Pater Urbain De MeyDE MEY Urbain

 

Geboren te Zomergem op 16.03.1928

Religieuze geloften op 08.09.1949

Priester gewijd op 12.09.1954

Missionaris in Congo (NC) van 1956 tot 1990 en daarna in België

Overleden in Torhout op 22.05.2017

 


Samen met zijn broer en twee zussen groeide Urbain op in het gezin van een onderwijzer in Zomergem. Zijn humaniora deed hij in het Sint-Lievenscollege te Gent en trok daarna naar Scheut. Na zijn theologie bekwaamde hij zich nog een jaar in de pedagogie in de normaalschool van Torhout vooraleer naar het bisdom Lisala te vertrekken.

Zijn eerste jaren bracht Urbain dan ook door in het onderwijs, eerst als directeur van de lagere school in Ebonda en vervolgens als leraar in het kleinseminarie van Bolongo. Toen kwam hij, na zeven jaar, voor het eerst op verlof, en daarna werd hij “DE reispater” die hij altijd zou blijven, achtereenvolgens in Lisala, Bumba en Boso Modanda.

Jarenlang trok Urbain van dorp tot dorp om er de mensen te ontmoeten in hun natuurlijke omgeving. Onder zijn bezieling werd elk dorp een model van een christelijke gemeenschap onder de leiding van een catechist die door Urbain gevormd en begeleid werd. Die vorming van plaatselijke voorgangers werd zijn levenswerk. Heel regelmatig riep hij die naar de missie voor een vormingssessie, en daarna trok hij zelf de brousse in. Bij die mensen voelde hij zich thuis. Vooral ’s avonds rond het vuurtje kon hij luisteren naar het leven van de mensen, hun geschiedenis, hun wedervaren, hun lief en leed, hun vreugden en hun pijn. Hij werd als het ware een deskundige in het peilen en aanvoelen van de ziel van de dorpelingen. Zonder vlug te oordelen kon hij zich inleven in verhalen van tovenaars en slechte geesten. In “die ziel van de mensen” wilde Urbain de blijde en bevrijdende boodschap van Jezus brengen.

Als hij dan ’s zondags op de missie bij zijn confraters terugkwam, kon hij bij een frisse pint bier of bij het tafelen, allerlei anekdoten vertellen. Hij had altijd wel iets heel speciaals meegemaakt, en dat kon hij dan met de nodige mimiek in alle geuren en kleuren vertellen zodat je het hem opnieuw zag beleven. Dat gebeurde altijd met veel enthousiasme en humor maar toch ook altijd met heel veel respect.

Urbain hield van mooie liturgische vieringen met aangepaste gezangen en een actieve deelname van de mensen. Die werden steeds minutieus voorbereid en nauwkeurig uitgevoerd. Het moest allemaal perfect zijn. De ijver en het enthousiasme waarmee hij naar de dorpen trok werkten aanstekelijk. Er ging bezieling van uit die oversloeg op de vele gemeenschappen. Daarom ook werd hij overal zo graag gezien. En de confraters hadden hem zo graag omwille van zijn opgeruimd karakter en grappige anekdoten.

Maar dat leven van Urbain in de brousse eiste ook zijn tol. Zijn maag verdroeg niet altijd wat hij te eten kreeg en hij moest daarvoor dan ook heel goed opletten. Tot tweemaal toe moest hij vervroegd op verlof komen. Het verdict luidde: ondervoeding en uitputting. Dat was voor Urbain telkens een heel harde noot om kraken, want hij wilde bij zijn mensen blijven, hij wilde het niet opgeven. Toen hij de laatste keer, en dan definitief naar België moest komen wegens hartproblemen, was het alsof de wereld voor hem instortte. Gelukkig dat hij toch de moed opgebracht had een punt te zetten achter zijn leven in de missie want kort daarna verplichtten twee heel zware hartinfarcten hem tot een lange revalidatie.

Ten slotte kon hij zich dan nog 16 jaar met hart in ziel inzetten in zijn geboortedorp als aalmoezenier van het WZC Zomerheem. Ook hier beleefde hij alles als missiewerk, totaal beschikbaar voor alle bewoners, bescheiden zoals hij altijd was, met een sterk geloof en in totale gegevenheid. Het is dan ook niet te verwonderen dat hij er op handen gedragen werd.

Maar ook daar maakte zijn gezondheidstoestand een einde aan. De ziekte van Parkinson woog steeds zwaarder en in 2008 ging Urbain op rust in het Missiehuis van Torhout. Spreken, eten, drinken, bewegen, het werd allemaal steeds moeilijker, en in de avond van 22 mei is hij dan heel rustig gestorven. Een leven van liefde en gegevenheid aan de anderen, aan de armen en de kleinen is niet zomaar voorbijgegaan. Het is als een graankorrel in de aarde die eeuwige vruchten zal voortbrengen.

CYRIEL STULENS