in memoriam Dominicus Rik

Pater Rik Dominicus 

 

Geboren te Lommel op 03.05.1926

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 02.08.1953

Missionaris in Congo van 1955 tot 1962, in Brazilië van 1963 tot 2000 en daarna in België

Overleden in Halle op 03.10.2016 

 

Rik werd geboren in een diep christelijk en missionair gezinde familie. Zijn zus Gusta ging als ICM-missionaris in Congo werken. Zijn zus Maria was verbonden aan het Withuis en gaf aan haar missionaire roeping gestalte als verpleegster hier te lande. Zijn broer Joep en zus Irene waren steunpilaren van de missionaire werking in Lommel waar missionarissen en ontwikkelingswerkers steeds op steun konden rekenen.

Na zijn humaniora in het sint-Hubertuscollege in Neerpelt trok Rik naar Scheut en volgde er de klassieke opleiding. Eerst ging hij als missionaris in Kinshasa werken waar hij zeven jaar in het onderwijs en in de parochiepastoraal werkzaam was. Daarna volgde hij nog twee jaar cursus aan Lumen Vitae in Brussel en toen deed de toenmalige Algemeen Overste beroep op hem om samen met drie andere confraters een nieuwe missie van Scheut te gaan stichten in Brazilië. Rik werd er de eerste overste.

Daar deed die eerste groep echt pionierswerk. Het land bevond zich onder een repressieve militaire dictatuur. Het bisdom waarin ze werkten, Nova Iguaçu, was pas opgericht, en in die stad kwamen jaarlijks vele duizenden migranten toe uit het arme Noordoosten, op zoek naar werk en een beter leven. Het was een stad en een streek met veel armoede, sociale problemen, misdaad en geweld.

De nieuwe ploeg wilde ook alles op een nieuwe manier aanpakken, en door hun manier van leven en door “samenwerking op voet van gelijkheid” met alle andere groepen pastorale werkers een nieuw elan tot stand brengen. Zo hebben ze een trend gezet voor het werk van Scheut in de daaropvolgende decennia. In een interview afgenomen door Bert Claerhout en verschenen in Kerk en Leven in 2010 zei Rik daarover: “Onze manier van werken was overal grotendeels dezelfde: met sterke parochiale teams groepsdynamische processen op gang brengen, catechesecentra oprichten van waaruit we de gelovigen en geïnteresseerden trachtten te bereiken en te vormen voor gebedsdiensten, ziekenbezoek, enzovoorts. Kortom, werk aan de basis waarbij leken een grote inbreng hadden.”

Rik was een gedreven missionaris. Hij bleef niet bij de pakken zitten. Wanneer na enkele jaren beslist werd een tweede missie te beginnen in Volta Redonda was hij kandidaat om opnieuw te beginnen. Tien jaar later werd beslist een missie te beginnen in de staat Pará aan de deur van het Amazonegebied, een gebied – in de woorden van Rik zelf – “met verdrukking van de arme inheemse bevolking door grootgrondbezitters en met corruptie van het regime en van de politie”. Opnieuw was hij kandidaat. Overal was hij steeds bereid om Braziliaanse kandidaat-Scheutisten, stagiaires en jonge confraters in huis te nemen om ze te laten profiteren van zijn missionaire ervaring en pastorale aanpak.

Ouder geworden heeft hij zich nog zeer verdienstelijk gemaakt op verschillende plaatsen in het bisdom Itabira, en daarna, terug in België, in de stad Antwerpen. Overal heeft hij vele vruchten mogen plukken van zijn inzet. Hij bracht bloeiende gemeenschappen tot stand waar de mensen zich inzetten en op hun beurt missionaris werden.

Ten slotte is Rik op rust gegaan in onze missiehuizen van Schilde, Kessel-Lo en Zuun. Na een lange slepende ziekte is hij rustig van ons heengegaan in het Mariaziekenhuis van Halle en rust nu te midden van zijn confraters in Schilde. Een groot missionaris is thuisgekomen in het huis van zijn Meester.

Julien Vandevoorde

 

 

 

Mgr. Jan Van Cauwelaert

 

 

Geboren te Antwerpen op 12.04.1914

Religieuze geloften op 08.09.1936

Priester gewijd op 06.08.1939

Missionaris in Congo van 1940 tot 1950 en van 1954 tot 1967,in Rome van 1967 tot 1972, in België van 1950 tot 1954 en vanaf 1972

Overleden in Jette op 18.08.2016  

 

Na zijn humaniora in het Sint-Jan Berchmanscollege in Antwerpen ging Jan eerst als seminarist van het aartsbisdom Mechelen filosofie studeren aan de KU Leuven. Omdat hij er sinds lang van droomde missionaris te worden ging hij dan naar het noviciaat van Scheut en studeerde theologie in ons studiehuis van Leuven. Tegen het einde daarvan brak de Tweede Wereldoorlog uit en Jan kon samen met zijn familie per trein, speciaal voor parlementsleden voorzien, in Frankrijk geraken. Al spoedig reisde hij door naar Lissabon en nam er de boot naar Congo. Reeds in juli 1940 kwam hij er aan en reisde door naar de streek van Inongo waar hij school- en reispater werd. Zo slaagde hij er als enige van zijn jaar in nog zijn missie te bereiken in het begin van de oorlog.

Daar ontmoet hij twee confraters die hem helpen om zijn visie op missie gestalte te geven. Jules De Boeck, die pas het kleinseminarie opgericht had, leert hem bijzonder respectvol met de plaatselijke bevolking omgaan, en Nestor Van Everbroeck, die bijzonder goed vertrouwd is met de gewoonten en gebruiken van de plaatselijke bevolking, leert hem oog hebben en openstaan voor alles wat leeft bij de mensen. Je kan immers pas goed nieuws brengen wanneer je weet wat er in de mensen omgaat en op een voor hen gebruikelijke wijze in gesprek treedt. Pastoor Nestor geeft hem zelfs toestemming de klassieke zondagspreek te vervangen door een dialoog met de toehoorders naar het model van de lokale dorpspalavers. Een uitzonderlijke aanpak in die tijd.

Dat eerste maar uiterst belangrijke contact met de plaatselijke bevolking is echter van korte duur, want na vijf jaar wordt Jan naar Kabwe gestuurd om professor te worden aan het grootseminarie. Ook daar kan hij maar vijf jaar blijven want hij wordt dezelfde taak toegewezen in het studiehuis van Scheut in Néchin. Na tweeënhalf jaar, begin januari 1954, wordt hij dan benoemd tot apostolisch vicaris van het pas opgerichte Vicariaat Inongo dat in 1961 bisdom zou worden. Hij aanvaardt de nieuwe opdracht in de vaste overtuiging zijn ontslag aan te bieden van zodra een Congolese priester hem zou kunnen opvolgen.

Als bisschop zet hij zijn eigen vorming voort. Hij reist veel, deelt het leven van de mensen in de dorpen, luistert naar hen, praat over zijn plannen en evalueert met hen beslissingen die hij genomen heeft. Vooral begaan met liturgie en catechese brengt hij vernieuwing in het zondagsgebed dat overal in de kapellen van de plaatselijke dorpsgemeenschappen door de catechist geleid wordt. Geen wonder dat hij in het Tweede Vaticaans Concilie de grote promotor wordt van de volkstaal en het lekenapostolaat. Ook de oecumene staat heel hoog op zijn agenda. Als bisschop gaat hij protestantse pasteurs opzoeken en bemoedigt hun gelovigen, waar in die vijftiger jaren in Congo een sterke overtuiging en veel moed voor nodig was. Wat hij daadwerkelijk beleeft in zijn bisdom tracht hij dan ook met evenveel overtuiging door te drukken in het Concilie.

In 1967, pas 53 jaar oud en nog in opperbeste gezondheid, neemt hij ontslag als bisschop, “omdat een zoon van de plaatselijke bevolking hem kan opvolgen”. Dit moedig en vrij ongebruikelijk gebaar maakt grote indruk op de andere bisschoppen. Bij de honderdste verjaardag van Mgr. Jan schrijft bisschop Nicolas Djomo, dan voorzitter van de nationale bisschoppenconferentie van Congo: “Met dit moedig gebaar hebt u getoond dat u uzelf als een nutteloze dienaar aanzag en dat het bisschopsambt voor u geen machtspositie was waaraan u zich vastklampte. Dit gebaar is zeer leerrijk en een bron van inspiratie voor de herders, theologen, intellectuelen, catechisten en de ganse christengemeenschap van vandaag”.

Terug in Europa wordt Jan eerst Rector van het internationaal Missiecollege van Scheut in Rome. Hij wordt ook consultor van de Congregatie voor de evangelisatie in het Vaticaan. Eerst wordt hij lid en vervolgens voorzitter van de Commissie voor de catechisten. Met die commissie maakt hij twee belangrijke verslagen, die zeer geapprecieerd worden, over de situatie en oriëntatie van het ambt van catechist en dat van andere leken. Jan is ook daar zijn tijd ver vooruit en blijkbaar kon het Vaticaan niet volgen.

In 1972 komt hij dan naar België terug. Hij verblijft eerst in Scheut en wijdt zich aan missieanimatie, zowel in eigen land als in de missielanden, vooral door retraites en sessies over de missie-encycliek Evangelii Nuntiandi. Hij zet zich eveneens sterk in voor Rechtvaardigheid en Vrede, en wordt voorzitter van het Comité voor missionerende instituten en vicevoorzitter van Pax-Christi Vlaanderen. Hij trekt op missie naar vele landen, stapt mee op in betogingen, o.a. tegen kernwapens en tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Zo wordt hij een “loslopende”, ook soms een “alternatieve”, en zelfs even een “rode” bisschop genoemd. De grote uitdagingen van deze wereld nam hij ter harte. Horen en voelen wat er leeft, en mensen ontmoeten, dat was de zin van zijn leven… een leven lang.

Tot op zeer hoge leeftijd is Mgr. Jan “jong” en leergierig, met een open kijk op de wereld gebleven. Overal waar het enigszins mogelijk was, was hij aanwezig met veel aandacht voor de behandelde onderwerpen en met pertinente vragen voor al wie iets te vertellen had. Ooit heeft een neefje gezegd dat ome Jan een jonge man in een oud lichaam bleek. Anderen beschreven hem als de “vriendelijke en minzame man met die tintelende godsblik in zijn glimlach”.

Pas enkele maanden geleden verliet hij het hem zo vertrouwde Schilde om in Zuun meer aangepaste zorgen te krijgen. Op dinsdag 16 augustus werd hij met een pneumonie naar het Universitair Ziekenhuis van Jette gebracht waar hij 36 uur later zijn laatste grote reis ondernam. Een heel groot missionaris die op zoveel mensen een grote invloed gehad heeft zal lang in hun herinnering voortleven.

Eric MANHAEGHE en Jan REYNEBEAU

 

 

 

 

Pater Antoon Van de Meulebroucke

In memoriam Van de Meulebroucke Antoon

 

 

Geboren te Zottegem op 06.08.1933

Religieuze geloften op 08.09.1955

Priester gewijd op 07.08.1960

Missionaris in Guatemala van 1961 tot 1986 en van 1995 tot 1999; in Mexico van 1986 tot 1995 en in België sinds 2000

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw (Zuun) op 06.05.2016

 

 

Toon was 27 jaar toen hij als jong missionaris naar Guatemala vertrok en zich aansloot bij de groep Scheutisten die er pas enkele jaren tevoren aangekomen was. Zijn eerste pastorale ervaringen deed hij op in het departement Santa Rosa, en vervolgens aan de zuidkust, in Escuintla waar de grootgrondbezitters met hun militaire clan de plak zwaaiden. Scheut had de verdediging van de armen op zich genomen en het conflict kon niet uitblijven.

In de Provinciehoofdstad werkte Toon aan religieuze uitzendingen over de lokale radio. Later was hij werkzaam in Tiquisate en vervolgens in Puerto San Jose waar hij startte met de basisgemeenschappen. Het organiseren van de arme landarbeiders kreeg de nodige aandacht opdat de mensen zich beter zouden kunnen verdedigen in die wereld vol uitbuiting. Maar de machthebbers hadden de pest aan die manier van werken.

In volle repressie tijdens de burgeroorlog, en na de moord op Walter Voordeckers in de parochie van Sta Lucia Cotzumalguapa, vroeg men Toon daar de parochieverantwoordelijke te worden. Dag en nacht hield het leger zijn huis in het oog, maar Toon wilde trouw zijn aan de armen, in goede en kwade dagen. Het was dus moeilijk werken en toen het totaal onmogelijk werd week hij uit naar Mexico.

Het werd een verbanning van bijna 10 jaar, maar zijn liefde voor Guatemala deed hem terugkeren van zodra het mogelijk was. In de krottenwijk van Tierra Nueva, aan de rand van de hoofdstad, waar Fons Stessel kort tevoren vermoord was, ging Toon nu aan de slag. Er woedde een drugsoorlog. Bendevorming en alcoholisme tekenden de sfeer. Maar Toon leverde fantastisch werk in samenwerking met de commissie van waarheid van het aartsbisdom die de misdaden, tijdens de burgeroorlog begaan, in kaart bracht. Toen het eindverslag klaar was, een slag in het gelaat van het leger, kwam hij op rust in België.

We kunnen ons afvragen waar hij dat uithoudingsvermogen vandaan haalde, hoe hij zijn optimisme kon bewaren, hoe hij stand hield in de strijd. Maar in de strijd van het volk en voor het volk voelde hij zich verbonden met Christus. Hij voedde zich aan het evangelie van Marcus die het leven van Jezus neerschreef voor een vervolgde christengemeenschap. Geen wonder dat hij in zijn parochie van Tierra Nueva het nieuwe parochiecentrum door hem gebouwd de naam gaf van San Marcos-evangelista.

Eens in België terug vond hij een nieuwe stek in de Zwalmstreek. Hij voelde zich thuis bij de mensen en genoot samen met hen van het leven, tot de herfst ervan hem dwong eerst naar ons huis in Kortrijk en vervolgens voor verzorging naar Zuun te gaan. Daar kwam Makrina Gudiel hem enkele maanden geleden nog bezoeken, toen zij in België de Quetzalprijs van Guatelbelga in ontvangst kwam nemen. Ze kreeg die prijs voor haar inzet voor de mensenrechten. Haar hele familie had ook de vlucht naar Mexico moeten nemen. Haar vader werd door het leger vermoord en Toon was voor het hele gezin de grote steun en toeverlaat geweest. Makrina schreef het volgende bij het overlijden van Toon: “Toen de naam van mijn vader verscheen op de lijst van de doodseskaders en hij de vlucht moest nemen, en wij allemaal lichamelijk en psychologisch ziek waren door de schrik ontvoerd en vermoord te worden, vond padre Tono onze familie: een tijdelijk alleenstaande moeder met zeven kinderen. Net als mijn familie vond hij ook andere families, overigens in nog slechtere situaties. Families die beide ouders misten, zonder woning, zonder job of andere overlevingsmiddelen. Het was in die context dat wij padre Tono ontmoetten. Zijn zorg ging vooral naar de vrouwen en de kinderen te midden van de dagelijkse terreur waarin we leefden. … Ik bekende dat ik de angst om ontvoerd en vermoord te worden niet meer kon verdragen. Ik besloot mij terug te trekken in de bergen … Ik herinner me nog heel goed de zenuwachtigheid van padre Tono voor deze moeilijke beslissing en nog meer zijn liefdevol antwoord toen hij zei: ‘Vooruit dan maar, maar wees heel voorzichtig en vlucht op tijd om je leven te redden’. ‘God is liefde’, zei hij me nog, ‘Hij die alles ziet, die het juiste en het noodzakelijke kent en die ons helpt om de moeilijkste beslissingen te nemen, zoals jij nu doet. Wat er ook mag gebeuren, je kunt op mij rekenen”. Jaren later, toen ik me met mijn familie kon verenigen in ballingschap, hoorde ik over padre Tono die ondertussen in ballingschap in Mexico leefde en over alles wat hij voor mijn familie gedaan had om niet van honger te sterven of te bezwijken in hun rechtvaardige strijd. Nog later, na de ondertekening van de vredesakkoorden, kwam ik nog andere families tegen. Ze vertelden mij over de solidariteit die ze van de padre hadden gekregen.”

Samen met Makrina danken wij God “voor het leven van padre Tono, voor zijn volharding en zijn geloof in het strijdbaar volk dat hij hier ontmoette.”

Jan RACQUET

 

 

 

Broeder Isidoor Van Meulder

In memoriam Van Meulder Isidoor

 

 

Geboren te Sint-Pieters-Leeuw op 18.08.1929

Religieuze geloften op 01.11.1954

Missionaris in Congo (Kasaï) van 1958 tot 2002

Overleden te Anderlecht op 19.03.2016

 

 

Isidoor zag het levenslicht als zesde kind in het gezin Van Meulder op een boogscheut van waar ooit het noviciaat van Scheut zou komen. Maar na hem werden nog tien kinderen geboren in dat gezin. In zijn jeugd leerde hij de KAJ kennen en werd een overtuigd kajotter. Die vorming van zien, oordelen en handelen zou hem later goed van pas komen in zijn missiewerk. Cardijn vormde jongeren en hamerde op de waarde van elke mens en op de waarde van de arbeid.

Als jong kereltje zag Isidoor de eerste novicen in Zuun toekomen, en als telg van een gezin waar reeds twee zusters religieuze werden zette hij dezelfde stap. Daarna volgde hij een opleiding in de bouwkunde en de automechaniek en in 1958 kon hij vertrekken naar de missie van Kasaï. De eerste twee jaar bouwde hij scholen, maar daarna werd hij verantwoordelijke van de missiegarage in Kananga. Hij zou dat meer dan 40 jaar blijven.

Isidoor had veel talenten en goede karaktergaven. We bewonderen vooral zijn vriendelijke gelijkmoedigheid. Hij bleef rustig in alle omstandigheden. Hij bezat een innerlijke kracht die alle moeilijkheden aankon. Hij was gekend om zijn vaak droge humor, en humor helpt overleven. Als dertiger, rond 1960, bij de onafhankelijkheid van Congo heeft hij veel mensen geholpen, vooral slachtoffers van tribaal geweld. Hij stond in voor hun vervoer en heeft zo veel mensen gered. Maar ook heeft hij ervoor gezorgd dat veel doden begraven werden. Het zijn ervaringen die men heel zijn leven meedraagt, vaak in stilte, zonder erover te spreken.

Een andere sterke kant van hem was zijn trouw, vooral aan zijn roeping als broeder en missionaris. Daarom was hij zo graag gezien bij confraters en bij de inlandse bevolking. Hij paste zich ook aan aan de veranderende situatie. De wegen werden alsmaar slechter. Ook de auto’s van Isidoor moesten steeds beter worden, en hij schakelde over van Volkswagen op Jeep en van Landrover op Toyota. Zijn missiegebied was vele keren de oppervlakte van België en van al de missieposten kwamen ze bij hem om hun auto te laten herstellen. Ook hijzelf ging soms honderden kilometer ver om ter plaatse herstellingen uit te voeren. Niets was hem teveel.

Een andere bewonderenswaardige kant was de vorming van zijn werkers. Wat hij als kajotter van Cardijn geleerd had kon hij doorgeven. Zijn werkers kregen van hem een dubbele vorming, als arbeider en als mens. Hij kende hun familiesituatie. Omdat hij zelf een ijverig, evenwichtig en bekwaam mens was kon hij dat aan. Het was wel een beproeving voor hem vele zaken stilaan achteruit te zien gaan door onbekwaam bestuur. Het was voor hem echter een troost zijn werk te zien verder leven bij vele mensen die hij gevormd had.

Als echte Brabander, getogen in het Pajottenland, wist hij ook dat de mens niet leeft van werk en brood alleen. De boog kan niet altijd gespannen zijn en een gezonde geest huist alleen in een gezond lichaam. Daarom maakte hij regelmatig ijskreem voor zijn confraters. De kwaliteit ervan was niet alleen bij de Scheutisten bekend. De zusters-missionarissen, en vooral de Congolese zusters, waren er evenzeer op verlekkerd. Maar dat was niet de enige reden waarom Isidoor zo geapprecieerd werd. Iedereen kon zien dat hij voor de dag- en werktaak reeds een lange tijd gebeden had. Dat was zijn diepste motivatie. En zo was hij de gelukkige missionaris.

Na zijn terugkeer uit Kananga ging Isidoor op rust in het huis van Zuun. Hij zou er nog 14 heel gelukkige jaren kennen. De laatste tijd was het wel te zien dat hij stilaan aftakelde, maar als men hem vroeg hoe het ging was zijn antwoord steevast: “goed”. Slechts éénmaal, de laatste week in de kliniek, zei hij: “Niet goed”. De confraters zeiden: “Nu moet het heel serieus zijn”. En op een moment dat voor hem een grote symbolische betekenis had, namelijk de feestdag van Sint-Jozef en de vooravond van Palmzondag, heeft hij dit aardse leven vaarwel gezegd. Omwille van de Goede Week heeft hij wat langer op de verrijzenisliturgie moeten wachten. In deze Paasdagen is hij nu voorgoed met zijn Heer verbonden, maar ook in onze gedachten blijft hij verder leven.

 

 

Emiel VAN DE VELDE

 

 

  

Pater Jozef Van Keerberghen
In memoriam Van Keerberghen Jozef

 

Geboren te Sint-Pieters-Leeuw op 18.02.1924

Religieuze geloften op 08.09.1943

Priester gewijd op 01.08.1948

Missionaris in Congo (KAS) van 1949 tot 1995 en daarna in België

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw op 02.02.2016

 

 

Jozef werd geboren in een gezin met 6 kinderen en van de ouderlijke hoeve in Sint-Pieters-Leeuw naar het noviciaat van Zuun, dat daar zopas zijn intrek genomen had, was het dus niet ver. Na de klassieke vormingsjaren in Scheut kon hij in 1949 vertrekken naar Kasaï waar hij eerst directeur van de lagere school en vervolgens leraar aan de normaalschool werd. Maar in 1953 werd hij naar de Universiteit van Leuven gestuurd om er een licentiaat in de pedagogische wetenschappen te behalen. Na zijn terugkeer, in 1956 reeds, werd hij de verantwoordelijke van het onderwijs in het bisdom Kananga en dat zou hij blijven tot 1988. Hoewel hij er alleen al in de lagere scholen 100.000 leerlingen had, wist hij dat vanaf 1977 nog te combineren met zijn werk als secretaris van het bisdom, en vanaf 1985 voerde hij nog een actie ten voordele van kinderen met lichamelijke of verstandelijke beperkingen voor wie hij 7 centra oprichtte. In 1995 keerde hij definitief naar België terug, maar niet om te rusten. Eerst was hij werkzaam op de parochie in Vlezenbeek en toen hij in 2001 zijn intrek nam in het missiehuis van Zuun bleef hij nog veel dienst bewijzen, niet alleen aan zijn confraters maar ook in twee Woon- en Zorgcentra in Sint-Pieters-Leeuw.

De teksten voor zijn rouwbrief en gedachtenisprentje, en ook voor de uitvaart, heeft Jozef zelf voorbereid. “God is mijn herder” en “naast mij gaat Hij” staat er telkens in vetjes. Ja, God was zijn herder, en in zijn spoor volgde Jozef en werd ook een herder die bergen werk verzet heeft. Zijn hele leven is een getuigenis geweest van zijn geloof in en zijn vriendschap met de verrezen Heer Jezus. Hij had vele talenten en hij heeft ze gebruikt. Als jonge pater had hij het geluk van een goede confrater-pastoor te treffen en kennis te maken met de nood aan degelijk onderwijs. Bijna 40 jaar is hij verantwoordelijk geweest voor het onderwijs in het bisdom, voor, tijdens en na de onafhankelijkheid. Een bewijs dat hij een overlever was en kon doorwerken in de moeilijkste omstandigheden. Hij kon samenwerken met de leerkrachten en de directies. Hij moest soms moeilijke beslissingen nemen, maar zijn opvolger getuigt van hem: “Een rechtvaardig man met een gestrenge goedheid”. Zelf schrijft Jozef: “Als verantwoordelijke van het onderwijs in het Aartsbisdom moest ik het nodige doen opdat de onderwijzers en de leerlingen van het lager onderwijs, bijna 100.000 leerlingen, over de nodige schoolboeken zouden beschikken. Het was voor mij aangenaam schoolboekjes op te stellen in het Tshiluba, de voertaal van het onderwijs. Meestal werd ik daarbij geholpen door sommige directeurs of onderwijzers. Het zou te lang zijn om hier van de opgestelde boekjes een lijst te maken.”

In Congo zei men van hem dat hij een baobab was, een grote boom waar de gemeenschap kan onder verzamelen. In zijn talrijke publicaties wordt het duidelijk dat hij niet alleen een goed opvoedkundige was, maar ook een goede geschiedkundige en een etnograaf, met groot respect voor de Afrikaanse mensen. Hij was er niet alleen voor de sterke en hoogbegaafde. Vandaar zijn inzet voor de kinderen met een beperking. Door hen een vakkundige vorming te geven maakte hij duidelijk dat ook deze mensen een menswaardig leven kunnen leiden en veel betekenen voor de gemeenschap.

Toen hij een jaar geleden, op 91-jarige leeftijd, plots te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek was, hij die altijd kerngezond en ijzersterk geweest was, wist hij dat op een bewonderenswaardige wijze te aanvaarden en zijn afscheid bewust voor te bereiden. Ook nu voelde hij dat God zijn herder was, en dat hij met Hem mocht meetrekken. Voor ons toch nog totaal onverwacht is hij in het eerste uur van O.-L.-Vrouw-Lichtmis voorgoed met zijn Herder meegegaan. Zijn taak was volbracht. Wellicht zal hij met de oude Simeon gebeden hebben: “Uw dienaar laat gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd dat Gij voor alle volkeren hebt bereid, een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk”. We kunnen alleen maar dankbaar zijn voor zo’n vruchtbaar leven, en bidden dat hij van het eeuwig geluk moge genieten bij zijn Herder.

 

Emiel VAN DE VELDE

 

 

 

Pater Gijs van Schie
In memoriam Gijs van Schie

 

Geboren te Schoten (NL) op 17.05.1924

Religieuze geloften op 08.09.1943

Priester gewijd op 01.08.1948

Missionaris in Indonesië van 1949 tot 1989 en daarna in Nederland

Overleden in Teteringen op 31.01.2016

 

 

Gijsbertus van Schie, Gijs voor zijn confraters, werd op 17 mei 1924 in een traditioneel katholiek gezin geboren en al op zijn eerste levensdag gedoopt in Haarlem. Na zijn opleiding en priesterwijding vertrok hij in 1949 naar de missie van Indonesië.

In de eerste jaren werkte hij als leraar op een middelbare school en op het kleinseminarie. In 1956 werd hij pastoor in Toradjaland. Na zijn eerste verlof (in 1958-59) werd hij pastoor in Minanga, Toradja en bouwde daar een traditionele pastorie met een ronde overdekte galerij waar je rond kon lopen om je brevier te bidden, ook dus als het regende. Gijs liep in die jaren nog vaak rond in een zwarte toog en met een bonnet.

Toen kwam het Tweede Vaticaans Concilie en Gijs nam op bewonderenswaardige wijze de geest van het Concilie op. Hij richtte in Toradjaland het eerste Parochiebestuur op. De leken mochten en moesten meepraten over hun parochie! Hij organiseerde ook een Parochiaal Congres in het dekenaat waar hij werkte en dat werd een groot succes.

Later werd hij moderator van een hogere middelbare school in Makassar. Daar richtte hij de vastenactie op, een initiatief dat in heel Indonesië werd overgenomen.

In 1975, na een sabbatjaar in Amerika werd Gijs benoemd als leraar aan de Theologische school in Abepura, in het vroegere Nieuw Guinea. Hij doceerde er kerkgeschiedenis. Zijn lessen werden vereeuwigd in enkele boeken over kerkgeschiedenis die over heel Indonesië op de seminaries gebruikt werden. Gijs zelf schreef die boeken! Gijs schreef dat zijn jaren in Abepura de mooiste en gelukkigste jaren van zijn leven waren.

Toen hij 65 jaar was ging hij op pensioen naar Nederland. Hij was heel blij dat hij een plaatsje gevonden had in een pastorie in Leiden. Eigenlijk ging hij niet op pensioen. Hij assisteerde nog in de parochie in Leiden waar hij woonde. In Leiden ging hij zich ook echt bezig houden met het schrijven van boeken, iets wat hij eigenlijk zijn hele leven al gedaan had. Toen de Nederlandse Scheutisten naar Teteringen verhuisden, ging hij mee. In Teteringen ontwikkelde Gijs een nieuwe hobby. Hij ging schilderen. Zijn kamer in Teteringen hing vol met zijn schilderwerken. Je zou die kamer “Het Gijs van Schie tekeningen en schilderijen Museum” kunnen noemen!

Gijs was een echte post-Vaticaan II missionaris. Hij vond het jammer dat veel mensen, ook priesters en missionarissen niet genoeg openstonden voor de tekenen van de tijd. Zijn ideeën, plannen en geschriften kregen wel eens kritiek, maar bijna altijd bleek dat Gijs het bij het juiste eind had. Hij was zijn tijd gewoon ver vooruit. Gijs had er wel wat moeite mee dat veel mensen zijn moderne ideeën niet, of beter gezegd nog niet begrepen.

Gijs was missionaris, hij voelde zich als een vlinder,

vlinder van het Mysterie Aller Mysteries.

Hij beschreef dat met de volgende woorden:

“De missionaris is als een vlinder van God.

Niemand kan hem vangen op straffe van hem te doden.

Hij is vrij en beweegt op het ritme van de wind.

Geen bedreigingen kunnen hem stoppen.

Hij kent geen grenzen, alleen de wind beweegt hem.”

Kees BROUWER

 

   

 

Pater Thom Huisman
In memoriam Huisman Thom

 

 

Geboren te Harlingen op 15.06.1928

Religieuze geloften op 08.09.1950

Priester gewijd op 24.07.1955

Missionaris in Congo (KAS) van 1956 tot 1997 en daarna in Nederland

Overleden in Teteringen op 14.01.2016

 

 

Thomas Huisman (Thom voor zijn confraters) ging als jongen naar het Missiecollege ‘Sparrendaal’ en trad daarna binnen in de Congregatie van Scheut. Een jaar na zijn priesterwijding mocht hij vertrekken naar het missieveld in Congo. Daar ontpopte hij zich tot een toegewijde en zeer geliefde missionaris. Terug in Nederland veroverde hij de harten van de parochianen in Maurik, die het “Pater Huismanfonds” oprichtten voor hulp aan zijn Missie. Na de verhuizing in februari 2008 naar “Zuiderhout” in Teteringen mocht hij daar nog bijna 8 jaar wonen te midden van zijn confraters. Na een kort ziekbed is hij in de vroege ochtend van 14 januari 2016 stilletjes overleden in zijn slaap. We hebben hem op 20 januari op het kerkhof van Sparrendaal te rusten gelegd.

Wat in het evangelie over de goede herder gezegd wordt is zeker toepasselijk voor de manier waarop Thom missionaris geweest is. Hij behoorde tot de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, maar veeleer dan door dat Onbevlekt Hart liet hij zich inspireren door wat Maria zong in het Magnificat. Het was voor hem echt een strijdlied, zo van “de machtigen laat hij rustig vallen, maar de kleinen helpt hij vooruit. Aan de mensen die veel tekortkomen geeft hij wat ze nodig hebben. Maar degenen die zich van alles hebben voorzien stuurt hij met lege handen weg”. Dat was de missionaire geest die hem bezielde: ‘iets doen om de mensen vooruit te helpen’ en dat met heel zijn hart en zoveel het kon. Daarvoor was hij voor geen kleintje vervaard.

Reeds in het begin van zijn missionaire loopbaan liet hij dat duidelijk blijken op de missie van Katende waar hij reispater was. Het was vlak voor en tijdens het onafhankelijk worden van Congo in een streek die toen hevig geteisterd werd door stammenstrijd. Samen met zijn pastoor heeft hij veel mensen helpen vluchten in gevaarlijke omstandigheden. Omdat hun velden afgestookt waren ging hij voor hen eten halen in Kananga. Maar nog veel moeilijker was het dat voedsel uit te delen aan de slachtoffers. Toch deinsde hij daarvoor niet terug.

Daarna, in 1964, ging hij naar Masuika waar hij twee jaar later pastoor werd. Naast zijn pastorale activiteiten ging hij zich meer en meer inzetten voor de economische en sociale vooruitgang van de mensen. Hij stond open voor elk project als het de mensen maar kon helpen. Daarin kon hij zeer creatief zijn en de Hollandse koopmansgeest was hem daarbij niet vreemd. Hij had een speciale neus om te ruiken waar geld te halen of te krijgen was. Hij werd er vooral bekend om zijn ossenproject om er de velden te bewerken. Vervolgens propageerde hij bij zijn boeren ook de sojateelt die voor een betere en evenwichtiger voeding moest zorgen. Al spoedig kwam er een sojafabriekje tot stand waar de soja geroosterd en gemalen werd.

In 1984 werd hij pastoor in Luambo, zijn derde en laatste missiepost. De koeien van de mensen liepen er los in de dorpen en dat was niet ideaal voor de velden. Er werd een project opgezet om de koeien in kudden samen te brengen. Die werden, op voorwaarde dat de eigenaar zich aan de afspraken hield, tegen een kleine jaarlijkse vergoeding op de missie verzorgd en konden gebruik maken van de dieping tank.

Ook op pastoraal vlak bleef Thom niet achter. Het vormingswerk en het toekennen van verantwoordelijkheden aan de leiders van de christelijke gemeenschappen werden door hem gepromoot in het bisdom Luiza. Voor hem was geloven echt een WERKwoord zoals dat bij Jezus het geval was toen deze de profetie van Jesaja als zijn intentieverklaring voorlas in Nazareth: kreupelen op de been helpen, recht verschaffen aan de rechtelozen, mogelijkheden geven aan wie geen uitweg zien en een stem aan wie niet meetellen. Missionaris zijn betekent mensen samenbrengen, mogelijkheden scheppen, oplossingen aanreiken en samen zoeken.

Nu Thom van ons heengegaan is laat hij een leegte achter, zowel hier als in Congo. Dat hij nu vrede mag vinden bij zijn geliefden, voor altijd.

 

Hans DERKX

 

 

 

Pater Noël Ostyn
In memoriam Ostyn Nol

 

Geboren te Moorslede op 09.07.1936 

Religieuze geloften op 08.09.1957

Priester gewijd op 05.08.1962

Missionaris in Japan van 1963 tot 2009

Overleden in Roeselare op 18.12.2015

 

 

Noël werd als vierde geboren in een diepchristelijk gezin met tien kinderen. Hij deed zijn middelbare studies in het college van Menen. Daar leerde hij klarinet spelen en als goed muzikant droeg hij veel bij om een goede en aangename sfeer te scheppen in zijn jaar. Tot op heden, dus bijna 60 jaar later, komen ze dan ook nog ieder jaar samen. Na zijn collegejaren ging hij samen met vier klasgenoten aankloppen in het noviciaat van Scheut. Daarna volgde hij filosofie en theologie en vertrok in 1963 als missionaris naar Japan.

45 Jaar is Noël in Japan werkzaam geweest. In de Japanse zomer, toen die hitte en vochtigheid voor hem bijna echt ondraaglijk waren, leek het er soms op dat hij trachtte te overleven, want hij kon er echt niet tegen. Maar de andere dagen was hij steeds op post, en heel actief, bezig met alles wat gedaan moest worden. Altijd heeft hij in de parochiepastoraal gestaan, meestal in de miljoenenstad Osaka. Het waren kleine en soms iets grotere parochies. Maar waar hij ook was beperkte hij zich niet tot zijn klein groepje christenen. Hij had veel contacten naar buiten toe, en in die grootstad lukte hem dat heel goed. Omdat hij muzikant was zocht hij er steeds naar een orkest of harmonie, en zo kwam hij met nog veel meer mensen in contact. Omdat hij goed kon luisteren werd hij medewerker in ‘Inochi no Denwa’, de Japanse versie van ‘Levenslijn’, ‘Life Line’, de dienst die dag en nacht paraat aan de telefoon zit om mensen met raad bij te staan wanneer ze het moeilijk hebben. Hij wist ook de handen uit de mouwen te steken, en hielp als kelner bij de voedselbedeling in Nishinari, het district in Osaka waar dagloners en daklozen in groot getal te vinden zijn en een gratis maaltijd konden krijgen.

Toen een Boeddhistische universiteit in Habikino hem vroeg er een cursus te geven over christelijke leer zei hij ook ja. Dat heeft hij er vijftien jaar lang gedaan. Hij was gekend als de kalme en wijze missionaris, die door veel mensen opgezocht werd om zijn goede raad. Zeer geliefd bij zijn parochianen werd hij ook verkozen tot lid van de priesterraad van het bisdom Osaka. Toen hij pastoor was in Mikuni, in datzelfde bisdom, had hij een prachtig schilderachtig kerkje. En als pastoor daar kwam hij in een van de serieuze boekskes van Japan, een magazine voor jonge trouwers. Ja, hij kwam in contact met veel niet-christenen, niet alleen buiten de kerk, maar zelfs in zijn kerk. Hij zegende immers huwelijksplechtigheden in voor koppels die helemaal niets met de kerk te maken hadden, maar die wel met een mooi wit bruidskleed en een zwarte pitteleer in een christelijk kerkje wilden trouwen. Hij was van mening: als de kerk ons toelaat auto’s en paarden te zegenen, waarom zou ik dan twee mensen die mekaar graag zien niet mogen zegenen? En dat gaf Noël de gelegenheid om jonge koppels drie- of viermaal in zijn kerk uit te nodigen, soms apart, soms samen met andere koppels, voor een gesprek, een bezinning, of een sessie met een katholiek echtpaar. En toen de kerk vol zat met familie, vrienden en mensen uit de werkkring van het jonge paar, meestal mensen die nog nooit een kerk van binnen gezien hadden, kregen ze wel een mooie evangelielezing te horen met een beetje uitleg die hen alles behalve onverschillig liet. Ja, Noël was echt bij de pinken. Velen hielden daarna dan ook nog contact met hem, en hij was echt begaan met hun geluk en hun welzijn.

Eind 2008 begon Noël zijn definitieve terugkeer voor te bereiden. Hij was hartlijder, en was bang voor de komende zomer. Hij vond dat het na 45 jaar missiewerk geen schande was om naar zijn familie terug te keren, en hij ging het wat rustiger aan doen in ons huis van Rumbeke. Wel werd hij proost van de OKRA-Rumbeke-Oekene , organiseerde de beurtrol voor eucharistievieringen buitenshuis, en nam er een heel deel voor zijn rekening. Ook tot vele kleine andere diensten was hij steeds bereid tot grote tevredenheid van iedereen. Tot hij het op een dag zeer moeilijk had bij het voorgaan in de eucharistie in het rusthuis van Dadizele. ’s Anderendaags consulteerde hij de dokter, die hem onmiddellijk naar het ziekenhuis verwees. Daar stelde men een bloeding in het hoofd vast, maar een volgende scan wees op een tumor in de hersenen. Een toenemende infectie werd hem spoedig fataal, en na een week comateuze toestand werd het beademingstoestel losgekoppeld. De immer vriendelijke en gedienstige confrater is nu thuisgekomen bij de Heer van wie hij intens veel hield. Moge hij er in vrede rusten.

Werner LESAGE