Pater Clem SchreursSchreurs Clem

 

Geboren in Zutendaal op 10 januari 1931

Religieuze geloften op 8 september 1951

Priester gewijd op 5 augustus 1956

Missionaris in de Filipijnen van 1957 tot 1959, en daarna in Indonesië

Overleden in Jakarta, Indonesië op 18 september

 

Clem groeide op in een katholieke familie in Zutendaal, met drie broers en zes zussen, waarvan er drie intraden in het klooster. Bij Clem lag het vast, na zijn middelbare studies in Genk wilde hij naar Scheut om missionaris te worden. Omdat hij na zijn studies lang moest wachten op zijn visum voor Indonesië, vertrok hij in 1957 naar de Filipijnen en werkte er bij de “School press” in Baguio.

In 1959 kon hij naar Indonesië. Volgens tijdgenoten viel Clem in de priesterstudies helemaal niet op, maar in Indonesië bleek hij zeer getalenteerd te zijn. En, talenten heb je om anderen tot zegen te zijn. Clem woekerde ermee. Hij heeft er veel mensen mee geholpen, maar zelf kon hij er ook van genieten. Altijd keurig en netjes verzorgd, ging hij om met de superrijken, maar ook met de straatarme mensen die hij ontmoette. Overal voelde hij zich op zijn gemak.

Vanaf 1959 was hij twee jaar pastoor in de buitenstaties van Rantepao, Toradja. Daarna tot in 1968 procurator, econoom en secretaris van het aartsbisdom Makassar. Dan kwam hij naar de hoofdstad Jakarta, en daar zou hij zich nog meer kunnen uitleven. Hij stichtte er een Scheutparochie en guesthouse voor Scheut.

Hij heeft veel gedaan voor de katholieke kerk van Indonesië en voor Scheut-Indonesië, maar zijn voornaamste prestatie was wel, de stichting van het pensioenfonds van de Bisschoppenconferentie. Hij zorgde ervoor dat mensen die zich hun hele leven hebben ingezet in de kerk als catechist, zuster, priester of in het katholieke onderwijs, de ziekenhuissector of in één of ander project van de kerk, na een leven van werken, kunnen genieten van een pensioen. Het opzet was de premies veilig te investeren, en dat deed hij in een crematorium, een reisbureau, een bouwfirma en een uitgeverij.

Clem was een goede religieus, elke dag begon met een mis bij de zusters en hij bleef trouw aan zijn brevier. Als Scheutist had hij ook een hart voor de vorming van de Indonesische Scheutisten. Hij werkte zelfs mee aan de geestelijke begeleiding van onze jonge mensen. Hij was een goede confrater en een uitzonderlijke gastheer voor ieder die bij hem kwam logeren. Hij kon moeilijk stilzitten en na zijn pensioen was hij nog medestichter van Fajar Baru, een tehuis voor kinderen.

Clem hield van het leven. Hij kon werken en genieten. En ook als de oude dag kwam met zijn lijden en kwaaltjes, kon hij van dit leven blijven houden, omdat hij geloofde in het andere leven. In het echte leven. Hij mag nu rusten bij de Heer die tot hem zal zeggen: Komt, gezegende van de Vader en ga binnen in de vrede die u wacht. Want wat gij gedaan hebt voor de minsten der mijnen, hebt gij voor mij gedaan.

Theo WYNANTS CICM