Pater Jozef Waterschoot

 in memoriam waterschoot

 

Geboren te Stekene op 11.01.1929

Religieuze geloften op 08.09.1950

Priester gewijd op 05.08.1956

Missionaris in de Filippijnen van 1957 tot 1997

Overleden in Zuun op 08.06.2014

 

Pater Jos (voor ons was hij ‘Jef’, voor de Filippino’s ‘Father Jose’) is geboren in Stekene op 11 januari 1929 in een gezin van 12 kinderen. Zijn tweelingbroer Herman, enkele jaren geleden overleden, was priester van het bisdom Gent. Hij en nog andere familieleden bezochten hem meermaals op de Filippijnen.

Jos begon zijn missionarisleven in 1957 in Trinidad en Bauko, twee posten gesticht in 1908 door onze Scheutse pioniers. Hij trok er de bergen in, van dorp tot dorp, leefde bij de mensen, leerde hun taal en gewoonten, ontdekte hun noden en moeilijkheden, en nam deel aan hun feesten. Vier jaar later werd hem een hele streek toegewezen. Hij vond een voorlopige stek in de kapel van Sinipsip en installeerde zijn bed op een triplex-plaat achter het altaar.

Jef verbleef een jaar in Sinipsip. Verhuisda daarna naar Abatan, meer centraal gelegen en niet zo koud als in Sinipsip (2.300 m hoogte). Van Abatan, waar een andere kapel was, zou hij een grote missiepost maken. Na een jaar in Abatan begon hij een middelbare school “San Isidro Highschool”. Er kwam een internaat en een sportveld, een kerk en een grote pastorie, hij ging schooien bij Misereor, bouwde een klein hospitaal, zocht en vond een dokter en samen trokken ze naar de dorpen. Hij zag hoe de mensen geen rijst maar zoete aardappelen kweekten. En Jef dacht bij zichzelf: waarom geen andere ‘patatten’ kweken en een grotere variëteit van groenten? En Jef kocht zaden, meststoffen en pesticiden en experimenteerde met kleine proefvelden. De mensen keken ernaar en probeerden het ook. Er ontstonden coöperatieven, er kwamen voorraadschuren en Jef droomde zelfs van een vrachtwagen. En telkens Jef op vakantie kwam, stouwde hij zijn valies vol met patatten en groentezaden. Hij was ondertussen een zestal jaren (tot 1975) directeur van de ‘social action’ geworden in Baguio. Reeds in 1965 werd de missie van Abatan in twee gedeeld: het nieuwe deel werd de missie Sayangan-Atok. Hier voltrok zich hetzelfde scenario. Jos kreeg de naam ‘Jef patat’ toebedeeld, met een schalkse knipoog maar ook met veel waardering. Bij een andere gelegenheid klonk het veel plechtiger: ‘Josephus Patatorum Doctor Honoris Caritatis’. Zijn verwezenlijkingen staan nu te pronken op de bergflanken van de provincie Benguet. Ze zijn opgeslagen in foto-albums en in artikelen die door talrijke bezoekers over hem en zijn werk zijn gepubliceerd. Hij kreeg in ‘97 een vergulde ‘Plaque of Appreciation’ van de oud-studenten van de St-Paul Academy van Sayangan-Atok, en in latere brieven en bezoeken van Filippino’s aan Jef klonk steeds dezelfde waardering voor zijn grote inzet.

In juli 1997, tijdens een animatie-activiteit (mission appeal) in de USA, kreeg Jos een herseninfarct. Zijn rechterzijde en spraak waren verlamd. Hij was toen 68. Zijn leven kreeg plots een totaal andere wending. Hij zou niet meer naar Sabangan, waar hij pas benoemd was, kunnen terugkeren en hij ging in Schilde wonen. In 2010 verhuisde hij naar Zuun.

Jos is één van de weinigen die zich 17 jaar lang met een elektrische rolwagen verplaatste. Hij deed dat gezwind. Soms sneed hij de bochten te kort af, soms moest een stoel of tafel eraan geloven, maar Jos was overal present. Niets ontsnapte aan zijn aandacht: een kaars die niet brandde op het altaar, een stuk fruit dat ontbrak op het bord van zijn buurman aan tafel, een verpleger die later of vroeger dan gewoonlijk hem kwam verzorgen, een medebroeder die gevallen was… Jos had het gezien! Men kon met precisie de klok instellen op het dagritme van Jos. Hij was een vaste waarde in de gemeenschap. Hij heeft ons, mede door zijn handicap, geleerd hoe wij door het leven kunnen gaan met vertrouwen, moed en dankbaarheid.

Zijn laatste en grootste lijdensweg begon in november vorig jaar toen slikproblemen opeenvolgende longinfecties veroorzaakten en hem fel verzwakten. Door toedienen van sondevoeding en zuurstof was hij zes maanden lang aan bed gekluisterd. Van die lijdensweg is hij bevrijd op pinkstermorgen 8 juni.

Jos, rust nu maar in vrede en tot weerziens hierboven. Maar weet toch dat we je gaan missen!

Jan REYNEBEAU en Jan ANTHONISSEN

 

 

 

Broeder Egied Van Riet

in memoriam van riet

 

 

Geboren te Steenhuffel op 24.01.1926in memoriam van riet

Religieuze geloften op 01.05.1947

Missionaris in Kongo (KAS) van 1951 tot 1957 en van 1967 tot 1974, alsook in België en Nederland

Overleden in Torhout op 25.03.2014

 

Egied is in1926 te Steenhuffel geboren in een groot christelijk landbouwersgezin. Zijn afkomst heeft hem sterk bepaald. Na de lagere school volgde hij een opleiding in de tuinbouw en zijn hele leven lang zou hij veel aandacht hebben voor de boerenstiel. Maar toch had hij ook andere plannen: in die tijd waren er verschillende jongens en meisjes van Steenhuffel die ofwel zuster van de Jacht ofwel Scheutist werden. Een oudere zus van Egied, Clementine, trad ook binnen in de Jacht en zou 50 jaar missionaris zijn in de Filippijnen.

Egied wou Scheutist worden en trad in 1945 binnen in het noviciaat van Scheut. Na 18 maanden legde hij op 1 mei 1947 zijn eerste geloften af. Hij was pas 21 en te jong om al naar de missies te vertrekken. Gedurende 4 jaar zou hij in Scheut allerlei taken in huis en tuin verrichten.

In 1951 mocht Egied dan afreizen naar Oost-Kasai in Kongo. Hij was er vooral bezig met de veeteelt in Tubeya en Kanyama maar hij was ook bouwer in het verre Basubuke en werd hulpprocureur in de nieuw opgerichte procuur van Luputa.

Na zijn eerste term van 6 jaar werd hem gevraagd een tijdje in Europa te blijven. Van 1957 tot 1964 zorgde hij voor de groentetuin in Scheut. Daar was toen een gemeenschap van meer dan 100 man en het was belangrijk een ervaren tuinman te hebben. In 1964 verhuisde Egied naar Nijmegen. Ook daar was Egied de harde werker, gedreven om vele goede groenten te winnen voor de meer dan 50 confraters die er woonden.

In 1967 mocht hij dan opnieuw vertrekken maar nu naar West-Kasaï. In Kananga zorgde hij voor groenten, kippen en konijnen, en in Kambundi en Mikalayi was hij in de weer met koeien en schapen.

In 1974 kwam Egied met verlof en zou niet meer naar de missies vertrekken. Voortaan zou hij ten volle missionaris zijn in België. Voor hem betekende dat: hard werken, een sober leven leiden, trouw zijn aan het gebedsleven en vooral dienstbaar zijn. Wij vinden Egied terug in Kortrijk, ook een drietal jaren in Kessel-Lo, maar vooral 33 jaar in Schilde: van 1976 tot 1983 en opnieuw van 1986 tot juni 2012. Schilde vooral was de plaats waar hij volop floreerde. Hij kon zich uitleven in dat prachtig domein met zijn groot park, zijn bossen, groentetuin en neerhof.

In het evangelie van de uitvaart had Jezus het over vertrouwen in de Voorzienigheid en ook over zaaien, maaien, schuren met voorraad en voeding. Hoeveel zou Egied niet gezaaid en geoogst hebben? Hoe sterk was hij niet bekommerd opdat er genoeg voorraad aardappelen, groenten en fruit zou zijn. Jezus had het ook over vogels. Egied was begaan met vogels: niet die in de lucht, maar deze van de neerhof, kippen en ganzen. Hij wou dat de confraters geregeld een eitje konden eten en af en toe een stukje kip op hun bord kregen. Die zorg bleef hem volgen tot in Torhout. Zijn geesteskrachten waren sterk verminderd maar regelmatig ging hij op stap met een mandje op zoek naar eieren, ook al zijn er geen kippen in Torhout.

Ook de eerste lezing bevatte een tekst die belangrijk was in de ogen van Egied. We lezen in de eerste brief van Johannes: “Wij moeten niet liefhebben met grote woorden. Aan onze daden moet men kunnen zien dat we de mensen echt liefhebben,” en ook: “Wat liefde is hebben wij geleerd van Christus. Hij heeft zijn leven voor ons gegeven. Dus moeten ook wij ons leven geven voor onze medemensen”. Egied was niet alleen actief in de buitenlucht maar ook in huis. Wat hem misschien wel het meest kenmerkte was zijn grote aandacht en grote zorg voor zieke confraters. Hij was in Schilde de grote ziekendienaar die oneindig veel uren doorbracht aan het bed van zieke confraters. Hij heeft zeer veel gewaakt bij erg verzwakte en stervende medebroeders. Het was zijn charisma. Daarin was hij uniek en bijna onnavolgbaar.

In 2012 is Egied naar Torhout verhuisd omdat hij echt zorgen nodig had die men niet meer kon geven in Schilde. Hij was mentaal achteruitgegaan, zijn geheugen was weg. Alleen wat lang geleden gebeurd was kon hij zich nog herinneren. Maar hij bleef veel aandacht hebben voor de zieke confraters. Hij bleef er bekommerd bij zitten en toonde veel compassie. Hij wilde hen nog zo graag wat te drinken geven en hij werd nerveus als hij dacht dat men hen alleen liet zitten in de living. Hij duwde nog graag een rolwagen. In de korte tijd dat hij in Torhout geweest is maakte hij zich zeer geliefd. Hij kon zo vriendelijk lachen en een pinkoogje slaan. Hij werd veel en graag geplaagd, uit sympathie omdat we hem zo graag zagen. En hij kon dikwijls nog zo gevat antwoorden.

Egied was de lieveling van onze gemeenschap. Wij zijn bedroefd dat hij ons verlaten heeft. We hadden graag nog wat genoten van zijn pretoogjes, zijn blije soms ondeugende glimlach, zijn ongekunsteldheid. Een hersenbloeding en een erg verzwakt hart zijn hem fataal geworden. Wij zijn blij dat hij niet of weinig geleden heeft, en dat hij zijn jongste broer en een paar nichten nog heeft kunnen zien. Wij zijn vooral blij dat hij in zijn eigen kamer, omringd door een aantal confraters, door leden van ons personeel en vrijwilligsters, heel rustig van ons is heengegaan naar de tuinen van het Hemels Hof. Daar zal hij kunnen harken en spitten naar believen, voor kippen zorgen en eitjes rapen.

Een zeer beminnelijke, uitermate gedienstige, vrome en eenvoudige broeder heeft ons verlaten. Wij gaan Egied zeker nooit vergeten en mooie verhalen over hem zullen nog lang de ronde doen. Wij danken hem voor zijn grote trouw en voor zijn eenvoudig dienstbetoon. Hij ruste in vrede.

Frans VAN HUMBEECK

 

 

 

 

Pater Jozef Sinnesael



in memoriam sinnesael 

Geboren te Moorslede op 14.03.1927

Religieuze geloften op 08.09.1947

Priester gewijd op 03.08.1952

Missionaris in Kongo (Lisala) van 1954 tot 1978 en daarna in België

Overleden in Torhout op 13.03.2014

 

 

Jef stamt uit een groot christelijk onderwijzersgezin van Moorslede. Vier van de acht kinderen zouden eveneens in het onderwijs terechtkomen. Eén dochter werd religieuze en twee zonden werden Scheutist. Na zijn humaniora in het Klein Seminarie van Roeselare volgde Jef zijn oudere broer Karel naar Scheut. Na zijn theologie studeerde hij nog een jaar pedagogie in de normaalschool van Torhout en zo was hij goed voorbereid om in het bisdom Lisala vooral in het onderwijs te werken.

De eerste vier jaar van zijn missieleven was hij leraar aan het kleinseminarie van Bolongo, en vervolgens vijf jaar aan het college van Lisala terwijl hij eveneens godsdienstleraar was in het plaatselijk atheneum. Daarna gaf hij een jaar les in de normaalschool van Boyange en was ook nog vijf jaar studieprefect in de landbouwschool van Mondongo. Hij was een goed leraar die met hart en ziel zijn lessen gaf doch vooral oog had voor de opvoeding van de jongeren tot volwassenheid en inzet voor de gemeenschap. Veel van zijn leerlingen hebben later grote verantwoordelijkheden gekregen in de politieke en sociale wereld. Ze bewaarden mooie en aangename herinneringen aan de vorming die ze gekregen hadden. Terecht was Jef daar fier op en met enkele oud-leerlingen onderhield hij jarenlang vriendschappelijke banden.

Na deze lange periode in het onderwijs werd hij procureur van het bisdom Lisala benoemd. Kort daarna kwam de nationalisatie van het bedrijfsleven, de Zaïrianisatie, en de economische situatie werd er niet beter op. Zijn organisatietalent en zijn relatiebekwaamheid kwamen toen bijzonder goed van pas. Maar Jef was een volksmens en wilde dichter bij de gewone mensen zijn en eenvoudig met hen meeleven. Daarom vroeg hij, na drie jaar van vooral materiële beslommeringen in een zeer moeilijke situatie, in de parochiepastoraal te mogen werken. Dat deed hij vijf jaar lang in Boso Manzi en Roby. Zijn zwakke gezondheid maakte het hem echter niet altijd gemakkelijk en in 1978 kwam Jef definitief naar België terug.

Toen men hier een geschikte man zocht voor de reisdienst sprak men hem aan en onmiddellijk aanvaardde hij. 17 jaar lang zou hij bewijzen dat hij de “right man on the right place” was. Hij zorgde voor de tickets, visa en reispassen voor duizenden missionarissen, mannen en vrouwen en zelfs familieleden van missionarissen die eens op bezoek gingen. Elke dag was hij tenminste één keer in Zaventem om mensen naar de vlieghaven te brengen, hen door de wirwar van het afreizen te loodsen en hen zo ver mogelijk te begeleiden, soms tot aan de trappen van het vliegtuig. Toen kon dat nog. Dit deed hij steeds met de glimlach en met veel geduld, ook al maakten ze het hem niet altijd even gemakkelijk en waren de vertrekkende missionarissen wel eens “overladen”. Ook was hij steeds present om de missionarissen af te halen en ze vlot en veilig door de douanes te leiden. Heel veel missionarissen, lekenhelpers en familieleden zijn hem altijd erg dankbaar gebleven voor de delicate en minzame manier waarop hij zovelen geholpen heeft.

Toen hij bijna 70 was vroeg en kreeg hij een plaatsvervanger. Hij ging wonen in ons huis van Rumbeke en kreeg de opdracht de families van de Oost- en West-Vlaamse Scheutisten te bezoeken. Dat apprecieerden de mensen sterk. Toen echter in 1998 de plaats van aalmoezenier vrijkwam in het rusthuis van Zonnebeke, vlakbij zijn geboortedorp, zag hij er een unieke kans in om nog enkele jaren mooi werk te verrichten bij de bewoners van het WZC Sint-Jozef. Met zijn eenvoudige hartelijkheid kon hij voor veel mensen een steun zijn en een getuige van Jezus’ blijde boodschap. Hij bleef er 8 jaar, en toen hij bijna 80 was vond hij dat hij stilaan recht had op een beetje rust, en dat vond hij in Torhout waar hij nog enkele zeer mooie en aangename jaren mocht beleven.

Jef had de gave zich te kunnen inleven in de situatie van de anderen, hun lief en leed te delen. De laatste maanden heeft hij ook ervaren wat het is ziek te zijn. Een zona heeft hem vele maanden erg doen afzien. Hij leed veel pijn en kreeg het steeds moeilijker om te stappen. Tenslotte kreeg hij een longembolie en daags voor zijn 87ste verjaardag is hij zachtjes van ons heengegaan.

We blijven hem gedenken als een bijzonder vriendelijk en gedienstig man, met een resem vrienden, een beetje overal. Ook wij zullen hem niet vergeten.

Frans VAN HUMBEECK en Cyriel STULENS

 

 

 

 

Pater Prosper Renson


in memoriam renson

 

Geboren te Waregem op 02.04.1928

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 02.08.1953

Missionaris in Japan van 1954 tot 2005

Overleden in Halle op 12.03.2014

 

 

In 1947 begon hij zijn noviciaat in Zuun. Hij vroeg aanvankelijk om naar Kongo te gaan, maar een medestudent raadde hem aan Japan aan te vragen. In 1954 vertrok hij naar Japan, waar de eerste Scheutisten zes jaar eerder waren begonnen in de stad Himeji. Gedurende negen maanden leerde hij de taal in ons huis van Nibuno, dicht bij Himeji; daarna deed hij drie jaar dienst als medepastoor in Toyooka, een parochie die in 1950 gesticht was aan de Japanse Zee. In 1958 werd hij pastoor van de parochie van Nibuno.Prosper, of Pros zoals hij gewoonlijk door zijn confraters genoemd werd, was de jongste van vier zonen. De opvoeding die hij kreeg thuis en in de plaatselijke KSA hebben de fundamenten gelegd van zijn inzet voor anderen. Zijn oudere broer Raymond werd Scheutist. Pros werd getroffen door de broederlijke sfeer onder de jonge fraters toen die bij hem thuis op bezoek kwamen. Hij zou het voorbeeld van zijn broer volgen en ook missionaris worden.

Het was de tijd van na de oorlog en van vóór het concilie. De ijver was groot om Japan tot het katholieke geloof te bekeren en om roepingen te stimuleren. Maar na een eerste periode van opmerkelijke opbloei in bekeringen, verminderde al snel het aantal catechumenen en doopsels. Ook Pros moest zich met deze realiteit verzoenen, en zich als het ware “bekeren” tot het vissen van mensen, niet meer met het net, maar met de hengel. En dat deed hij in alle parochies waar hij dienst heeft gedaan: Nibuno, Okayama, opnieuw Nibuno, Aboshi, Himeji, weer Aboshi, terug Nibuno, opnieuw Himeji…

Pros was een echte parochiepriester. In de zestiger jaren zou er onder de confraters een discussie ontstaan: moeten we ons toeleggen op direct apostolaat, door nieuwe parochies te stichten binnen kerkelijke structuren? Of moeten we dit volk benaderen via indirect apostolaat, via gespecialiseerde activiteiten zoals studie, muziek, godsdienstonderzoek, of scholen? Pros voelde zich goed in parochiewerk en in catechese. Zijn broer Raymond ging de richting uit van gespecialiseerd apostolaat. Beide broers, samen genomen, gaven een volledig beeld van wat missie zou kunnen zijn.

Pros heeft gans zijn missionarisleven moeite gehad met het Japans. Hij was de eerste om dat toe te geven. Maar hij compenseerde dit euvel meesterlijk door de taal van het hart. Hij kon luisteren. Hij begreep heel goed de “underdog” zoals hij hen noemde: de mensen in de marge, zij die moeilijk aan het woord kwamen zelfs in hun eigen taal, eenvoudige mensen die spijts tegenslagen toch iets presteerden, of mensen die het niet meer zagen zitten. Ik stel me voor dat hij elke ontmoeting zag als een kans om deze concrete mens tegen het licht van de zaligsprekingen te houden, en hem of haar te zeggen: “Jij werkt voor vrede, of je treurt, of je snakt naar gerechtigheid… Wel, indien Jezus hier was, Hij zou je zeggen: proficiat, je bent op de goede weg.”

Buiten zijn drie jaar in Toyooka, en acht jaar in Okayama, heeft Pros altijd in parochies gewerkt die gesticht waren binnen een straal van 40 tot 50 km rond Himeji. En voor Pros was dat goed, want hij stelde het groepsgebeuren zeer op prijs. De Scheutisten van Himeji en Nibuno kwamen op zondagavond bijeen, en zij die op parochies werkten binnen die actieradius kwamen op maandagnamiddag bijeen, om wat bij te babbelen, bij te eten en bij te drinken, of om te biechten of om raad te vragen. Pros was 20 jaar in Japan toen “Vuur moet branden” uitkwam, een voornaam inspiratiedocument van de Congregatie dat gepubliceerd werd na het Kapittel van Albano. Hij zal daarin met veel interesse de teksten van hoofdstuk 6 gelezen hebben die het hebben over de evangelische gemeenschap.

Pros voelde de “tekenen van de tijd” aan, en als pastoor in Himeji, vroeg hij aan de bisschop van Osaka om een Japanse medepastoor bij hem te benoemen. En toen de niet-Europese Scheutisten rond de eeuwwende al meer dan klaar stonden om de fakkel over te nemen, begreep Pros dat het tijd werd om de jonge garde niet voor de voeten te lopen. Wellicht deed Raymonds overlijden in 2003 bij hem het idee groeien om nog wat “quality time” bij zijn twee overlevende broers door te brengen. Na 51 jaar Japan, in maart 2005, kwam hij definitief terug naar België, 77 jaar oud.

Hij kwam naar het huis van Scheut in Kortrijk, van waaruit hij regelmatig broer Louis bezocht, die ziek was en weldra zou overlijden. Met broer Jean ging hij later elke week uit, tot ook hij overleed. In 2012, toen zijn gezondheid fel verzwakte en hij meer verzorging nodig had, ging hij naar onze gemeenschap van Zuun. Een longinfectie is hem uiteindelijk fataal geworden. Hij stierf in het ziekenhuis van Halle.

We blijven Pros gedenken als de vriendelijke en wijze man, gevoelig en steeds optimist, steeds bereid tot een kwinkslag, en dankbaar voor al het goede waarvan hij mocht genieten. Nu staat zijn urne naast die van Raymond, op het kerkhof in Waregem. De cirkel is rond, en zijn missie volbracht.

Werner LESAGE en Jan REYNEBEAU