Pater Gust Vantomme             

 

Geboren te Izegem op 25.03.1925                                                                                            

Religieuze geloften op 08.09.1944

Priester gewijd op 31.07.1949

Missionaris in de Filipijnen van 1950 tot 2009

Overleden te Torhout op 02.03.2017                             

                                                                                                                                                                                  

 

Na zijn humaniora in het college van Izegem trok Gust in volle oorlogstijd naar het noviciaat van Scheut. In 1950 was hij klaar om naar de missie te vertrekken. Het werden de Filipijnen. Eerst was hij zes jaar onderpastoor in Natonin, vervolgens pastoor op verschillende afgelegen en moeilijke missies, maar in Balabag zou hij dat 24 jaar lang blijven. Hij drukte er zijn stempel op de sfeer en de mentaliteit van het dorp.

Balabag is een landelijk plaatsje tussen de grote steden Tabuk en Tuguegarao in de Provincie Kalinga. Daar was Gust niet “de pastoor”, maar gewoon een van de mensen. Hij viel op door zijn eenvoud en zijn gemoedelijke omgang met de mensen. De missie en de middelbare school waren er als één grote familie, en dat had zijn invloed in het dorp. Bijna iedereen was door die school gepasseerd, en ze bleven dan familie. Gust was wel steeds in de weer, maar hij scheen nooit gehaast, en er mocht altijd wel iets tussenkomen. De dag kwam maar traag op gang, er was altijd tijd voor een woordje met de mensen, en een praatje over wat hen bezighield. ’s Avonds, als de stilte inviel, kwam iedereen die op of rond de missie woonde samen voor het avondgebed, in de koelte onder de grote acacia voor de deur van de pastorie. Voor het kapelletje brandde een lichtje, en daar werd de rozenkrans gebeden, en iedereen kreeg de avondzegen van pater Gust. Die hartelijke sfeer van mensen onder mekaar kenmerkte het leven en het werk op de missie van Balabag.

Een andere trek in het karakter van Gust was zijn volledige inzet in dienst van de mensen. Ook buiten het centrum van de missie was hij steeds bereid de mensen te helpen. Hij zou onrechtvaardige behandeling of verdrukking aanklagen, zelfs tot in de rechtszaal toe. Zijn volle aandacht ging naar de mensen. Voor zichzelf had hij geen nood aan comfort of luxe. Bezoekers vonden dat wel iets speciaals, maar de gulle ongedwongen gastvrijheid maakte alles goed. Op het einde heeft hij dan wel een nieuwe pastorie gebouwd, op aandringen van de bisschop, maar dat kwam vooral zijn opvolger ten goede.

Die geest van dienst aan de mensen was duidelijk zichtbaar in enkele dingen die onbelangrijk lijken. Zo had hij zijn Toyota Landcruiser omgebouwd tot een echte dienstwagen, die dan ook diende voor alles wat de mensen ten goede kwam. Hij diende als ambulance, voor bezoeken en apostolaat in afgelegen gehuchten, om er cinema mee te gaan draaien, om inkopen te doen, als verhuiswagen. Ook zijn bureel was iets speciaals. Tussen de vele spullen vond je er ook een sigarenkistje, met heel wat briefjes met een naam, een datum en een bedrag, getekend door iemand die een bedrag geleend had, en de datum wanneer hij dat zou terugbetalen. Geen grote bedragen, eerder een ruggensteuntje in gewone kleine noden, een manier om mensen onopvallend te helpen uit de nood, gewoon als vriend. Ze zouden het wel terugbetalen, en dat gebeurde ook af en toe.

Maar wat vooral opviel was zijn onwrikbaar geloof en vertrouwen. Dat was verweven in zijn dagdagelijks komen en gaan. De familiale houding die hem kenmerkte in zijn omgang met de mensen kwam duidelijk naar voor in zijn omgang met Ons Heer en al zijn heiligen. Daaronder waren er verscheidene die zijn voorkeur genoten en volgens hem ondergewaardeerd werden. Hij trachtte er dan ook iets aan te doen, en die schat wilde hij ook meedelen aan anderen. Die spontane zekerheid en vanzelfsprekendheid in het geloof maakten hem gevoelig voor verhalen over verschijningen en private openbaringen en inspraken. Zo ging voor hem de openbaring nog altijd door. Wat hij over God en zijn heiligen geleerd en gehoord had, daar ging niets van af. Het maakte hem behoudsgezind en bezorgd over de veranderingen in de kerk en in de beleving van het geloof. Hierin herkende men bij hem ook de spreekwoordelijke Vlaamse koppigheid. Redetwisten daarover deed hij niet, maar van gedacht veranderen al evenmin.

Na 58 jaar missiewerk in de Filipijnen kwam Gust op rust “naar huis”, eerst naar Rumbeke, en toen de gezondheid zwakker werd, naar Torhout om er verzorgd te worden. Hij voelde zich thuis tussen de confraters, en vooral in de kapel. Zijn stil gebed werd een verwijzing naar de actie en het geluk van het leven in de missie. Zijn aandacht en zijn intenties bij het gebed gingen naar al die goede mensen die hij gekend had, in de Filipijnen en hier te lande. Rust nu in vrede Gust, bij ons Heer, bij zijn Moeder Maria en bij al zijn heiligen. Ze zullen je wel herkennen en je zal je onmiddellijk thuis voelen, ook bij hen.

Hubert DE CLERCK