Broeder Jef Heynderycx

Heynderycx Jozef 3 kopie

                                                                  

Geboren te Gent op 29.03.1952                                                                                                                              

Religieuze geloften op 12.09.1971

Missionaris in Congo (KAS) in 1975-76, in Haïti van 1981 tot 1993. Daarna in België

Overleden in Gent op 14.03.2017

 

  

Zijn jeugd bracht Jef door, samen met zijn twee broers en drie zussen, in Sint-Amandsberg. Na zijn humaniora in het Sint-Jan-Berchmanscollege trok hij naar Scheut. Dat kende hij want zijn oom Jef Annaert was er ook. Na een aantal jaren vorming in Kortrijk vertrok hij in 1975 naar Congo waar hij in het bisdom Oost-Kasaï een eerste missionaire ervaring zou opdoen. Omwille van ziekte moest hij echter vroeger dan voorzien naar België terugkeren. Hij maakte dan zijn studies verder af in Antwerpen, Heverlee en aan de KU Leuven. In 1981 vertrok hij dan opnieuw, maar nu naar Haïti. Hij werkte er een tiental jaren mee in de pastorale equipe van de parochie St.-Michel de Latalayi, en was ook nog één jaar verantwoordelijk voor de opleiding van een aantal jonge Haïtiaanse Scheutisten.

Terug in België had hij duidelijk zijn hart verloren aan het Haïtiaanse volk, maar de erbarmelijke toestand van het volk en het dictatoriaal regime hadden enkele krassen nagelaten op zijn ziel. Hij bleef zich dan hier inzetten voor mensen die het moeilijk hadden in de maatschappij: vluchtelingen, mensen met een beperking, ex-gedetineerden, mensen die begeleid werden om zich opnieuw te kunnen integreren in het sociale leven. Dat deed hij vooral in Gent waar hij zich 19 jaar onafgebroken inzette in ‘Huize Nieuwpoort’.

Jef bekommerde zich niet veel over zichzelf. Hij vond de zin van zijn leven in het aanwezig zijn bij mensen. Hij zette zich helemaal voor hen in. Zij die hem de laatste jaren observeerden zagen hoe hij de laatste tijd stilaan achteruitging, fysisch en psychisch. Hij had rust nodig en die vond hij in Scheut, tot hij geleidelijk de draad weer wilde oppikken en zijn intrek nam in Huize Nieuwpoort. Het werd zijn laatste intrek.

Veertien dagen voor zijn 65ste verjaardag is Jef van ons heengegaan. Het was nochtans goed begonnen. Toen hij in de jaren ’70, Jef was toen 18 jaar, de keuze maakte om van zijn leven iets zinvols te maken, hing er een golf van protest en ontevredenheid over de bestaande wereldorde van dominantie en onrecht. Maar er waaide ook een nieuwe wind. Er was iets nieuws op komst. De generatie van toen werd daarin meegezogen.

Jef wou zich inzetten voor zijn medemens. Dat had hij ook van thuis uit geleerd. Hij wou missionaris worden maar hij zou er zijn eigen kleur aan geven. Met minder aureool, zonder klerikale status, gewoon zoals hij was, authentiek. Wars van prestige, macht, en geld. Geen groot vertoon. Want Jef was geen barricade-mens, geen frontlijn-er, geen animator. Zijn plaats was niet vooraan, - daar voelde hij zich niet goed bij - , maar naast de mensen, of liever midden onder hen. Niet belerend, maar zorgzaam en dienstbaar. Begeleider van mensen, aan hen gelijkwaardig.

Als je op weg gaat, neem dan geen geld mee, neem niets mee om indruk te maken of om macht te hebben over anderen. Aan mijn aanwezigheid heb je genoeg.”

En zo leefde hij, eerst in Congo, maar vooral in Haïti. Wie midden onder de mensen leeft en hun leven deelt, deelt ook in de klappen. Je lijdt evengoed onder het onrecht veroorzaakt door een onbarmhartige dictator. Je voelt de pijn wanneer goede vrienden en medewerkers worden vermoord. Het is alsof je zelf wordt geraakt in het diepste van jezelf. De krassen nagelaten op de ziel van Jef, het is de prijs die je ervoor betaalt.

Jef kwam terug naar België. Men zegt soms: “Het kwade heeft vleugels. Het goede gaat als een schildpad”. En Jef deed voort. Opnieuw stond de mens centraal. Niet degene die het goed heeft. Maar degene die het meest aandacht nodig had. (Ze waren welkom in Huize Nieuwpoort of in de Bevrijdingslaan, of elders).

Als je op weg gaat, heb dan vooral oog voor wie klein is, verloren en gebroken.

Loop op het ritme van de traagste, draag wie moe is, troost wie droef is.

Groet wie eenzaam is. Deel jezelf zonder iets te vragen.”

We zien het hem ook doen. Misschien had hij toch wat meer moeten vragen, en ook iets overhouden en bewaren voor zichzelf. Hij was er de man niet voor. Hij bewaarde het in zijn hart, tot hij de woorden vond om het met heel veel gevoel in verzen neer te schrijven. Het zijn zijn pareltjes geworden. Het was zijn manier van dingen verwerken. Hij had dit vaker moeten doen.

Waarom is het dan niet gebeurd? Wie zal het zeggen? We staan hier opnieuw voor onze menselijke grenzen en eigen kwetsbaarheid. Waar is dan die God die zo almachtig is? Het is de vraag naar zin en draagkracht van ons leven. Maar een almachtige God? Neen, zo’n God is er niet. Er is er enkel één op het niveau van mensen, in het hart van mensen. En die God, die heeft Jef ons voorgehouden.

Jan REYNEBEAU