlang liep hij in de blakende zon achter de ploeg, voortgetrokken door twee koeien. Planten en zaaien... groenten, fruit en vooral "cashewnuts', in het mooi Nederlands: de vruchten van de olifantenluisboom, dat was het wat hij kweekte. En het lukte allemaal, het bracht heel veel op. Met de opbrengst ervan konden zij zich beter voeden en bleven ze gespaard van allerlei ziektes.

Michel is een zeer gelukkig missionaris geweest. Hij had een zonnig karakter, was eenvoudig en leefde dicht bij de mensen, ook de moslims. Hij kon uren gehurkt tussen de mensen zitten en naar hen luisteren en kwinkslagen uitdelen. Hij was ook een goed zanger: hij was al koorleider in het noviciaat en in de verdere opleidingsjaren. Ook in Indonesië. Op zijn missiepost was er 's zondags altijd eerst een 15-tal minuten zangles, en daarbij was hij in zijn element.

Op 75-jarige leeftijd kwam hij definitief naar België. Hij was eerst een jaar in Torhout, en ging dan 5 jaar naar Rumbeke, vooraleer voor verzorging naar Torhout terug te keren. Hij wist dat zijn geheugen hem meer in meer in de steek liet. Na zekere tijd kwam hij in een rolstoel terecht. Eerst volgde hij alles nog zoveel mogelijk maar langzaam deemsterde hij steeds dieper weg en het was moeilijk in te schatten wat hij nog begreep.

Michel zal voor altijd bekend blijven door zijn inzet voor de verbetering van het levensniveau van de arme boerenbevolking van het eiland Muna. Door de promotie van nieuwe landbouwtechnieken kon hij vele mensen voorgoed uit de armoede helpen. In 2004, een jaar na zijn terugkeer, verwoordde hij zelf op een sublieme manier waar het voor hem om te doen was: "Geef mensen geen vis, maar geef ze een hengel. Geef ze geen klappernoten om te eten maar doe ze klappernoten planten. Ze zullen op hun pensioenleeftijd nog kunnen eten. Als uw bedoeling maar juist is: wie naar ginder gaat, gaat er naartoe, niet om zichzelf te verrijken in materiële zin, maar om mensen te helpen. En ik kan je verzekeren: anderen helpen maakt jezelf gelukkig. Eens vroeg iemand mij: "Pater, voel je je niet onvoldaan datje geen kinderen hebt?" Ik antwoordde hem: "God heeft al mensen genoeg: zes miljard en meer. Maar wat God nodig heeft zijn mensen die anderen overal ter wereld gelukkig gaan maken. Naastenliefde is het grootste gebod van iedere godsdienst." Dank u Michel om dat zo goed in praktijk gebracht te hebben.

 

Frans VAN HUMBEECK en Ludo REEKMANS

 

 

 

Pater Marcel VANDAMME

in memoriam vandamme

 

Geboren te Poelkapelle op 28.01.1930

Religieuze geloften op 08.09.1951

Priester gewijd op 05.08.1956

Missionaris in Kongo van 1967 tot 1999 en daarna in België

Overleden in Torhout op 20.07.2015

 

 

 

Als oudste van vijf groeide Marcel op in een heel christelijk gezin. Na zijn lager onderwijs in zijn geboortedorp Poelkapelle en zijn humaniora in het college van Ieper, waar hij een goed student en een sportieve jongeman met een groot ideaal was, trok hij naar het noviciaat van Scheut. Toen na zijn theologie de meesten van zijn jaargenoten naar hun missieland vertrokken, moest Marcel nog verder studeren aan de KU Leuven. Hij behaalde er een licentie in pedagogie en psycholgie. Vervolgens deed hij nog een specialisatie daarin in Parijs, toegepast op de pastoraal. Daardoor mocht hij dan nog 5 jaar les geven in onze vormingshuizen vooraleer hij naar Kinshasa kon vertrekken. Aldus had Marcel een zeer groot aandeel in de vernieuwing van de vorming in Scheut.

In 1967 kon hij dan eindelijk naar zijn missie vertrekken. Hij werd eerst onderpastoor in de St.-Paulusparochie en was er speciaal belast met de begeleiding van een sterk georganiseerde jeudgdgroep. Na 2 jaar werd hij directeur benoemd van het diocesaan animatie- en vormingscentrum “Nganda” en hij zou er blijven tot 1973.

Heel zijn verder missieleven is sterk getekend geweest door zijn inzet voor vorming, o.a. in het Grootseminarie van Kinshasa, maar ook voor de lekenvorming. Daarbij waren sessies van “P.R.H.” (Personnalité et Relations Humaines) en van de “Beweging voor een Betere Wereld” van P. Lombardi s.j. welkome hulpmiddelen. Ook bij zijn volgende benoemingen was zijn hoofdtaak steeds de lekenvorming. Dit alles was steeds in de lijn van de diocesane richtlijnen van Kardinaal Malula die meer verantwoordelijkheid wilde geven aan de leken, tot zelfs de volledige verantwoordelijkheid over een hele parochiegemeenschap waar die bijgestaan werden door een “prêtre animateur”.

In 1979 werd Marcel in Kisangani benoemd. Hij woonde op de H. Familieparochie maar ging van daaruit naar vele bisdomen in het oosten van het land om er de lekenvorming te promoten. Hij bleef er tot 1990, tot hij teruggeroepen werd naar Kinshasa om directeur te worden van het congregationeel vormingscentrum C.T.V. (Centre Théophile Verbist). Daar was hij tot 1999, toen hij om gezondheidsredenen naar België moest terugkeren. Toch kon hij dan nog 5 jaar medepastoor zijn in Dadizele waar hij de mensen vooral vertrouwd maakte met de Bijbel. Toen echter zijn gezondheidstoestand ook dat onmogelijk maakte ging hij eerst naar Rumbeke, maar een jaar later voor aangepaste zorgen naar Torhout. Vooral zijn fel verzwakte ogen werden voor hem een zware handicap. Toch bleef hij naar de mensen toegaan om hen te onderrichten en te begeleiden. Vooral de Bijbel was hem zeer dierbaar en hij vond veel vreugde in bijbelstudie en bijbelonderricht. Pas de laatste twee jaar moest hij noodgedwongen meer en meer thuisblijven. Zelfs naar Dadizele gaan om er zijn mensen te bezoeken, hoe graag hij het ook deed, kon niet meer. Hij zocht zijn steun bij de Heer, op zijn speciale stoel in de hoek van de kapel en bleef van daaruit zijn vele mensen gedenken.

Marcel, eens zo dynamisch en energiek, verzwakte meer en meer tot hij heel zachtjes in-getreden is in de Liefde van Hem die hij zo enthousiast en trouw gediend heeft. Ja, hij was een warm en vurig missionaris. Moge jouw bijdrage tot de vorming van ontelbare mensen ve-le vruchten dragen, voor de opbouw van Gods Rijk op aarde.

 

Frans VAN HUMBEECK

 

 

 

 

 

Pater Wout WILLEMS

 

in memoriam willems

 

Geboren te Eindhoven op 27.12.1923

Religieuze geloften op 08.09.1942

Priester gewijd op 18.01.1948

Missionaris op de Filippijnen en in Nederland

Overleden te Teteringen op 09.07.2015

 

“De trouw van de Heer vergaat niet in de schaduw van dood en eeuwigheid.”

Wout sprak de laatste tijd nogal eens over het einde dat dichtbij begon te komen. Gewoonlijk reageerde ik dan met een dooddoener als: ‘Ik hoop toch echt dat je nog eventjes wacht’. En daarmee veranderden we van onderwerp. Ik weet niet meer wat mij twee weken geleden, enkele dagen voor het werkelijke einde, deed zeggen: ‘We zullen je missen, ík zal je missen’. Ik ben blij dat ik het toen gezegd heb, en dankbaar dat Wout me de gelegenheid gaf om te vertellen waarom ik hem missen zou en nu mis. Het gaat niet om de gebedsvieringen waar we aan werkten, of de liturgieën, ook al was het samenstellen van die dingen steeds een goede ervaring. Het gaat niet om de boeken die we soms uitwisselden ook al heeft hij mij eindelijk zover gekregen dat ik Hans Küng ben gaan lezen (en ik snap hem ook nog zo’n beetje!), het gaat zelfs niet over het feit dat ik altijd bij hem binnen mocht stappen als ik met mezelf in de knoop zat, ook al heb ik dat tientallen keren gedaan.

Wout, ik mis je om de prachtige mens die jij voor mij en anderen bent geweest. Ik mis je om je eerlijke zoeken en je wijd open geest waarmee je iedereen en alles benaderde. Ik mis je om je goudeerlijkheid waarmee je luidkeels mij, en ook anderen, liet weten als we er helemaal naast zaten of dat je zelf wel zou uitmaken wat goed was voor je...

Ik zal nooit de avond vergeten waarop Wout in volle glorie zijn hele hart liet spreken. ’t Was de avond dat we op Sparrendaal het afscheid vierden van de mensen die ons daar jarenlang liefderijk verzorgd hadden. Ik had Wout gevraagd om die lieve mensen als laatste toe te spreken vlak vóór de slotceremonie met heel veel kaarsjes. Wout was doodnerveus en zat met een stapeltje papieren te frommelen. “Doe die teksten weg en laat je hart spreken” waagde ik tegen hem te zeggen toen hij op de microfoon afstapte, en hij deed het nog ook. Hij was indrukwekkend, ontroerend mooi die avond…

En kortgeleden, bij de ziekenzalving van Jos van Rooij: Kees, als Econoom en oud-Indonesiër had zich maandenlang totaal uitgesloofd voor Jos; Hans, onze Rector ging vijf keer per dag op bezoek bij Jos en we hebben allemaal ons beste beentje voorgezet om het Jos naar zijn zin te maken. Maar het wou maar niet lukken… Het was Wout die tijdens de ziekenzalving zijn handen nam en, met hun koppen bijna tegen elkaar, hem liet weten en voelen dat onze gemeenschap hier in Teteringen zijn thuis was en dat we echt van hem hielden… waarna Jos eindelijk verder op weg kon.

Ik zal je missen Wout… wij zullen je missen. Dank je wel voor wie je geweest bent… midden onder ons…

 

Bart FLAAT