Broeder Egied Van Riet

in memoriam van riet

 

 

Geboren te Steenhuffel op 24.01.1926in memoriam van riet

Religieuze geloften op 01.05.1947

Missionaris in Kongo (KAS) van 1951 tot 1957 en van 1967 tot 1974, alsook in België en Nederland

Overleden in Torhout op 25.03.2014

 

Egied is in1926 te Steenhuffel geboren in een groot christelijk landbouwersgezin. Zijn afkomst heeft hem sterk bepaald. Na de lagere school volgde hij een opleiding in de tuinbouw en zijn hele leven lang zou hij veel aandacht hebben voor de boerenstiel. Maar toch had hij ook andere plannen: in die tijd waren er verschillende jongens en meisjes van Steenhuffel die ofwel zuster van de Jacht ofwel Scheutist werden. Een oudere zus van Egied, Clementine, trad ook binnen in de Jacht en zou 50 jaar missionaris zijn in de Filippijnen.

Egied wou Scheutist worden en trad in 1945 binnen in het noviciaat van Scheut. Na 18 maanden legde hij op 1 mei 1947 zijn eerste geloften af. Hij was pas 21 en te jong om al naar de missies te vertrekken. Gedurende 4 jaar zou hij in Scheut allerlei taken in huis en tuin verrichten.

In 1951 mocht Egied dan afreizen naar Oost-Kasai in Kongo. Hij was er vooral bezig met de veeteelt in Tubeya en Kanyama maar hij was ook bouwer in het verre Basubuke en werd hulpprocureur in de nieuw opgerichte procuur van Luputa.

Na zijn eerste term van 6 jaar werd hem gevraagd een tijdje in Europa te blijven. Van 1957 tot 1964 zorgde hij voor de groentetuin in Scheut. Daar was toen een gemeenschap van meer dan 100 man en het was belangrijk een ervaren tuinman te hebben. In 1964 verhuisde Egied naar Nijmegen. Ook daar was Egied de harde werker, gedreven om vele goede groenten te winnen voor de meer dan 50 confraters die er woonden.

In 1967 mocht hij dan opnieuw vertrekken maar nu naar West-Kasaï. In Kananga zorgde hij voor groenten, kippen en konijnen, en in Kambundi en Mikalayi was hij in de weer met koeien en schapen.

In 1974 kwam Egied met verlof en zou niet meer naar de missies vertrekken. Voortaan zou hij ten volle missionaris zijn in België. Voor hem betekende dat: hard werken, een sober leven leiden, trouw zijn aan het gebedsleven en vooral dienstbaar zijn. Wij vinden Egied terug in Kortrijk, ook een drietal jaren in Kessel-Lo, maar vooral 33 jaar in Schilde: van 1976 tot 1983 en opnieuw van 1986 tot juni 2012. Schilde vooral was de plaats waar hij volop floreerde. Hij kon zich uitleven in dat prachtig domein met zijn groot park, zijn bossen, groentetuin en neerhof.

In het evangelie van de uitvaart had Jezus het over vertrouwen in de Voorzienigheid en ook over zaaien, maaien, schuren met voorraad en voeding. Hoeveel zou Egied niet gezaaid en geoogst hebben? Hoe sterk was hij niet bekommerd opdat er genoeg voorraad aardappelen, groenten en fruit zou zijn. Jezus had het ook over vogels. Egied was begaan met vogels: niet die in de lucht, maar deze van de neerhof, kippen en ganzen. Hij wou dat de confraters geregeld een eitje konden eten en af en toe een stukje kip op hun bord kregen. Die zorg bleef hem volgen tot in Torhout. Zijn geesteskrachten waren sterk verminderd maar regelmatig ging hij op stap met een mandje op zoek naar eieren, ook al zijn er geen kippen in Torhout.

Ook de eerste lezing bevatte een tekst die belangrijk was in de ogen van Egied. We lezen in de eerste brief van Johannes: “Wij moeten niet liefhebben met grote woorden. Aan onze daden moet men kunnen zien dat we de mensen echt liefhebben,” en ook: “Wat liefde is hebben wij geleerd van Christus. Hij heeft zijn leven voor ons gegeven. Dus moeten ook wij ons leven geven voor onze medemensen”. Egied was niet alleen actief in de buitenlucht maar ook in huis. Wat hem misschien wel het meest kenmerkte was zijn grote aandacht en grote zorg voor zieke confraters. Hij was in Schilde de grote ziekendienaar die oneindig veel uren doorbracht aan het bed van zieke confraters. Hij heeft zeer veel gewaakt bij erg verzwakte en stervende medebroeders. Het was zijn charisma. Daarin was hij uniek en bijna onnavolgbaar.

In 2012 is Egied naar Torhout verhuisd omdat hij echt zorgen nodig had die men niet meer kon geven in Schilde. Hij was mentaal achteruitgegaan, zijn geheugen was weg. Alleen wat lang geleden gebeurd was kon hij zich nog herinneren. Maar hij bleef veel aandacht hebben voor de zieke confraters. Hij bleef er bekommerd bij zitten en toonde veel compassie. Hij wilde hen nog zo graag wat te drinken geven en hij werd nerveus als hij dacht dat men hen alleen liet zitten in de living. Hij duwde nog graag een rolwagen. In de korte tijd dat hij in Torhout geweest is maakte hij zich zeer geliefd. Hij kon zo vriendelijk lachen en een pinkoogje slaan. Hij werd veel en graag geplaagd, uit sympathie omdat we hem zo graag zagen. En hij kon dikwijls nog zo gevat antwoorden.

Egied was de lieveling van onze gemeenschap. Wij zijn bedroefd dat hij ons verlaten heeft. We hadden graag nog wat genoten van zijn pretoogjes, zijn blije soms ondeugende glimlach, zijn ongekunsteldheid. Een hersenbloeding en een erg verzwakt hart zijn hem fataal geworden. Wij zijn blij dat hij niet of weinig geleden heeft, en dat hij zijn jongste broer en een paar nichten nog heeft kunnen zien. Wij zijn vooral blij dat hij in zijn eigen kamer, omringd door een aantal confraters, door leden van ons personeel en vrijwilligsters, heel rustig van ons is heengegaan naar de tuinen van het Hemels Hof. Daar zal hij kunnen harken en spitten naar believen, voor kippen zorgen en eitjes rapen.

Een zeer beminnelijke, uitermate gedienstige, vrome en eenvoudige broeder heeft ons verlaten. Wij gaan Egied zeker nooit vergeten en mooie verhalen over hem zullen nog lang de ronde doen. Wij danken hem voor zijn grote trouw en voor zijn eenvoudig dienstbetoon. Hij ruste in vrede.

Frans VAN HUMBEECK