Pater Jules Van MoerkerckeVan Moerkercke Jules

 

Geboren in Beveren-Roeselare op 3 juni 1920

Religieuze geloften op 8 september 1940

Priester gewijd op 27 januari 1946

Missionaris in Congo en in België van 1947 tot 2006

Daarna rustend priester, in ons missiehuis van Rumbeke

In 2016 gevolgd door ons missiehuis van Torhout, alwaar hij overleed op 30 juni 2019

 

Pater Jules werd geboren in Beveren-bij-Roeselare op 3 juni 1920. Op jonge leeftijd verloor hij zijn vader en een broer van hem. Na zijn humaniora¬studies aan het Klein Seminarie van Roeselare bleef hij thuis om te helpen op de hoeve, maar zijn moeder wist dat hij missionaris wilde worden, en raadde hem aan te vertrekken. Hij deed zijn intrede in het noviciaat van Scheut in september 1939. Hij legde zijn eerste geloften af op 8 september 1940, toen de tweede wereldoorlog pas goed begonnen was. Hij studeerde filosofie in Scheut en theologie in Scheut en in Leuven. Op 27 januari 1946 werd hij priester gewijd. Voor hij naar de missie vertrok, rondde hij zijn opleiding af in de Katholieke Aktie Centrale in Roeselare.

Hij vertrok op 18 oktober 1947, maar niet naar de missie van zijn voorkeur, China, omdat de burgeroorlog tussen de Communistische Partij en de Kwomintang er volop woedde. Het werd Congo, in het gebied van Inongo, dat toen nog kerkelijk afhankelijk was van Leopoldstad. De eerste zeven jaar was hij reispater en verantwoordelijke van de buitenscholen in Inongo zelf. Toen, in 1954, het bisdom Inongo werd opgericht, met als eerste bisschop Jan Van Cauwelaert, scheutist, kreeg Jules zijn volgende benoeming als reispater en directeur van de centrale school in Ireko. Na drie jaar werd hij reis- en schoolpater in Lokolama en Nkaw.

In 1959, één jaar voor Congo onafhankelijk werd, werd Jules benoemd als missie-overste in Ireko-Beronge en daarna als overste en reispater in Mpenzwa. Daarna deed hij dienst als reispater in Tolo. Het curriculum van Pater Jules leest als een reis-verhaal, als een voortdurend opstaan en op weg gaan, als een eeuwig op weg zijn. Het was als het ware ingebakken bij Jules: hij ging waarheen zijn oversten hem vroegen te gaan. In 1975 – hij was toen 55 jaar, maar nog altijd zeer gedreven – vinden wij hem werkzaam als pastoor in Taketa en vanaf 1980 tot 1993 als pastoor in Inongo, Saint Albert.

Pater Jules was geliefd bij zijn mensen. Die liefde en bezorgdheid was wederzijds. Hij kon relativeren, had ook de nodige humor om zich door minder gemakkelijke periodes heen te werken. Jules was terecht fier op zijn leven en werk als missionaris, op “zijn” mensen van “de Lac”, maar hij bleef ook met beide voeten op de grond. Dat heeft hij mogen uitspreken toen hij enthousiast deelnam aan het programma “Nonkel Pater” dat in 2012 op een Vlaams TV-kanaal werd uitgezonden.

Hij is in totaal 46 jaar in Congo geweest. In het jaar 1993 – hij was er toen 73 – kwam hij met spoed terug naar België omwille van “iets aan zijn hart”. De inplanting van een pacemaker heeft hem gered. Met spijt in datzelfde hart besloot hij in België te blijven en deed hij nog 12 jaar dienst als aalmoezenier in het Rusthuis in Westkapelle, van 1994 tot 2006. Hij was er ook graag gezien. Hij ging elke dag op bezoek bij zijn “oude menskes”. Hij was toen zelf al een tachtig-plusser! Ook was hij graag gezien bij zijn familie.Hij hield met hen nauw contact, dankbaar dat zijn moeder hem had laten gaan en dankbaar dat hij voor hen ook Nonkel Pater mocht zijn. Vanaf 2006 ging hij op rust in het missiehuis van Rumbeke.

In 2016 verhuisde hij naar ons missiehuis van Torhout, omdat hij meer en meer zorg nodig had. Hij had soms last van ademnood en zijn derde pacemaker draaide overuren. Hij zei soms: “Ons Here heeft mij vergeten!” en ook nog: “Ik kijk ernaar uit om mijn veel te vroeg gestorven vader en mijn broer te leren kennen in de hemel.” Een goede maand geleden, op 3 juni van dit jaar, heeft hij nog zijn 99ste verjaardag kunnen vieren. Zijn hart en zijn adem waren op, maar hij is tot het einde toe bewust gebleven. Hij is in de gemeenschap van Torhout plots, maar niet onverwacht, overleden op zondag 30 juni, even voor de middag.

Johan VERBEKE en Werner LESAGE

 

 

 

Pater Michel LenaertsLenaerts Michel

 

Geboren in Genk op 12 september 1922

Religieuze geloften op 8 september 1943

Priester gewijd op 1 augustus 1948

Missionaris in Congo-Kasaï van 1949 tot 1970

Pastoor in Zammelen en Guigoven (bisdom Hasselt) van 1971 tot 1998

Daarna rustend priester, in Kessel-Lo vanaf september 2004 en in ons missiehuis van Zuun, Sint-Pieters-Leeuw, vanaf 2017.

Hij overleed er op 19 juni 2019

 

Michel, de boerenzoon, de kwajongen die geen vogelnest te hoog vond, voetballer in zijn gehucht Langerlo, fietste na de lagere school naar het Klein Seminarie in Sint-Truiden. Hij droomde ervan missionaris te worden.

Eenentwintig jaar werkte hij in de Kasaï streek en had er veel aandacht voor de landbouw. Heel eenvoudig en met veel geduld kon hij luisteren naar de verhalen van de mensen, en zo meeleven met hun lief en leed. Hij liet zelfs een tractor overkomen vanuit België om de landbouwers te ondersteunen. Later zal hij al zijn ervaringen en belevenissen vastleggen in zijn boek: “Congo land van mijn hart”. Hij heeft er mooi werk gedaan. Hij was er tevreden en gelukkig, en toch besloot hij na 21 jaar in België te blijven.

De parochiepastoraal sprak hem aan. Zammelen, in het bisdom Hasselt, werd zijn eerste parochie, doch na enkele jaren kreeg hij er nog Guigoven bij. Ook hier kon hij weer dicht bij de mensen zijn, met hen meeleven en alle families leren kennen, als een goede herder. Michel hield van de natuur en vooral van de vogels. Zo gebeurde het dat hij op het ogenblik van de zondagsmis nog op het duivenhok zat. Elk jaar moest hij er even tussenuit, en ging hij met vrienden op reis in een Europees land en telkens bracht hij mooie herinneringen en foto’s mee voor een album, die hij zorgvuldig bewaarde.

Toen hij, na 28 jaar pastoraal werk en zes jaar verblijf bij zijn zus, toekwam in Kessel-Lo, waren niet alleen de confraters maar ook de kanaries zijn grootste vrienden. Elke dag besteedde hij er (ook de confraters) zeer veel tijd aan. Een goede gelovige is niet zomaar goedgelovig, maar durft ook vragen stellen en zelf nadenken. Met zijn kritische geest bleef Michel lezen en zoeken in de bijbel en in de boeken van theologen en geestelijke schrijvers. Hij deed dat heel eenvoudig en eerlijk. Tot een maand vóór zijn overlijden ‘zat’ hij, 96 jaar oud, elke dag nog enkele uren op Kerknet. Hij kon ook heel bescheiden met andere confraters daarover uitwisselen. Alles wat hem heeft doen leven, geloven, bidden, twijfelen, zoeken, kwam naar boven toen hij vanop hogere leeftijd dat allemaal rustig bekeek en op een rijtje zette. Hij was toen al in de 80. Zonder pretentie of aanmatiging schreef hij dat allemaal neer, 106 bladzijden. Zeer treffend en ter zake.

Michel sloot zich niet op in theorieën en bespiegelingen, want christen zijn en geloven is een manier om in het leven te staan. Hij noemt dat “de weg van beneden” (Anselm Grün), van het dagdagelijkse, van eenvoudige inzet en liefde voor de anderen. Eigenaardig hoe hij vooral de laatste tijd nog zoveel aandacht toonde voor de honger en miserie in de wereld. Hij sprak daar soms over, heel kort.

Ik parafraseer wat hij op een bepaalde plaats schrijft: “Ik heb me zo druk gemaakt, gezocht en gelezen. Ik heb me geërgerd aan zoveel dingen zowel in de Kerk als erbuiten, me ongerust gemaakt en soms was ik angstig. Ik zou nu beter zwijgen en in stilte kijken naar het grote mysterie van het leven en meer oog hebben voor het nieuwe Begin dat naderend is.”

Op zijn eigen typische manier heeft pater Michel ons Gods liefde getoond. Laten wij hem daarvoor dankbaar zijn.

Cyriel STULENS

 

 

 

Pater Paul CatryCatry Paul

 

Geboren in Roeselare op 23 april 1931

Religieuze geloften op 1 november 1952

Priester gewijd op 4 augustus 1957

Missionaris afwisselend in Indonesië en in België van 1959 tot 2014

Overleden in Torhout op 15 mei 2019

 

Paul werd geboren in Roeselare op 23 april 1931. Hij had drie broers en drie zussen; zijn zussen zijn nog in leven. Na zijn humaniorastudies aan het Kleinseminarie van Roeselare trad hij binnen in het noviciaat te Zuun, en legde zijn eerste geloften af op 1 november 1952. Hij studeerde filosofie in Néchin, bij Doornik, en theologie in Kessel-lo en in Leuven. Op 4 augustus 1957 werd hij priester gewijd te Scheut-Brussel, en kreeg er als missiebestemming Indonesië.

In september 1958 vertrok hij richting Verre Oosten. Zijn eerste halte was echter de Filippijnen, waar hij ongeveer één jaar moest wachten op een visum voor Indonesië. Hij kwam er aan in november 1959. Tot 1972 was hij werkzaam op de parochies Deri, in Toraja, en Kendari, in Zuid-Oost Celebes. Paul viel op door zijn missie-ijver, zijn geduld en vriendelijkheid. Na 12 jaar parochiewerk en onderdompeling in de cultuur, werd hij benoemd tot overste van de Scheut-Provincie van Indonesië, voor een periode van vijf jaar.

Maar toen kwam een eerste keerpunt: hij werd teruggeroepen voor een dienst in zijn thuisprovincie. In 1978, hij was toen 47 jaar, volgde hij in de Verenigde Staten een cursus Spiritualiteit in Saint-Louis om begeleider te worden van de jonge theologiestudenten in Leuven, en daarna begeleider van het noviciaat dat in die tijd in Leuven was gevestigd. Vanaf januari 1982 tot juni 1984 deed hij dienst als Vice-Provinciaal van CICM Noord-België.

Paul, die was opgegroeid en gevormd in de tijd vóór het Tweede Vaticaans Concilie, heeft door zijn ervaringen én in de missie én in zijn thuisland, volledig de geest van het “volk Gods” in zich opgenomen. Toen hij voor een tweede keer vertrok naar zijn missie was hij zich nog meer bewust van de rol die elke gedoopte mag en moet opnemen. Van 1984 tot 1988 was hij pastoor in Kare, Makassar, en van 1988 tot 1992 werkte hij in Nabire, Indonesisch Papua, een heel andere streek. In september 1992 kwam hij op verlof naar België; maar, in de maand daarop onderging hij een longoperatie, en veel mensen dachten dat hij in het vaderland zou blijven.

Maar dat was buiten Paul zelf gerekend. Vanaf maart 1993 was hij al terug in Nabire, en pas in 1998 begon hij het rustiger aan te doen als inwonend priester in Arso, ook in Papua, en dat tot 2002. Toen werd hij gevraagd om begeleider te worden van de Indonesische confraters in vorming, wat hij ook deed van 2002 tot 2006, in Makassar. In 2006 werd het tijd om voorgoed afscheid te nemen van zijn missie, hij was er 75 geworden.

Terug in België in augustus 2006, werd hij aalmoezenier in het zorgcentrum Sint-Jozef te Zonnebeke, en dat deed hij met veel zorg en toewijding tot 2014. Hij ging op rust in ons huis van Rumbeke, en in maart 2017 kwam hij naar Torhout wonen. Hij is - bij ons thuis - zachtjes heengegaan in de vroege morgen van 15 mei, op de dag dat wij een korte bedevaart hadden gepland naar de Lourdesgrot in onze tuin. Onze grot zal er ons aan blijven herinneren dat Paul, die een groot hart had voor Maria, eenzelfde grot heeft gebouwd in Deri, zijn eerste parochie in Torajaland, die met de jaren is uitgegroeid tot een lokaal bedevaartsoord.

 

Ludo REEKMANS en Werner LESAGE

 

 

 

Pater Gerard van Oersvan Oers Gerard 1

 

Geboren in Slootdorp op 16 december 1937

Religieuze geloften op 8 september 1958

Priester gewijd op 4 augustus 1963

Missionaris in Congo van 1964 tot 2003, daarna in Nederland

Overleden in Teteringen op 3 mei 2019

 

 

Het was voor ons allemaal een enorme schok toen we hoorden dat Gerard zo plotseling gestorven was. Hij was nog zo volop bezig met leven, nog zo vol energie, nog zo’n sterke magneet voor mensen om hem heen dat je bij hem wel vrolijk moest worden.

Er zijn mensen die postzegels verzamelen, anderen sparen molens of geld; het leek wel of Gerard mensen verzamelde. Postzegels verzamel je in een album, van molens maak je foto’s of schilderijen, geld stopte je vroeger in een oude sok, zet je nu op de bank of je investeert het, maar Gerard bewaarde al die mensen in zijn hart. En zijn verzamelwoede was echt niet voor zichzelf. Ik heb een vermoeden (bij Gerard wist je natuurlijk nooit wat er precies in hem omging) dat hij enorm blij werd als nieuwe vrienden van hem ook vrienden werden van elkaar.

Een voorbeeldje: enkele jaren geleden vroeg een echtpaar hem of hij hun trouw wilde inzegenen ook al waren ze allebei al eerder getrouwd geweest. Dat is iets waarover Paus Franciscus al jaren met een stel conservatieve kardinalen in de clinch ligt. Als missionaris van Scheut wist Gerrit heel goed dat het in de kerk uiteindelijk niet gaat om regels of regeltjes, maar om mensen te helpen. Dat had hij in de Kasaï, in Kongo geleerd en ook vaak zelf in praktijk gebracht. Het kerkmodel van een veldhospitaal noemt onze huidige Paus zoiets.

Gerard vroeg of ik wilde helpen met dit stel, en dat hebben we samen heel intensief en met veel plezier gedaan. Met ons vieren, en we zijn heel goede vrienden geworden in dat jaar van voorbereiding. Iedere sessie besloot Gerrit dan met een dringende uitnodiging: “Jullie komen toch wel mee naar beneden om samen met de gemeenschap een borrel te drinken”. En zo zijn die twee intussen gelukkig getrouwd en goede vrienden van Scheut geworden.

Als Congregatie van de missionarissen van Scheut zijn wij de familie van Oers heel veel verschuldigd. Gerard was een harde werker, en vooral een goeie medewerker. Maar de van Oersen leverden niet alleen Gerard voor het werk in de wijngaard van de Heer, maar ook zijn oudere broer Sjef én de volgende, zijn jongere broer Ton: de eerste wat luider en drukker, de laatste wat stiller en rustiger. Alle drie missionarissen uit de Kasaï, maar alle drie mensenvissers, of zoals we nu zeggen ‘mensen-mensen’ en flinke werkers. Namens onze provinciaal en onze gehele hele Congregatie van Scheut: ‘Bedankt voor het goede en trouwe personeel dat jullie ons geleverd hebben’.

En, namens de geloofsgemeenschap van Teteringen wil ik voor de van Oersen nog een pauselijke Paasboodschap toevoegen: ‘Bedankt voor de bloemen’ die we ieder jaar in overvloed, (en vandaag weer) van jullie kregen!

Die evangelietekst van zojuist: ‘Heel goed, trouwe dienaar, kom naar het feest…’ Ik geloof vast dat Gerard iets dergelijks te horen gekregen heeft toen hij zich vorige week vrijdag bij zijn ouders en broers aansloot. Ik ben er heilig van overtuigd dat het hiernamaals langzamerhand een stuk gezelliger en feestelijker aan het worden is met al die van Oersen en al die tulpen uit de Wieringermeer. Amen.

Bart FLAAT

 

 

 

 

Pater Joop van Doornvan Doorn Joop kopie

 

Geboren in Leidschendam op 14 april 1944

Religieuze geloften op 8 september 1968

Priester gewijd op 8 september 1974

Missionaris in Indonesië van 1975 tot 2005, en daarna in Nederland

Overleden in Teteringen op 16 april 2019

 

Joop werd geboren op 14 april 1944 te Leidschendam. Al op zeer jeugdige leeftijd moest hij zijn vader missen, die door een motorongeluk om het leven kwam.

Op school moet Joop een voorbeeldige leerling geweest zijn. Hij was goed in de godsdienstles, en haalde mooie punten voor gedrag en vlijt. Niet te verwonderen dat hij misdienaar werd, en wel bij de paters van Scheut die toen een missieprocuur hadden in Leidschendam. Daar groeide in hem het verlangen om ook missionaris te worden. De studie daarvoor was voor Joop een hele opgave, maar Joop was een volhouder, en groot was zijn voldoening toen zijn grote droom verwezenlijkt werd en hij op 8 september 1974 priester gewijd werd. Het jaar daarop vertrok hij als missionaris naar Indonesië. Daar heeft Joop mooi werk verricht. Hij hield van de mensen die aan zijn zorg waren toevertrouwd en die bij Joop altijd een luisterend oor vonden.

Een zwaar motorongeval zorgde echter voor een radicale ommekeer in zijn leven. Joop was er daarna zo erg aan toe dat hij voor herstel naar Nederland moest terugkeren. Met de hulp van velen, vooral van zijn zus Lida en haar man Frits, is Joop, na een lange rehabilitatietijd, toch nog redelijk goed opgeknapt. En als pastor van het WoonZorgCentrum Mariënpark in Leidschendam heeft Joop nog mooi pastoraal werk kunnen doen. Toen dat door renovatie gesloten werd, kwam hij op rust naar Teteringen waar Joop alle zorg kreeg die hij nodig had.

Joop was de laatste jaren niet zo heel communicatief meer. Hij was er graag bij als we samen kwamen. Joop klaagde nooit. Als iemand vroeg: “Joop, hoe gaat het?”, dan was zijn antwoord steevast: “Goooed”! We mogen aannemen dat hij bij ons toch gelukkig en tevreden was.

Moge hij nu rusten in vrede.

Joep VAN GAALEN

 

 

 

Pater Lode KrokaertKrokaert Lode

 

Geboren in Meise op 2 oktober 1938

Religieuze geloften in Scheut op 8 september 1962

Priester gewijd op 6 augustus 1967

Missionaris in Congo van 1968 tot 1976 en daarna in België

Overleden in Zuun op 18 maart 2019

 

Lode groeide op in een mooi en warm nest met vier broers en een zus. Heel zijn leven zal hij gehecht blijven aan zijn familie en goede contacten onderhouden met hen. In zijn jeugd leek zijn leven een andere wending te nemen. Immers, in de normaalschool bereidde hij zich voor op een taak in het onderwijs. Gedurende vier jaar was hij onderwijzer en zelfs vast benoemd. Naar het voorbeeld van Simon en Andreas, liet hij zijn vader met de schoolkinderen achter en ging Jezus achterna. Hij wilde missionaris, religieus en priester worden in Scheut.

In oktober 1968 vertrok hij naar het bisdom Lisala in Noord-Congo, en vanaf 1973 werkte hij in het bisdom Inongo. Daar kon hij zich uitleven als een goede herder, een bekwame opvoeder en een respectvolle begeleider.

In 1976 laste hij een sabbatjaar in op het Theologisch Pastoraal Centrum in Antwerpen, en daarna werkte hij 7 jaar in Kortrijk voor animatie van jongeren. Daar kon hij zijn vele talenten ten dienste stellen van de jeugd.

Van 1985 tot 1993 was hij aalmoezenier in de kliniek te Beringen en in het rusthuis te Liedekerke. Ook daar was hij een graag geziene priester met een luisterend oor voor ouderen en zieken.

Van 1993 tot 1999 was hij pastoor in Sint-Job-in-’t-Goor. Daarna werkte hij tot 2012 als aalmoezenier in het rusthuis te Essen. Overal waar Lode werkte, nam hij deel aan bezinnings- en gebedsgroepen. De leden van al die groepen zijn hem altijd zeer dankbaar geweest, en hebben tot het einde van zijn leven met hem meegeleefd. In zijn drukke agenda voorzag hij altijd momenten van stilte en gebed. Op zijn kamer had hij een mooi en aangepast gebedshoekje.
Zijn gebedsleven was steeds de stuwkracht. Vooral in perioden van tegenslagen, ziekten en beproevingen vond hij kracht en moed in het gebed. Regelmatig trok hij zich voor enkele dagen terug in een abdij voor rust en bezinning. Ook bedevaartgroepen vonden in Lode een vaste medewerker en vertrouwenspersoon. André Louf en Dietrich Bonhöffer waren enkele van zijn bezielers.

In 2012 ging hij naar onze gemeenschap van Schilde, maar ook daar zette hij zijn persoonlijke contacten met mensen verder. Velen kwamen naar hem toe voor geestelijke begeleiding.

In oktober 2018 kwam Lode naar Zuun, St. Pieters-Leeuw, doch hier stelden wij vast dat zijn gezondheid zowel mentaal als fysisch achteruitging. Na een verblijf van meer dan twee weken in het ziekenhuis werd het voor hem duidelijk dat zijn ziel zich stil tot God keerde. Maandagmorgen 18 maart overleed hij. Laten wij zijn leven van inzet en gebed dankbaar in Gods handen leggen.

Alfons YSEBAERT en Cyriel STULENS

 

 

 

Pater Herman DocxDocx Herman

 

Geboren in Berlaar-Heikant, op 4 november 1937

Religieuze geloften op 8 september 1956

Priester gewijd op 5 augustus 1962

Missionaris in Kongo en in België

Overleden in Zuun op 6 maart 2019

 

 

De ouders van Herman waren gezaghebbende leerkrachten in Heikant, bij Berlaar; vader hoofdonderwijzer en moeder lerares. Hun zonen moesten ‘het goede voorbeeld’ geven. Gevoelens de vrije loop laten, hoorde daar minder bij. Bij het sporten, vooral basketbal en tennis, was Herman soms uitgelaten, ongeremd zichzelf. Herman werd een gevierde Chiroleider. Hij fietste naar het Sint-Gummaruscollege in Lier en was primus van de klas.

Na zijn middelbare studies wilde hij missionaris worden, en zijn talenten ten dienste stellen van de derde wereld. In 1955 trad hij binnen in de Congregatie van Scheut.

Tijdens de opleiding in Scheut kwam Herman over als een imposante, rustige kerel die met zijn talenten niet te koop liep en goed kon luisteren. Hij was empathisch, had gevoel voor humor en liet zich aanspreken voor allerlei klussen.

Na zijn universitaire studies, wiskunde en theologie, in Leuven en Kinshasa, zette Herman zich in voor de missionaire pastoraal in Congo en Kameroen. Oecumene en interreligieuze dialoog waren Hermans grote interesse.

In 1971 werd hij teruggeroepen naar België. Hij gaf cursussen aan de K.U. Leuven, en was medeverantwoordelijke voor de vorming van jonge scheutisten in Leuven en de voortgezette vorming van de ouderen.

In 1977 was hij terug in Kinshasa en deed er pastoraal werk in Notre Dame, doceerde theologie aan het Groot Seminarie Jean XXIII en het seminarie van de jonge Scheutisten in Kameroen.
Na een sabbatjaar in Europa werkte hij enkele jaren voor Volens in Scheut voor de rekrutering van leerkrachten voor Congo. Doch, meer en meer zocht hij naar nieuwe wegen om missionaris te zijn, en stichtte samen met anderen de Nieuwe Wereldgemeenschap waarvan hij vele jaren de stuwende kracht bleef. Ook startte hij in Molenbeek, bij pastoor Luc Elens, met de Brede Missionaire Leefgroep samen met Jet Groenen en Mieke Viskens, zusters van de Jacht. Later gingen zij hun intrek nemen bij een groep Assyrische christenen in Jette.

Bij Pax Christi Vlaanderen werkte Herman graag mee voor Oecumene en Vredesspiritualiteit.

Op zoek naar missionaire uitdagingen in Europa stichtte hij in Haasrode, samen met Wilfried Gepts, ‘het Groepke’. Gedurende meer dan 20 jaar bleef hij die groep animeren. Hij volgde toen een strikt macrobiotisch dieet. Hij voelde zich ook thuis bij de Beweging Missionair Engagement (BME).

Herman was jarenlang een vaste waarde in de Scheutse Werkgroep Rechtvaardigheid, Vrede en Zorg voor de Schepping (JPIC), die hij ook een aantal jaren heeft gecoördineerd. Zijn invalshoek was vaak het mysterie van de incarnatie, want samen méér mens worden, was zijn missionaire mantra en een blijvende uitdaging.
Nadat Parkinson werd vastgesteld, werd Herman definitief opgenomen in de gemeenschap van Zuun. Al die jaren zag hij zijn bewegingsvrijheid, onafhankelijkheid en zelfbeschikking verder afnemen. Ook zijn geestelijke functies werden geleidelijk aangetast, vooral het geheugen. Maar klagen deed Herman niet, soms zuchtte hij van onmacht, hulpeloos maar niet hopeloos. Herman is overleden op Aswoensdag. Hij wou thuiskomen vóór Pasen, want zijn kruisweg, die lange lijdensweg, had hij al achter de rug. Herman is thuisgekomen in Gods vrijheid en vrede. Moge hij ook voortleven in onze dankbare herinnering.

Wilfried GEPTS en Cyriel STULENS

 

 

 

Pater Marcel Van MeirhaegheVan Meirhaeghe Marcel


Geboren te Zingem op 13.05.1926

Religieuze geloften op 08.09.1946

Priester gewijd op 29.07.1951

Missionaris in Congo van 1954 tot 1992 en daarna in België

Overleden in Torhout op 08.02.2019

 


Marcel was één van de vijf zonen in het landbouwersgezin Van Meirhaeghe te Zingem en was er fier op dat hij tot de familie van Remi behoorde, onze confrater die in 1901 marte-laar werd in China toen hij christenen trachtte te bevrijden die in de Bokseropstand gevangen-genomen waren. Misschien heeft dat wel meegespeeld in de beslissing om na zijn humaniora in het college van Oudenaarde naar Scheut te trekken. Na zijn filosofie en theologie volgde Marcel nog twee jaar Politieke en Sociale Wetenschappen en ook Afrikanistiek aan de KU Leuven. Zo was hij goed voorbereid om in 1954 naar de missie van Lisala te vertrekken.

Zijn eerste term, toen nog 10 jaar, begon hij als reispater en directeur van de lagere scholen. Eens goed ingewerkt werd hij diocesaan aalmoezenier van de JOC en JOCF.

Maar na zijn eerste verlof ging hij in op de vraag van de Provinciale Oversten naar meer confraters in Kinshasa wegens de grote bevolkingstoename daar. Zo was Marcel van 1964 tot 1976 pas-toor van de H. Pius X-parochie in Ngiri Ngiri, en vervolgens tot 1984 pastoor-deken van de Sint-Alfonsusparochie in Matete. In die tijd werd hij ook nationaal verantwoordelijke van het Marialegioen en stichtte “Tinda Biso”, het vormingsblad voor de leden ervan. Tevens fungeer-de hij als coördinator voor de vertaling van de Bijbel in het Lingala en werkte intens mee aan de stichting van de “Villages Bondeko” voor mensen met een beperking. Later, toen hij Rector was van de CICM-Gemeenschap Saint-Raphaël II werd hij ook nog coördinator van de Commissie voor de familiepastoraal en stichtte het vormingsblad “Libota Esengo”.

Marcel leefde in een tijd dat Missionarissen nog de besten onzer broeders genoemd en alom geprezen werden voor hun moed en inzet. Wanneer hij vertelde over zijn talrijke enga-gementen en ervaringen kon men er moeilijk aan twijfelen dat ook hij daarvan overtuigd was, maar het mag gerust gezegd worden dat hij alle redenen had om fier te zijn over zijn volbrach-te taak. Tot op het einde toe herinnerde hij zich al zijn verwezenlijkingen tot in de kleinste de-tails en het was niet eenvoudig om er nog iets aan toe te voegen.

Marcel was een man met weinig twijfels. Zijn taak stond hem duidelijk voor ogen en al-tijd wist hij wat hem te doen stond, en hoe hij ook in moeilijke situaties verder kon doen. Bij de voortdurend wijzigende omstandigheden was het niet altijd gemakkelijk zich aan te passen maar geleidelijk aan gebeurde het toch. Eerst waren er de moeilijke jaren van de onafhanke-lijkheid, gevolgd door de rebellie en de overgang van de pastoraal in het binnenland naar deze in de grootstad met ontelbare nieuwe uitdagingen. Vervolgens kwam de niets ontziende dicta-tuur van het regime met een onvoorstelbare toename van armoede voor de gewone mensen en ook alle mogelijke pogingen van de staat om de invloed van de kerk aan banden te leggen. Steeds wist Marcel er een mouw aan te passen en hij nam nieuwe initiatieven om onverstoord voort te doen.

Ook toen Marcel na 38 jaar terug naar België kwam moet het een groot aan-passingsvermogen gevraagd hebben om Rector te worden in Schilde. De mentaliteit was grondig veranderd, en toen hij die taak na 6 jaar met glans vervuld had engageerde hij zich in de missiepastoraal van het bisdom Brugge. Vanuit het Missiehuis in Kortrijk werkte hij mee in Kontinenten en doorkruiste het bisdom om overal in de parochies de missiepastoraal te pro-moten. Het werd steeds moeilijker de missiekringen en ijveraars te inspireren en te bemoedi-gen. De tijd van de missienaaikringen, van vrome missiebietjes en enthousiaste missiepreken was voorbij en met lede ogen moest hij aanzien hoe de missiepastoraal steeds minder aan-dacht kreeg. Toch hield Marcel vol en bleef even enthousiast. Die inzet wist hij ook nog te combineren met zijn taak als aalmoezenier van het rusthuis Sint-Vincentius in Avelgem. Van een ijverig, onvermoeibaar missionaris gesproken!

Na de viering van zijn 92ste verjaardag namen zijn krachten echter stilaan af. Een schijnbaar onbenullige val zorgde ervoor dat hij meer en meer gebogen liep. Een kleine ope-ratie aan zijn been zou hem één dag in het hospitaal houden. Het werd een week. Daarna ging hij voor enkele weken revalidatie naar ons huis van Torhout, maar de verloren krachten kwamen niet terug en spoedig werd beslist dat hij er definitief zou blijven. Een paar kort op elkaar volgende ziekenhuisopnames rukten hem toch nog totaal onverwacht weg uit ons midden.

De zo sterke en onvermoeibare Sango Mokonzi is eindelijk tot rust gekomen en geniet daar nu van bij de Meester die hij zo lang, zo trouw en zo ijverig gediend heeft.

Erik MAES