Pater Jan Keunen                                              

 

Geboren te Mol op 07.12.1926                                                                                                                 

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 08.12.1953

Missionaris in Congo (KAS) van 1955 tot 1974, in Duitsland van 1975 tot 1991 en daarna in België.

Overleden in Zuun op 27.02.2017 

 

Jan was de derde telg in het gezin Keunen-Gruyters te Balen Wezel. Vóór hem was een tweeling, en na hem zou nog een meisje geboren worden. Na de lagere school in het dorp trok Jan eerst naar het college in Mol en voor de laatste twee jaar naar dat van Neerpelt. Vervolgens ging het naar het noviciaat van Scheut. Na zijn filosofie in Néchin en zijn theologie in Scheut en Leuven kon hij vertrekken naar Congo, meer bepaald naar Kasaï waar zijn oom hem als missionaris was voorafgegaan.

Zoals zovelen werd hij eerst schoolpater, te Muetshi en Tshidimba, maar na 3 jaar was het tijd om reispater te zijn, te Hemptinne, Mikalayi en Kanyuka. In 1972 werd hij dan Pastoor van de H. Familieparochie in Kananga en vervolgens nog medepastoor in St.-Clement in Kananga.

Over zijn werk en alles wat hij tegenkwam kon Jan meesterlijk vertellen en telkens haalde hij dan een humoristische stoot naar boven. Bij diegenen die hem niet goed kenden kwam hij misschien over als een drukdoend man, maar in de gezellige avonduren van de missie was hij de kalmte zelf. Hij stelde pertinente vragen, was bezorgd om het werk van zijn confraters en over de vooruitgang van kerk en geloof in de missie.

Eind 1974 keerde Jan terug naar België. Op voorstel van de Provinciaal aanvaardde hij een benoeming tot legeraalmoezenier in Duitsland en dat heeft hij 16 jaar lang met heel veel plezier gedaan. Vervolgens was hij nog negen jaar meewerkend priester in de parochie van Sint-Huibrechts-Lille in het dekenaat Hamont. Daar was hij dicht bij zijn familie. Ook in de omliggende dorpen heeft Jan nog veel dienst bewezen. Dienstbaarheid was geen ijdel woord voor Jan. Hij was geen man van veel woorden, maar van daden des te meer. Van tierlantijntjes hield Jan niet. Wel van directheid. Zijn vragen waren steeds doelbewust: Waar gaat het over? Wat kunnen we doen?

En vervolgens is Jan naar Kessel-Lo gegaan, zogezegd op rust. Maar ook daar heeft hij nog heel veel dienst bewezen. Jarenlang is hij mis gaan lezen bij de broeders Maristen, tot hij ziek viel en opgenomen werd in het UZ van Leuven. Zijn calvarie was begonnen. Van daar ging het in 2013 naar Zuun met de boodschap dat hij nog slechts enkele maanden te leven had. Hij heeft het toch nog bijna vier jaar uitgehouden.

Jan was heel tevreden over zijn leven. “Ik heb een schoon leven gehad”, zei hij herhaaldelijk, terwijl hij zijn verschillende levensperioden overdacht. Hij was gelukkig dat zijn leven meer dan 90 jaar mocht duren, en hij hoopte op een vlugge overgang naar het eeuwige leven. Toch heeft het nog een heel tijdje geduurd.

Jan was een man met karakter. Zijn lijden heeft hij moedig en met een groot geloof gedragen. Hij vroeg zelf om de ziekenzalving. Zolang als het enigszins kon nam hij nog deel aan het gemeenschapsleven. Hij was een man met een sterke wil en een groot doorzettingsvermogen. Tot zijn laatste uren bleef hij zich bewust van zijn toestand. Zijn laatste meditatieboek was ‘Mijn ziel keert zich stil tot God’, van Dietrich Bonhoeffer. “Mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil. Als onze ziel de weg tot hem heeft gevonden, dan helpt Hij, daar mogen we zeker van zijn. Stil luister ik naar zijn Woord en drink het diep in. Het zegt: ik heb je lief, mensenkind, blijf bij mij, ik ben je Vader”. Zo is Jan nu bij de Vader aangekomen, overgelukkig dat hij zijn doel bereikt heeft.

Emiel VAN DE VELDE