Broeder Isidoor Van Meulder

In memoriam Van Meulder Isidoor

 

 

Geboren te Sint-Pieters-Leeuw op 18.08.1929

Religieuze geloften op 01.11.1954

Missionaris in Congo (Kasaï) van 1958 tot 2002

Overleden te Anderlecht op 19.03.2016

 

 

Isidoor zag het levenslicht als zesde kind in het gezin Van Meulder op een boogscheut van waar ooit het noviciaat van Scheut zou komen. Maar na hem werden nog tien kinderen geboren in dat gezin. In zijn jeugd leerde hij de KAJ kennen en werd een overtuigd kajotter. Die vorming van zien, oordelen en handelen zou hem later goed van pas komen in zijn missiewerk. Cardijn vormde jongeren en hamerde op de waarde van elke mens en op de waarde van de arbeid.

Als jong kereltje zag Isidoor de eerste novicen in Zuun toekomen, en als telg van een gezin waar reeds twee zusters religieuze werden zette hij dezelfde stap. Daarna volgde hij een opleiding in de bouwkunde en de automechaniek en in 1958 kon hij vertrekken naar de missie van Kasaï. De eerste twee jaar bouwde hij scholen, maar daarna werd hij verantwoordelijke van de missiegarage in Kananga. Hij zou dat meer dan 40 jaar blijven.

Isidoor had veel talenten en goede karaktergaven. We bewonderen vooral zijn vriendelijke gelijkmoedigheid. Hij bleef rustig in alle omstandigheden. Hij bezat een innerlijke kracht die alle moeilijkheden aankon. Hij was gekend om zijn vaak droge humor, en humor helpt overleven. Als dertiger, rond 1960, bij de onafhankelijkheid van Congo heeft hij veel mensen geholpen, vooral slachtoffers van tribaal geweld. Hij stond in voor hun vervoer en heeft zo veel mensen gered. Maar ook heeft hij ervoor gezorgd dat veel doden begraven werden. Het zijn ervaringen die men heel zijn leven meedraagt, vaak in stilte, zonder erover te spreken.

Een andere sterke kant van hem was zijn trouw, vooral aan zijn roeping als broeder en missionaris. Daarom was hij zo graag gezien bij confraters en bij de inlandse bevolking. Hij paste zich ook aan aan de veranderende situatie. De wegen werden alsmaar slechter. Ook de auto’s van Isidoor moesten steeds beter worden, en hij schakelde over van Volkswagen op Jeep en van Landrover op Toyota. Zijn missiegebied was vele keren de oppervlakte van België en van al de missieposten kwamen ze bij hem om hun auto te laten herstellen. Ook hijzelf ging soms honderden kilometer ver om ter plaatse herstellingen uit te voeren. Niets was hem teveel.

Een andere bewonderenswaardige kant was de vorming van zijn werkers. Wat hij als kajotter van Cardijn geleerd had kon hij doorgeven. Zijn werkers kregen van hem een dubbele vorming, als arbeider en als mens. Hij kende hun familiesituatie. Omdat hij zelf een ijverig, evenwichtig en bekwaam mens was kon hij dat aan. Het was wel een beproeving voor hem vele zaken stilaan achteruit te zien gaan door onbekwaam bestuur. Het was voor hem echter een troost zijn werk te zien verder leven bij vele mensen die hij gevormd had.

Als echte Brabander, getogen in het Pajottenland, wist hij ook dat de mens niet leeft van werk en brood alleen. De boog kan niet altijd gespannen zijn en een gezonde geest huist alleen in een gezond lichaam. Daarom maakte hij regelmatig ijskreem voor zijn confraters. De kwaliteit ervan was niet alleen bij de Scheutisten bekend. De zusters-missionarissen, en vooral de Congolese zusters, waren er evenzeer op verlekkerd. Maar dat was niet de enige reden waarom Isidoor zo geapprecieerd werd. Iedereen kon zien dat hij voor de dag- en werktaak reeds een lange tijd gebeden had. Dat was zijn diepste motivatie. En zo was hij de gelukkige missionaris.

Na zijn terugkeer uit Kananga ging Isidoor op rust in het huis van Zuun. Hij zou er nog 14 heel gelukkige jaren kennen. De laatste tijd was het wel te zien dat hij stilaan aftakelde, maar als men hem vroeg hoe het ging was zijn antwoord steevast: “goed”. Slechts éénmaal, de laatste week in de kliniek, zei hij: “Niet goed”. De confraters zeiden: “Nu moet het heel serieus zijn”. En op een moment dat voor hem een grote symbolische betekenis had, namelijk de feestdag van Sint-Jozef en de vooravond van Palmzondag, heeft hij dit aardse leven vaarwel gezegd. Omwille van de Goede Week heeft hij wat langer op de verrijzenisliturgie moeten wachten. In deze Paasdagen is hij nu voorgoed met zijn Heer verbonden, maar ook in onze gedachten blijft hij verder leven.

 

 

Emiel VAN DE VELDE