Pater Paul Van den Bosch

 

Geboren te Sint-Martens-Bodegem op 26.01.1922

Religieuze geloften op 08.09.1941

Priester gewijd op 26.01.1947

Missionaris in Congo (KIN) van 1949 tot 1975 en daarna in België

Overleden in Zuun op 02.02.2017 

 

Veel van wat Paul allemaal beleefd heeft in zijn missionaire loopbaan in Kinshasa en Gbadolite heeft hij verteld in talloze interviews, ook in VRT-programma’s. Het is ook neergeschreven in boeken en tijdschriften, door hem zelf en door anderen. Hier echter willen we peilen naar de diepste motivatie en bezieling van een man die duidelijk een doener en een getalenteerd duizendpoter geweest is. Dat zijn de fundamenten waarop zijn leven gebouwd was, en zoals zijn andere bouwwerken had het een stevig fundament.

Het eerste fundament was een meer dan gezond vertrouwen. Zijn verhalen beginnen meestal met de woorden van iemand die naar hem toekwam en zei: “Paul jong, ik heb een probleem, ik zit hier met een affaire. We hebben u nodig.” Het was altijd een groot probleem en een serieuze affaire. Dat kon je merken aan de toon waarmee hij die woorden uitsprak.

Dat kon dan even goed in Congo, Kinshasa of Gbadolite, of in Scheut, zowel op pastoraal als op materieel gebied zijn. Het was kwestie van een nieuw initiatief uit de grond te stampen, een bouwwerk te beginnen of te voltooien, of iemand ergens te vervangen. Als men er niet meer aan uit kon was Paul de aangewezen man om de zaak op te lossen. Hij zegde het in alle eenvoud, kon er zelf om lachen, en toen kwam het lange verhaal, of vele verhalen, met pittige details, spannende intriges, en veel dialogen die het verhaal boeiend maakten en kleur gaven. Gewoonlijk was er wel een ‘happy end’. “Opgeven” en “onmogelijk” stonden duidelijk niet in zijn woordenboek. Voor alles vond hij een oplossing. Competentie, aanpak en vertrouwen zijn de fundamenten geweest van zijn leven. Wie zelfvertrouwen heeft, en zelf ook vertrouwen geniet, die kan tegen een stootje, en bezit genoeg vrijheid om naar de mensen toe te gaan, hen te ontmoeten en vertrouwen te geven. Dat schept verbondenheid.

Die Verbondenheid is dan het tweede fundament van zijn leven. Hij leefde mee met het wel en wee van zijn familie, en het was wederzijds. Hij was duidelijk de Pater familias. Maar ook de mensen van Bodegem kende hij met naam en toenaam. En diezelfde verbondenheid met mensen stimuleerde hem overal waar hij kwam, ook in de parochies waar hij werkte. Hoe dikwijls hoorden we niet in die parochies: “We zijn één familie. Het zijn allemaal mijn vrienden.”

Zelfs toen zijn gezondheid begon te wankelen en hij bij de dokter kwam was zijn eerste woord vaak: “En dokter, hoe is ’t met u?” En hij gaf de dokter een schouderklopje. De man was verrast, want gewoonlijk was het andersom.

Dienstbaarheid is het derde fundament dat het leven van Paul zin en betekenis gaf. Op elke vraag was zijn antwoord steeds “JA”. Maar zeker niet zomaar. Het was duidelijk de kleine mens die zijn voorkeur genoot. Paul zal gekend blijven als de man die tegenover de grootheidswaanzin van een Congolese dictator duidelijk “NEEN” zei, ook al werd hij daarvoor het land uitgezet. “Ge kunt toch geen fortuin uitgeven aan luxepaleizen als uw land in armoede leeft” was zijn argument. Rechtvaardigheid was belangrijker dan compromissen en eigen eer. Voor hem was de kleine mens groter dan de grootste chef. Daarin was hij consequent.

Daardoor werd zijn levensdroom in Congo afgebroken. En wat doe je dan als het regent en stormt en je huis begint te daveren. Waar haal je dan kracht en inspiratie? In het geloof en vertrouwen in God. Dat was voor Paul duidelijk een actief woord, een werkwoord. Je leert het al doende. Je wordt erdoor gedragen als je zelf geleerd hebt anderen te dragen. En zo werd Paul ook op het einde van zijn leven gedragen. De laatste jaren van zijn leven waren zijn woorden steevast: “Ik neem het zoals het komt. Ik laat het aan Hem hierboven over.

Dank voor wie je was Paul. We dragen je mee in ons hart. De rest laten we aan Hem over.

Jan REYNEBEAU