Pater Marc ThurmanThurman Marc 2

 

Geboren te Kortrijk op 19.08.1940

Religieuze geloften op 08.09.1960

Priester gewijd op 01.08.1965

Missionaris in Congo (KIN) van 1966 tot 1972 en daarna in België

Overleden in Kortrijk op 06.02.2018

 


Als echte Kortrijkzaan deed Marc zijn humaniora in het Sint-Amandscollege en trok daarna naar het noviciaat van Scheut. Zijn filosofie en theologie deed hij in Scheut en Leuven zoals gebruikelijk in die tijd. Daarna vertrok hij op stage in Kinshasa, in de parochie van Pius X in Ngiri Ngiri, maar werd al spoedig onderpastoor in Saint Augustin in Lemba. Wegens gezondheidsproblemen moest hij echter reeds in 1970 naar België terugkeren. In 1971 zou hij dan ook een tijd medepastoor zijn in Deurne-Antwerpen, maar al spoedig vertrok hij opnieuw naar zijn parochie in Lemba. De gezondheidsproblemen kwamen vlug terug en een jaar later moest hij definitief afscheid nemen van Kinshasa. Voortaan zou Vlaanderen zijn missiegebied worden.

Na van de nodige rust genoten te hebben in Zuun was Marc vijf jaar econoom in ons huis van Torhout en vijf jaar in dat van Rumbeke. Ook was hij enige tijd werkzaam in de jeugdpastoraal bij gehandicapten vooraleer medewerker te worden in ons huis van Kortrijk en vervolgens in de verzendingsprocuur van Scheut. Vanuit ons huis in de Dambruggestraat in Antwerpen was hij opnieuw dienstbaar in de parochiepastoraal van Deurne tot hij via Zuun weer in Kortrijk terecht kwam.

Marc was gehecht aan zijn familie. Hij sprak over zijn vader, de apotheker, en over zijn moeder. Hij was een dankbare zoon. Ook over zijn gehandicapt nichtje sprak hij. De warmte die hij thuis gekend had bleef zijn leven kleuren. Zo leerden zijn confraters hem kennen in Scheut. Later als missionaris liet hij zijn confraters de cité kennen, die intussen zijn parochie geworden was. Het mocht echter niet lang duren. Na zijn ziekteverlof, tijdens hetwelk hij zich ook ingezet had in de parochiepastoraal, probeerde hij het opnieuw in Kinshasa, maar spoedig moest hij toegeven dat het niet meer ging. Hij bleef echter dienstbaar in de huizen van Scheut, vooral als econoom. Overal waar hij kon droeg hij zijn steentje bij. In de mozaïek van confraters had het steentje dat Marc er bijbracht zijn eigen kleur, een hevige kleur. Verrassend kwam hij regelmatig uit de hoek. Vertelde grapjes die hij zelf fabrikeerde. Hij had er plezier in. En de kluchtjes bleven komen. Met ongeveer alles kon hij lachen. Maar niet met wat hij als zijn taak beschouwde. Dat nam hij altijd heel ernstig. Dat was overal zo, tot helemaal op het eind, toen die taak al heel sterk gereduceerd was, maar ze bleef steeds perfect uitgevoerd. Nee, daarmee viel niet te lachen.

Alles kon Marc relativeren, en dat was nodig om de gelukkige man te worden die hij tot op het einde gebleven is. Gelukkig blijven, ondanks een steeds zwakker wordende gezondheid, dat is niet gemakkelijk. Die laatste zondagnacht dat hij in het huis van Kortrijk was, en er alleen op de grond lag, niemand weet hoelang het geduurd heeft, was het begin van het einde. Marc begon aan de grote overtocht naar de andere kant. Het leven dat voor iedereen weggelegd is en voor allen onze eindbestemming is, kwam opeens akelig dichtbij. Nu is hij er aangekomen. De Vader stond op de uitkijk om hem te verwelkomen. Marc is er thuisgekomen en is er gelukkig.

Adelbert DELMEIRE en Willy VANHAELEWYN