Pater Jozef Van Keerberghen
In memoriam Van Keerberghen Jozef

 

Geboren te Sint-Pieters-Leeuw op 18.02.1924

Religieuze geloften op 08.09.1943

Priester gewijd op 01.08.1948

Missionaris in Congo (KAS) van 1949 tot 1995 en daarna in België

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw op 02.02.2016

 

 

Jozef werd geboren in een gezin met 6 kinderen en van de ouderlijke hoeve in Sint-Pieters-Leeuw naar het noviciaat van Zuun, dat daar zopas zijn intrek genomen had, was het dus niet ver. Na de klassieke vormingsjaren in Scheut kon hij in 1949 vertrekken naar Kasaï waar hij eerst directeur van de lagere school en vervolgens leraar aan de normaalschool werd. Maar in 1953 werd hij naar de Universiteit van Leuven gestuurd om er een licentiaat in de pedagogische wetenschappen te behalen. Na zijn terugkeer, in 1956 reeds, werd hij de verantwoordelijke van het onderwijs in het bisdom Kananga en dat zou hij blijven tot 1988. Hoewel hij er alleen al in de lagere scholen 100.000 leerlingen had, wist hij dat vanaf 1977 nog te combineren met zijn werk als secretaris van het bisdom, en vanaf 1985 voerde hij nog een actie ten voordele van kinderen met lichamelijke of verstandelijke beperkingen voor wie hij 7 centra oprichtte. In 1995 keerde hij definitief naar België terug, maar niet om te rusten. Eerst was hij werkzaam op de parochie in Vlezenbeek en toen hij in 2001 zijn intrek nam in het missiehuis van Zuun bleef hij nog veel dienst bewijzen, niet alleen aan zijn confraters maar ook in twee Woon- en Zorgcentra in Sint-Pieters-Leeuw.

De teksten voor zijn rouwbrief en gedachtenisprentje, en ook voor de uitvaart, heeft Jozef zelf voorbereid. “God is mijn herder” en “naast mij gaat Hij” staat er telkens in vetjes. Ja, God was zijn herder, en in zijn spoor volgde Jozef en werd ook een herder die bergen werk verzet heeft. Zijn hele leven is een getuigenis geweest van zijn geloof in en zijn vriendschap met de verrezen Heer Jezus. Hij had vele talenten en hij heeft ze gebruikt. Als jonge pater had hij het geluk van een goede confrater-pastoor te treffen en kennis te maken met de nood aan degelijk onderwijs. Bijna 40 jaar is hij verantwoordelijk geweest voor het onderwijs in het bisdom, voor, tijdens en na de onafhankelijkheid. Een bewijs dat hij een overlever was en kon doorwerken in de moeilijkste omstandigheden. Hij kon samenwerken met de leerkrachten en de directies. Hij moest soms moeilijke beslissingen nemen, maar zijn opvolger getuigt van hem: “Een rechtvaardig man met een gestrenge goedheid”. Zelf schrijft Jozef: “Als verantwoordelijke van het onderwijs in het Aartsbisdom moest ik het nodige doen opdat de onderwijzers en de leerlingen van het lager onderwijs, bijna 100.000 leerlingen, over de nodige schoolboeken zouden beschikken. Het was voor mij aangenaam schoolboekjes op te stellen in het Tshiluba, de voertaal van het onderwijs. Meestal werd ik daarbij geholpen door sommige directeurs of onderwijzers. Het zou te lang zijn om hier van de opgestelde boekjes een lijst te maken.”

In Congo zei men van hem dat hij een baobab was, een grote boom waar de gemeenschap kan onder verzamelen. In zijn talrijke publicaties wordt het duidelijk dat hij niet alleen een goed opvoedkundige was, maar ook een goede geschiedkundige en een etnograaf, met groot respect voor de Afrikaanse mensen. Hij was er niet alleen voor de sterke en hoogbegaafde. Vandaar zijn inzet voor de kinderen met een beperking. Door hen een vakkundige vorming te geven maakte hij duidelijk dat ook deze mensen een menswaardig leven kunnen leiden en veel betekenen voor de gemeenschap.

Toen hij een jaar geleden, op 91-jarige leeftijd, plots te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek was, hij die altijd kerngezond en ijzersterk geweest was, wist hij dat op een bewonderenswaardige wijze te aanvaarden en zijn afscheid bewust voor te bereiden. Ook nu voelde hij dat God zijn herder was, en dat hij met Hem mocht meetrekken. Voor ons toch nog totaal onverwacht is hij in het eerste uur van O.-L.-Vrouw-Lichtmis voorgoed met zijn Herder meegegaan. Zijn taak was volbracht. Wellicht zal hij met de oude Simeon gebeden hebben: “Uw dienaar laat gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd dat Gij voor alle volkeren hebt bereid, een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk”. We kunnen alleen maar dankbaar zijn voor zo’n vruchtbaar leven, en bidden dat hij van het eeuwig geluk moge genieten bij zijn Herder.

 

Emiel VAN DE VELDE

 

 

 

Pater Gijs van Schie
In memoriam Gijs van Schie

 

Geboren te Schoten (NL) op 17.05.1924

Religieuze geloften op 08.09.1943

Priester gewijd op 01.08.1948

Missionaris in Indonesië van 1949 tot 1989 en daarna in Nederland

Overleden in Teteringen op 31.01.2016

 

 

Gijsbertus van Schie, Gijs voor zijn confraters, werd op 17 mei 1924 in een traditioneel katholiek gezin geboren en al op zijn eerste levensdag gedoopt in Haarlem. Na zijn opleiding en priesterwijding vertrok hij in 1949 naar de missie van Indonesië.

In de eerste jaren werkte hij als leraar op een middelbare school en op het kleinseminarie. In 1956 werd hij pastoor in Toradjaland. Na zijn eerste verlof (in 1958-59) werd hij pastoor in Minanga, Toradja en bouwde daar een traditionele pastorie met een ronde overdekte galerij waar je rond kon lopen om je brevier te bidden, ook dus als het regende. Gijs liep in die jaren nog vaak rond in een zwarte toog en met een bonnet.

Toen kwam het Tweede Vaticaans Concilie en Gijs nam op bewonderenswaardige wijze de geest van het Concilie op. Hij richtte in Toradjaland het eerste Parochiebestuur op. De leken mochten en moesten meepraten over hun parochie! Hij organiseerde ook een Parochiaal Congres in het dekenaat waar hij werkte en dat werd een groot succes.

Later werd hij moderator van een hogere middelbare school in Makassar. Daar richtte hij de vastenactie op, een initiatief dat in heel Indonesië werd overgenomen.

In 1975, na een sabbatjaar in Amerika werd Gijs benoemd als leraar aan de Theologische school in Abepura, in het vroegere Nieuw Guinea. Hij doceerde er kerkgeschiedenis. Zijn lessen werden vereeuwigd in enkele boeken over kerkgeschiedenis die over heel Indonesië op de seminaries gebruikt werden. Gijs zelf schreef die boeken! Gijs schreef dat zijn jaren in Abepura de mooiste en gelukkigste jaren van zijn leven waren.

Toen hij 65 jaar was ging hij op pensioen naar Nederland. Hij was heel blij dat hij een plaatsje gevonden had in een pastorie in Leiden. Eigenlijk ging hij niet op pensioen. Hij assisteerde nog in de parochie in Leiden waar hij woonde. In Leiden ging hij zich ook echt bezig houden met het schrijven van boeken, iets wat hij eigenlijk zijn hele leven al gedaan had. Toen de Nederlandse Scheutisten naar Teteringen verhuisden, ging hij mee. In Teteringen ontwikkelde Gijs een nieuwe hobby. Hij ging schilderen. Zijn kamer in Teteringen hing vol met zijn schilderwerken. Je zou die kamer “Het Gijs van Schie tekeningen en schilderijen Museum” kunnen noemen!

Gijs was een echte post-Vaticaan II missionaris. Hij vond het jammer dat veel mensen, ook priesters en missionarissen niet genoeg openstonden voor de tekenen van de tijd. Zijn ideeën, plannen en geschriften kregen wel eens kritiek, maar bijna altijd bleek dat Gijs het bij het juiste eind had. Hij was zijn tijd gewoon ver vooruit. Gijs had er wel wat moeite mee dat veel mensen zijn moderne ideeën niet, of beter gezegd nog niet begrepen.

Gijs was missionaris, hij voelde zich als een vlinder,

vlinder van het Mysterie Aller Mysteries.

Hij beschreef dat met de volgende woorden:

“De missionaris is als een vlinder van God.

Niemand kan hem vangen op straffe van hem te doden.

Hij is vrij en beweegt op het ritme van de wind.

Geen bedreigingen kunnen hem stoppen.

Hij kent geen grenzen, alleen de wind beweegt hem.”

Kees BROUWER

 

   

 

Pater Thom Huisman
In memoriam Huisman Thom

 

 

Geboren te Harlingen op 15.06.1928

Religieuze geloften op 08.09.1950

Priester gewijd op 24.07.1955

Missionaris in Congo (KAS) van 1956 tot 1997 en daarna in Nederland

Overleden in Teteringen op 14.01.2016

 

 

Thomas Huisman (Thom voor zijn confraters) ging als jongen naar het Missiecollege ‘Sparrendaal’ en trad daarna binnen in de Congregatie van Scheut. Een jaar na zijn priesterwijding mocht hij vertrekken naar het missieveld in Congo. Daar ontpopte hij zich tot een toegewijde en zeer geliefde missionaris. Terug in Nederland veroverde hij de harten van de parochianen in Maurik, die het “Pater Huismanfonds” oprichtten voor hulp aan zijn Missie. Na de verhuizing in februari 2008 naar “Zuiderhout” in Teteringen mocht hij daar nog bijna 8 jaar wonen te midden van zijn confraters. Na een kort ziekbed is hij in de vroege ochtend van 14 januari 2016 stilletjes overleden in zijn slaap. We hebben hem op 20 januari op het kerkhof van Sparrendaal te rusten gelegd.

Wat in het evangelie over de goede herder gezegd wordt is zeker toepasselijk voor de manier waarop Thom missionaris geweest is. Hij behoorde tot de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, maar veeleer dan door dat Onbevlekt Hart liet hij zich inspireren door wat Maria zong in het Magnificat. Het was voor hem echt een strijdlied, zo van “de machtigen laat hij rustig vallen, maar de kleinen helpt hij vooruit. Aan de mensen die veel tekortkomen geeft hij wat ze nodig hebben. Maar degenen die zich van alles hebben voorzien stuurt hij met lege handen weg”. Dat was de missionaire geest die hem bezielde: ‘iets doen om de mensen vooruit te helpen’ en dat met heel zijn hart en zoveel het kon. Daarvoor was hij voor geen kleintje vervaard.

Reeds in het begin van zijn missionaire loopbaan liet hij dat duidelijk blijken op de missie van Katende waar hij reispater was. Het was vlak voor en tijdens het onafhankelijk worden van Congo in een streek die toen hevig geteisterd werd door stammenstrijd. Samen met zijn pastoor heeft hij veel mensen helpen vluchten in gevaarlijke omstandigheden. Omdat hun velden afgestookt waren ging hij voor hen eten halen in Kananga. Maar nog veel moeilijker was het dat voedsel uit te delen aan de slachtoffers. Toch deinsde hij daarvoor niet terug.

Daarna, in 1964, ging hij naar Masuika waar hij twee jaar later pastoor werd. Naast zijn pastorale activiteiten ging hij zich meer en meer inzetten voor de economische en sociale vooruitgang van de mensen. Hij stond open voor elk project als het de mensen maar kon helpen. Daarin kon hij zeer creatief zijn en de Hollandse koopmansgeest was hem daarbij niet vreemd. Hij had een speciale neus om te ruiken waar geld te halen of te krijgen was. Hij werd er vooral bekend om zijn ossenproject om er de velden te bewerken. Vervolgens propageerde hij bij zijn boeren ook de sojateelt die voor een betere en evenwichtiger voeding moest zorgen. Al spoedig kwam er een sojafabriekje tot stand waar de soja geroosterd en gemalen werd.

In 1984 werd hij pastoor in Luambo, zijn derde en laatste missiepost. De koeien van de mensen liepen er los in de dorpen en dat was niet ideaal voor de velden. Er werd een project opgezet om de koeien in kudden samen te brengen. Die werden, op voorwaarde dat de eigenaar zich aan de afspraken hield, tegen een kleine jaarlijkse vergoeding op de missie verzorgd en konden gebruik maken van de dieping tank.

Ook op pastoraal vlak bleef Thom niet achter. Het vormingswerk en het toekennen van verantwoordelijkheden aan de leiders van de christelijke gemeenschappen werden door hem gepromoot in het bisdom Luiza. Voor hem was geloven echt een WERKwoord zoals dat bij Jezus het geval was toen deze de profetie van Jesaja als zijn intentieverklaring voorlas in Nazareth: kreupelen op de been helpen, recht verschaffen aan de rechtelozen, mogelijkheden geven aan wie geen uitweg zien en een stem aan wie niet meetellen. Missionaris zijn betekent mensen samenbrengen, mogelijkheden scheppen, oplossingen aanreiken en samen zoeken.

Nu Thom van ons heengegaan is laat hij een leegte achter, zowel hier als in Congo. Dat hij nu vrede mag vinden bij zijn geliefden, voor altijd.

 

Hans DERKX

 

 

 

Pater Noël Ostyn
In memoriam Ostyn Nol

 

Geboren te Moorslede op 09.07.1936 

Religieuze geloften op 08.09.1957

Priester gewijd op 05.08.1962

Missionaris in Japan van 1963 tot 2009

Overleden in Roeselare op 18.12.2015

 

 

Noël werd als vierde geboren in een diepchristelijk gezin met tien kinderen. Hij deed zijn middelbare studies in het college van Menen. Daar leerde hij klarinet spelen en als goed muzikant droeg hij veel bij om een goede en aangename sfeer te scheppen in zijn jaar. Tot op heden, dus bijna 60 jaar later, komen ze dan ook nog ieder jaar samen. Na zijn collegejaren ging hij samen met vier klasgenoten aankloppen in het noviciaat van Scheut. Daarna volgde hij filosofie en theologie en vertrok in 1963 als missionaris naar Japan.

45 Jaar is Noël in Japan werkzaam geweest. In de Japanse zomer, toen die hitte en vochtigheid voor hem bijna echt ondraaglijk waren, leek het er soms op dat hij trachtte te overleven, want hij kon er echt niet tegen. Maar de andere dagen was hij steeds op post, en heel actief, bezig met alles wat gedaan moest worden. Altijd heeft hij in de parochiepastoraal gestaan, meestal in de miljoenenstad Osaka. Het waren kleine en soms iets grotere parochies. Maar waar hij ook was beperkte hij zich niet tot zijn klein groepje christenen. Hij had veel contacten naar buiten toe, en in die grootstad lukte hem dat heel goed. Omdat hij muzikant was zocht hij er steeds naar een orkest of harmonie, en zo kwam hij met nog veel meer mensen in contact. Omdat hij goed kon luisteren werd hij medewerker in ‘Inochi no Denwa’, de Japanse versie van ‘Levenslijn’, ‘Life Line’, de dienst die dag en nacht paraat aan de telefoon zit om mensen met raad bij te staan wanneer ze het moeilijk hebben. Hij wist ook de handen uit de mouwen te steken, en hielp als kelner bij de voedselbedeling in Nishinari, het district in Osaka waar dagloners en daklozen in groot getal te vinden zijn en een gratis maaltijd konden krijgen.

Toen een Boeddhistische universiteit in Habikino hem vroeg er een cursus te geven over christelijke leer zei hij ook ja. Dat heeft hij er vijftien jaar lang gedaan. Hij was gekend als de kalme en wijze missionaris, die door veel mensen opgezocht werd om zijn goede raad. Zeer geliefd bij zijn parochianen werd hij ook verkozen tot lid van de priesterraad van het bisdom Osaka. Toen hij pastoor was in Mikuni, in datzelfde bisdom, had hij een prachtig schilderachtig kerkje. En als pastoor daar kwam hij in een van de serieuze boekskes van Japan, een magazine voor jonge trouwers. Ja, hij kwam in contact met veel niet-christenen, niet alleen buiten de kerk, maar zelfs in zijn kerk. Hij zegende immers huwelijksplechtigheden in voor koppels die helemaal niets met de kerk te maken hadden, maar die wel met een mooi wit bruidskleed en een zwarte pitteleer in een christelijk kerkje wilden trouwen. Hij was van mening: als de kerk ons toelaat auto’s en paarden te zegenen, waarom zou ik dan twee mensen die mekaar graag zien niet mogen zegenen? En dat gaf Noël de gelegenheid om jonge koppels drie- of viermaal in zijn kerk uit te nodigen, soms apart, soms samen met andere koppels, voor een gesprek, een bezinning, of een sessie met een katholiek echtpaar. En toen de kerk vol zat met familie, vrienden en mensen uit de werkkring van het jonge paar, meestal mensen die nog nooit een kerk van binnen gezien hadden, kregen ze wel een mooie evangelielezing te horen met een beetje uitleg die hen alles behalve onverschillig liet. Ja, Noël was echt bij de pinken. Velen hielden daarna dan ook nog contact met hem, en hij was echt begaan met hun geluk en hun welzijn.

Eind 2008 begon Noël zijn definitieve terugkeer voor te bereiden. Hij was hartlijder, en was bang voor de komende zomer. Hij vond dat het na 45 jaar missiewerk geen schande was om naar zijn familie terug te keren, en hij ging het wat rustiger aan doen in ons huis van Rumbeke. Wel werd hij proost van de OKRA-Rumbeke-Oekene , organiseerde de beurtrol voor eucharistievieringen buitenshuis, en nam er een heel deel voor zijn rekening. Ook tot vele kleine andere diensten was hij steeds bereid tot grote tevredenheid van iedereen. Tot hij het op een dag zeer moeilijk had bij het voorgaan in de eucharistie in het rusthuis van Dadizele. ’s Anderendaags consulteerde hij de dokter, die hem onmiddellijk naar het ziekenhuis verwees. Daar stelde men een bloeding in het hoofd vast, maar een volgende scan wees op een tumor in de hersenen. Een toenemende infectie werd hem spoedig fataal, en na een week comateuze toestand werd het beademingstoestel losgekoppeld. De immer vriendelijke en gedienstige confrater is nu thuisgekomen bij de Heer van wie hij intens veel hield. Moge hij er in vrede rusten.

Werner LESAGE

 

 

 

Pater Laurent Walcarius

In memoriam Walcarius Laurent

 

Geboren te Ooigem op 23.03.1932

Religieuze geloften op 08.09.52

Priester gewijd op 04.08.1957

Missionaris in Kongo (KAS) van 1958 tot 2006

Overleden in Torhout op 24.11.2015

  

 

Laurent was de jongste in een groot gezin van Ooigem. Hij had acht broers en twee zussen. Hij deed zijn humaniora in het Sint-Amandscollege van Kortrijk en trok daarna naar Scheut.

In 1958 vertrok hij als missionaris naar het bisdom Kabinda in Oost-Kasaï. Hij werd eerst schoolpater in Katanda en vervolgens in Lusambo. Daar maakte hij de moeilijke jaren van de onafhankelijkheid mee, en viel in 1964 samen met enkele confraters in handen van de mulelisten. Na dagen onrust en bedreiging werd hij bevrijd uit de geplunderde stad. Maar de bisschop zocht iemand met voldoende terreinkennis om met andere confraters terug te keren naar Lusambo, en Laurent keerde terug. Hij was overal inzetbaar, maar wel spaarzaam met verhalen over die lastige jaren.

Dingen eenvoudiger maken, dat kon hij. Zakelijk blijven als het nodig was. Afwegen. Dingen zeggen zoals ze zijn. In goede en in kwade dagen nadenken: hoe lossen we het op, dat het voor iedereen goed komt. Voor zover dat mogelijk is. Hij bekeek alles met grote ernst, kleurde wel altijd bij met een verrassende geestigheid die nooit kwetste, voor zover het mogelijk is.

Die woorden “Voor zover het mogelijk is” haalde hij bij Sint-Paulus: “Heb het goede voor met alle mensen. Leef, voor zover het mogelijk is, met alle mensen in vrede.” En dat maakte hij steeds concreet. Zonder grote woorden. De mis moest niet te lang duren (goede liedjes hebben maar twee strofen). Een kruisweg met veertien staties is al meer dan genoeg. Maar hij kon wel dagenlang met studenten bezig zijn om hen te leren een voetbal uit-een te halen en dan weer helemaal bij-een te naaien, voor zover het mogelijk is natuurlijk. Vergaderingen moesten opschieten. Hij kon wel uren helpen om een vrachtwagen te laden, liefst voor het donker werd. Het been stijfhouden als het om rechtvaardigheid ging. Scherp zien waar je moet helpen, want helpen is geen strategie. Het is een plicht. Zo steunde hij de laatste jaren in Mbujimayi, ogenschijnlijk nonchalant, een weduwe die zich het lot van tientallen weeskinderen aantrok.

Hij was enkele jaren procureur van het bisdom Kabinda en in 1982 verhuisde hij naar het Provinciaal Huis van Mbuyimayi waar hij 24 jaar lang Rector was. Hij was zeer gastvrij en zorgde goed voor zijn confraters. Vooral was hij er actief bezig met aankopen voor de vele missies in het binnenland. Men kon steeds op hem rekenen. Zelf sober leven, afwegen, maar in een karton voor confraters wel vlug een fles steken – ‘om alles op zijn plaats te houden’ – een fles die verwarmt en verblijdt, en een versnapering die iedereen tevreden maakt, voor zover dat mogelijk is.

Het evangelie dat Laurent verkondigde was kort en krachtig. Het gaat om Gods nieuwe wereld, niet om die van een chef, een bisschop, een pastoor of een catechist. Gods nieuwe wereld is dichtbij. Het is tijd. Het zal veranderen, dus moeten wij ook veranderen. Geloof dat die veranderingen goed nieuws zijn, voor ons, voor ons dorp, voor de wereld. Het moet veranderen, zo kan het niet doorgaan. En die veranderingen waren geen spirituele hoogstanden. Het ging om het onderhouden van een weg, het installeren van een wc, het versturen van de post naar verre afgelegen parochies, het op tijd verzorgen van een wonde, het brengen van een barende vrouw naar het moederhuis. Zo werkte Laurent voor Gods nieuwe wereld, waar mensen loskomen van domme dorpsgewoonten die de chef bij de vleespotten laten zitten terwijl mensen die hard werken voor alles moeten opdraaien. “Geloof dat die veranderingen goed zijn”.

Jonge confraters leerden bij Laurent respect voor medewerkers, voor de schapenboer en voor de metser, voor de tientallen leiders van de gemeenschappen in de dorpen en hun vrouw, voor de onderwijzers. Hij had vertrouwen in hen. Het was voor iedereen geestig met hem te werken, ja er zat een ‘geest’ achter, een geest die verbondenheid schept, een familiegeest.

Na 48 jaar kwam Laurent naar België, eerst in het huis van Kortrijk, later voor verzorging naar Zuun. Hij had problemen met de longen en had ten slotte 24 uur op 24 zuurstof nodig uit flessen. Uiteindelijk kwam hij naar Torhout, om afscheid te nemen van het leven. In hem verliezen we een zeer aangename confrater met spetterende humor. Tot de laatste momenten van zijn leven, ondanks felle pijnen, kwamen er nog regelmatig kwinkslagen door. Dienstbetoon, dat was zijn leven. Eigenlijk heeft hij niets anders gedaan dan ten dienste staan van iedereen. Laat ons dankbaar de dienstbaarheid, vrijheid en geestigheid behouden die Laurent ons doorgaf.

 

Frans VAN HUMBEECK en Nol QUARTIER

 

 

 

Pater Johan Waegeman

 

In memonriam Waegeman Johan

 

Geboren te Grembergen op 27.07.1936

Religieuze geloften op 08.09.1957

Priester gewijd op 05.08.1962

Missionaris in Kongo (KIN) van 1963 tot 1990 en daarna in België

Overleden in Leuven op 14.11.2015

 

 

Johan is geboren te Grembergen en groeide op in een zeer vrome en warme familie. Op zijn kamer vonden wij, mooi ingekaderd, de gedachtenisprentjes van zijn beide ouders. Beide met de tekening van de eerste IJzertoren met de letters in kruisvorm AVV-VVK. Zijn geloof en zijn liefde voor zijn Vlaamse land heeft Johan van hen meegekregen. Zijn liefde voor Vlaanderen getrouw, en in navolging van zijn ouders, wilde Johan eveneens het AVV-VVK centraal stellen in het gedachtenisprentje bij zijn uitvaart.

Zijn liefde voor Vlaanderen belette Johan niet om ruim te denken. Zijn schooltijd en vooral zijn humaniora bij de Paters van Don Bosco in St.-Denijs-Westrem openden zijn blik op de wereld en vooral op de landen van de derde wereld. Hij wilde zijn leven in dienst stellen van de armsten en zo groeide in hem de wil zich in te zetten voor de missie. Dit bracht hem bij de Congregatie van Scheut. Hij werd gewijd in Scheut in het jaar 1962 en reisde af naar Kongo in 1963.

27 Jaar heeft Johan zich ten dienste gesteld van de missie in Kinshasa. Het was voor hem zeker de gelukkigste tijd van zijn leven. Hij was eerst medepastoor in enkele van de grootste parochies en later priester-begeleider in een aantal van de nieuwe kleinere, op mensenmaat gevormde, parochies. Om alles in goede banen te leiden, samen met zijn mensen, zat hij boordevol initiatieven. Zijn blijheid hielp hem om vlug contact te leggen met mensen. Hij was dienstbaar, hielp mensen en hij ontving met open hart hun liefde en hun wijsheid. Het maakte Johan gelukkig. Hij kon enkel en alleen maar danken: God danken voor Zijn nabijheid in al die mensen en de Afrikanen danken om hun blijheid, openheid en wijsheid. Dankbaarheid vulde zijn leven.

In het jaar 1991 moest Johan Kongo en zijn mensen verlaten. Hij was ziek: het zou voor hem het begin worden van een ander leven. De eerste twee jaar, 1991 en 1992, waren jaren van ziekte en verzorging, van operatie en bestralingen. Johan overwon zijn ziekte maar hij zou moeten rekening houden met zijn lichaam en met het verlies van heel wat mogelijkheden. De gevolgen van zijn ziekte bleven hem bij en vormden een last die hij voor de rest van zijn leven met zich moest meedragen.

Hij kreeg opnieuw een voorlopige benoeming: hulpeconoom in Kessel-Lo. Voorlopig, maar de benoeming zou 23 jaar duren. Het was een benoeming die hem lag: Het was al geweten dat Johan met geld kon omgaan, steeds in zijn rekeningen juist en rechtvaardig was en dit tot op de laatste cent nauwkeurig. Boodschappen doen en zorg dragen voor de confraters en hun noden, daarin kon hij zijn dienstbaarheid ten volle uitleven. Wat men graag doet, doet men goed. Zo bleef Johan dienst bewijzen. In zijn omgang met confraters en personeel bleef hij altijd de vrolijke en jeugdige confrater die graag naar buiten kwam met een mop en een grap. Zo was hij gekend en men hield van hem.

Terug in Vlaanderen had hij veelvuldig contact met zijn familie. Voor hem was zijn familie steun en sterkte. Hij genoot ten volle van elke ontmoeting met hen, van elk feestje, van elke uitstap in hun gezelschap. Daar was hij zeer dankbaar voor.

Een vijftal jaren geleden was hij verplicht opnieuw hulp te zoeken bij dokters en verpleging. Het was een heel langzaam opkomende kwaal die blijvend zou zijn. Zijn ziek zijn werd de laatste jaren zwaar om dragen en soms overviel het hem helemaal. Dan was hij gevoelig voor ‘stress’, maar met de hulp van mensen rondom hem en van zijn familieleden kon hij er zich steeds boven zetten.

Toen hij begreep dat zijn ziekte ongeneeslijk was kon hij er zich mee verzoenen. Hij ontving het sacrament van de zieken en het was als een wonder hoe hij kalm werd, zijn levenseinde in de ogen kon zien en rustig en blij, ja met een lach, afscheid kon nemen van zijn familie, confraters, en al diegenen die hem hielpen in de verzorging. In alle stilte, in zijn slaap, is hij rustig heengegaan, in vrede met de mensen, met zichzelf en met God.

 

 

 

Leopold VANDOOREN

 

 

 

 

Pater Paul van Daelen

in memoriam van Daelen Paul

 

  

Geboren te Venlo 27.01.1930

Religieuze geloften op 08.09.1949

Priester gewijd op 05.09.1954

Missionaris in Nederland, de Filippijnen en Rome

Overleden in Helmond op 19.10.2015

 

 

Op 18-jarige leeftijd besliste Paul Missionaris van Scheut te worden en begon er de traditionele opleiding. Toen hij zoals zijn jaargenoten klaar was om naar de Missie te vertrekken vroegen zijn oversten hem eerst nog verder te studeren. Aan de KU Leuven behaalde hij een doctoraat in filosofie en in 1958 werd hij dan professor van filosofie in ons vormingshuis van Nijmegen. Hij deed er echter meer dan filosofie doceren: hij wist zijn jonge confraters te inspireren en te bezielen. Hij werd niet alleen een zeer geliefde en gewaardeerde professor maar ook een echte confrater met aandacht voor iedereen en een bemoedigend woord voor wie daar nood aan had.

In die jaren verminderde zijn liefde voor de missie helemaal niet en na zes jaar deelde hij heel enthousiast aan de gemeenschap mee dat hij als missionaris naar de Filippijnen mocht vertrekken. Ook daar werden jongeren aan hem toevertrouwd. Hij werd hun leraar en rector, eerst in SLU Boys High School, later in het seminarie van Maryhurst en Maryhill. Hij geloofde oprecht in zijn studenten en jonge confraters en genoot dan ook hun volste vertrouwen. Al spoedig werd Paul Viceprovinciaal en vervolgens Provinciaal in de Filippijnen. Toen hij in 1974 in die hoedanigheid naar het Kapittel van Scheut trok werd hij er Algemeen Overste verkozen voor 7 jaar. Zijn vertrouwen in de toekomst en zijn enthousiasme, ondanks een zekere crisis in die jaren, werkten aanstekelijk. Na het Kapittel verscheen het document "Vuur moet branden", dat tot op heden nog steeds als een van de beste documenten van Scheut beschouwd wordt. De hand van Paul was er duidelijk zichtbaar in. In het volgende Kapittel van 1981 werd hij opnieuw verkozen, voor een tweede mandaat. Maar Paul bleef op de eerste plaats missionaris en wilde na zijn twee mandaten als Algemeen Overste terug naar de Filippijnen. Hij werd er een zeer gewaardeerd geestelijk begeleider van talloze confraters, seminaristen, zusters en leken. Ook werd hij consultant van het Asian Social Institute (ASI), een Instituut opgericht door onze Nederlandse confrater Francis Senden met als doelstelling de studenten een comprehensieve kennis te geven van de sociaal-culturele realiteit in het licht van de Christelijke Sociale Leer en hen aldus ertoe te bewegen zich in te zetten voor een positieve verandering in de maatschappij.

In 2010 keerde Paul terug naar Nederland, zijn leeftijd begon duidelijk te knagen aan zijn gezondheid, maar zijn hart bleef in de Filippijnen. Dankzij de moderne communicatiemiddelen kon hij heel regelmatig contact houden met de mensen van ASI en hij bleef ze verder animeren.

Heel het missionarisleven van Paul is gekenmerkt geweest door de woorden van Jezus over vuur en bezieling, die ons hart doen branden voor de verkondiging en de beleving van het evangelie. In zijn welgevuld leven heeft hij Gods liefde steeds zichtbaar gemaakt voor talloze mensen doorzijn vertrouwen in hen, doorzijn bemoedigende woorden, door zijn volledige inzet voor ieder en voor alles wat hem toevertrouwd werd. Hij was professor, begeleider, administrator, maar bovenal religieus-priester-missionaris. Zijn vertrouwen in een liefdevolle God was de bron van zijn vertrouwen in de anderen en in de toekomst. Zijn verbondenheid met God was het geheim van zijn verbondenheid met zijn medemensen.

"Missionair zijn, is op bijzondere wijze in dienst staan van de in Christus beloofde toe-komst, is stap voor stap de eigen wereld omvormen tot de gestalte van het Rijk Gods" (Vuur moet branden p. 108) Dat is het precies wat Paul geweest is voor de Missionarissen van Scheut en voor de mensen op de Filippijnen en overal in Azië.

Luc COLLA

 

 

 

 

Pater Michel Mingneauin memoriam Mingneau michel

 

 

Geboren te Bovekerke op 23.10.1928

Religieuze geloften op 08.09.1949

Priester gewijd op 12.09.1954

Missionaris in Indonesië van 1955 tot 2003 Overleden in Torhout op 19.10.2015

 

 

Michel werd als jongste van vijf geboren in een heel christelijk landbouwersgezin van Bovekerke. Van kindsbeen af werkte hij mee op de boerderij. Hij leerde er wat hard werken en gezamenlijke inzet betekenen. Hij zou altijd in hart en ziel boer blijven. Toch trok hij naar het Klein Seminarie van Roeselare en, hoewel hij eerst landbouwingenieur wilde worden, ging hij vervolgens naar Scheut, en na zijn priesterwijding naar Indonesië.

Daar bleef hij 48 jaar lang. Op verschillende plaatsen kreeg hij verschillende functies, veelal als parochiepriester, maar ook als Provinciaal Overste en als medeverantwoordelijke voorde opleiding van de jonge Indonesische Scheutisten. Maar het langst van al, 30 jaar, werkte hij op het eiland Muna, één van de vele eilandjes in zuidoost Sulawesi.

Na enkele jaren pastoraal werk in en rond de missiepost, en veel aandacht voor huisbezoek, zag hij steeds meer hoe zijn mensen in armoede leefden. Ze moesten hard werken op rotsige onvruchtbare grond en hadden te lijden van hongersnood en veel ziektes. Op een viertal kilometer van zijn missiepost ontdekte hij er vruchtbare grond, en na een jaar onderhandelen en allerlei voorbereidend werk slaagde hij erin een honderdtal gezinnen te laten verhuizen op die vruchtbare grond. Ze kregen elk één hectare ter beschikking. En nu kwam één van de vele talenten van de boer die hij in hart en nieren gebleven was volop aan bod. Heel dicht bij de arme en eenvoudige mensen, met een sterke wil en veel doorzettingsvermogen, bleef hij met beide voeten op de grond, en bewerkte samen met zijn mensen de grond. Urenlang liep hij in de blakende zon achter de ploeg, voortgetrokken door twee koeien. Planten en zaaien... groenten, fruit en vooral "cashewnuts', in het mooi Nederlands: de vruchten van de olifantenluisboom, dat was het wat hij kweekte. En het lukte allemaal, het bracht heel veel op. Met de opbrengst ervan konden zij zich beter voeden en bleven ze gespaard van allerlei ziektes.

Michel is een zeer gelukkig missionaris geweest. Hij had een zonnig karakter, was eenvoudig en leefde dicht bij de mensen, ook de moslims. Hij kon uren gehurkt tussen de mensen zitten en naar hen luisteren en kwinkslagen uitdelen. Hij was ook een goed zanger: hij was al koorleider in het noviciaat en in de verdere opleidingsjaren. Ook in Indonesië. Op zijn missiepost was er 's zondags altijd eerst een 15-tal minuten zangles, en daarbij was hij in zijn element.

Op 75-jarige leeftijd kwam hij definitief naar België. Hij was eerst een jaar in Torhout, en ging dan 5 jaar naar Rumbeke, vooraleer voor verzorging naar Torhout terug te keren. Hij wist dat zijn geheugen hem meer in meer in de steek liet. Na zekere tijd kwam hij in een rolstoel terecht. Eerst volgde hij alles nog zoveel mogelijk maar langzaam deemsterde hij steeds dieper weg en het was moeilijk in te schatten wat hij nog begreep.

Michel zal voor altijd bekend blijven door zijn inzet voor de verbetering van het levensniveau van de arme boerenbevolking van het eiland Muna. Door de promotie van nieuwe landbouwtechnieken kon hij vele mensen voorgoed uit de armoede helpen. In 2004, een jaar na zijn terugkeer, verwoordde hij zelf op een sublieme manier waar het voor hem om te doen was: "Geef mensen geen vis, maar geef ze een hengel. Geef ze geen klappernoten om te eten maar doe ze klappernoten planten. Ze zullen op hun pensioenleeftijd nog kunnen eten. Als uw bedoeling maar juist is: wie naar ginder gaat, gaat er naartoe, niet om zichzelf te verrijken in materiële zin, maar om mensen te helpen. En ik kan je verzekeren: anderen helpen maakt jezelf gelukkig. Eens vroeg iemand mij: "Pater, voel je je niet onvoldaan datje geen kinderen hebt?" Ik antwoordde hem: "God heeft al mensen genoeg: zes miljard en meer. Maar wat God nodig heeft zijn mensen die anderen overal ter wereld gelukkig gaan maken. Naastenliefde is het grootste gebod van iedere godsdienst." Dank u Michel om dat zo goed in praktijk gebracht te hebben.

 

Frans VAN HUMBEECK en Ludo REEKMANS