Pater Steven LindemansLindemans Steven

 

Geboren in Brussel op 22 maart 1931

Religieuze geloften op 8 september 1951

Priester gewijd op 5 augustus 1954

Van 1955 tot 1959 studeerde hij kerkgeschiedenis in Rome

Van 1959 tot 1967 professor kerkgeschiedenis in Scheut, Leuven en Jambes

Van 1968 tot 1999 in Kinshasa en Kisangani met driemaal een opdracht in Rome voor begeleiding studenten, als algemeen secretaris, als rector en procureur-generaal

Van 2005 tot 2012 rector in Leuven Vlamingenstraat

Overleden op 21 juni 2018 in Zuun.

 

Wie was pater Steven? Wij hebben hem gekend als een bescheiden en nederig man, genietend van het leven. Hij hield van een gezellige babbel en kon ook eens goed lachen.
Steven hield van zijn familie, leefde mee en volgde er altijd het reilen en zeilen. Dankzij zijn neef Fons Borginon konden veel confraters elk jaar gratis een aangenaam verlof doorbrengen in Tirol.

De scheutgemeenschap was voor hem erg belangrijk. Als rector in Rome en Leuven was het zijn grote bekommernis dat iedereen er zich zou thuis voelen en inderdaad bij hem voelde iedereen zich goed. In alles wekte hij vertrouwen, immers hij kon aandachtig luisteren naar mensen en hen ernstig nemen.
Omwille van zijn vele talenten heeft de congregatie dikwijls beroep op hem gedaan, eerst als professor in onze studiehuizen, later in Rome als algemeen secretaris, rector en procureur.
In Kinshasa heeft hij een zeer belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling en groei van de Kerkgemeenschap. Rond de jaren ‘70 en ‘80 ijverde hij er voor dat de scheutisten stilaan hun verantwoordelijkheden overdroegen aan de lokale clerus. Steven focuste op de lokale kerk en had heel goede relaties met de bisschoppen, de lokale priesters en medewerkers. Hij vond dat heel belangrijk. De scheutisten trokken naar de buitenwijken van Mbudi en Menkao en zelfs naar Basankusu of Kisangani. Opmerkelijk is dat hij in 1984 na zijn mandaat als provinciaal overste naar Kisangani trok, naar de periferie om daar een nieuw missionair avontuur te beginnen. Hij moest er een nieuwe taal leren, een andere streek leren kennen en dat alles toen hij al 53 jaar was. Hij heeft daar nog vijf drukke jaren gekend. Daarna werd hij teruggeroepen naar Kinshasa om er provinciaal overste zijn. Daarna weer terug naar Kisangani en dan weer naar Rome.

In zulke drukke functies en grote verantwoordelijkheden hield hij stand dankzij een diep gebedsleven, zo kunnen veel confraters en andere mensen getuigen.
Als dokter in theologie en specialist in kerkgeschiedenis ging het hem niet om geleerde worden of theorieën. Hij leefde niet in het verleden of in de boeken. Neen, hier en u in het gewone leven van elke dag. Daar wilde hij getuigen van zijn geloof en het op een eigentijdse manier beleven. Een van zijn grote bekommernissen was de aanpassing van de geloofstaal aan de gevoeligheden van de moderne geseculariseerde wetenschapswereld.

Ik ben dankbaar voor mijn roeping als scheutist, zo schreef hij.
Ik ben dankbaar voor elke dag die mij nog gegeven wordt, omdat ik mag en kan bidden en spreken tot God als mijn Vader, tot die Jezus van Nazareth, mijn grote broer.
Dankbaar omdat ik mag geloven dat God er is en zal zijn tot eens mijn laatste dag zal zijn aangebroken om mij dan te verwelkomen in een wereld die geen oog heeft gezien, geen verstand zich kan indenken, zijn eeuwige vreugde.

Dank u, Steven voor zo een mooi getuigenis.

Cyriel Stulens 

 

 

PATER ROGER VAN CAUWENBERGHVAN CAUWENBERGH

 

Geboren in Stekene Waas 23 januari 1924.

Religieuze geloften op 8 september 1946.

Priester gewijd op 22 juli 1951

Van 1952 tot 1968 was hij werkzaam in de Filipijnen in de pastoraal, onderwijs en economaat.

Van 1969 tot 2011 werkzaam in USA in pastoraal en economaat met een onderbreking voor een taak in het economaat in Rome en in Scheut.

In 2011 kwam hij naar het missiehuis van Scheut in Kessel-lo en Zuun, waar hij rustig overleed op 18 mei 2018.

 

 

Roger groeide op in Brussel. Toen hij 13 jaar was, overleed zijn moeder en dat gebeuren zou een invloed hebben op gans zijn leven. Hij had moeilijke jeugdjaren en toch startte hij de studies van technisch ingenieur. Tijdens de oorlog vluchtte hij naar Kortrijk waar hij zijn middelbare studies voleindigde in het Don Bosco Instituut. Daar voelde hij meer en meer het verlangen om zijn nonkel scheutist die in China overleed in 1918 te volgen. In 1945 zette hij die stap.

Na zijn studies kon hij in 1952 vertrekken naar de Filippijnen.

In het lange en rijk gevulde leven van Roger kunnen wij twee rode draden ontdekken. De eerste is zijn grote beschikbaarheid voor benoemingen en opdrachten waarvan hij niet wist of het zou meevallen. Het was telkens een stap in het onbekende. Hij gaf steeds zijn ja woord toen de oversten op hem beroep deden. De taken waren ook steeds verschillend: pastorale taken, ekonoom, leraar, bouw ontwerper, kapelaan en aalmoezenier. Hij gebruikte zijn vele gaven, technische talenten en talenkennis overal waar hij benoemd werd. Overal gaf hij het beste van zichzelf in dienstbaarheid vanuit de inspiratie van het evangelie.
Hij probeerde zich steeds goed aan te passen en maakte overal vrienden. De lijst van de plaatsen waar hij gezonden werd is indrukwekkend: in de Filippijnen, in USA, Rome en België. Roger was gekend als de gedienstige, vriendelijke, gastvrije chauffeur van Missionhurst die zoveel konfraters naar en van de luchthaven bracht en hen bijstond.

De tweede rode draad is zijn diep gebedsleven, zijn innige verbondenheid met de verrezen Heer.
Vanuit zijn diep gebedsleven bleef Roger kracht putten om de vele uitdagingen, angsten, moeilijkheden, beperkingen en ziekten moedig te trotseren. Roger vond inspiratie in de spiritualiteit van de Poolse Zalige Zuster Faustina Kowalski, en las regelmatig in haar dagboek, getiteld “Goddelijke barmhartigheid in mijn ziel“. Hij heeft in zijn missieleven zeker die barmhartigheid van de Heer uitgestraald. Je kon hem elke dag in de kapel vinden voor persoonlijk gebed met zijn brevier en rozenkrans.

Hij bleef ook sterk verbonden met zijn familie vooral zijn oudste zus en vrienden in België.
Op einde van zijn eigen korte levensbeschrijving pent Roger neer: “Ik kan nu iedere dag trachten dichter en dichter naar het Hart van Jezus toe te groeien en als het einde komt zal Hij me zeggen: Kom nu maar naar huis Roger“.
Roger, je bent nu thuis in de armen van de Barmhartige Heer die je zo diep bemint. Je hebt Zijn liefde aan zovelen getoond .
Rust nu in eeuwige Liefde en Vrede van de barmhartige God.

Jozef Lapauw

 

  

Vandeweghe Michel 2

Pater Michel Vandeweghe

 

Geboren in Pervijze op 28 februari 1929

Religieuze geloften in Scheut op 8 september 1950

Priester gewijd op 7 augustus 1955

Missionaris in Congo van 1960 tot 1976, in België van 1976 tot 1982,

in Senegal van 1982 tot 1985, in Kameroen van 1985 tot 2006

en daarna opnieuw in België.

Overleden in Torhout op 18 maart 2018

 

Er zijn soms mensen die een speciale indruk nalaten: door wie ze waren, door wat ze deden, door wat ze zeiden. Pater Michel was voor velen zo iemand.

In december 1960 vertrok hij naar Noord-Congo, waar hij eerst anderhalf jaar aan de slag kon als medepastoor in Mbaya, een broussepost. Twee jaar later zien we hem als leraar in het college van Lisala. Hij gaf verschillende vakken, en met veel animo. In 1965 werd hij gevraagd animatiewerk te doen in de plaatselijke ontwikkelingshulp, en werd meteen ook benoemd als vicaris generaal van het bisdom Lisala.

Twee jaar later, in 1967, werd hij benoemd tot Provinciaal van de Scheutse Provincie Noord-Congo. Steeds op de baan over slechte wegen in een gebied ruim driemaal zo groot als ons landje, om de confraters te bemoedigen en te animeren. Leven in gemeenschap was voor hem heel belangrijk. Ook samen bidden en de homilie van de volgende zondag samen voorbereiden.

In 1976 werd hij gevraagd om terug naar Vlaanderen te komen voor de vorming van onze jonge Vlaamse kandidaten. Maar weer draaide de wind van de H. Geest, en hij werd in februari 1977 benoemd als overste van de Vlaamse Scheut-Provincie. Er was veel veranderd in Kerk en Wereld en ook Scheut als missiecongregatie moest een nieuw elan vinden. Hij had een visie en een missie en wilde vernieuwing brengen in de Provincie. Scheut wou hij zien als een hechte en solidaire gemeenschap van medebroeders, en niet als een levenloze groep van individuen. Hij omringde zich met medewerkers en werkgroepen die hij opdrachten gaf.

De tweede periode situeert zich vanaf 1985. Hij had drie jaar Senegal achter de rug, had last van de drukkende warmte en kwam toen naar Kameroen. Leerde één van de inlandse talen en legde tweemaal na elkaar de grondslagen van een nieuwe parochie aan de rand van de hoofdstad Yaoundé. Hij woonde zelf een tijdlang in een klein huisje en organiseerde een aantal jaren de zondagsliturgie in een afgedankt naaiatelier.

Toen dan Scheut-Kameroen in 1999 met een prenoviciaat wilde starten, was Michel de aangewezen man om er de verantwoordelijke te zijn. Maar amper twee jaar later moest hij weer versassen, binnen hetzelfde Yaoundé weliswaar, nu als Rector van het bedrijvige provinciaal huis. Als 70-jarige werd hij "baas van bijna een hotel" zoals hij het zelf uitdrukte. Na drie jaar ging hij Mgr. Roger Pirenne, een medescheutist, gezelschap houden in Bertoua, waar hij geestelijke begeleider werd van een 30-tal seminaristen. Maar ook daar was het klimaat onbarmhartig warm. Michel moest terugkeren naar België in december 2006, hij was er bijna 78.

Van 2007 tot 2011 deed hij dienst als geestelijk begeleider van de Scheutisten in België met als woonplaats de vroegere Franstalige communiteit, rue Berckmans te Brussel. In 2008 kwam hij op rust naar Torhout. Hier heeft hij nog mogen genieten van de goede zorgen van de confraters, het personeel en de vrijwilligsters. Hier is hij op zondag 18 maart, thuis, na de middag, zachtjes van ons heengegaan.

Jan REYNEBEAU

 

 

 

Pater Jacques MevisMevis Jaak 3

 

Geboren in Lummen op 27 april 1927

Religieuze geloften op 8 september 1947

Priester gewijd op 3 augustus 1952

Missionaris in Congo (Kasayi) van 1958 tot 2010.

Overleden in Zuun op 18 maart 2018

 

 

Jacques was een goede, lieve man, zachtaardig en barmhartig voor groot en klein, voor rijk en arm. Hij had veel aandacht en tijd voor weduwen en wezen, bejaarden, zieken en armen. Hij was de bezieler van seminaristen en priesters, van confraters en zusters, van medewerkers en vrienden. Hij trachtte altijd positief te zijn, stimulerend en aanmoedigend. Zo was Jacques en zo hebben velen hem ervaren zowel in Congo als hier in België.

In zijn rijk gevuld leven heeft hij veel mensen gekend en gevormd.

Heel wat Congolezen die vandaag priester zijn en andere geëngageerde mensen, heeft hij gevormd toen hij in het Kleinseminarie werkte en later in de jongerenpastoraal van het bisdom. Veel zusters heeft hij begeleid op de weg van hun evangelische inzet, zowel in België gedurende zes jaar als in Congo.

Toen hij Provinciaal Overste was, heeft hij veel Scheutisten begeleid en aangemoedigd. Jacques gaf altijd krediet en vertrouwen.

Samen met Congolese mannen en vrouwen richtte Jacques in Kananga een sociaal centrum op dat CERDES heet, met de bedoeling zich ten dienste te stellen van mensen die in de marge van de maatschappij leven. Het gezondheidscentrum Cerdes doet tot op de dag van vandaag een prachtig werk voor de opvang en verzorging van zieken.

Veel mensen in Kasayi kennen Jacques omwille van zijn inzet voor de vluchtelingen uit de provincie van Katanga die vanaf 1992 naar het Kasayi-gebied teruggedreven werden. Van in het begin zocht hij medewerkers om een comité te vormen voor de opvang van de duizenden vluchtelingen die wekelijks in het station van Kananga aankwamen. Gedurende verschillende jaren heeft hij deze humanitaire actie geleid en zo 400.000 vluchtelingen opgevangen. Hij gaf veel vertrouwen aan zijn Congolese medewerkers. Zijn banden met hen waren diep en oprecht. Wanneer Jacques het had over zijn broers en zussen, dan bedoelde hij niet alleen zijn familie in Limburg, maar ook zijn medewerkers in Congo.
Jacques kreeg ook kritiek op zijn armenzorg. Toen er geen geld meer beschikbaar was voor armen, kon hij geen mensen meer helpen om wat eten te kopen of om hun huishuur te betalen of om hun voorgeschreven medicatie te kopen of om het ontbrekende schoolgeld bij te leggen, enz. Hij bleef wel armen vriendelijk bij hem ontvangen en toch nog helpen zoveel hij kon. Jacques was koppig in zijn barmhartigheid zonder grenzen!

Hij zag er wel van af dat in de maatschappij en ook in de Kerk, tot nu toe niet genoeg geld wordt vrijgemaakt voor armenzorg en humanitaire noodhulp, terwijl er mensen creperen van ontbering.

Veel mensen waardeerden hem, en veel Congolezen stuurden hun medeleven bij zijn overlijden.

De laatste weken van zijn leven vielen hem zwaar. Op zijn kamer lag een blad met de volgende woorden van Henri Nouwen die hem blijkbaar diep aanspraken: “Sterven is thuiskomen. Maar hoe vaak wij dit ook gehoord hebben, we verlangen er eigenlijk nooit naar thuis te komen… Wij hangen vast aan het leven, ook al is onze gezondheid zwak”.

De laatste dagen van zijn leven was Jacques onrustig en terneergeslagen. Toch heeft hij zijn einde heel bewust en gelovig beleefd.

De woorden van Jezus die hem altijd ter harte gingen waren de volgende: “Ik ben de Verrijzenis en het Leven. Wie in Mij gelooft, ook al sterft hij, hij sterft niet voor altijd. Gelooft gij dat?” Jacques heeft gevochten om dat te geloven.

Wij ook, wij geloven dat Jacques in Jezus gestorven is en dat hij in Jezus verrijst en blijft leven.

Hartelijk dank, Jacques, voor je mooi leven dat heel wat mensen blijft inspireren, hier bij ons en in Congo. Dank u!

Ivo VANVOLSEM

 

 

 

Pater Wim Van EsscheVan Essche Wim

 

Geboren in Antwerpen op 23 juni 1927

Religieuze geloften op 8 september 1954

Priester gewijd op 2 augustus 1959

Missionaris in Kongo van 1960 tot 1997 met enkele jaren dienst in het Verbistcentrum in Kessel-Lo

Van 1997 tot 2014 was hij aalmoezenier in het O.L. Vrouwziekenhuis in Asse, waar hij overleed op 12 maart 2018.

 

 

Na de basisschool Sint Norbertus in Antwerpen volgde pater Wim de Handelshumaniora in dezelfde school als voorbereiding op een carrière in de handel. Zo werkte hij zeven jaar als boekhouder in Les Nouvelles Sablières de Mol. Gedurende die tijd groeide zijn verlangen om priester en missionaris te worden. Het moet zeker voor hem een moeilijke beslissing geweest zijn, maar eenmaal genomen was hij er diep van overtuigd: ik wil priester - missionaris worden. Hij die zoveel hield van Vlaanderen en zo gehecht was aan zijn familie en zijn volk, ontdekte dat er iets of Iemand nog belangrijker is in zijn leven: God, de Blijde Boodschap van Jezus…… dat zou zijn leven worden

Als een late roeping trad hij in 1953 binnen in het noviciaat van Zuun en na zijn studies van theologie vertrok hij in 1960 naar Kongo, meer bepaald in de Kasayi provincie. Met veel edelmoedigheid zette hij zich in voor de gewone mensen in de dorpen en de buitenwijken.
Na 7 jaar kwam hij naar het Verbistcentrum in Kessel-Lo voor missieanimatie bij de jongeren. Daar kon hij zijn vele talenten van woord en zang ten dienste stellen van de jeugd. Hij beleefde er mooie jaren.
Van 1970 tot 1997 was hij terug in de Kasayistreek en deed er pastoraal werk op verschillende parochies. De laatste jaren probeerde hij creatief te zoeken naar een nieuwe methode van missionering: namelijk boeren in de dorpen samen te brengen in een soort coöperatief met het systeem van een abdij, met veel aandacht voor bezinning en getijdengebed. Men heette dat een kapelhoeve, ferme Chapelle.

Wim kon soms botsen met mensen want hij had sterke principes en daar week hij nooit van af. Hij was tegen sommige elementen van het establishment. Hij duldde geen uitbuiting of onderdrukking, zowel in Kongo als hier.
Zijn muzikaal talent stelde hij ten dienste van de blijde boodschap. Een prachtige stem. Maar het moest perfect zijn. Zijn liturgische vieringen werden altijd zeer nauwkeurig voorbereid.

In 1997 kwam hij definitief terug naar België en werd aalmoezenier in het Ziekenhuis in Asse. Met aandacht en empathie leefde hij mee met zieken en mensen in nood, altijd met veel aandacht voor gemeenschap rond de eucharistie. Toen hij 87 jaar werd, deed hij het wat rustiger aan. Hij bleef wekelijks de eucharistie vieren.

Na een tweetal weken in het ziekenhuis in Asse is hij op 12 maart 2018 overleden. Danken wij de Heer voor het leven van pater Wim, zijn inzet en toewijding.

Pol Remaut
 Cyriel Stulens

 

 

 

Pater Frank De WaeleDe Waele Frank 1

 

Geboren in Gent op 04.08.1933

Religieuze geloften op 10.10.1953

Priester gewijd op 03.08.1958

Missionaris in Congo (KIN en KAS) van 1959 tot 1969, in de Dominicaanse Republiek van 1970 tot 1979 en daarna in België

Overleden in Zuun op 28.02.2018

 

Pater Frank was een man die altijd op tocht was en nieuwe horizonten wilde verkennen, vandaar zijn vele reizen. Zijn roots liggen in Gent. Zijn vader was leraar aan het atheneum en later inspecteur van het onderwijs, en hijzelf sprak daar vaak over. Hij was daar fier over. Katholiek en atheneum: een confrontatie die toen niet vanzelfsprekend was.

Frank, een levenslustig man, wilde de Blijde Boodschap brengen met Jezus, altijd nieuwe uitdagingen aangaan, zich niet laten vastroesten of opsluiten… creatief zijn. Van Kinshasa trok hij naar de Kasayi, van daar naar de Dominicaanse Republiek… en zo naar Essen en Rumst. Overal dezelfde Frank. Wereldwijd denken, leven en bidden.

Frank hield van mensen en was een vriend van velen. Hij kon ook kleine mensen tot zijn vrienden maken. Iemand getuigde dat Frank in de D.R. vrijuit sprak over de grote immense verantwoordelijkheid van de rijken en welstellenden tegenover de arme en onderdrukte bevolkingsgroepen. Hij nam het op voor de kleine mens. Ook de mensen van Essen en Rumst zullen daarvan kunnen getuigen. Daar heeft hij ruim 30 jaar gewerkt.

Frank was een man met een groot geloof en trouw gebedsleven. Daarvan wilde hij getuigen in zijn vele publicaties die jaarlijks verschenen, over een heel gamma van onderwerpen. De inhoud was zeer gevarieerd. Mooi uitgegeven, op 4000 exemplaren. Het laatste nummer draagt de betekenisvolle titel “Roeping en zending”. Dat wijst erop dat hij zich niet opsloot in zijn eigen wereldje, maar eerder een ‘wereldburger’ was en wilde blijven.

Ook als hij ‘op rust’ was wilde hij zich nog dienstbaar maken met en voor anderen. Frank was de stadsdichter van Zuun. Bij elke verjaardag in de gemeenschap schreef hij een mooi gedicht waarin hij het leven van de confrater op een gevatte en meestal humoristische manier weergaf. En dat op rijm. Dat werd erg gewaardeerd omdat het ook een vrolijke en gezellige sfeer meebracht in de gemeenschap

Op de vraag ‘Hoe zinvol oud worden?’ heeft hij een antwoord gegeven, zijn antwoord, vooral de laatste jaren van zijn leven. Frank, een man met een zekere fierheid en waardigheid heeft ziekte en aftakeling moeten verwerken en hij heeft dat gedaan op een bewonderenswaardige manier. Hij probeerde er zin aan te geven in het gebed, door zich niet op te sluiten maar open te blijven staan voor de gemeenschap. In één van zijn geschriften staat dat hij zich zo verbonden voelde met alle rolstoelpatiënten.

Frank heeft zich heel goed voorbereid op de ontmoeting met de Heer. De laatste weken sprak hij er regelmatig over: “Binnen enkele weken ga ik naar de hemel”, zo zei hij.

Laten wij nu dat rijk gevulde leven van Frank in Gods handen leggen.

Cyriel STULENS

 

 

 

Broeder Jozef Van der BiestVan der Biest Jozef

 

Geboren te Temse op 09.10.1926

Religieuze geloften op 01.05.1953

Missionaris in Congo (KIN) van 1955 tot 2008

Overleden in Zuun op 26.02.2018

 

 

Jefke, zoals wij allemaal hem noemden, heeft de weg gevolgd van zijn heilige patroon Sint-Jozef: hij was een nederige stille werker. Heel zijn missionair leven bracht hij door in de drukkerij van Scheut in Kinshasa. Hij is er ook de goede en geduldige leermeester geweest van verschillende confraters die er eveneens benoemd werden.

Zelf stond hij in voor al het fotografisch werk en voor de montage en de afwerking van de offset drukplaten. Een werk waarvoor heel wat kennis, geduld en precisie nodig was. In zijn labo en in zijn montagekamer werkte hij samen met drie ervaren mensen, die hij door dik en dun verdedigde. Jefke kon zich uitleven in zijn sector en hij hield eraan werk te leveren dat steeds perfect in orde was. Maar ja, missen is menselijk, en als hij eens op een foutje gewezen werd, steigerde hij eerst want hij hield het bijna voor onmogelijk dat er fouten gemaakt werden. Als hij bij nader toezien toch moest toegeven dat er een foutje was kalmeerde hij onmiddellijk, hij verontschuldigde zich en zocht onmiddellijk naar een oplossing. De vrede was steeds heel spoedig hersteld.

Ook op gevorderde leeftijd zette Jefke zich nog in voor de jeugd. Achter de drukkerij had hij een container ingericht die kon dienen als clublokaal voor de jongens die er in het weekend samenkwamen. Er was allerhande speelmateriaal beschikbaar en broeder Jef beleefde met hen veel aangename uren, ook wel eens wat minder aangename. Maar als er ooit wat spanning kwam onder de jongens slaagde hij er altijd in de vrede en de rust te herstellen.

Ook in de gemeenschap van Scheut was Jefke een aangename confrater. Aan tafel was hij spraakzaam en hij had altijd een grote voorraad nieuwsjes. Hij was niet veeleisend en was steeds bereid ergens een handje toe te steken. Ook als de zusters hulp nodig hadden voor het maken van tekeningen of het creëren van modellen voor de naaiateliers in de opleidingscentra voor vrouwen, werd alles met liefde, blijheid en in dienstbaarheid gedaan. Hij was immers op de eerste plaats een religieus. Zijn inspiratie haalde hij bij zijn gemeenschap die hem nauw aan het hart lag. Zoals zijn heilige patroon was hij een rechtschapen man. Hij had zijn leven in dienst gesteld van de Heer en wilde dat beleven in de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria. De heilige maagd Maria nam een belangrijke plaats in in zijn leven. Hij was een man van gebed en bezinning, en toen hij de drukkerij verliet om in de Scheutistengemeenschap Syméon te gaan wonen besteedde hij daar nog veel meer tijd aan.

Als je even bij Jef binnenliep had hij altijd veel te vertellen over wat hij beleefd had. Hoe hij als fotoreporter, meestal met de moto, de baan op ging om bepaalde gebeurtenissen of feestelijkheden in Kinshasa te verslaan, en dan ’s avonds zijn foto’s moest ontwikkelen en afdrukken om klaar te zijn voor de volgende editie van “La Croix du Congo” of “Documentation Internationale d’Afrique”. Ook over zijn familie sprak hij graag, en met veel liefde. Maar ook bij hen in Temse was hij graag gezien.

In 2008 zat Jef met gezondheidsproblemen na een heelkundige ingreep die blijkbaar niet perfect uitgevoerd was. Het werd zijn definitief afscheid van Kinshasa. Hij kwam in Schilde wonen en enkele jaren later ging hij voor verzorging naar Zuun. Op 28 februari is hij heel rustig van ons heengegaan. Evenals Sint-Jozef deed hij steeds met veel liefde wat de Heer van hem verwachtte. Hij zal dan ook heel welkom zijn bij Hem.

Johan VERBEKE

 

 

 

Pater Marc ThurmanThurman Marc 2

 

Geboren te Kortrijk op 19.08.1940

Religieuze geloften op 08.09.1960

Priester gewijd op 01.08.1965

Missionaris in Congo (KIN) van 1966 tot 1972 en daarna in België

Overleden in Kortrijk op 06.02.2018

 


Als echte Kortrijkzaan deed Marc zijn humaniora in het Sint-Amandscollege en trok daarna naar het noviciaat van Scheut. Zijn filosofie en theologie deed hij in Scheut en Leuven zoals gebruikelijk in die tijd. Daarna vertrok hij op stage in Kinshasa, in de parochie van Pius X in Ngiri Ngiri, maar werd al spoedig onderpastoor in Saint Augustin in Lemba. Wegens gezondheidsproblemen moest hij echter reeds in 1970 naar België terugkeren. In 1971 zou hij dan ook een tijd medepastoor zijn in Deurne-Antwerpen, maar al spoedig vertrok hij opnieuw naar zijn parochie in Lemba. De gezondheidsproblemen kwamen vlug terug en een jaar later moest hij definitief afscheid nemen van Kinshasa. Voortaan zou Vlaanderen zijn missiegebied worden.

Na van de nodige rust genoten te hebben in Zuun was Marc vijf jaar econoom in ons huis van Torhout en vijf jaar in dat van Rumbeke. Ook was hij enige tijd werkzaam in de jeugdpastoraal bij gehandicapten vooraleer medewerker te worden in ons huis van Kortrijk en vervolgens in de verzendingsprocuur van Scheut. Vanuit ons huis in de Dambruggestraat in Antwerpen was hij opnieuw dienstbaar in de parochiepastoraal van Deurne tot hij via Zuun weer in Kortrijk terecht kwam.

Marc was gehecht aan zijn familie. Hij sprak over zijn vader, de apotheker, en over zijn moeder. Hij was een dankbare zoon. Ook over zijn gehandicapt nichtje sprak hij. De warmte die hij thuis gekend had bleef zijn leven kleuren. Zo leerden zijn confraters hem kennen in Scheut. Later als missionaris liet hij zijn confraters de cité kennen, die intussen zijn parochie geworden was. Het mocht echter niet lang duren. Na zijn ziekteverlof, tijdens hetwelk hij zich ook ingezet had in de parochiepastoraal, probeerde hij het opnieuw in Kinshasa, maar spoedig moest hij toegeven dat het niet meer ging. Hij bleef echter dienstbaar in de huizen van Scheut, vooral als econoom. Overal waar hij kon droeg hij zijn steentje bij. In de mozaïek van confraters had het steentje dat Marc er bijbracht zijn eigen kleur, een hevige kleur. Verrassend kwam hij regelmatig uit de hoek. Vertelde grapjes die hij zelf fabrikeerde. Hij had er plezier in. En de kluchtjes bleven komen. Met ongeveer alles kon hij lachen. Maar niet met wat hij als zijn taak beschouwde. Dat nam hij altijd heel ernstig. Dat was overal zo, tot helemaal op het eind, toen die taak al heel sterk gereduceerd was, maar ze bleef steeds perfect uitgevoerd. Nee, daarmee viel niet te lachen.

Alles kon Marc relativeren, en dat was nodig om de gelukkige man te worden die hij tot op het einde gebleven is. Gelukkig blijven, ondanks een steeds zwakker wordende gezondheid, dat is niet gemakkelijk. Die laatste zondagnacht dat hij in het huis van Kortrijk was, en er alleen op de grond lag, niemand weet hoelang het geduurd heeft, was het begin van het einde. Marc begon aan de grote overtocht naar de andere kant. Het leven dat voor iedereen weggelegd is en voor allen onze eindbestemming is, kwam opeens akelig dichtbij. Nu is hij er aangekomen. De Vader stond op de uitkijk om hem te verwelkomen. Marc is er thuisgekomen en is er gelukkig.

Adelbert DELMEIRE en Willy VANHAELEWYN