Pater Jozef Annaert

 

Geboren te Erondegem op 14.11.1926

Religieuze geloften op 08.09.1947

Priester gewijd op 02.08.1952

Missionaris in Congo (NC) van 1953 tot 1991 en daarna in België

Overleden in Zuun op 30.01.2017 

 

“Het was toch een mooie tijd en wij hebben schoon werk kunnen doen”. Zo kon Jef vooral de laatste jaren gelukkig en dankbaar terugkijken op zijn werk, 38 jaar lang in verschillende missieposten van de bisdommen Lisala en Budzala in Noord-Congo. Wij kunnen dat leven samenvatten in deze woorden: zeer ijverig, dicht bij de mensen met veel aandacht voor al hun noden en voor de vorming van verantwoordelijken.

Jef is geboren in Erondegem op 14 november 1926 in een gezin van 6 kinderen. Zijn ouders hadden een winkel in wat men toen “koloniale waren” noemde. Van op jonge leeftijd wilde hij missionaris worden en onmiddellijk na de oorlog trad hij binnen in het noviciaat van Scheut. Stilaan groeide het verlangen om naar China te gaan, doch omwille van de omstandigheden werd het Congo. Daar begon hij zijn missiewerk in 1953. Met zijn jeugdig enthousiasme en zijn vele talenten kon hij elk werk aan: in de scholen, de broussedorpen en de centrale missieposten.

Overal heeft Jef zijn roeping op een heel speciale manier gestalte gegeven. Hij was bezield met een vurig verlangen om het Rijk Gods gestalte te geven, en had een hart speciaal voor eenzamen en verlatenen. Altijd zoekend om mensen te helpen, altijd op de baan, soms een beetje gejaagd, wilde hij mensen ontmoeten, zelfs in de verre dorpen. De kinderen en jongeren noemden hem Fula omdat hij zo vlug en haastig door de brousse reed zoals de bussen in Kinshasa zich een weg zoeken door het drukke verkeer.

Niets was hem te veel. Jef had altijd veel aandacht voor de hele mens en wilde met zijn kleine ontwikkelingsprojecten samen met de mensen zoeken naar een beter leven in gezondheid, voeding en hygiëne. Vandaar zijn aandacht en inzet voor landbouw, veeteelt en het kweken van groenten.

Ondanks zijn altijd drukke agenda maakte hij tijd voor stilte en gebed. Hij kende heel goed de bijbel en wilde daarvan getuigen. Je weet, waar het hart van vol is… Vele jaren trok hij overal rond met aangepaste filmen die op een eenvoudige manier de mensen vertrouwd maakten met de Bijbel. Godsdienstlessen aan de doopleerlingen en in de scholen stond bij hem bovenaan op de agenda. Hij organiseerde vormingssessies voor catechisten en andere verantwoordelijken in de dorpen opdat overal plaatselijke leiders de kerkgemeenschap zouden in handen nemen. En Jef deed het altijd met enthousiasme, met de glimlach en met een ijver en een bezieling die aanstekelijk werkten. Daarom was hij ook overal zo graag gezien. Ook de confraters hadden hem graag omwille van zijn opgeruimd karakter, zijn humor en zijn dynamisme.

Hij heeft heel hard gewerkt want hij kon niet stilzitten en wij zouden kunnen zeggen, hij heeft bergen verzet, hij deed dingen die anderen niet voor mogelijk hielden. Jef was ook de eerste om dat allemaal met veel humor of een kwinkslag te relativeren en te zeggen: ik ben maar een onnutte dienstknecht. Ook zijn inzet gedurende 14 jaar in Haaltert werd erg gewaardeerd omdat hij alles deed met hart en ziel. Ook daar stond hij heel dicht bij de mensen met veel aandacht voor hun lief en leed.

Een paar jaar geleden begonnen de gezondheidsproblemen zich uitdrukkelijker te stellen, maar we hebben hem zelden horen klagen, ook al ging het soms heel moeilijk. In de nacht van 29 op 30 januari is hij dan nog eerder onverwacht overleden.

Samen met de vele mensen die Jef gekend hebben op al zijn missieposten en op de plaatsen waar hij later ook nog gewerkt heeft, leggen wij dankbaar gans zijn leven in Gods handen terug.

Cyriel STULENS

 

 

 

 

Pater Marcel Van Buggenhout

 

Geboren te Terhagen op 24.07.1926

Religieuze geloften op 08.09.1947

Priester gewijd op 03.08.1952

Missionaris in Congo (KAS) van 1953 tot 1988 en daarna in België

Overleden in Zuun op 27.01.2017

 

 

Marcel deed zijn humaniora in het Onze-Lieve-Vrouwcollege van Boom en trok daarna naar het noviciaat van Scheut in Zuun. Na zijn filosofie in Scheut en Néchin en zijn theologie in Scheut en Leuven vertrok hij in augustus 1953 naar het toenmalige Luluabourg. Tot aan de onafhankelijkheid in 1960 was hij schoolpater in Kasangayi, Katende en Kamonya. Na zijn verlof in België werd hij dan in 1961 reispater, achtereenvolgens in Tshibala, Kamponde, Yangala en Kalomba. Zo had Marcel er al 35 jaar missiewerk opzitten en toen hij in 1988 definitief naar België kwam was hij 12 jaar lang aalmoezenier in het OCMW-woonzorgcentrum Populierenhof en medepastoor in Nieuwkerken-Waas. Toen werd het tijd om het stilaan wat rustiger aan te doen en hij ging op rust in Schilde en vervolgens voor verzorging naar Zuun.

Marcel beleefde deugd aan zijn 35 jaar als missionaris in Congo en vervolgens aan de periode in Nieuwkerken-Waas waar hij mensen bleef ontmoeten en in Schilde waar hij zich ook nog inzette voor OKRA, de Bond van Gepensioneerden. Hij zocht steeds met mensen samen te zijn, en voelde zich goed in een sfeer van hartelijkheid. In vriendelijke woorden kon hij daar dan vitamientjes doorgeven als een goede boodschap. Dat was immers zijn levenswerk geweest, ook in Congo als school- en reispater.

Om zijn geestelijk leven te voeden en om zinvolle woorden te kunnen spreken las hij heel veel, en in de stilte van het gebed kon hij naar de diepte graven om mensen te raken. In uren van pijn en als het leven moeizaam was leerde hij geduld en wijsheid, en zo leerde hij ook de mensen beter kennen in hun grote nood aan begrip en bemoediging. Marcel kreeg de genade om in te zien dat ieder mens kan groeien naar volheid en mooie medemenselijkheid.

Het loon dat Marcel ontving voor dit werk was het rijke gevoelen te mogen delen in het geluk en de samenhang van vele mensen die met enthousiasme een betere toekomst voor zichzelf opbouwden. Met Paulus kon hij beweren: “Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig!” En de sleutel van zijn geheim vinden we in wat Jezus zelf zei: “Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar liefhebben met de liefde die ik jullie toedraag. De grootste liefde die iemand zijn vrienden kan betonen, bestaat hierin dat hij zijn leven voor hen geeft.” Marcel leverde veel bewijzen van daadwerkelijke liefde. Zo kwam hij tot diepe vreugde en hij droeg vruchten die blijvend zijn. Een betere wereld wordt inderdaad mogelijk voor mensen die openstaan voor Gods barmhartige en scheppende liefde. Marcel heeft er zijn steentje toe bijgedragen.

Frans DOUWEN

 

 

 

 

 

 

Pater Marc De Roy                                                                                                                 

Geboren in Diest op 10.09.1941

Geloften op 08.09.1960                                                               

Priester gewijd op 01.08.1965                                                                                                                                                 

Missionaris in Congo (KIN) van 1966 tot 1993 en daarna in België                                                                                 

Overleden in Luik op 07.12.2016                                                                                                                                                                               

“Een baobab is gesneuveld”, zo luidde de reactie van een Congolese confrater, missionaris in de Filipijnen, toen hij het overlijden van Pater Marc vernam. Hij had Marc heel goed gekend tijdens zijn jeugd in Mayombe (Bas-Congo). Gedurende een twintigtal jaren had Marc er grote delen van de regio doorlopen: Nganda, Tsundi, Kizu, Kuimba, Vaku, Kaï Mbaku. Marc werd in 1965 priester gewijd. Een jaar later kwam hij in Boma aan en ging meteen aan de slag in het secretariaat van een parochie.

Marc was een van de laatste Europese Scheutisten met een bijnaam, die als het ware aan hem bleef plakken: Mawokoso, wat voortdurend in beweging, druk zijn betekent. En inderdaad: overal waar hij kwam, liet hij sporen achter als een man, steeds beschikbaar om anderen van dienst te zijn, niet aarzelend om tijd en energie eraan te besteden, om confraters, zusters of burgers te helpen.

Deze energie heeft hij ook in de dienst van het Woord gestoken. Hij kende de lokale taal uitstekend en zo waagde hij het de drie zondagslezingen van het hele liturgische jaar te vertalen. Hij baseerde zijn vertalingen op een bestaande vertaling, die heel trouw aan de Bijbelse teksten was, en slaagde erin moeilijk verstaanbare uitdrukkingen toegankelijk te maken voor de dorpsbevolking. Een monnikenwerk, want in die tijd gebeurde alles nog met stencils. De gekopieerde bladen bond hij eigenhandig samen.

Misschien was deze bekwamheid de reden waarom hem gevraagd werd de leiding van de drukkerij van Scheut in Kinshasa over te nemen. Dit deed hij een tiental jaren tot zijn definitieve terugkomst naar België in 1998.

Op zijn 57 was zijn dynamisme nog helemaal niet verminderd en zo had hij gedurende meerdere jaren drie verblijfplekken: de CICM-gemeenschap in Embourg (omgeving van Luik), het huis van de Franstalige provincie in de Berckmansstraat, en het huis van de Nederlandstalige provincie op de Ninoofsesteenweg, allebei in Brussel. Op het laatstgenoemde adres was hij verantwoordelijk voor de mutualiteit van de Scheutisten. Deze dienst vervulde hij terwijl hij afwisselend op een van de boven genoemde adressen verbleef.

Marc was een boeiende verteller en had heel verschillende luisteraars. Hoe vaak gebeurde het niet dat iemand hem in zijn vertelkunst wilde remmen en hij uitriep: ”Ik vraag jullie niet om naar mij te luisteren maar wel om mij te laten spreken!”

Vijftien jaar lang was hij aalmoezenier voor religieuzen gedurende de vakantiedagen georganiseerd door de mutualiteit in Spa of in Nieuwpoort. Ook hier zorgde hij zelf voor de boekjes met de lezingen, de liederen voor de eucharistievieringen en de teksten voor het Getijdengebed.

Tien jaar geleden nam hij definitief verblijf in onze gemeenschap te Embourg. Hij wijdde zich toe aan het pastoraat en was helemaal geïntegreerd in de pastorale eenheid van de omgeving. Met veel aandacht en zorg bereidde hij de eucharistievieringen en de sacramenten voor. Overal waar hij kwam bleef de Mawokoso niet ongemerkt, ook al hebben de Belgen zijn bijnaam niet overgenomen. De grote aanwezigheid van mensen gedurende de uitvaartmis toonde hoezeer deze confrater bemind was door de parochianen.

Op 7 december jongstleden ging hij van ons heen zonder een woord. Zijn heengaan was waarschijnlijk voor hem een grote bevrijding, want sinds enkele jaren sukkelde hij erg met zijn gezondheid en de problemen hoopten zich alsmaar op. De laatste maanden van zijn leven was zijn bewegingsvrijheid erg beperkt.

 

Franse tekst: Jean PEETERS en Luc BECQUART

Vertaling uit het Frans

 

 

Pater Herman Goossens

 

 

Geboren te Turnhout op 03.08.1934                                                                                                                                    

Geloften op 08.09.1954

Priester gewijd op 02.08.1959

Missionaris in Congo (KAS) van 1960 tot 1996 en daarna in België

Overleden in Torhout op 15.12.2016

 

Na zijn humaniora in het jezuïetencollege van Turnhout volgde Herman het spoor van zijn oudere broer Wim en trok naar het noviciaat van Scheut. Toen hij in 1960 naar het pas onafhankelijk geworden Congo vertrok had ook reeds zijn zus Yvonne haar geloften afgelegd bij de ICM-zusters in Heverlee.

Herman is hartverwarmend door de wereld gegaan. Hij had een natuurlijke charme die mensen aantrok en vertrouwen uitstraalde. Zijn ongekunstelde goedheid en bescheidenheid brachten hem dicht bij de mensen, waar hij ook was. Zo is hij steeds een gelukkig missionaris geweest, eerst 15 jaar in het onderwijs, dan 14 jaar in de parochiepastoraal in de stad of ver in de brousse, maar eveneens nog zes jaar als Provinciaal Overste vooral in dienst van de confraters.

Onmiddellijk na zijn aankomst werd hij leraar in Bunkonde en vervolgens in het Kleinseminarie van Kabwe. Vervolgens directeur van de Normaalschool in Nguema maar ook vele jaren van de technische school in Kananga. Herman kon heel soepel omgaan met de studerende jeugd. Stil zitten was niet aan hem besteed, hij legde heel wat weg af om jonge mensen te bezoeken en bleef sportief deelnemen aan tennis, zwemmen en wandelingen. Omdat hij zo eerlijk en goed voor hen was zag de jeugd in hem dan ook een echte vriend.

Na zijn gewaardeerde diensten aan de jeugd werd Herman benoemd voor de pastoraal, eerst in de levendige en volkrijke stadsparochies van Kananga. Men moest hem er niet gaan zoeken in de pastorij, maar wel onderweg bij de mensen. Daar voelde hij zich thuis. Maar na enkele jaren werd hij eerst Viceprovinciaal, en vervolgens Provinciaal van West-Kasaï. Nu meer dan ooit zal hij de man van reizen worden, van de ene confrater naar de andere, van de ene missie naar de andere. Steeds met groot enthousiasme en dienstbare aandacht.

Na het verstrijken van zijn mandaat werd hij dan pastoor benoemd in Kakenge, een missie in het bisdom Mueka. Nu niet meer in de grote stad, maar voor het eerst sinds vele jaren ver in de brousse. Met zijn soepele geest en zijn sportief karakter paste hij zich goed aan, tot hij in 1996, omwille van slaapziekte, definitief naar Europa moest komen. Hij kreeg er de beste zorgen, en toen hij daarvan genezen was werd hij Rector van ons huis in Zuun en vervolgens van dat van Antwerpen.

Herman bleef ervan houden op stap te gaan, maar zijn gezondheid was niet langer zoals voorheen. Regelmatig had hij met allerlei gezondheidsproblemen te maken en hij moest langere perioden van rust inschakelen. Maar hij bleef een warmhartig en minzaam man die overal vrienden had en ze trouw ging bezoeken. Pas in 2011, na het sluiten van het huis in Antwerpen, kwam hij definitief naar Schilde. Zijn gewoonte om dagelijks te wandelen of om ergens vooral bij vrienden thuis te komen had hij nog niet verloren. Hij bleef zoeken naar plaatsen en personen waar hij steeds welkom was, maar het gebeurde meer en meer dat hij verloren liep en wel eens geholpen moest worden. Daarom ging hij in 2015 naar Torhout waar hij betere verzorging kon krijgen.

Herman was iemand die in vriendschap en interesse graag bij mensen vertoefde. Wat we van hem kunnen onthouden is dat wij toch allemaal mensen van de weg zijn. De eerste christenen noemden zich ook mensen van de weg. Op weg naar een betere wereld van vrede, van eendracht, van vriendelijkheid. En daartoe heeft Herman sterk bijgedragen, overal waar hij kwam. Nu is zijn laatste reis voorbij en is hij thuisgekomen waar hij verwacht werd, bij God die hem de volheid van leven geeft. Laten ook wij, door hem geïnspireerd, op weg gaan om goed te zijn, vrede door te geven, en zo de volheid van het leven te bereiken.

 

Frans DOUWEN  

 

 

 

in memoriam Dominicus Rik

Pater Rik Dominicus 

 

Geboren te Lommel op 03.05.1926

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 02.08.1953

Missionaris in Congo van 1955 tot 1962, in Brazilië van 1963 tot 2000 en daarna in België

Overleden in Halle op 03.10.2016 

 

Rik werd geboren in een diep christelijk en missionair gezinde familie. Zijn zus Gusta ging als ICM-missionaris in Congo werken. Zijn zus Maria was verbonden aan het Withuis en gaf aan haar missionaire roeping gestalte als verpleegster hier te lande. Zijn broer Joep en zus Irene waren steunpilaren van de missionaire werking in Lommel waar missionarissen en ontwikkelingswerkers steeds op steun konden rekenen.

Na zijn humaniora in het sint-Hubertuscollege in Neerpelt trok Rik naar Scheut en volgde er de klassieke opleiding. Eerst ging hij als missionaris in Kinshasa werken waar hij zeven jaar in het onderwijs en in de parochiepastoraal werkzaam was. Daarna volgde hij nog twee jaar cursus aan Lumen Vitae in Brussel en toen deed de toenmalige Algemeen Overste beroep op hem om samen met drie andere confraters een nieuwe missie van Scheut te gaan stichten in Brazilië. Rik werd er de eerste overste.

Daar deed die eerste groep echt pionierswerk. Het land bevond zich onder een repressieve militaire dictatuur. Het bisdom waarin ze werkten, Nova Iguaçu, was pas opgericht, en in die stad kwamen jaarlijks vele duizenden migranten toe uit het arme Noordoosten, op zoek naar werk en een beter leven. Het was een stad en een streek met veel armoede, sociale problemen, misdaad en geweld.

De nieuwe ploeg wilde ook alles op een nieuwe manier aanpakken, en door hun manier van leven en door “samenwerking op voet van gelijkheid” met alle andere groepen pastorale werkers een nieuw elan tot stand brengen. Zo hebben ze een trend gezet voor het werk van Scheut in de daaropvolgende decennia. In een interview afgenomen door Bert Claerhout en verschenen in Kerk en Leven in 2010 zei Rik daarover: “Onze manier van werken was overal grotendeels dezelfde: met sterke parochiale teams groepsdynamische processen op gang brengen, catechesecentra oprichten van waaruit we de gelovigen en geïnteresseerden trachtten te bereiken en te vormen voor gebedsdiensten, ziekenbezoek, enzovoorts. Kortom, werk aan de basis waarbij leken een grote inbreng hadden.”

Rik was een gedreven missionaris. Hij bleef niet bij de pakken zitten. Wanneer na enkele jaren beslist werd een tweede missie te beginnen in Volta Redonda was hij kandidaat om opnieuw te beginnen. Tien jaar later werd beslist een missie te beginnen in de staat Pará aan de deur van het Amazonegebied, een gebied – in de woorden van Rik zelf – “met verdrukking van de arme inheemse bevolking door grootgrondbezitters en met corruptie van het regime en van de politie”. Opnieuw was hij kandidaat. Overal was hij steeds bereid om Braziliaanse kandidaat-Scheutisten, stagiaires en jonge confraters in huis te nemen om ze te laten profiteren van zijn missionaire ervaring en pastorale aanpak.

Ouder geworden heeft hij zich nog zeer verdienstelijk gemaakt op verschillende plaatsen in het bisdom Itabira, en daarna, terug in België, in de stad Antwerpen. Overal heeft hij vele vruchten mogen plukken van zijn inzet. Hij bracht bloeiende gemeenschappen tot stand waar de mensen zich inzetten en op hun beurt missionaris werden.

Ten slotte is Rik op rust gegaan in onze missiehuizen van Schilde, Kessel-Lo en Zuun. Na een lange slepende ziekte is hij rustig van ons heengegaan in het Mariaziekenhuis van Halle en rust nu te midden van zijn confraters in Schilde. Een groot missionaris is thuisgekomen in het huis van zijn Meester.

Julien Vandevoorde

 

 

 

Mgr. Jan Van Cauwelaert

 

 

Geboren te Antwerpen op 12.04.1914

Religieuze geloften op 08.09.1936

Priester gewijd op 06.08.1939

Missionaris in Congo van 1940 tot 1950 en van 1954 tot 1967,in Rome van 1967 tot 1972, in België van 1950 tot 1954 en vanaf 1972

Overleden in Jette op 18.08.2016  

 

Na zijn humaniora in het Sint-Jan Berchmanscollege in Antwerpen ging Jan eerst als seminarist van het aartsbisdom Mechelen filosofie studeren aan de KU Leuven. Omdat hij er sinds lang van droomde missionaris te worden ging hij dan naar het noviciaat van Scheut en studeerde theologie in ons studiehuis van Leuven. Tegen het einde daarvan brak de Tweede Wereldoorlog uit en Jan kon samen met zijn familie per trein, speciaal voor parlementsleden voorzien, in Frankrijk geraken. Al spoedig reisde hij door naar Lissabon en nam er de boot naar Congo. Reeds in juli 1940 kwam hij er aan en reisde door naar de streek van Inongo waar hij school- en reispater werd. Zo slaagde hij er als enige van zijn jaar in nog zijn missie te bereiken in het begin van de oorlog.

Daar ontmoet hij twee confraters die hem helpen om zijn visie op missie gestalte te geven. Jules De Boeck, die pas het kleinseminarie opgericht had, leert hem bijzonder respectvol met de plaatselijke bevolking omgaan, en Nestor Van Everbroeck, die bijzonder goed vertrouwd is met de gewoonten en gebruiken van de plaatselijke bevolking, leert hem oog hebben en openstaan voor alles wat leeft bij de mensen. Je kan immers pas goed nieuws brengen wanneer je weet wat er in de mensen omgaat en op een voor hen gebruikelijke wijze in gesprek treedt. Pastoor Nestor geeft hem zelfs toestemming de klassieke zondagspreek te vervangen door een dialoog met de toehoorders naar het model van de lokale dorpspalavers. Een uitzonderlijke aanpak in die tijd.

Dat eerste maar uiterst belangrijke contact met de plaatselijke bevolking is echter van korte duur, want na vijf jaar wordt Jan naar Kabwe gestuurd om professor te worden aan het grootseminarie. Ook daar kan hij maar vijf jaar blijven want hij wordt dezelfde taak toegewezen in het studiehuis van Scheut in Néchin. Na tweeënhalf jaar, begin januari 1954, wordt hij dan benoemd tot apostolisch vicaris van het pas opgerichte Vicariaat Inongo dat in 1961 bisdom zou worden. Hij aanvaardt de nieuwe opdracht in de vaste overtuiging zijn ontslag aan te bieden van zodra een Congolese priester hem zou kunnen opvolgen.

Als bisschop zet hij zijn eigen vorming voort. Hij reist veel, deelt het leven van de mensen in de dorpen, luistert naar hen, praat over zijn plannen en evalueert met hen beslissingen die hij genomen heeft. Vooral begaan met liturgie en catechese brengt hij vernieuwing in het zondagsgebed dat overal in de kapellen van de plaatselijke dorpsgemeenschappen door de catechist geleid wordt. Geen wonder dat hij in het Tweede Vaticaans Concilie de grote promotor wordt van de volkstaal en het lekenapostolaat. Ook de oecumene staat heel hoog op zijn agenda. Als bisschop gaat hij protestantse pasteurs opzoeken en bemoedigt hun gelovigen, waar in die vijftiger jaren in Congo een sterke overtuiging en veel moed voor nodig was. Wat hij daadwerkelijk beleeft in zijn bisdom tracht hij dan ook met evenveel overtuiging door te drukken in het Concilie.

In 1967, pas 53 jaar oud en nog in opperbeste gezondheid, neemt hij ontslag als bisschop, “omdat een zoon van de plaatselijke bevolking hem kan opvolgen”. Dit moedig en vrij ongebruikelijk gebaar maakt grote indruk op de andere bisschoppen. Bij de honderdste verjaardag van Mgr. Jan schrijft bisschop Nicolas Djomo, dan voorzitter van de nationale bisschoppenconferentie van Congo: “Met dit moedig gebaar hebt u getoond dat u uzelf als een nutteloze dienaar aanzag en dat het bisschopsambt voor u geen machtspositie was waaraan u zich vastklampte. Dit gebaar is zeer leerrijk en een bron van inspiratie voor de herders, theologen, intellectuelen, catechisten en de ganse christengemeenschap van vandaag”.

Terug in Europa wordt Jan eerst Rector van het internationaal Missiecollege van Scheut in Rome. Hij wordt ook consultor van de Congregatie voor de evangelisatie in het Vaticaan. Eerst wordt hij lid en vervolgens voorzitter van de Commissie voor de catechisten. Met die commissie maakt hij twee belangrijke verslagen, die zeer geapprecieerd worden, over de situatie en oriëntatie van het ambt van catechist en dat van andere leken. Jan is ook daar zijn tijd ver vooruit en blijkbaar kon het Vaticaan niet volgen.

In 1972 komt hij dan naar België terug. Hij verblijft eerst in Scheut en wijdt zich aan missieanimatie, zowel in eigen land als in de missielanden, vooral door retraites en sessies over de missie-encycliek Evangelii Nuntiandi. Hij zet zich eveneens sterk in voor Rechtvaardigheid en Vrede, en wordt voorzitter van het Comité voor missionerende instituten en vicevoorzitter van Pax-Christi Vlaanderen. Hij trekt op missie naar vele landen, stapt mee op in betogingen, o.a. tegen kernwapens en tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Zo wordt hij een “loslopende”, ook soms een “alternatieve”, en zelfs even een “rode” bisschop genoemd. De grote uitdagingen van deze wereld nam hij ter harte. Horen en voelen wat er leeft, en mensen ontmoeten, dat was de zin van zijn leven… een leven lang.

Tot op zeer hoge leeftijd is Mgr. Jan “jong” en leergierig, met een open kijk op de wereld gebleven. Overal waar het enigszins mogelijk was, was hij aanwezig met veel aandacht voor de behandelde onderwerpen en met pertinente vragen voor al wie iets te vertellen had. Ooit heeft een neefje gezegd dat ome Jan een jonge man in een oud lichaam bleek. Anderen beschreven hem als de “vriendelijke en minzame man met die tintelende godsblik in zijn glimlach”.

Pas enkele maanden geleden verliet hij het hem zo vertrouwde Schilde om in Zuun meer aangepaste zorgen te krijgen. Op dinsdag 16 augustus werd hij met een pneumonie naar het Universitair Ziekenhuis van Jette gebracht waar hij 36 uur later zijn laatste grote reis ondernam. Een heel groot missionaris die op zoveel mensen een grote invloed gehad heeft zal lang in hun herinnering voortleven.

Eric MANHAEGHE en Jan REYNEBEAU

 

 

 

 

Pater Antoon Van de Meulebroucke

In memoriam Van de Meulebroucke Antoon

 

 

Geboren te Zottegem op 06.08.1933

Religieuze geloften op 08.09.1955

Priester gewijd op 07.08.1960

Missionaris in Guatemala van 1961 tot 1986 en van 1995 tot 1999; in Mexico van 1986 tot 1995 en in België sinds 2000

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw (Zuun) op 06.05.2016

 

 

Toon was 27 jaar toen hij als jong missionaris naar Guatemala vertrok en zich aansloot bij de groep Scheutisten die er pas enkele jaren tevoren aangekomen was. Zijn eerste pastorale ervaringen deed hij op in het departement Santa Rosa, en vervolgens aan de zuidkust, in Escuintla waar de grootgrondbezitters met hun militaire clan de plak zwaaiden. Scheut had de verdediging van de armen op zich genomen en het conflict kon niet uitblijven.

In de Provinciehoofdstad werkte Toon aan religieuze uitzendingen over de lokale radio. Later was hij werkzaam in Tiquisate en vervolgens in Puerto San Jose waar hij startte met de basisgemeenschappen. Het organiseren van de arme landarbeiders kreeg de nodige aandacht opdat de mensen zich beter zouden kunnen verdedigen in die wereld vol uitbuiting. Maar de machthebbers hadden de pest aan die manier van werken.

In volle repressie tijdens de burgeroorlog, en na de moord op Walter Voordeckers in de parochie van Sta Lucia Cotzumalguapa, vroeg men Toon daar de parochieverantwoordelijke te worden. Dag en nacht hield het leger zijn huis in het oog, maar Toon wilde trouw zijn aan de armen, in goede en kwade dagen. Het was dus moeilijk werken en toen het totaal onmogelijk werd week hij uit naar Mexico.

Het werd een verbanning van bijna 10 jaar, maar zijn liefde voor Guatemala deed hem terugkeren van zodra het mogelijk was. In de krottenwijk van Tierra Nueva, aan de rand van de hoofdstad, waar Fons Stessel kort tevoren vermoord was, ging Toon nu aan de slag. Er woedde een drugsoorlog. Bendevorming en alcoholisme tekenden de sfeer. Maar Toon leverde fantastisch werk in samenwerking met de commissie van waarheid van het aartsbisdom die de misdaden, tijdens de burgeroorlog begaan, in kaart bracht. Toen het eindverslag klaar was, een slag in het gelaat van het leger, kwam hij op rust in België.

We kunnen ons afvragen waar hij dat uithoudingsvermogen vandaan haalde, hoe hij zijn optimisme kon bewaren, hoe hij stand hield in de strijd. Maar in de strijd van het volk en voor het volk voelde hij zich verbonden met Christus. Hij voedde zich aan het evangelie van Marcus die het leven van Jezus neerschreef voor een vervolgde christengemeenschap. Geen wonder dat hij in zijn parochie van Tierra Nueva het nieuwe parochiecentrum door hem gebouwd de naam gaf van San Marcos-evangelista.

Eens in België terug vond hij een nieuwe stek in de Zwalmstreek. Hij voelde zich thuis bij de mensen en genoot samen met hen van het leven, tot de herfst ervan hem dwong eerst naar ons huis in Kortrijk en vervolgens voor verzorging naar Zuun te gaan. Daar kwam Makrina Gudiel hem enkele maanden geleden nog bezoeken, toen zij in België de Quetzalprijs van Guatelbelga in ontvangst kwam nemen. Ze kreeg die prijs voor haar inzet voor de mensenrechten. Haar hele familie had ook de vlucht naar Mexico moeten nemen. Haar vader werd door het leger vermoord en Toon was voor het hele gezin de grote steun en toeverlaat geweest. Makrina schreef het volgende bij het overlijden van Toon: “Toen de naam van mijn vader verscheen op de lijst van de doodseskaders en hij de vlucht moest nemen, en wij allemaal lichamelijk en psychologisch ziek waren door de schrik ontvoerd en vermoord te worden, vond padre Tono onze familie: een tijdelijk alleenstaande moeder met zeven kinderen. Net als mijn familie vond hij ook andere families, overigens in nog slechtere situaties. Families die beide ouders misten, zonder woning, zonder job of andere overlevingsmiddelen. Het was in die context dat wij padre Tono ontmoetten. Zijn zorg ging vooral naar de vrouwen en de kinderen te midden van de dagelijkse terreur waarin we leefden. … Ik bekende dat ik de angst om ontvoerd en vermoord te worden niet meer kon verdragen. Ik besloot mij terug te trekken in de bergen … Ik herinner me nog heel goed de zenuwachtigheid van padre Tono voor deze moeilijke beslissing en nog meer zijn liefdevol antwoord toen hij zei: ‘Vooruit dan maar, maar wees heel voorzichtig en vlucht op tijd om je leven te redden’. ‘God is liefde’, zei hij me nog, ‘Hij die alles ziet, die het juiste en het noodzakelijke kent en die ons helpt om de moeilijkste beslissingen te nemen, zoals jij nu doet. Wat er ook mag gebeuren, je kunt op mij rekenen”. Jaren later, toen ik me met mijn familie kon verenigen in ballingschap, hoorde ik over padre Tono die ondertussen in ballingschap in Mexico leefde en over alles wat hij voor mijn familie gedaan had om niet van honger te sterven of te bezwijken in hun rechtvaardige strijd. Nog later, na de ondertekening van de vredesakkoorden, kwam ik nog andere families tegen. Ze vertelden mij over de solidariteit die ze van de padre hadden gekregen.”

Samen met Makrina danken wij God “voor het leven van padre Tono, voor zijn volharding en zijn geloof in het strijdbaar volk dat hij hier ontmoette.”

Jan RACQUET

 

 

 

Broeder Isidoor Van Meulder

In memoriam Van Meulder Isidoor

 

 

Geboren te Sint-Pieters-Leeuw op 18.08.1929

Religieuze geloften op 01.11.1954

Missionaris in Congo (Kasaï) van 1958 tot 2002

Overleden te Anderlecht op 19.03.2016

 

 

Isidoor zag het levenslicht als zesde kind in het gezin Van Meulder op een boogscheut van waar ooit het noviciaat van Scheut zou komen. Maar na hem werden nog tien kinderen geboren in dat gezin. In zijn jeugd leerde hij de KAJ kennen en werd een overtuigd kajotter. Die vorming van zien, oordelen en handelen zou hem later goed van pas komen in zijn missiewerk. Cardijn vormde jongeren en hamerde op de waarde van elke mens en op de waarde van de arbeid.

Als jong kereltje zag Isidoor de eerste novicen in Zuun toekomen, en als telg van een gezin waar reeds twee zusters religieuze werden zette hij dezelfde stap. Daarna volgde hij een opleiding in de bouwkunde en de automechaniek en in 1958 kon hij vertrekken naar de missie van Kasaï. De eerste twee jaar bouwde hij scholen, maar daarna werd hij verantwoordelijke van de missiegarage in Kananga. Hij zou dat meer dan 40 jaar blijven.

Isidoor had veel talenten en goede karaktergaven. We bewonderen vooral zijn vriendelijke gelijkmoedigheid. Hij bleef rustig in alle omstandigheden. Hij bezat een innerlijke kracht die alle moeilijkheden aankon. Hij was gekend om zijn vaak droge humor, en humor helpt overleven. Als dertiger, rond 1960, bij de onafhankelijkheid van Congo heeft hij veel mensen geholpen, vooral slachtoffers van tribaal geweld. Hij stond in voor hun vervoer en heeft zo veel mensen gered. Maar ook heeft hij ervoor gezorgd dat veel doden begraven werden. Het zijn ervaringen die men heel zijn leven meedraagt, vaak in stilte, zonder erover te spreken.

Een andere sterke kant van hem was zijn trouw, vooral aan zijn roeping als broeder en missionaris. Daarom was hij zo graag gezien bij confraters en bij de inlandse bevolking. Hij paste zich ook aan aan de veranderende situatie. De wegen werden alsmaar slechter. Ook de auto’s van Isidoor moesten steeds beter worden, en hij schakelde over van Volkswagen op Jeep en van Landrover op Toyota. Zijn missiegebied was vele keren de oppervlakte van België en van al de missieposten kwamen ze bij hem om hun auto te laten herstellen. Ook hijzelf ging soms honderden kilometer ver om ter plaatse herstellingen uit te voeren. Niets was hem teveel.

Een andere bewonderenswaardige kant was de vorming van zijn werkers. Wat hij als kajotter van Cardijn geleerd had kon hij doorgeven. Zijn werkers kregen van hem een dubbele vorming, als arbeider en als mens. Hij kende hun familiesituatie. Omdat hij zelf een ijverig, evenwichtig en bekwaam mens was kon hij dat aan. Het was wel een beproeving voor hem vele zaken stilaan achteruit te zien gaan door onbekwaam bestuur. Het was voor hem echter een troost zijn werk te zien verder leven bij vele mensen die hij gevormd had.

Als echte Brabander, getogen in het Pajottenland, wist hij ook dat de mens niet leeft van werk en brood alleen. De boog kan niet altijd gespannen zijn en een gezonde geest huist alleen in een gezond lichaam. Daarom maakte hij regelmatig ijskreem voor zijn confraters. De kwaliteit ervan was niet alleen bij de Scheutisten bekend. De zusters-missionarissen, en vooral de Congolese zusters, waren er evenzeer op verlekkerd. Maar dat was niet de enige reden waarom Isidoor zo geapprecieerd werd. Iedereen kon zien dat hij voor de dag- en werktaak reeds een lange tijd gebeden had. Dat was zijn diepste motivatie. En zo was hij de gelukkige missionaris.

Na zijn terugkeer uit Kananga ging Isidoor op rust in het huis van Zuun. Hij zou er nog 14 heel gelukkige jaren kennen. De laatste tijd was het wel te zien dat hij stilaan aftakelde, maar als men hem vroeg hoe het ging was zijn antwoord steevast: “goed”. Slechts éénmaal, de laatste week in de kliniek, zei hij: “Niet goed”. De confraters zeiden: “Nu moet het heel serieus zijn”. En op een moment dat voor hem een grote symbolische betekenis had, namelijk de feestdag van Sint-Jozef en de vooravond van Palmzondag, heeft hij dit aardse leven vaarwel gezegd. Omwille van de Goede Week heeft hij wat langer op de verrijzenisliturgie moeten wachten. In deze Paasdagen is hij nu voorgoed met zijn Heer verbonden, maar ook in onze gedachten blijft hij verder leven.

 

 

Emiel VAN DE VELDE