Pater Marcel MestdaghMestdagh Marcel

 

Geboren te Oostende op 09.08.1932

Religieuze geloften op 08.09.1952

Priester gewijd op 03.08.1958

Missionaris in Congo (KAS) van 1959 tot 2008 en daarna in België

Overleden in Torhout op 03.06.2017


Afkomstig van Oostende bracht Marcel zijn jeugd door in Langemark omdat zijn vader daar postmeester benoemd werd. Hij deed dan ook zijn humaniora in het college van Ieper en trok daarna naar het noviciaat van Scheut. In plaats van filosofie in één van onze studiehuizen te doen ging hij klassieke filologie en Thomistische wijsbegeerte studeren aan de universiteit van Leuven en daarna deed hij zijn theologie in Kessel-Lo en Jambes. In augustus 1959 vertrok hij dan naar Kasaï.

Zoals de meeste jonge missionarissen in die tijd werd hij eerst directeur van de lagere school maar na een jaar werd hij al leraar aan het kleinseminarie van Kalenda dat later overgeplaatst werd naar Tshilundu. Dat bleef hij zes jaar en vervolgens was hij 13 jaar lang pastoor in Mbuji-Mayi. In 1980 werd hij Provinciaal van Oost-Kasaï.

Marcel hield ervan te vertellen dat de principaal van het college zich afvroeg of hij, met zijn handicap, wel missionaris zou kunnen worden. Hij had immers wat problemen aan zijn voeten en tijdens zijn jeugdjaren was hij er verschillende keren aan geopereerd geworden. Zo was het stappen voor hem soms wat moeilijk, maar Algemeen Overste Jozef Vandeputte antwoordde: “Als zijn kop maar goed is”. En die was inderdaad heel goed. Na zijn provincialaat was Marcel vele jaren verbonden aan het Pastoraal Centrum van Mbuji-Mayi. In die tijd werkte hij, samen met de protestanten, aan een oecumenische vertaling van de bijbel in het Tshiluba, en was vooral ook actief in animatie van de missionarissen en de jonge inlandse priesters en zusters. Ook is hij Regionaal Coördinator van CICM van Afrika geweest en reisde in die functie alle Afrikaanse landen af waar Scheut werkzaam was. Toen in 1992 de twee Kasaï’s opnieuw samengevoegd werden werd hij er de eerste Provinciaal van.

Marcel hield van de bijbel en kende die door en door. Hij had er zich immers vele jaren in verdiept toen hij die vertaalde. De woorden die God tot Ezechiël sprak toen hij hem opriep de bewaker van zijn volk te zijn, en hen op te roepen het kwade te laten en het goede te doen, bracht ook Marcel in praktijk. Hij voelde zich verantwoordelijk voor de uitbouw van een levenskrachtige en geëngageerde kerk. De vorming en integratie van de jonge missionarissen kregen zijn bijzondere aandacht. Hij begeleidde hen met veel tact en fijngevoeligheid, zoals het een echte herder past. Ook de woorden die we vinden in de parabels van Jezus, “Wie is mijn naaste?” en “wanneer hebben we je hongerig of ziek of in de gevangenis gezien, of als een vreemdeling zonder huis?” wist hij te vertalen niet alleen in woorden, maar ook in daden. Evangelisatie was meer dan preken, en hij wist de missionarissen te animeren om de daad bij het woord te voegen in hun manier van missionaris zijn.

Na zijn term als Provinciaal van de eengemaakte Kasaï-Provincie deed Marcel nog vele jaren animatie vanuit het ‘Centre Missionnaire Theophile Verbist’ in Tshilomba. Hij was er ook Directeur van CIAM-Kasaï (Centre d’information et d’animation missionnaire) en geestelijk begeleider van de inlandse zusters. Ten slotte kon de Provincie ook op hem rekenen voor het werk als secretaris. Maar hij klampte zich niet vast aan zijn werk. In 2008 schreef hij: “Hoewel ik mij steeds thuis gevoeld heb in Congo vind ik dat men zich niet moet vastklampen noch aan zijn taak noch aan zijn plaats. Ook denk ik dat onze “jonge Provincie” met confraters afkomstig uit de vier continenten in volle vrijheid haar eigen weg moet kunnen zoeken en vinden. Nu mijn gezondheid het steeds meer laat afweten en ik regelmatig medische controle moet ondergaan is het ogenblik gekomen naar België terug te keren”. Marcel beleefde nog veel gelukkige jaren in ons huis in Rumbeke, waar hij zelfs nog een jaar interim Rector werd. Maar zijn gezondheidstoestand liet het steeds meer afweten tot hij enkele maanden geleden voor verzorging naar Torhout ging. Daar drong een opname in het ziekenhuis zich al spoedig op en zijn toestand werd steeds erger. Nu treuren niet alleen veel confraters maar ook heel veel Congolese priesters en leken. Heel veel zusters ook, allemaal mensen voor wie Marcel een echte ‘hoeder’ was, een herder door wie ze dichter bij de Heer gebracht werden.

Erik Maes