Pater Paul van Daelen

in memoriam van Daelen Paul

 

  

Geboren te Venlo 27.01.1930

Religieuze geloften op 08.09.1949

Priester gewijd op 05.09.1954

Missionaris in Nederland, de Filippijnen en Rome

Overleden in Helmond op 19.10.2015

 

 

Op 18-jarige leeftijd besliste Paul Missionaris van Scheut te worden en begon er de traditionele opleiding. Toen hij zoals zijn jaargenoten klaar was om naar de Missie te vertrekken vroegen zijn oversten hem eerst nog verder te studeren. Aan de KU Leuven behaalde hij een doctoraat in filosofie en in 1958 werd hij dan professor van filosofie in ons vormingshuis van Nijmegen. Hij deed er echter meer dan filosofie doceren: hij wist zijn jonge confraters te inspireren en te bezielen. Hij werd niet alleen een zeer geliefde en gewaardeerde professor maar ook een echte confrater met aandacht voor iedereen en een bemoedigend woord voor wie daar nood aan had.

In die jaren verminderde zijn liefde voor de missie helemaal niet en na zes jaar deelde hij heel enthousiast aan de gemeenschap mee dat hij als missionaris naar de Filippijnen mocht vertrekken. Ook daar werden jongeren aan hem toevertrouwd. Hij werd hun leraar en rector, eerst in SLU Boys High School, later in het seminarie van Maryhurst en Maryhill. Hij geloofde oprecht in zijn studenten en jonge confraters en genoot dan ook hun volste vertrouwen. Al spoedig werd Paul Viceprovinciaal en vervolgens Provinciaal in de Filippijnen. Toen hij in 1974 in die hoedanigheid naar het Kapittel van Scheut trok werd hij er Algemeen Overste verkozen voor 7 jaar. Zijn vertrouwen in de toekomst en zijn enthousiasme, ondanks een zekere crisis in die jaren, werkten aanstekelijk. Na het Kapittel verscheen het document "Vuur moet branden", dat tot op heden nog steeds als een van de beste documenten van Scheut beschouwd wordt. De hand van Paul was er duidelijk zichtbaar in. In het volgende Kapittel van 1981 werd hij opnieuw verkozen, voor een tweede mandaat. Maar Paul bleef op de eerste plaats missionaris en wilde na zijn twee mandaten als Algemeen Overste terug naar de Filippijnen. Hij werd er een zeer gewaardeerd geestelijk begeleider van talloze confraters, seminaristen, zusters en leken. Ook werd hij consultant van het Asian Social Institute (ASI), een Instituut opgericht door onze Nederlandse confrater Francis Senden met als doelstelling de studenten een comprehensieve kennis te geven van de sociaal-culturele realiteit in het licht van de Christelijke Sociale Leer en hen aldus ertoe te bewegen zich in te zetten voor een positieve verandering in de maatschappij.

In 2010 keerde Paul terug naar Nederland, zijn leeftijd begon duidelijk te knagen aan zijn gezondheid, maar zijn hart bleef in de Filippijnen. Dankzij de moderne communicatiemiddelen kon hij heel regelmatig contact houden met de mensen van ASI en hij bleef ze verder animeren.

Heel het missionarisleven van Paul is gekenmerkt geweest door de woorden van Jezus over vuur en bezieling, die ons hart doen branden voor de verkondiging en de beleving van het evangelie. In zijn welgevuld leven heeft hij Gods liefde steeds zichtbaar gemaakt voor talloze mensen doorzijn vertrouwen in hen, doorzijn bemoedigende woorden, door zijn volledige inzet voor ieder en voor alles wat hem toevertrouwd werd. Hij was professor, begeleider, administrator, maar bovenal religieus-priester-missionaris. Zijn vertrouwen in een liefdevolle God was de bron van zijn vertrouwen in de anderen en in de toekomst. Zijn verbondenheid met God was het geheim van zijn verbondenheid met zijn medemensen.

"Missionair zijn, is op bijzondere wijze in dienst staan van de in Christus beloofde toe-komst, is stap voor stap de eigen wereld omvormen tot de gestalte van het Rijk Gods" (Vuur moet branden p. 108) Dat is het precies wat Paul geweest is voor de Missionarissen van Scheut en voor de mensen op de Filippijnen en overal in Azië.

Luc COLLA

 

 

 

 

Pater Michel Mingneauin memoriam Mingneau michel

 

 

Geboren te Bovekerke op 23.10.1928

Religieuze geloften op 08.09.1949

Priester gewijd op 12.09.1954

Missionaris in Indonesië van 1955 tot 2003 Overleden in Torhout op 19.10.2015

 

 

Michel werd als jongste van vijf geboren in een heel christelijk landbouwersgezin van Bovekerke. Van kindsbeen af werkte hij mee op de boerderij. Hij leerde er wat hard werken en gezamenlijke inzet betekenen. Hij zou altijd in hart en ziel boer blijven. Toch trok hij naar het Klein Seminarie van Roeselare en, hoewel hij eerst landbouwingenieur wilde worden, ging hij vervolgens naar Scheut, en na zijn priesterwijding naar Indonesië.

Daar bleef hij 48 jaar lang. Op verschillende plaatsen kreeg hij verschillende functies, veelal als parochiepriester, maar ook als Provinciaal Overste en als medeverantwoordelijke voorde opleiding van de jonge Indonesische Scheutisten. Maar het langst van al, 30 jaar, werkte hij op het eiland Muna, één van de vele eilandjes in zuidoost Sulawesi.

Na enkele jaren pastoraal werk in en rond de missiepost, en veel aandacht voor huisbezoek, zag hij steeds meer hoe zijn mensen in armoede leefden. Ze moesten hard werken op rotsige onvruchtbare grond en hadden te lijden van hongersnood en veel ziektes. Op een viertal kilometer van zijn missiepost ontdekte hij er vruchtbare grond, en na een jaar onderhandelen en allerlei voorbereidend werk slaagde hij erin een honderdtal gezinnen te laten verhuizen op die vruchtbare grond. Ze kregen elk één hectare ter beschikking. En nu kwam één van de vele talenten van de boer die hij in hart en nieren gebleven was volop aan bod. Heel dicht bij de arme en eenvoudige mensen, met een sterke wil en veel doorzettingsvermogen, bleef hij met beide voeten op de grond, en bewerkte samen met zijn mensen de grond. Urenlang liep hij in de blakende zon achter de ploeg, voortgetrokken door twee koeien. Planten en zaaien... groenten, fruit en vooral "cashewnuts', in het mooi Nederlands: de vruchten van de olifantenluisboom, dat was het wat hij kweekte. En het lukte allemaal, het bracht heel veel op. Met de opbrengst ervan konden zij zich beter voeden en bleven ze gespaard van allerlei ziektes.

Michel is een zeer gelukkig missionaris geweest. Hij had een zonnig karakter, was eenvoudig en leefde dicht bij de mensen, ook de moslims. Hij kon uren gehurkt tussen de mensen zitten en naar hen luisteren en kwinkslagen uitdelen. Hij was ook een goed zanger: hij was al koorleider in het noviciaat en in de verdere opleidingsjaren. Ook in Indonesië. Op zijn missiepost was er 's zondags altijd eerst een 15-tal minuten zangles, en daarbij was hij in zijn element.

Op 75-jarige leeftijd kwam hij definitief naar België. Hij was eerst een jaar in Torhout, en ging dan 5 jaar naar Rumbeke, vooraleer voor verzorging naar Torhout terug te keren. Hij wist dat zijn geheugen hem meer in meer in de steek liet. Na zekere tijd kwam hij in een rolstoel terecht. Eerst volgde hij alles nog zoveel mogelijk maar langzaam deemsterde hij steeds dieper weg en het was moeilijk in te schatten wat hij nog begreep.

Michel zal voor altijd bekend blijven door zijn inzet voor de verbetering van het levensniveau van de arme boerenbevolking van het eiland Muna. Door de promotie van nieuwe landbouwtechnieken kon hij vele mensen voorgoed uit de armoede helpen. In 2004, een jaar na zijn terugkeer, verwoordde hij zelf op een sublieme manier waar het voor hem om te doen was: "Geef mensen geen vis, maar geef ze een hengel. Geef ze geen klappernoten om te eten maar doe ze klappernoten planten. Ze zullen op hun pensioenleeftijd nog kunnen eten. Als uw bedoeling maar juist is: wie naar ginder gaat, gaat er naartoe, niet om zichzelf te verrijken in materiële zin, maar om mensen te helpen. En ik kan je verzekeren: anderen helpen maakt jezelf gelukkig. Eens vroeg iemand mij: "Pater, voel je je niet onvoldaan datje geen kinderen hebt?" Ik antwoordde hem: "God heeft al mensen genoeg: zes miljard en meer. Maar wat God nodig heeft zijn mensen die anderen overal ter wereld gelukkig gaan maken. Naastenliefde is het grootste gebod van iedere godsdienst." Dank u Michel om dat zo goed in praktijk gebracht te hebben.

 

Frans VAN HUMBEECK en Ludo REEKMANS

 

 

 

Pater Marcel VANDAMME

in memoriam vandamme

 

Geboren te Poelkapelle op 28.01.1930

Religieuze geloften op 08.09.1951

Priester gewijd op 05.08.1956

Missionaris in Kongo van 1967 tot 1999 en daarna in België

Overleden in Torhout op 20.07.2015

 

 

 

Als oudste van vijf groeide Marcel op in een heel christelijk gezin. Na zijn lager onderwijs in zijn geboortedorp Poelkapelle en zijn humaniora in het college van Ieper, waar hij een goed student en een sportieve jongeman met een groot ideaal was, trok hij naar het noviciaat van Scheut. Toen na zijn theologie de meesten van zijn jaargenoten naar hun missieland vertrokken, moest Marcel nog verder studeren aan de KU Leuven. Hij behaalde er een licentie in pedagogie en psycholgie. Vervolgens deed hij nog een specialisatie daarin in Parijs, toegepast op de pastoraal. Daardoor mocht hij dan nog 5 jaar les geven in onze vormingshuizen vooraleer hij naar Kinshasa kon vertrekken. Aldus had Marcel een zeer groot aandeel in de vernieuwing van de vorming in Scheut.

In 1967 kon hij dan eindelijk naar zijn missie vertrekken. Hij werd eerst onderpastoor in de St.-Paulusparochie en was er speciaal belast met de begeleiding van een sterk georganiseerde jeudgdgroep. Na 2 jaar werd hij directeur benoemd van het diocesaan animatie- en vormingscentrum “Nganda” en hij zou er blijven tot 1973.

Heel zijn verder missieleven is sterk getekend geweest door zijn inzet voor vorming, o.a. in het Grootseminarie van Kinshasa, maar ook voor de lekenvorming. Daarbij waren sessies van “P.R.H.” (Personnalité et Relations Humaines) en van de “Beweging voor een Betere Wereld” van P. Lombardi s.j. welkome hulpmiddelen. Ook bij zijn volgende benoemingen was zijn hoofdtaak steeds de lekenvorming. Dit alles was steeds in de lijn van de diocesane richtlijnen van Kardinaal Malula die meer verantwoordelijkheid wilde geven aan de leken, tot zelfs de volledige verantwoordelijkheid over een hele parochiegemeenschap waar die bijgestaan werden door een “prêtre animateur”.

In 1979 werd Marcel in Kisangani benoemd. Hij woonde op de H. Familieparochie maar ging van daaruit naar vele bisdomen in het oosten van het land om er de lekenvorming te promoten. Hij bleef er tot 1990, tot hij teruggeroepen werd naar Kinshasa om directeur te worden van het congregationeel vormingscentrum C.T.V. (Centre Théophile Verbist). Daar was hij tot 1999, toen hij om gezondheidsredenen naar België moest terugkeren. Toch kon hij dan nog 5 jaar medepastoor zijn in Dadizele waar hij de mensen vooral vertrouwd maakte met de Bijbel. Toen echter zijn gezondheidstoestand ook dat onmogelijk maakte ging hij eerst naar Rumbeke, maar een jaar later voor aangepaste zorgen naar Torhout. Vooral zijn fel verzwakte ogen werden voor hem een zware handicap. Toch bleef hij naar de mensen toegaan om hen te onderrichten en te begeleiden. Vooral de Bijbel was hem zeer dierbaar en hij vond veel vreugde in bijbelstudie en bijbelonderricht. Pas de laatste twee jaar moest hij noodgedwongen meer en meer thuisblijven. Zelfs naar Dadizele gaan om er zijn mensen te bezoeken, hoe graag hij het ook deed, kon niet meer. Hij zocht zijn steun bij de Heer, op zijn speciale stoel in de hoek van de kapel en bleef van daaruit zijn vele mensen gedenken.

Marcel, eens zo dynamisch en energiek, verzwakte meer en meer tot hij heel zachtjes in-getreden is in de Liefde van Hem die hij zo enthousiast en trouw gediend heeft. Ja, hij was een warm en vurig missionaris. Moge jouw bijdrage tot de vorming van ontelbare mensen ve-le vruchten dragen, voor de opbouw van Gods Rijk op aarde.

 

Frans VAN HUMBEECK

 

 

 

 

 

Pater Wout WILLEMS

 

in memoriam willems

 

Geboren te Eindhoven op 27.12.1923

Religieuze geloften op 08.09.1942

Priester gewijd op 18.01.1948

Missionaris op de Filippijnen en in Nederland

Overleden te Teteringen op 09.07.2015

 

“De trouw van de Heer vergaat niet in de schaduw van dood en eeuwigheid.”

Wout sprak de laatste tijd nogal eens over het einde dat dichtbij begon te komen. Gewoonlijk reageerde ik dan met een dooddoener als: ‘Ik hoop toch echt dat je nog eventjes wacht’. En daarmee veranderden we van onderwerp. Ik weet niet meer wat mij twee weken geleden, enkele dagen voor het werkelijke einde, deed zeggen: ‘We zullen je missen, ík zal je missen’. Ik ben blij dat ik het toen gezegd heb, en dankbaar dat Wout me de gelegenheid gaf om te vertellen waarom ik hem missen zou en nu mis. Het gaat niet om de gebedsvieringen waar we aan werkten, of de liturgieën, ook al was het samenstellen van die dingen steeds een goede ervaring. Het gaat niet om de boeken die we soms uitwisselden ook al heeft hij mij eindelijk zover gekregen dat ik Hans Küng ben gaan lezen (en ik snap hem ook nog zo’n beetje!), het gaat zelfs niet over het feit dat ik altijd bij hem binnen mocht stappen als ik met mezelf in de knoop zat, ook al heb ik dat tientallen keren gedaan.

Wout, ik mis je om de prachtige mens die jij voor mij en anderen bent geweest. Ik mis je om je eerlijke zoeken en je wijd open geest waarmee je iedereen en alles benaderde. Ik mis je om je goudeerlijkheid waarmee je luidkeels mij, en ook anderen, liet weten als we er helemaal naast zaten of dat je zelf wel zou uitmaken wat goed was voor je...

Ik zal nooit de avond vergeten waarop Wout in volle glorie zijn hele hart liet spreken. ’t Was de avond dat we op Sparrendaal het afscheid vierden van de mensen die ons daar jarenlang liefderijk verzorgd hadden. Ik had Wout gevraagd om die lieve mensen als laatste toe te spreken vlak vóór de slotceremonie met heel veel kaarsjes. Wout was doodnerveus en zat met een stapeltje papieren te frommelen. “Doe die teksten weg en laat je hart spreken” waagde ik tegen hem te zeggen toen hij op de microfoon afstapte, en hij deed het nog ook. Hij was indrukwekkend, ontroerend mooi die avond…

En kortgeleden, bij de ziekenzalving van Jos van Rooij: Kees, als Econoom en oud-Indonesiër had zich maandenlang totaal uitgesloofd voor Jos; Hans, onze Rector ging vijf keer per dag op bezoek bij Jos en we hebben allemaal ons beste beentje voorgezet om het Jos naar zijn zin te maken. Maar het wou maar niet lukken… Het was Wout die tijdens de ziekenzalving zijn handen nam en, met hun koppen bijna tegen elkaar, hem liet weten en voelen dat onze gemeenschap hier in Teteringen zijn thuis was en dat we echt van hem hielden… waarna Jos eindelijk verder op weg kon.

Ik zal je missen Wout… wij zullen je missen. Dank je wel voor wie je geweest bent… midden onder ons…

 

Bart FLAAT

 

 

 

Pater André LOYSON

 

in memoriam loyson

 

Geboren te Koolskamp op 02.10.1930

 

Religieuze geloften op 08.09.1951

 

Priester gewijd op 05.08.1956

 

Missionaris in Kongo van 1957 tot 1964 en van 1968 tot 1973 en daarna in België en Spanje

 

Overleden in Anderlecht op 24.06.2015

 

 

 

André werd geboren in een gezin van 11 kinderen te Kools-kamp. Na zijn humaniorastudies in Roeselare wilde hij missionaris worden en die roeping heeft hij zijn hele leven in veel verschillende omstandigheden waargemaakt. In 1950 trok hij naar Scheut en werd er in 1956 priester gewijd.

Eén jaar later vertrok hij naar Noord Kongo en kwam terecht in het onderwijs. Eerst directeur van de lagere school in Roby en dan in Gwaka, werd hij daarna leraar in de middelbare school, de “Groupe Scolaire” op de missie van Ebonda.

Tijdens zijn eerste verlof in België wilde hij zich nog meer specialiseren in opvoedkunde en onderwijs. Hij behaalde een licentiaat in pastorale catechese voor jongeren en een doctoraat in opvoedkunde in de “Institut Catholique” in Parijs. Na vier jaar studie deed men beroep op hem voor het onderwijs in Kinshasa en twee jaar later werd hij zelfs animator van het onderwijzend personeel van het bisdom Kinshasa.

Begin de jaren 70 kreeg André moeilijkheden met het regime van Mobutu omwille van een erg kritisch artikel in dagbladen dat verkeerdelijk aan hem werd toegeschreven. Wij moeten dat situeren in een tijd van onrust, verdachtmakingen en vijandschap tegen sommige buitenlanders. Het was toen een moeilijke periode voor de Kerk en alle missionarissen in Kongo. André kon de spanning niet aan, vooral omwille van zijn gevoelig karakter en zijn eerder zwakke zenuwen. Deze pijnlijke ervaring zou een keerpunt meebrengen in zijn leven. Wij waren toen in 1973.

Zijn leven werd meer en meer een zoektocht, soms aarzelend en toch steeds gedreven, met een diepe bezieling en overtuiging. Zijn diep geloof en zijn liefde voor Jezus liepen als een rode draad door gans zijn leven.

Gedurende een tiental jaar was hij pastoor in Ardooie en medepastoor in Koekelare. Daarna ook nog drie jaar op de parochie in Oedelem en acht jaar in Wevelgem.

Zijn liefde voor de jeugd liet hem niet los want al die jaren was hij ook deeltijds animator van bezinningsdagen en retraites voor jongeren, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Later zou hij over zijn ervaringen met de jeugd een boek schrijven met als titel: “Jongeren begeleiden in gelovig mens zijn”. Ook retraites voor volwassenen, begeleiding van bedevaarten en gebedsgroepen stonden op zijn programma.

In 1996 trok hij naar Spanje om in de streek van Benidorm pastoor te zijn van de Belgen, Fransen en Engelsen. Zijn talenkennis kwam hem hier goed van pas, ook in de contacten met zowel de toeristen en buitenlanders als de Spanjaarden. Daar zou hij acht jaar volledig missionaris kunnen zijn en een mooie tijd beleven.

In 2004, hij was nu 75 jaar, kwam hij op rust in Zuun en vanaf 2010 in Scheut. Ook hier wilde hij blijven getuigen van het evangelie en van wat hem ten diepste bezielde door met ruim duizend contactpersonen op internet een briefwisseling aan te houden. Zijn brieven voor hoogdagen werden in verschillende talen over de ganse wereld verstuurd.

Verwikkelingen bij een schijnbaar onschuldige operatie van overbruggingen maakten op 24 juni onverwacht een einde aan zijn leven. Laten wij dankbaar het leven van André in Gods handen leggen.

Cyriel STULENS

 

 

 

 

 Broeder Rodolfo MONTAÑO HERNÁNDEZ

in memoriam Montao Rodolfo

 

 Geboren te Cordoba, Veracruz (Mexico) op 17.07.1954

Religieuze geloften op 22.08.1988

Missionaris in Kongo (NC) van 1990 tot 2000, in België tot 2002, in Guinée tot 2004 en daarna in Mozambique

Overleden in Antwerpen op 04.05.2015

 

 

 

 Van schaapherder tot dokter-missionaris

 
 Rodolfo werd als vierde kind geboren in de familie Montaño Hernández in Cordoba, Veracruz, Mexico, op 17 juli 1964. Als kleine jongen hoedde hij de schapen van zijn vader. Nogal vlug ontdekte men zijn talenten en na de lagere en middelbare school studeerde hij voor dokter want hij wou zijn leven ten dienste stellen van zijn medemensen.

Als stagiair trok hij, met zuster Maria Van Doren ICM, naar de ver afgelegen dorpen en langs deze weg kwam hij in contact met Scheut. Als aspirant-Scheutist gaat hij naar Guatemala waar hij heel wat ervaring opdoet als dokter. Zijn noviciaat doet hij in de Dominicaanse Republiek waar hij in 1988 zijn eerste religieuze geloften uitspreekt.

Hij kwam naar België en volgde lessen aan het Tropisch instituut in Antwerpen om zich voor te bereiden op zijn zending naar Kongo, waarheen hij in 1990 vertrok en gedurende een tiental jaar gewerkt heeft in het missiehospitaal van Ndage, in Noord-Kongo. Het waren heel moeilijke jaren omwille van de rebellen die de ganse streek onveilig maakten. Dag en nacht stond hij daar ten dienste van de zieke en de gekwetste mensen.

In het jaar 2000, na een vormingssessie in de USA, onderging hij een operatie aan de rug en werd het duidelijk dat hij niet meer terug naar Kongo zou kunnen gaan. Gedurende 2 jaar stelde hij zich dan ten dienste van het Tropisch Instituut in Antwerpen. Intussen kreeg hij contact met ‘Artsen Zonder Grenzen’ en kon hij met deze organisatie in 2002 vertrekken naar Guinée en later naar Mozambique.

Vanaf 2007 was hij daar verbonden met een Amerikaanse organisatie, ‘HAI’ (Health Alliance International Organisation) en werd door de regering van Mozambique aangesteld als hoofdverantwoordelijke van de streek van Tete om een programma uit te werken ter bestrijding van Aids.

In 2014 kwam hij op verlof naar België en liet hij een traditioneel geneeskundig onderzoek doen waarbij verschillende problemen werden vastgesteld. Bij het wegnemen van de gal ontdekte men ook de kanker aan de maag. Het werd een tweede operatie op twee weken tijd met daarna 6 maanden chemo. Hoopvol zag hij uit naar de toekomst, maar helaas. Bij een tweede maagoperatie stelde men vast dat de uitzaaiing te groot was en men niets meer kon doen.

Zijn droom om nog eens zijn familie te bezoeken in Mexico, waarmee hij altijd sterk verbonden was, en het verlangen, gedreven door zijn Scheutse missionaire geest om terug aan de slag te gaan in Tete, is niet kunnen verwezenlijkt worden.

Rodolfo was een man met heel veel talenten die hij steeds ten dienste stelde van medemensen. Waar hij ook kwam leerde hij onmiddellijk de taal van het volk om zo dicht mogelijk bij de zieken te kunnen zijn en hen te helpen. Iemand zei ooit: als hij de zieke niet kan genezen als dokter, zal hij ze genezen met zijn glimlach en zijn goed hart.

Hij heeft in zijn leven heel veel mensen ontmoet, heel veel zieke en ongelukkige mensen, mensen waarin God een beroep op hem deed en waarvoor hij zich ten volle gaf als dokter. Hij heeft God gezien in het gelaat van al die mensen en hij heeft voor hen Gods liefde voelbaar en tastbaar gemaakt.

Hij was voor hen een engel van een mens. Engelen zijn mensen die je toevallig in je leven mag tegenkomen, onverwacht en onverdiend, waar je heel dankbaar moet voor zijn want ze brengen je tederheid, genegenheid en vriendschap. Rodolfo was zo’n engel voor heel veel mensen.

Op 4 mei, heel vroeg in de morgen, in het bijzijn van zijn goede vriend en collega-dokter, is hij in het Sint-Vincentiushospitaal van Antwerpen, heel rustig naar de overkant gegaan, naar zijn en onze God.

Het is zo vreemd dat we hem nu niet meer kunnen zien, hem niet meer kunnen aanraken en dat zijn hartelijke lach ons niet meer kan bereiken. Het is moeilijk, maar we proberen tot God te bidden: Neem Rodolfo in uw armen in onze plaats. Neem hem op in uw vrede en help ons te geloven dat u ons niet alleen laat.

 

Nand VERHOEVEN,

met de hulp van Paul SNOECK en Frans JANSEN

 

 

Pater Alfred Spincemaille

in memoriam Alfred Spincemaille

 

 

Geboren te Rumbeke op 06.05.1930 

Religieuze geloften op 08.09.1949

Priester gewijd op 12.09.1954

Missionaris in de Filippijnen van 1955 tot 1999 en daarna in België

Overleden in Torhout op 28.11.2014

 

 

Alfred deed zijn humaniora-studies in het Sint-Amandscollege van Kortrijk en trok daarna naar het noviciaat van Scheut in Zuun. Zijn filosofie deed hij in Néchin en zijn theologie in Scheut en Leuven zoals de meesten van zijn confraters in die tijd. Toen hij naar de Filippijnen vertrok verbleef hij eerst voor taalstudie in Baguio City en het volgende jaar werd hij Vicerector benoemd van het Saint Mary’s College van Bayombong. Twee jaar later kreeg hij dezelfde functie in het Saint Louis College te Baguio en nog eens twee jaar later werd hij er de Principaal van. Zo deed hij de nodige ervaring op om in 1964 stichter en president te worden van het Saint Louis College in San Fernando la Union.

Maar Fred had nog andere talenten en zoals in de parabel van de talenten in het evangelie wist hij die te gebruiken, zodat ze andere talenten, ook onder de vorm van pesos en dollars, voortbrachten. Hij werd Assistant Procurator in Manila maar na vier jaar werd hij de Provinciaal Procurator en dat zou hij meer dan twintig jaar met veel toewijding en deskundigheid blijven doen.

Hij was waarlijk een “jolly good fellow”. Waar confraters en vrienden samenkwamen bracht hij leven in de brouwerij. Met een kwinkslag, een grapje, een gepeperd verhaal wist hij iedereen in goed humeur te brengen. Maar hij was ook de discrete, wijze econoom die wist wat hij mocht zeggen en wat hij beter voor zichzelf hield. Dat maakte hem soms ook een beetje de eenzame wandelaar.

Het lot, zijn talenten, zijn oversten hebben hem tijdens die 44 jaar in de Filippijnen vooral in functies van manager en financier gedreven. Nog voor de tijd dat Scheut met professionele investeerders werkte beheerde hij het kapitaal van die grote Filippijnse Scheutprovincie. Maar eveneens beheerde hij geld van vele Filippijnse bisdommen, en hij deed het op een wijze en efficiënte manier. En hij was niet alleen goed in wat hij deed, maar eveneens goed voor zijn confraters en ook voor andere religieuzen en de vele gewone mensen die bij hem kwamen aankloppen met hun problemen.

Op een parochie heeft hij nooit voltijds gewerkt maar jarenlang reed hij in de vroege morgen naar Banawe Street in Quezon City om bij de zusters van de Jacht voor te gaan in de eucharistie en er de oudere en zieke zusters wat lachtherapie te geven. Eens terug in België heeft  hij  nog  vele jaren bij de zusters van O.-L.-Vr. Bijstand in Kortrijk dezelfde dienst bewezen.

Fred was een Scheutist in hart en nieren, solidair met zijn confraters, in goede en kwade dagen. Maar ook buiten Scheut wist hij een net van goede relaties op te bouwen in vele lagen van de Filippijnse maatschappij, zowel bij bankiers en investeerders, bij ambassadeurs en reisagenten, bij bisschoppen en priesters, bij mensen in het onderwijs, als bij al hun bedienden en bij de vele arme en eenvoudige mensen die zijn pad kruisten.

Als er deze dagen een luid gelach en geschater gehoord wordt in de hemelse contreien, dan is het niet omwille van een stand-up comedian die er arriveert, maar wel omwille van “De Fred” of “Spince” die er zijn plaats gevonden heeft. Ja Fred, we zullen je missen. Dank voor je rijke leven, voor wat je voor ons Scheutisten betekend hebt. Moge je nu vredig rusten in de armen van onze liefdevolle God.

 

Paul VAN PARIJS

 

 

 

 

Pater Ward Van Haegenborgh

in memoriam van haegenborgh

  

 

Geboren te Leuven op 17.05.1930

 

Religieuze geloften op 08.09.1950

 

Priester gewijd op 07.08.1955

 

Missionaris in Kongo van 1960 tot 1972, in Rome van 1972 tot 1978, in Zambia van 1979 tot 1991 en daarna in België

 

Overleden in Bonheiden op 14.07.2014

 

 

In het diep christelijk gezin Van Haegenborgh werd een tweeling geboren. Samen met de vier broers en zussen groeide die op en allebei werden ze missionaris, de één in CICM, de andere in ICM. Ward liep school in het Sint-Pieterscollege van Leuven en trok daarna naar Scheut. Na zijn filosofie en theologie studeerde hij nog Politieke en Sociale Wetenschappen aan de KU Leuven vooraleer in 1960 naar Kinshasa te vertrekken. Eerst deed hij er pastoraal werk in parochies maar al spoedig werd hij diocesaan aalmoezenier van de “Mouvement Familial Chrétien”. In 1967 werd hij Provinciaal Secretaris van de CICM-Provincie van Kinshasa en daarna zelfs van het bisdom Kinshasa.

Toen in 1972 het mandaat van de Algemeen Secretaris in Rome, de latere Kardinaal Jan Schotte, ten einde liep deed men beroep op zijn ervaring om deze op te volgen. Dat deed hij een volledig mandaat van 6 jaar en vertrok daarna als missionaris naar de enkele jaren eerder opgerichte missie van Zambia. De bisschop zocht er iemand voor het familieapostolaat, en de ervaring van Ward in dit apostolaat zorgde ervoor dat hij daarvoor de geknipte man was. Op vraag van de bisschop leerde hij “Mariage Encounter” kennen en dat bracht Ward dan binnen in Zambia. Hij gaf er talloze vormingsweekends, steeds samen met twee lekenkoppels. Van de parochie en de dekenij breidde de beweging zich uit in het hele diocees, en later nationaal en zelfs over de landsgrenzen in Afrika. Het werd een echt succesverhaal en de bisschoppen waren bijzonder opgetogen. Door dit apostolaat bereikte de kerk ook de intellectuelen van het land. Het waren voor Ward dan ook jaren van intense activiteit, voortdurende verplaatsingen en zelfs verre reizen.

Aangezien hij echter tamelijk laat in Zambia toegekomen was en voortdurend in verschillende streken op reis was slaagde hij er niet meer in de lokale taal te leren. Deze beperktheid voelde hij zeer scherp aan, en na 10 jaar besloot hij naar België terug te keren om daar zijn dienstbaarheid aan te bieden.

Ward was een man van duurzame relaties en blijvende vriendschappen. Hij had ook de gave van het hart, hij droeg de mensen een warm hart toe. Hij liet zich leiden door zijn hart, en dat maakte hem zo geschikt voor het begeleiden van koppels in hun huwelijksleven. Ook zijn confraters droeg hij een warm hart toe. Hij had empathie, voelde met hen mee. Jongere confraters van andere landen voelden zich goed bij hem. Hij keek uit naar alle bijeenkomsten en kwam ernaartoe. Zijn inbreng in de groep, sociaal en geestelijk, was groot.

Bij zijn terugkeer in België werd Ward eerst Rector in ons huis van Antwerpen, maar al spoedig werd hij lid van de Provinciale Raad en vervolgens Provinciaal, van 1994 tot 2000. Daarna was hij nog 12 jaar aalmoezenier van het Rusthuis Immaculata in Edegem tot zijn gezondheid het zodanig liet afweten dat hij noodgedwongen zijn intrek moest nemen in ons huis van Schilde. Hoewel zijn gezondheid reeds zeer broos was wilde hij toch, samen met zijn tweelingzus, ingaan op de uitnodiging van een bevriend koppel dat zijn gouden huwelijksjubileum vierde. Op de terugweg van die viering kreeg hij een fatale hartaanval. De overbrenging met een ziekenwagen naar het nabijgelegen ziekenhuis mocht niet meer baten.

Liefde heeft Ward altijd bezield. Hij was zelf diep overtuigd van de liefde waarmee de Vader hem beminde. In die overtuiging had hij zoveel koppels begeleid in hun huwelijksliefde voor elkaar, en heeft hij die ook beleefd in zijn relatie met broers en zussen, vooral dan met zijn tweelingzus missionaris. In die overtuiging vertrouwen wij hem dan ook toe aan de eeuwige Liefde van de Vader. Dat hij nu ruste in vrede.

Wim GOOSSENS