Pater George GeladéGelad George

 

Geboren in Kermt op 12 maart 1927

Religieuze geloften op 8 september 1948

Priester gewijd op 2 augustus 1953

Missionaris in de Filipijnen van 1954 tot 2003 en daarna in België

Overleden in Halle op 8 januari 2020

 

Wij zijn hem dankbaar voor wie hij voor velen is geweest.

Zijn eerste woorden tot mij waren: “Ik ben benoemd in Banaue, de streek waar veel toeristen komen voor de befaamde rijstvelden”.
Ik was juist toegekomen in de Filipijnen in 1958. Hij was toen voor mij een oudere missionaris. Hij was 31 jaar oud of jong.

Zijn laatste woorden tot mij waren: “Tot in de hemel”.
Enkele weken geleden, tijdens de begrafenis van Michel Wostyn, ontmoette ik hem aan de koffietafel.

Ik ben met hem nooit samen op dezelfde post geweest. Van de 50 jaar in de Filipijnen is hij meestal alleen geweest op de 7 verschillende posten. Pater George heeft zijn vele talenten ten dienste gesteld van de missie in de Filipijnen. Gedurende ruim 50 jaar heeft hij zich met hart en ziel ingezet voor zijn christenen.

Hij zorgde ervoor dat ze een plaats hadden om samen te komen en te bidden. Deskundig en met zijn knap verstand maakte hij plannen voor scholen, pastorijen en kerken. Hij was altijd de bouwheer. Hij was gekend als George “the Builder”. Op zijn secretariaat heeft hij duizenden brieven laten typen in het Nederlands om financiële steun te vragen. Hij had regelmatige contacten met zijn weldoeners en gaf veel informatie en foto’s over zijn werk. Hij heeft vele duizenden euro’s ontvangen, niet voor hemzelf maar voor zijn werk. Hij leefde heel sober. In zijn koelkast vond men niet veel meer dan koud water en in zijn keuken enkel rijst, gedroogde vis, groenten en fruit.

Buiten bouwen was hij ook een studax en taalkundige. Hijzelf heeft twee woordenboeken uitgegeven: de eerste van Ifugao naar Nederlands, en nadien maakte hij een tweede en veel dikker woordenboek van Ilocaans naar Engels. Hij wilde altijd dicht bij de mensen zijn en daarom vond hij de taalstudie erg belangrijk. Zijn twee woordenboeken getuigen daarvan.

Zijn laatste en groot werk was de bouw van een kathedraal in het bisdom Ilagan, op het eiland Luzon. Op zijn eigen manier wist hij altijd de plaatselijke gemeenschappen optimaal te betrekken bij zijn werk. Ook veel vrienden en kennissen in België en elders werkten mee. De contacten met de weldoeners kregen veel aandacht. Wanneer hij postzegels verzamelde, had hij altijd zijn missiewerk voor ogen.
Als hij op rust kwam naar België heeft hij de gelden die hij nog had van zijn weldoeners, geschonken aan de Filipijnse Scheutprovincie.

George was een goede confrater en tijdens zijn verblijf in Kessel-Lo en Zuun leefde hij intens en actief mee met de gemeenschap. In Kessel-Lo heeft hij nog vele jaren gezorgd voor het onderhoud van de tuin. Wij dragen allen mooie herinneringen aan hem mee.

Voor verzorging is hij naar Zuun gegaan. Hij kon zich goed bezighouden met lezingen, puzzels en Sudoku. Door lezing en artikels hield hij zich graag op de hoogte van de Congregatie. De laatste jaren waren moeilijk voor hem, maar dankzij de confraters en het personeel heeft hij er een mooie oude dag gehad. Zuun moet wel een moeilijke missiepost zijn. In plaats van christengemeenschappen op te bouwen in de missies, is het daar, samen met ouder wordende confraters, als missionaris af te bouwen. Dat is het leven van een missionaris: eerst opbouwen, dan afbouwen. George heeft veel opgebouwd, maar heeft ook veel moeten afbouwen. Voor de grote bouwer in de Filipijnen, heeft de Heer van het Leven zelf een huis gebouwd. Daar kan hij nu voor altijd verblijven.

George, dank voor alles. En tot in den Hemel, zoals jijzelf voorspelde.

Louis MELLEBEEK