Pater Romain WaerenburghnnieuwWaerenburgh Romain

 

Geboren te Klerken op 16.02.1923

Religieuze geloften op 08.09.1943

Priester gewijd op 01.08.1948

Missionaris in Inongo van 1949 tot 1969, en in België van 1970 tot 2000

Overleden in Torhout op 12.11.2017

 


Romain was de oudste van zes kinderen. Na zijn middelbare studies in het college van Diksmuide en aan het kleinseminarie van Roeselare trad hij binnen in het CICM-noviciaat te Zuun in september 1942. Het was oorlogstijd. De honger en de kou die hij had te doorstaan tijdens de studies maakten hem tot een taaie.

Gedragen op het elan van een groot aantal vertrekkende missionarissen die tijdens de oorlog in België hadden moeten blijven, vertrok ook hij in 1949 naar Inongo, dat tot in 1970 zijn missiegebied zou worden in Congo.

Na drie maanden stage in Bokoro, werd hij in januari 1950 benoemd in Ikari, later in Bonkonko, vandaar naar Nkaw. Hij was op die plaatsen reispater, onderpastoor of overste van de missie. In juli 1956 keerde hij terug naar Bokoro om er les te geven in het kleinseminarie, maar dat duurde slechts één jaar. Van 1957 tot 1965 was hij werkzaam hoofdzakelijk in Mpenzwa, met een korte interim in Kiri. Van 1966 tot 1969 vinden we hem in Oshwe. In 1970, ook omdat zijn moeder ziek was geworden, bleef hij definitief in België. Hij was toen 47 jaar.

Hier te lande werkte hij 5 jaar als onderpastoor in Ronse, dan 5 jaar in Waasten, vervolgens 7 jaar in Aarsele bij Tielt. Vanaf 1987 was hij 13 jaar lang aalmoezenier in het rusthuis van Merkem, terug naar de streek vanwaar hij afkomstig was. Had zijn activiteit in Inongo 20 jaar geduurd, zijn leven als missionaris hier nam 30 jaar in beslag. Hij heeft in zijn leven grote omwentelingen meegemaakt in Kerk en maatschappij, zowel in Congo eind de jaren ’50, als hier vanaf eind de jaren ‘60.

Romain was mee met zijn tijd; hij las veel, artikels allerhande en boeken. Hij had een uitgebreide parate kennis, hij was een kampioen in hoofdrekenen. Op latere leeftijd, in ons missiehuis van Torhout, was Gust Deketelaere zijn buurman en grote uitdager bij het oplossen van kruiswoordraadsels en nog meer ingewikkelde dinges. Toen hij al 88 jaar oud was begon hij te werken met internet en Google, om zo als eerste de antwoorden te weten en Gust de loef af te steken. Ja, Romain was een taaie!

Hij had één grote handicap: hij had niet de zoetgevooisde stem die je van een leraar of bedachtzame zielenherder zou verwachten. Hij klaagde er niet over, maar we mogen veronderstellen dat dit voor hem een kruis is geweest. Naar ik kon opmaken uit enkele getuigenissen was hij geliefd bij de mensen, maar met de confraters ging het stroever. Scherp van verstand als hij was, had hij meteen door hoe de zaken stonden. Wellicht had hij met de mensen meer geduld dan met zijn medebroeders in de Heer.

Op 20 december 2000 – hij was er toen 77 - ging hij op rust naar ons Missiehuis van Scheut in Torhout. Hij zette zich in waar hij kon. Zo heeft hij lange jaren het onthaal verzekerd tussen halfeen en twee uur, de tijd dat de vrijwilligsters het niet konden en dat iedereen zijn middagdutje deed. Hij zorgde ook elke week voor de liturgische gezangen van de vroegmis op zondag, de liederen van Zingt Jubilate die op CD’s waren opgenomen. Hij was gekend als een veelkleurige figuur in Torhout, altijd op weg naar zieken, en volwaardig lid van de plaatselijke petanque-club.

Romain is bijna 17 jaar in Torhout geweest. De laatste twee jaar ging hij merkbaar achteruit, en hij wist het. Maar hij weigerde speciale zorgen. Hij is meer dan eens “bijna-dood” geweest. Volgens onze kok Jan heeft hij zeven levens gehad. Ja, hij was een taaie! Hij is in de avond van zondag 12 november in het Sint-Rembertziekenhuis bijna ongemerkt overleden, in de leeftijd van 94 jaar.

Werner LESAGE

 

 

 

Pater Hilaire De CoomanNieuw De Cooman Hilaire

 

Geboren te Gent op 14.01.1937

Religieuze geloften op 08.09.1958

Priester gewijd op 04.08.1963

Missionaris in Congo (KAS) van 1965 tot 1975 en daarna in België

Overleden in Turnhout op 09.11.2017

 

 

Als jongeling wilde Hilaire onderwijzer worden en hij behaalde zijn diploma aan de normaalschool van Sint-Niklaas, maar nog hetzelfde jaar trok hij naar het noviciaat van Scheut. Na zijn filosofie in Kessel-Lo en zijn theologie in Scheut en Leuven vertrok hij als missionaris naar Oost-Kasaï. Eerst was hij vier jaar onderpastoor in Muene-Ditu en daarna directeur van de normaalschool te Kasansa. In 1975 keerde Hilaire naar België terug. Gedurende een jaar deed hij een pastorale stage in Merksem en van 1976 tot 1987 was hij achtereenvolgens econoom in het toenmalig Verbistcentrum te Kessel-Lo, begeleider van de kandidaat-Scheutisten in Leuven, en directeur van het missie-animatiecentrum in Kortrijk. Vanaf 1987 stond hij in dienst van het bisdom Antwerpen, eerst als onderpastoor en vervolgens als pastoor en pastoor-deken te Zandhoven en tenslotte was hij werkzaam in de parochiepastoraal te Beerse.

Open, ontvankelijk en sociaal bewogen zoals hij was, koos Hilaire na zijn humaniora en zijn lerarenopleiding voor een duurzame levensinzet als missionaris. Tijdens de vormingsjaren animeerde hij de confraters achter een drumstel op feestdagen en bonte avonden. Hilaire was er graag bij als er wat te vieren viel. Hij was een enthousiaste kerel met zin voor humor.

Als missionaris mensen vormen en animeren voor de christelijke visie en menswaardige, evangelische waarden, dat is de rode draad door zijn levensloop gebleven: in Kasaï, Congo en hier in Vlaanderen als verantwoordelijke voor de vorming en econoom; vooral vele jaren in de parochiale pastoraal in Merksem, Zandhoven, Vlimmeren en Beerse. In Zandhoven was Hilaire ook maandelijks de vlotte gastheer van Scheutisten uit de regio. Hij draaide jaren mee in de Commissie Voortgezette Vorming en organiseerde verschillende sessies voor missionarissen die definitief terugkeerden uit de buitenlandse missies.

Als Econoom in Kessel-Lo was Hilaire ook een fijne gastheer voor de ‘Familie Klepkes’, een vriendenkring van en voor gehandicapten, die meerdere jaren hun zomerkamp in het Verbistcentrum mocht organiseren. Dat viel bij sommige confraters niet altijd in goede aarde, want de Klepkes zijn een luidruchtige bende die in die tijd niet altijd het onderscheid maakten tussen dag en nacht. De klachten kwamen o.a. bij Hilaire terecht die dan de plooien mocht gladstrijken.

Hilaire heeft Avimo, de audiovisuele animatiedienst van Scheut en het CMI (Comité van Missionerende Instituten) jarenlang gediend als voorzitter van de beheerraad (tot Avimo in 2008 werd overgedragen aan Castrum, vzw).
Op de terugweg van vergaderingen in Scheut vertelde Hilaire vol bewondering over zijn broer Raf en hoe hij omgaat met zijn handicap. Soms ventileerde Hilaire zijn ongenoegen over het afstandelijk diocesaan beleid zoals de draconische schaalvergroting van parochies tot pastorale eenheden.

Hilaire heeft altijd goed beseft dat je als pastoor niet voor iedereen goed kunt doen; sommigen dragen je op handen, anderen doe je onvermijdelijk pijn en keren zich van je af. Hilaire zocht bij voorkeur een consensus tussen verschillende standpunten, maar kwam ook uit voor zijn persoonlijke overtuiging. Wie verantwoordelijkheid draagt, loopt het risico soms verkeerd begrepen te worden of verkeerde beslissingen te nemen. Geen licht zonder schaduw, geen schaduw zonder licht.

Hilaire voelde zich gelukkig wanneer hij ongeremd zichzelf kon zijn tussen vrienden bij een van de barbecues of feestjes die hij graag thuis organiseerde. Hij heeft zijn afscheid van de parochie grondig voorbereid, zodat het pastorale team en de trouwe medewerkers de diensten in Beerse met vertrouwen kunnen voortzetten. Begrafenissen werden al langer zonder Hilaire verzorgd en voorgegaan, en voor zichzelf verkoos hij ook een eenvoudige afscheidsviering.

Toen hij eens de recollectie leidde in Schilde zei Hilaire: “God wordt door alles geraakt, want zo is de liefde”. Hij noemde geloof, hoop en liefde de kwaliteitskenmerken van het leven. De basis blijft een diep vertrouwen in het leven. En zonder hoop is het geen leven; zolang er leven is, is er hoop, en waar er geen leven meer is, is er voor gelovigen toch nog hoop, zei hij. Hilaire besloot zijn toespraak met wat misschien wel de leuze van zijn leven was: ‘waar liefde is daar is God’.

Hilaire was nog maar enkele maanden met pensioen toen zijn gezondheid geplaagd werd door hart- en vaatproblemen. Toen ik Hilaire thuis opzocht, kort voor de laatste ingreep, overschouwde hij dankbaar zijn leven, en onzeker maar vredig en met vertrouwen keek hij uit naar de operatie. Moge Hilaire nu thuiskomen in Gods liefde en voortleven in dankbare herinnering.

Wilfried GEPTS

 

 

 

Pater Albrecht BrysBrys Albrecht

 

Geboren te Kortrijk op 05.10.1925

Religieuze geloften op 08.09.1946

Priester gewijd op 29.07.1951

Missionaris in NC van 1954 tot 1976, in België van 1977 tot 1982 en in Singapore van 1983 tot 2011

Overleden in Torhout op 17.09.2017


Albert, zoals wij hem gewoonlijk noemden, werd geboren in Kortrijk maar groeide op in Oostende. Hij beschouwde zich trouwens als Oostendenaar en deed daar zijn humaniora vooraleer naar Scheut te gaan. Na zijn priesterwijding volgde hij nog twee jaar pedagogische studies en behaalde het diploma van onderwijzer voor de centrale examencommissie in Brussel.

Daarna vertrok hij naar Lisala en kwam als vanzelfsprekend in het onderwijs terecht, eerst als leraar in Umangi en Bolongo maar al spoedig werd hij directeur van de “Ecole d’apprentissage pédagogique” in Bominenge. Ook was hij enkele jaren reispater in Bangabola en Gbosasa om daarna opnieuw leraar te worden in de middelbare school van Mbaya.

Toen hij in 1977 een sabbatjaar gedaan had in Londen hielden ze hem vast in Noord-België en vijf jaar lang was hij er Provinciaal secretaris. Vervolgens trok Albert naar Singapore waar hij zich nog 28 jaar lang zou inzetten. Aartsbisschop Gregory Young twijfelde aanvankelijk of hij een man van 57 jaar, die vroeger in Congo gewerkt had, daar wel zou verwelkomen als missionaris. Maar algauw bewees Albert dat hij over een uitzonderlijk aanpassingsvermogen beschikte.

Eerst werkte hij een jaar in de parochie van Sint-Vincentius, en daarna was hij 14 jaar een vlotte medewerker op de parochie van O.-L.-Vr. van Altijddurende Bijstand, in een equipe met de Franse paters Loiseau en Aro, twee bekende namen van de Missions Etrangères de Paris. Het waren drukke maar succesvolle jaren met veel nieuwe initiatieven. Bert startte er de St.-Jeroom Bibliotheek. Zelf was hij een gretig boekenlezer en hij moedigde de christenen aan om meer over spiritualiteit te lezen. In de parochie werd hij ook de grote promotor van de RCIA, het volwassenencatechumenaat en van Mariage Encounter.

Vervolgens werkte hij een hele tijd in de Franciscus van Assisi parochie waar het catechumenaat en Mariage Encounter ook zijn grote prioriteiten waren, maar eveneens startte hij er een bijbelgroep. Zelf las hij heel zijn leven door met veel ijver de Bijbel. Het Nieuwe Testament las hij in het Grieks.

Bij dit alles was hij nog de lokale overste van Scheut in Singapore en lid van de Provinciale Raad. Er zijn wellicht weinig raadsleden geweest die zo nauwkeurig elke provinciale raadsvergadering voorbereidden. Zijn liefde voor Scheut was gekend bij de confraters. Alle nieuws over Scheut vroeger en nu, nieuwe uitdagingen voor Scheut, het interesseerde hem allemaal ten zeerste. Het was de tijd dat het China Programma van de Verbiest Stichting in Leuven uitgebouwd werd. Het maandelijks verslag ervan in Pedicab en alle activiteiten ervan binnen China maakten hem enthousiast. Meerdere keren herhaalde hij: “Indien ik 20 jaar jonger was, dan zou ik Chinees leren en meedoen aan dat programma”.

Bert was een man met principes en strenge zelfdiscipline. Hij straalde een enthousiast engagement uit voor zijn missionaire taak. Zijn toespraken en homilieën waren parels, degelijk voorbereid door uren studie en onderzoek. Improvisatie was bij hem uit den boze. Zijn christenen waardeerden zijn eenvoud, zijn opgewekt karakter en spontane vriendschap. De aanvankelijk twijfelende aartsbisschop was vol lof over hem.

In 2011 kwam de tijd voor Bert om in een huis van Scheut in België rust te vinden midden de confraters die hij gekend had in Congo en Azië. Hij genoot er van het regelmatig contact met zijn jongere broers en zusters. Hij was immers de oudste in een gezin van zeven kinderen die allemaal naar hem opkeken. Toen een gesprek moeizamer werd herhaalde hij ontelbare keren: “Ik heb een mooi leven gehad”. Twee dagen voor zijn 92ste verjaardag is hij rustig van ons heengegaan. Hij rust nu bij de Heer die hem zal doen opstaan op de laatste dag.

Jeroom HEYNDRICKX

 

 

 

Pater Frans HarrenHarren Frans

 

Geboren te Amsterdam op 12.03.1933

Religieuze geloften op 08.09.1953

Priester gewijd op 25.07.1958

Missionaris in Guatemala van 1959 tot 2004 maar van 1982 tot 1985 in Mexico Stad

Overleden in Tilburg op 07.09.2017

 

Tijdens de crisis van de dertigerjaren werd Frans geboren als zesde kind in een reeks van acht. De oorlogsjaren maakten de ontberingen nog erger en na de oorlog werd hij uitgekozen om bij de familie Plancherel in het Zwitserse Domdidier aan te sterken. Omdat hij al vroeg de wens te kennen gaf missionaris te worden leidden zijn wegen naar Scheut en voor broers en zusters was Frans altijd diegene die “elders studeerde” en alleen tijdens de vakanties bij hen thuis kwam.

Na zijn priesterwijding werd Frans bestemd voor de missie van Guatemala. In 1959 vertrok hij per boot vanuit Rotterdam. Na zijn taalstudie werd hij benoemd in de “costa”, het laagland aan de zuidzijde. In de jaren die volgden was hij werkzaam in de parochies van Santa Lucia Cotzumalguapa, La Democracia en Esquintla. Na de moord op Walter Voordeckers die hij van dichtbij meemaakte zou hij een langer verlof doorbrengen in Nederland en vervolgens zich drie jaar wijden aan de basisgemeenschappen in Mexico Stad. Na zijn terugkeer in Guatemala verbleef hij vooral in het Provinciaal Huis in de hoofdstad waar hij gastvrijheid verleende aan bezoekers, de financiën van de provincie bijhield en in de weekends zich pastoraal inzette in de sloppenwijken dichtbij.

Het is waar dat hij nooit overhaastig was, in heel veel dingen zeer langzaam zelfs, maar daartegenover stond dat wat uit zijn handen kwam niet gecontroleerd hoefde te worden. Het was steeds perfect, of het nu Nederlands of Spaans was, of cijfers, de getallen klopten altijd. Hij heeft zijn talenten zeker niet begraven. Trouw aan zijn roeping en zorg voor zijn mensen stonden bij hem hoog in het vaandel en hij heeft dit volgehouden tot het echt niet meer kon.

De moord op Walter Voordeckers, op 12 mei 1980, in Santa Lucia Cotzumalguapa liet op hem een zeer diepe indruk achter, waar hij de rest van zijn leven mee geworsteld heeft. We kunnen hem best zelf aan het woord laten, zoals hij het zei in de kathedraal van Guatemala Stad op de Dag van de Martelaren, 30 juni 2000: “Guatemala bewaart een grote schat, een erfenis, een krachtige inspiratie: Guatemala heeft martelaren. … Onder de vele voorbeelden van gemartelde mensen, zou ik graag één geval naar voren willen halen. Het gebeurde in Santa Lucia Cotzumalguapa. Twintig jaar geleden werd op enkele passen van de parochiekerk Walter Voordeckers op gruwelijke wijze vermoord. Hij was amper veertig jaar oud. Twintig jaar geleden… Voor de meesten een zeer lange tijd, het vijfde deel van een eeuw. Maar voor mij is die maandag 12 mei 1980 alsof het gisteren was. Hoe zou ik het voorval kunnen vergeten dat op die dag plaatsvond en de grootste schok van mijn leven betekende?

Op de straat rende Walter voor zijn leven. Helaas tevergeefs. Ondertussen zat ik rustig in mijn kamer op de pastorie maar ik verzeker u: Tot op de dag van vandaag hoor ik het geluid van de schoten die, op klaarlichte dag, mijn confrater dodelijk verwondden. Met knikkende knieën en bezeten van angst bereikte ik de plaats van het onheil waar ik hem zag liggen terwijl hij doodbloedde. Nooit zal ik dat beeld kwijtraken.

De begrafenis, de volgende dag, was een uiting van solidariteit van duizenden mensen. Vanuit de verste uithoeken van de parochie en van ver daarbuiten waren ze gekomen.

Inderdaad… Guatemala is een gezegend land. Niet door wijwater maar door het bloed van de martelaren dat over zijn grond vloeide. De zusters Sabine en Paula, vrouwen die sterker waren dan ik, nodigden mij uit om samen met hen te bidden. Het werd een écht gebed: een van die momenten waarin je de aanwezigheid van God als het ware voelt.

Gezamenlijk kwamen we tot de conclusie dat, zonder “iets groots” te verrichten, het feit alleen van onze aanwezigheid een getuigenis zou zijn van solidariteit met de mensen die hun herder kwijt waren. En zo deden we. Niettemin, toen na verloop van tijd de stilte na de storm intrad, begon ik steeds angstiger te worden. Ik voelde me een beetje zoals Petrus, toen het dienstmeisje tegen hem zei: “Ook jij was één van hen”. Zo overviel mij het verlangen om te vluchten, deze moeilijkheden achter me te laten, om rust en gemak te vinden.”

In 2004 kwam Frans voorgoed naar Nederland. Ooit ontvielen hem de woorden: “Ik was veel liever in Guatemala gebleven…”. Op zijn eigen stille manier bleef hij aanwezig, misschien een beetje teruggetrokken. Het trauma van de moord op Walter heeft hem nooit losgelaten. Zijn leven was erdoor getekend. Maar veel troost en voldoening vond hij bij de Spaanstalige gemeenschap van Den Bosch. Elke laatste zondag van de maand ging hij er voor in de Eucharistie. Hij heeft er veel gegeven en ook veel liefde en waardering ontvangen.

En zo gingen de dagen verder, zijn gezondheid ging steeds meer achteruit, bloedingen volgden elkaar steeds sneller op. Een nachtelijke val uit zijn bed werd hem uiteindelijk noodlottig. Overgebracht naar het ziekenhuis werden de berichten over zijn toestand steeds ongunstiger. De ziekenzalving beleefde hij nog heel bewust mee, en enkele uren later overleed hij rustig. Een stil maar toegewijd priesterleven was tot zijn einde gekomen. Rust nu in vrede, Frans.

Frans HÖLSCHER

 

 

 

Pater Jozef Herman Stulens

Stulens Jozef Herman 2 

Geboren te Zutendaal op 05.08.1932

Religieuze geloften op 08.09.1953

Priester gewijd op 03.08.1958

Missionaris in Congo (KIN) van 1959 tot 2006

Overleden in Zuun op 07.08.2017

 

Een belangrijk gebeuren in het leven van Joe is zeker de overval waarvan hij in 1961, na de moord op Lumumba, slachtoffer werd. Dat had gans zijn leven een andere wending kunnen gegeven hebben. Na een verblijf van enkele maanden in het ziekenhuis in Kinshasa en revalidatie in België keerde hij toch weer met veel moed terug naar dezelfde parochie. Vooral de laatste jaren van zijn leven speelde dat gebeuren voortdurend in zijn hoofd, niet alleen het feit zelf maar ook de ontmoeting met de overvallers die veel jaren later vergiffenis kwamen vragen.

Joe heeft een mooie en vrolijke jeugd gehad in het gezin, was eerder guitig en zelfs een beetje ondeugend. In de familie zag hij zijn oudere zus naar het klooster gaan en één van zijn broers naar Scheut, broeder Gerard. Ook in de parochie, de jeugdbeweging KSA en in het kleinseminarie groeide bij Joe het verlangen missionaris te worden. En hij ging ervoor. Zo heeft hij zich 47 jaar met hart en ziel ingezet in Kinshasa. Met zijn dynamisme en werkkracht kon hij grote parochies organiseren en bezielen, vooral dan St.-Pierre, St.-Joseph, Mama wa bosawa en N.D. de Fatima. Overal was hij de goede herder die zijn schapen kende en ging opzoeken tot in de verste wijken. Dat alles heeft Joe geprobeerd te beleven ondanks veel spanningen en geweld. Dikwijls werd er gevreesd dat in die miljoenenstad een opstand zou uitbreken.

Joe hield van contacten met mensen, niet alleen met verantwoordelijken in de Kerk en de maatschappij, maar ook met de kleine mensen, zieken en armen. Hij wilde iedereen, groot en klein, samenbrengen rond Christus, zowel in de woonwijken als in de parochiezaal, waar hij veel aandacht aan besteedde. Samen met zijn broer Gerard bouwde hij ruime en aangepaste ontmoetingsplaatsen. Hij zette zich in voor de groei van plaatselijke gemeenschappen. Daarom maakte hij veel tijd voor bijbelsessies, catechese voor kinderen en volwassenen, vergaderingen, huisbezoeken en persoonlijke contacten. Hij hield van feesten, ook in de parochie bij zijn mensen, kortom hij hield van het leven. Hij was er altijd graag bij. Hij is steeds een levenslustige man gebleven.

De liturgische vieringen kregen bij hem heel veel aandacht, tijd en zorg. Dat was de kern en het belangrijkste in zijn pastoraal werk. Zo heeft hij in de laatste parochie, die van Fatima, waar hij ruim 13 jaar gewerkt heeft, de kroon op het werk gezet door het bouwen en inrichten van een mariaal sanctuarium. Joe was er zo fier op en met reden. Aan een bidplaats buiten aan de kerk konden de mensen even halt houden in de drukte van de dag of even verpozen in de hitte van de middagzon.

Joe, samen met veel mensen in Kinshasa en elders zijn wij je dankbaar voor je inzet, je levensvreugde en humor, kortom voor wie je was. Met veel moed heb je stilaan afscheid genomen van het leven en keerde je terug tot God, in de stilte, in urenlang aanwezig zijn bij de Heer. Wij dragen mooie herinneringen van je mee.

Cyriel STULENS

 

 

 

Pater Frans FagardFagard Frans

 

Geboren te Hoeselt op 01.11.1928

Religieuze geloften op 08.09.1948

Priester gewijd op 02.08.1953

Missionaris in Congo (KAS) van 1954 tot 2000

Overleden in Zuun op 07.07.2017

 


Frans Fagard, of Sooi zoals wij Scheutisten hem noemden, was een innig goed mens, had een goed hart en was zachtmoedig. Hij had aandacht en respect voor alle mensen zonder onderscheid: hij hield veel van zijn grote familie in Limburg, meer bepaald in Alt-Hoeselt, en hij hield veel van de mensen in Congo. Hij had veel geduld en had contact met alle mensen: interessante en vervelende mensen, groot en klein, rijk en arm. Iedereen was welkom in zijn groot hart.

In 1972, pas 21 jaar oud, kwam ik voor de eerste keer aan in Kasayi om er een missionaire stage te doen. Er waren daar toen nog honderden Scheutisten, maar Sooi viel op in die groep. Hij was pastoor van de Sint-Maartensparochie in Kananga en ik was er altijd welkom. Ik ben dikwijls bij hem geweest, ik was er thuis. Hij had toen al 18 jaar ervaring in de missie, ikzelf moest nog alles ontdekken. Daar had Sooi begrip voor, met veel geduld.

Toen hij gedurende zijn laatste periode in Congo pastoor was van de H. Familieparochie in Kananga, zagen we hem dikwijls rondwandelen in de cité, om de mensen te bezoeken. Hij nam er zijn tijd voor, hij wilde iedereen kennen. Zo kende hij veel families met naam en toenaam: vader en moeder, kinderen, grootouders... Hij prentte alles in zijn geheugen dat heel sterk was.

Op een bepaald moment begon hij de mensen in zijn parochie te bezoeken per fiets. ’s Avonds vertelde hij dan met veel plezier: “Ik heb een goede fiets! Ik heb zelfs geen pedalen meer nodig!” Wat gebeurde er? Spelenderwijze duwden de kinderen van zijn parochie zijn fiets voort langs de wegjes van de cité. Maar hij moest regelmatig afremmen, anders kon hij niet met de mensen praten. “Langzaam aan en niet te snel”, dat was zijn leuze.

Sooi was een goede vader, een goede herder. De confraters konden genieten en plezier maken met Sooi in hun midden. Ook was hij erg bekommerd om het leven van zijn mensen: hij gaf hen veel vertrouwen en verantwoordelijkheid. In de H. Familie- en Sint-Maartensparochie in Kananga, veroorzaakten de tropische regens grote erosies. Na iedere regen vond men lemen huisjes die in de ravijn gegleden waren. Met de hulp van mensen in Limburg zorgde hij ervoor dat er gemetste kanalen kwamen die het regenwater afvoerden zonder grondverschuivingen te veroorzaken.

Hij sprak veel over Mashala, waar hij twee keer vele jaren geweest is. Daar was hij erg gelukkig. Hij begon er zijn missieleven als medestichter van de missie samen met P. Wieke Delsaerdt. Ze woonden er in een hut. Bij zijn tweede benoeming in Mashala zorgde hij voor een nieuwe ruime kerk. Ook in de Sint-Maartensparochie in Kananga bouwde hij een mooie kerk.

Hij kon ook heel stil worden en teruggetrokken in zichzelf toen er conflicten of moeilijkheden waren in zijn parochie. Dat was zijn manier om mee te lijden met zijn mensen, om hen trouw te blijven in goede en kwade dagen. Maar hij kon ook heel wat gebeurtenissen relativeren met zijn smakelijke lach. Toen hij eens een bestelling cement voor de bouw van de kanalen moest betalen, wist hij dat hij het geld had. Maar om diefstal te vermijden had hij de bankbiljetten in de boeken op zijn boekenrek gestopt, maar hij wist niet meer in welke. Dat heeft toen wat tijd gevraagd om alle boeken te doorbladeren. Daarna kon hij daar goed om lachen.

In 2000 viel hij zwaar ziek en moest Congo verlaten. Hij kwam in Kessel-Lo terecht. Toen hij beter was, ging hij iedere dag zieke confraters bezoeken op hun kamers. En hij schreef veel brieven naar zijn mensen in Congo. Tot op vandaag vragen veel mensen daar hoe het gaat met ‘Mompère Fagard’, zoals ze hem ginder noemden.

Wat was het geheim van Sooi? Heel simpel: zijn liefde tot God en zijn liefde tot de mensen. Volgens Jezus omvatten deze twee geboden heel ons geloof, en Sooi maakte dat in zijn leven heel concreet. We hoeven maar naar zijn leven te kijken om te weten wat die woorden van Jezus betekenen. We geloven dat Sooi nu leeft in de Liefde zonder Grenzen van God. Dank je wel, Sooi, voor je mooi leven dat ons allemaal blijft inspireren. Dank je!

Ivo VANVOLSEM

 

 

 

Pater Jos BastiaensenBastiaensen Jos

 

Geboren te Zandhoven op 06.05.1939

Religieuze geloften op 08.09.1959

Priester gewijd op 02.08.1964

Missionaris in Japan van 1965 tot 2004 en daarna in België

Overleden in Edegem op 24.06.2017

 

Na zijn humaniora in het kleinseminarie van Hoogstraten trok Jos naar het noviciaat van Scheut in Zuun en studeerde filosofie in Kessel-Lo en theologie in Scheut en Leuven. Op 10 september 1965 vertrok hij dan voor het eerst naar Japan en liep samen met een andere jonge confrater twee jaar lang taalschool in Nibuno. Stilaan nam hij er ook de Japanse cultuur in zich op. Hij werd daarna kersvers onderpastoor in Himeji onder de leiding van een ervaren confrater en bleef het drie jaar. Toen zijn vader stierf werd het wel een moeilijke tijd voor Jos, maar het was niet de gewoonte daarvoor naar huis te komen.

Na zijn verlof in 1970 werd hij onderpastoor in Kurashiki, in het bisdom Hiroshima, en vervolgens onderpastoor in Sakai, ten zuiden van Osaka. Naast zijn gewoon werk als parochiepriester was hij ook aalmoezenier van de gevangenis in Osaka, en deed een speciale studie van enkele maanden om mee te helpen in een bureau waar mensen met problemen hun zorgen telefonisch konden uitspreken.

In 1982 werd hij rector benoemd van een kleuterschool in de stad Semboku, waar Scheut zich voorgoed wilde vestigen. Drie jaar later werd hij er directeur en men had ook plannen om er een parochie te stichten. Maar toen reeds kreeg Jos hartproblemen. Met een groep Japanse studenten op reis in de Filipijnen werd hij met spoed naar een hospitaal in Manila gebracht en hij kreeg er reeds een dubbele overbrugging. Enkele jaren later, tijdens een vergadering van de Provinciale Raad in Japan werd hij onwel, en werd opgenomen in het ziekenhuis van Himeji. Dat jaar stopte hij dan ook als aalmoezenier van de gevangenis, als pastoor van Semboku en als directeur van de kleuterschool. Hij trok weg uit de grote stad en ging op de buiten, in Kurashiki. Geleidelijk vergat hij de tijdbom die echter genadeloos verder tikte. Ook de gemeenschap vergat het, en in 1995 werd hij Viceprovinciaal gekozen.

In Kurashiki was Jos afwisselend actieve pastoor of assistent. Er waren daar grote veranderingen op komst. Onze 3 parochies moesten er geleidelijk aan één parochie, één federatie vormen en in 1996 werd Jos moderator van het team. Maar toen de Provinciaal van Scheut gekozen werd in het Algemeen Bestuur in Rome moest Jos vanzelfsprekend de taak van Provinciaal op zich nemen. Daardoor kreeg hij een nog grotere verantwoordelijkheid, en ook het feit dat de nog jonge Provinciaal Econoom plots stierf heeft zwaar op hem gewogen.

Jos leidde werkelijk een heel druk leven. Hij was steeds in volle actie, steeds bezig met een overvol programma. In 2004 is Jos dan definitief naar Europa teruggekeerd. Hij werd Rector in het moederhuis van Scheut, maar ook daar maakten hartproblemen vroegtijdig een einde aan. Toen ging hij op rust in Kessel-Lo maar na korte tijd deed men beroep op hem om Econoom te worden in ons huis van Leuven. Toen het huis van Leuven opgegeven werd zou hij eindelijk echt op rust kunnen gaan in Schilde. Doch rusten, dat kende hij niet, en hij bleef heel actief in de gemeenschap en in het verlenen van pastorale diensten in parochies en aan zustergemeenschappen, maar vooral aan de Japanse gemeenschap in België. Op 20 juni werd hij, opnieuw wegens hartklachten, opgenomen in het ziekenhuis van Deurne om ’s anderendaags overgebracht te worden naar het Universitair Ziekenhuis in Edegem waar hij op 24 juni overleed. Na elke hartcrisis had Jos zich steeds herpakt maar deze keer werd het hem fataal. Dank u Jos voor alles wat je in al je ijver voor zoveel mensen gedaan hebt. Moge na dit vele werk je nu echt tot rust komen in de vrede van de Heer.

Willy HEIJMANS

 

 

 

Pater Marcel MestdaghMestdagh Marcel

 

Geboren te Oostende op 09.08.1932

Religieuze geloften op 08.09.1952

Priester gewijd op 03.08.1958

Missionaris in Congo (KAS) van 1959 tot 2008 en daarna in België

Overleden in Torhout op 03.06.2017


Afkomstig van Oostende bracht Marcel zijn jeugd door in Langemark omdat zijn vader daar postmeester benoemd werd. Hij deed dan ook zijn humaniora in het college van Ieper en trok daarna naar het noviciaat van Scheut. In plaats van filosofie in één van onze studiehuizen te doen ging hij klassieke filologie en Thomistische wijsbegeerte studeren aan de universiteit van Leuven en daarna deed hij zijn theologie in Kessel-Lo en Jambes. In augustus 1959 vertrok hij dan naar Kasaï.

Zoals de meeste jonge missionarissen in die tijd werd hij eerst directeur van de lagere school maar na een jaar werd hij al leraar aan het kleinseminarie van Kalenda dat later overgeplaatst werd naar Tshilundu. Dat bleef hij zes jaar en vervolgens was hij 13 jaar lang pastoor in Mbuji-Mayi. In 1980 werd hij Provinciaal van Oost-Kasaï.

Marcel hield ervan te vertellen dat de principaal van het college zich afvroeg of hij, met zijn handicap, wel missionaris zou kunnen worden. Hij had immers wat problemen aan zijn voeten en tijdens zijn jeugdjaren was hij er verschillende keren aan geopereerd geworden. Zo was het stappen voor hem soms wat moeilijk, maar Algemeen Overste Jozef Vandeputte antwoordde: “Als zijn kop maar goed is”. En die was inderdaad heel goed. Na zijn provincialaat was Marcel vele jaren verbonden aan het Pastoraal Centrum van Mbuji-Mayi. In die tijd werkte hij, samen met de protestanten, aan een oecumenische vertaling van de bijbel in het Tshiluba, en was vooral ook actief in animatie van de missionarissen en de jonge inlandse priesters en zusters. Ook is hij Regionaal Coördinator van CICM van Afrika geweest en reisde in die functie alle Afrikaanse landen af waar Scheut werkzaam was. Toen in 1992 de twee Kasaï’s opnieuw samengevoegd werden werd hij er de eerste Provinciaal van.

Marcel hield van de bijbel en kende die door en door. Hij had er zich immers vele jaren in verdiept toen hij die vertaalde. De woorden die God tot Ezechiël sprak toen hij hem opriep de bewaker van zijn volk te zijn, en hen op te roepen het kwade te laten en het goede te doen, bracht ook Marcel in praktijk. Hij voelde zich verantwoordelijk voor de uitbouw van een levenskrachtige en geëngageerde kerk. De vorming en integratie van de jonge missionarissen kregen zijn bijzondere aandacht. Hij begeleidde hen met veel tact en fijngevoeligheid, zoals het een echte herder past. Ook de woorden die we vinden in de parabels van Jezus, “Wie is mijn naaste?” en “wanneer hebben we je hongerig of ziek of in de gevangenis gezien, of als een vreemdeling zonder huis?” wist hij te vertalen niet alleen in woorden, maar ook in daden. Evangelisatie was meer dan preken, en hij wist de missionarissen te animeren om de daad bij het woord te voegen in hun manier van missionaris zijn.

Na zijn term als Provinciaal van de eengemaakte Kasaï-Provincie deed Marcel nog vele jaren animatie vanuit het ‘Centre Missionnaire Theophile Verbist’ in Tshilomba. Hij was er ook Directeur van CIAM-Kasaï (Centre d’information et d’animation missionnaire) en geestelijk begeleider van de inlandse zusters. Ten slotte kon de Provincie ook op hem rekenen voor het werk als secretaris. Maar hij klampte zich niet vast aan zijn werk. In 2008 schreef hij: “Hoewel ik mij steeds thuis gevoeld heb in Congo vind ik dat men zich niet moet vastklampen noch aan zijn taak noch aan zijn plaats. Ook denk ik dat onze “jonge Provincie” met confraters afkomstig uit de vier continenten in volle vrijheid haar eigen weg moet kunnen zoeken en vinden. Nu mijn gezondheid het steeds meer laat afweten en ik regelmatig medische controle moet ondergaan is het ogenblik gekomen naar België terug te keren”. Marcel beleefde nog veel gelukkige jaren in ons huis in Rumbeke, waar hij zelfs nog een jaar interim Rector werd. Maar zijn gezondheidstoestand liet het steeds meer afweten tot hij enkele maanden geleden voor verzorging naar Torhout ging. Daar drong een opname in het ziekenhuis zich al spoedig op en zijn toestand werd steeds erger. Nu treuren niet alleen veel confraters maar ook heel veel Congolese priesters en leken. Heel veel zusters ook, allemaal mensen voor wie Marcel een echte ‘hoeder’ was, een herder door wie ze dichter bij de Heer gebracht werden.

Erik Maes