Pater Jan Dufraing                                                          

 

Geboren te Meer op 11.11.1927

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 02.08.1953

Missionaris in Congo (Inongo en KIN) van 1956 tot 1994, in Tsjaad van 1995 tot 2000 en daarna in België

Overleden te Malle op 30.04.2017

 

Na zijn theologische vorming behaalde Jan nog een kandidatuur in de pedagogische wetenschappen aan de KU Leuven en vertrok dan als missionaris naar het bisdom Inongo. Eerst was hij een tijdje reispater in Oshwe en Ireko maar werd al spoedig Directeur van de Normaalschool in Bokoro, later van het kleinseminarie in Bokoro en ook van het college in Kutu. In 1964 werd hij dan Inspecteur van het Katholiek Onderwijs van het bisdom en ook Provinciaal.

In 1974 verplaatste het werkgebied van Jan zich naar Kinshasa waar hij achtereenvolgens pastoor, Directeur van het Institut Supérieur de Sciences Religieuses, en ook opnieuw Provinciaal werd. In 1994 ging hij het nog verder zoeken en Kameroen werd zijn nieuwe Provincie, maar hij werkte er vooral in de parochiepastoraal in Tsjaad.

Voor zijn uitvaart koos Jan zelf de evangelietekst: “Ik heb jullie de taak gegeven erop uit te gaan en vrucht te dragen, vruchten die blijvend zijn.” Deze taak heeft Jan heel trouw vervuld, en ze heeft inderdaad overvloedig vrucht gedragen. Hij was onvermoeibaar en geen enkele inspanning was hem teveel. Als inspecteur van de scholen, en later als Provinciaal moest hij soms heel grote afstanden afleggen om iedereen te bezoeken. Het waren meestal reizen van weken. Hij bezocht alle missies driemaal in het jaar, daar kon je op rekenen. Meestal per snelboot of per moto. Dat moet hem heel zwaar gewogen hebben, maar hij klaagde nooit, en deed het plichtsbewust.

Soms gebeurden wel van die onvoorziene dingen. Zo ging hij eens per moto op inspectiebezoek naar de scholen van Tandembelo, in het binnenland van Taketa. Om er te geraken moest hij over een weg waar over een afstand van 40 km geen enkel dorp was. Halfweg kreeg hij platte band, haalde de binnenband eruit en zag dat die onherstelbaar was. Techniek was niet zijn sterkste kant, maar toch had hij een ingenieus idee. Hij stak de buitenband vol gras en mos die hij langs de weg vond, en kon de inspectie van de school doen zoals het hoorde. Je moet er maar aan denken. En zo deed Jan regelmatig nieuwe ideeën op. Hij had steeds een notaboekje in zijn hemdzakje, waarin hij alles opschreef wat wij als opmerking hadden. Hij aanvaardde die niet alleen, maar hield er ook steeds rekening mee. Hij was niet de man die dacht alles beter te weten.

Als hij een homilie of een conferentie gaf, dan kon je erop aan dat die steeds naar de kern van de zaak ging. Geen holle woorden. Hij meende wat hij zei. Hij had principes, en hield er zich aan.

Eens terug in Europa werd hij nog aalmoezenier in het RVT Mayerhof te Mortsel en later aalmoezenier van de zusters van de H. Vincentius in Deftinge. In 2007 kwam hij dan op rust in Schilde waar zijn gezondheid stilaan aftakelde. De laatste dagen van zijn leven was zijn grootste pijn een gevoel van eenzaamheid, van verlaten zijn. Misschien was het wel eerder een stilaan bewust worden dat hij alles moest achterlaten waarvoor hij geleefd had. Ondanks het heel regelmatig bezoek van familie en confraters in het hospitaal, en in ‘De Dennen’ waar hij de laatste dagen verbleef, voelde hij zich toch door iedereen verlaten. Het moet dit gevoel geweest zijn dat Jezus op het kruis deed uitroepen: “Mijn God, waarom heb je me toch in de steek gelaten?” Met diezelfde pijn leefde Jan heel dicht bij de Heer. Hij schonk zijn lichaam aan de wetenschap. Het was het laatste dat hij nog kon weggeven. Dank je Jan, meer kon je echt niet meer geven. Anderen zullen nu, dankzij jouw lichaam anderen beter kunnen helpen in hun lijden. Was het niet juist daarvoor dat je Gods roeping gevolgd hebt en naar Inongo, Kinshasa en Tsjaad gegaan bent?

Paul VANDEREEDT