Pater Frans HarrenHarren Frans

 

Geboren te Amsterdam op 12.03.1933

Religieuze geloften op 08.09.1953

Priester gewijd op 25.07.1958

Missionaris in Guatemala van 1959 tot 2004 maar van 1982 tot 1985 in Mexico Stad

Overleden in Tilburg op 07.09.2017

 

Tijdens de crisis van de dertigerjaren werd Frans geboren als zesde kind in een reeks van acht. De oorlogsjaren maakten de ontberingen nog erger en na de oorlog werd hij uitgekozen om bij de familie Plancherel in het Zwitserse Domdidier aan te sterken. Omdat hij al vroeg de wens te kennen gaf missionaris te worden leidden zijn wegen naar Scheut en voor broers en zusters was Frans altijd diegene die “elders studeerde” en alleen tijdens de vakanties bij hen thuis kwam.

Na zijn priesterwijding werd Frans bestemd voor de missie van Guatemala. In 1959 vertrok hij per boot vanuit Rotterdam. Na zijn taalstudie werd hij benoemd in de “costa”, het laagland aan de zuidzijde. In de jaren die volgden was hij werkzaam in de parochies van Santa Lucia Cotzumalguapa, La Democracia en Esquintla. Na de moord op Walter Voordeckers die hij van dichtbij meemaakte zou hij een langer verlof doorbrengen in Nederland en vervolgens zich drie jaar wijden aan de basisgemeenschappen in Mexico Stad. Na zijn terugkeer in Guatemala verbleef hij vooral in het Provinciaal Huis in de hoofdstad waar hij gastvrijheid verleende aan bezoekers, de financiën van de provincie bijhield en in de weekends zich pastoraal inzette in de sloppenwijken dichtbij.

Het is waar dat hij nooit overhaastig was, in heel veel dingen zeer langzaam zelfs, maar daartegenover stond dat wat uit zijn handen kwam niet gecontroleerd hoefde te worden. Het was steeds perfect, of het nu Nederlands of Spaans was, of cijfers, de getallen klopten altijd. Hij heeft zijn talenten zeker niet begraven. Trouw aan zijn roeping en zorg voor zijn mensen stonden bij hem hoog in het vaandel en hij heeft dit volgehouden tot het echt niet meer kon.

De moord op Walter Voordeckers, op 12 mei 1980, in Santa Lucia Cotzumalguapa liet op hem een zeer diepe indruk achter, waar hij de rest van zijn leven mee geworsteld heeft. We kunnen hem best zelf aan het woord laten, zoals hij het zei in de kathedraal van Guatemala Stad op de Dag van de Martelaren, 30 juni 2000: “Guatemala bewaart een grote schat, een erfenis, een krachtige inspiratie: Guatemala heeft martelaren. … Onder de vele voorbeelden van gemartelde mensen, zou ik graag één geval naar voren willen halen. Het gebeurde in Santa Lucia Cotzumalguapa. Twintig jaar geleden werd op enkele passen van de parochiekerk Walter Voordeckers op gruwelijke wijze vermoord. Hij was amper veertig jaar oud. Twintig jaar geleden… Voor de meesten een zeer lange tijd, het vijfde deel van een eeuw. Maar voor mij is die maandag 12 mei 1980 alsof het gisteren was. Hoe zou ik het voorval kunnen vergeten dat op die dag plaatsvond en de grootste schok van mijn leven betekende?

Op de straat rende Walter voor zijn leven. Helaas tevergeefs. Ondertussen zat ik rustig in mijn kamer op de pastorie maar ik verzeker u: Tot op de dag van vandaag hoor ik het geluid van de schoten die, op klaarlichte dag, mijn confrater dodelijk verwondden. Met knikkende knieën en bezeten van angst bereikte ik de plaats van het onheil waar ik hem zag liggen terwijl hij doodbloedde. Nooit zal ik dat beeld kwijtraken.

De begrafenis, de volgende dag, was een uiting van solidariteit van duizenden mensen. Vanuit de verste uithoeken van de parochie en van ver daarbuiten waren ze gekomen.

Inderdaad… Guatemala is een gezegend land. Niet door wijwater maar door het bloed van de martelaren dat over zijn grond vloeide. De zusters Sabine en Paula, vrouwen die sterker waren dan ik, nodigden mij uit om samen met hen te bidden. Het werd een écht gebed: een van die momenten waarin je de aanwezigheid van God als het ware voelt.

Gezamenlijk kwamen we tot de conclusie dat, zonder “iets groots” te verrichten, het feit alleen van onze aanwezigheid een getuigenis zou zijn van solidariteit met de mensen die hun herder kwijt waren. En zo deden we. Niettemin, toen na verloop van tijd de stilte na de storm intrad, begon ik steeds angstiger te worden. Ik voelde me een beetje zoals Petrus, toen het dienstmeisje tegen hem zei: “Ook jij was één van hen”. Zo overviel mij het verlangen om te vluchten, deze moeilijkheden achter me te laten, om rust en gemak te vinden.”

In 2004 kwam Frans voorgoed naar Nederland. Ooit ontvielen hem de woorden: “Ik was veel liever in Guatemala gebleven…”. Op zijn eigen stille manier bleef hij aanwezig, misschien een beetje teruggetrokken. Het trauma van de moord op Walter heeft hem nooit losgelaten. Zijn leven was erdoor getekend. Maar veel troost en voldoening vond hij bij de Spaanstalige gemeenschap van Den Bosch. Elke laatste zondag van de maand ging hij er voor in de Eucharistie. Hij heeft er veel gegeven en ook veel liefde en waardering ontvangen.

En zo gingen de dagen verder, zijn gezondheid ging steeds meer achteruit, bloedingen volgden elkaar steeds sneller op. Een nachtelijke val uit zijn bed werd hem uiteindelijk noodlottig. Overgebracht naar het ziekenhuis werden de berichten over zijn toestand steeds ongunstiger. De ziekenzalving beleefde hij nog heel bewust mee, en enkele uren later overleed hij rustig. Een stil maar toegewijd priesterleven was tot zijn einde gekomen. Rust nu in vrede, Frans.

Frans HÖLSCHER