Pater Karel DenysDenys Karel

 

Geboren in Roeselare op 25 juli 1920

Religieuze geloften op 8 september 1939

Priester gewijd op 16 juli 1944

Missionaris in China van 1947 tot 1948

Missionaris in de Verenigde Staten van Amerika van 1948 tot 2011

Daarna rustend priester, in Rumbeke en Torhout, waar hij overleden is op 4 augustus 2019.

Vanaf 1977 Ridder in de Orde van ’t Manneke uit de Mane.

 

Pater Karel werd geboren in Roeselare op 25 juli 1920. Na zijn humaniora¬studies aan het Klein Seminarie van Roeselare deed hij zijn intrede in het noviciaat van Scheut in september 1938, in navolging van zijn broer Michiel die 14 jaar ouder was, en al werkzaam in China. Karel legde zijn eerste geloften af op 8 september 1939. Hij studeerde filosofie in Scheut, en theologie in Leuven. Op 16 juli 1944 werd hij priester gewijd, en voor hij naar de Chinese missie vertrok, rondde hij zijn opleiding af aan de normaalschool in Torhout.

Hij vertrok in april 1947 naar China, en begon aan zijn eerste jaar taalstudie in Peking, maar al in juli 1948 verzocht de generaal-overste van Scheut hem China te verlaten omwille van de com¬munistische dreiging, en meteen door te reizen naar de Verenigde Staten van Amerika. Hij deed eerst 4 jaar dienst als medepastoor in Culpeper, Virginia, en daarna 20 jaar, van 1952 tot 1972, in verschillende parochies in Philadelphia.

Daarna begon hij iets meer naar het noordwesten, als pastoor van de pa¬rochie van OLV van Smarten in Detroit, die was gesticht door en voor de Belgische immigranten, voor een groot deel Vlamingen. Hij zou daar 20 jaar zijn. Het was de tijd toen vele Anglo-Amerikaanse families, ook Belgische immigranten, de stad verlieten en zich in de randsteden vestigden, weg van de groeiende Afro-Amerikaanse bevolking. Karel probeerde beide culturele groepen tot een christelijke gemeenschap om te smeden. Zijn vriendelijkheid en geduld hielpen hem daarbij. Hij was de zachtmoedige man met een nederig hart, naar het voorbeeld van Jezus.

Al van bij het begin van zijn apostolaat in Detroit werd hij medewerker, en daarna een tijdlang hoofdredacteur, van de Gazette van Detroit, die was opgericht voor de Vlaamse immigranten. Als verdienstelijke West-Vlaming werd hij, tijdens zijn verlof in 1977, tot Ridder geslagen in de Orde van het Manneke uit de Mane. Dit gebeurde te Diksmuide, waar Karel al tijdens zijn jeugdjaren elk jaar naar de IJzerbedevaart was getogen.

In 1994 – hij was toen 74 jaar – trok hij zich terug in de Father Tailieu Residence in Roseville, niet ver van Detroit. Twee jaar later zou hij verhuizen naar de bakermat van Scheut in Amerika, Missionhurst, in Arlington. Karel was een boekenwurm en had een neus voor archief¬werk. Hij leefde nog 15 jaar mee met het promotiewerk van Missionhurst en de Scheutse gemeenschap van het provinciaal huis.

In 2011 kwam hij definitief terug en vond hij een thuis in de gemeenschap van Rumbeke, op enkele boogscheuten van zijn “roots” verwijderd. Hij was er toen 91, maar nog heel alert en altijd gereed voor een kwinkslag of een zondagse “santé” met de confraters, vooral met zijn wapenbroeder Jules Van Moer¬kercke, die hem enkele weken vroeger naar het Vaderhuis is voorgegaan.

Begin 2014 ging pater Karel naar het Missiehuis van Torhout wonen. Het was op zijn vraag dat men er gestart is met een wekelijkse zangstonde, en hij was er altijd heel graag bij, ook toen hij bijna niets meer hoorde en of zag. Op 21 juli van dit jaar heeft hij nog samen met zijn talrijke familie zijn jubileum van 75 jaar priesterschap kunnen vieren, en enkele dagen erna samen met de confraters zijn 99ste verjaardag. Hij is in de ge¬meenschap van Tor¬hout zachtjes heengegaan in de late avond van zondag 4 augustus 2019.

Jozef LAPAUW en Werner LESAGE

 

 

 

Pater Jacques ParréParr Jacques kopie

 

Geboren in Koekelberg op 1 januari 1927

Religieuze geloften op 8 september 1946

Priester gewijd op 29 juli 1951

Missionaris op de Filippijnen van 1953 tot 1995

Studie- en animatiewerk in Rome van 1995 tot 2007

Op rust in Kessel-Lo van 2008 tot 2017 en daarna in Zuun

Hij overleed er op 25 juli 2019

 

Jacques groeide op in een mooi gezin van drie jongens en drie meisjes. Zijn oudere broer werd diocesaan priester, en zijn jongere broer werd monnik in de abdij van Affligem. Altijd onderhield hij goede contacten met zijn familie. Vooral zijn zussen waren missionaris met hem overal waar hij werkzaam was. Jacques was 40 jaar op de Filippijnen, daarna 12 jaar in Rome en 10 jaar in Kessel-Lo.

Tijdens zo een lang verblijf op de Filippijnen:
* waar verbleef hij?
* wat deed hij?
en vooral,
* wat bezielde hem?

Driemaal werkte hij een drietal jaren in de missieposten in Ilocos Sur, een Provincie aan de westkust van het eiland Luzon. Daarna werd hij benoemd in Conception, een post in de Lage Landen aan de voet van de Bergprovincie. Om naar die post te gaan, moest hij eerst 45 km het openbaar vervoer nemen en dan verder te paard, drie uren, en 15 keren dezelfde rivier oversteken. Tijdens het regenseizoen of na een tyfoon moest hij soms enkele dagen wachten tot het waterpeil laag genoeg stond. Daar heeft hij zijn gelukkigste jaren doorgebracht. Hij kende de inlandse taal Ilocano heel goed, kon luisteren naar de verhalen van de mensen en had veel aandacht voor de noden van de armen. Hij voelde er zich thuis.

Omdat Jacques de Ilocano taal zo goed kende, werd hij na tien jaar benoemd om - in onze taalschool nabij Manilla - die taal aan te leren aan de jongere confraters die bleven toekomen tot rond het jaar 1970.
Na die taalschool ging hij terug naar zijn Ilocano volk. Nadien is hij rector geweest in ons Klein Seminarie van Maryshore op een eiland in het Zuiden. Overal was hij de bezieler van parochies en gemeenschappen.

In 1995 ging hij naar Rome waar hij een doctoraat in spiritualiteit behaalde aan de Teresianum Universiteit. Later gaf hij aan dezelfde universiteit les en deed hij veel animatiewerk bij religieuzen, ook bij eigen confraters. In Rome kwam zijn talenkennis hem goed van pas bij zijn vele contacten en ontmoetingen. Spijtig dat we die vele Gigabytes van zijn hersenen niet op een reeks memory sticks kunnen zetten.

Begin 2008 ging hij eindelijk op rust in Kessel-Lo. Ook daar waren stiptheid en orde voor hem zeer belangrijk. Had dat te maken met zijn geboorte op de eerste dag van het jaar? Elk boek of pen lag op de juiste plaats. Tot de laatste maand van zijn leven, hij was ondertussen naar Zuun gegaan, besteedde hij elke dag enkele uren aan lezing, vooral van filosofische werken. Ondanks zijn altijd drukke agenda vond hij toch elke dag de tijd voor stilte en bezinning. Jacques was een heel verstandig man, maar had vooral veel gezond verstand. Hij was fijngevoelig en wist heel goed wanneer te spreken, maar vooral wanneer te zwijgen als men een opmerking maakte. Mogen wij zijn voorbeeld volgen: spreken als het echt nodig is, en zwijgen als het zo beter is. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Hij kon goed joken, een mop vertellen en er zelf hartelijk om lachen.

Altijd onderhield hij goede contacten met familie en vrienden, en vooral de laatste jaren heeft hij veel geskypet met zijn vrienden in Italië.
Veel mensen op de Filippijnen, in Rome en in België bewaren mooie herinneringen aan Jacques. Laten wij de Heer van het Leven danken voor dit rijk en diep bezield missieleven.

Cyriel STULENS

 

 

 

Broeder Paul WostynWostyn Paul

 

Geboren in Torhout op 4 januari 1945

Religieuze geloften op 8 september 1965

Missionaris in Japan van 1973 tot 1986

en daarna in België

Hij overleed te Brugge op 15 juli 2019

 

Paul werd geboren in Torhout op 4 januari 1945. Hij had drie oudere broers en twee zussen; alleen zijn zussen zijn nog in leven. Na zijn humaniorastudies in Torhout trad hij binnen in het noviciaat van Zuun, en legde hij er zijn eerste geloften af op 8 september 1965. Hij studeerde filosofie in Nijmegen en in Scheut-Brussel. Daarna volgden drie jaar theologie aan het CKS (Centrum voor Kerkelijke Studies) te Leuven. In 1970 vroeg hij exclaustratie aan voor drie jaar, en behaalde hij in Genk een diploma van vertaler / simultaan vertaler met een optie voor Duits.

Eind augustus 1973 reisde Paul af naar Japan. Hij kon er meteen beginnen aan zijn studie van de Japanse taal aan de Saint Joseph Language School, gerund door de Franciscanen in Roppongi, Tokyo. Tijdens zijn studies verbleef Paul op de parochie van Matsubara. Hij was er door de confraters en door de parochianen gekend als een vriendelijke en gedienstige man, die ook vlug contacten wist te leggen met universiteitsstudenten zoals Tokyo er vele telt. Na de gebruikelijke twee jaar taalstudie ging hij enkele maanden terug naar België omwille van de grote verandering die in de familie was ontstaan door het overlijden van zijn vader in 1974.

Van 1976 tot 1980 was hij verantwoordelijk voor een CICM-tehuis voor katholieke studenten in Okayama. Tijdens die periode was hij vier jaar professor van Duits aan Okayama-Seishin, een universiteit voor vrouwen, en volgde hijzelf drie jaar cursus van Japanse geschiedenis als vrije student aan de Universiteit van Okayama. Toen hem aan het einde van zijn mandaat werd gevraagd om les te geven aan de Junshin Middelbare School in Himeji, opgericht en gerund door CICM, gaf Paul er de voorkeur aan in Okayama te blijven en er zijn studies verder te zetten.

Zoals hoger gezegd, Paul was een minzame en gedienstige confrater, maar hij was met een zekere koppigheid ook ten volle een missionaris van zijn tijd. Hij had geen boodschap aan religieuze status of kerkelijke structuren. Hij koos ervoor om apart te leven, helemaal ondergedompeld in het Japanse milieu. In 1982 verliet hij dan ook het studentenhuis om alleen te gaan wonen, en in 1983 behaalde hij zijn diploma in Japanologie en Japanse geschiedenis. Hij kreeg een aanbieding om les te geven aan een middelbare school in Okayama, een taak die hij plichtsgetrouw vervulde tot 1986.

De ziekte van zijn moeder deed hem teruggaan naar België, en in 1990 besloot hij er te blijven. Hij vond werk in Leuven als professor van Japanse conversatie en grammatica aan de Katholieke Universiteit. Zijn moeder overleed in 1995. Paul bleef lesgeven in Leuven tot 2003. Maar hij kon zijn talenkennis niet zomaar ongebruikt laten liggen, en ging werken in een voor hem kenmerkende missionaire opdracht: hij werd begeleider op nachttreinen, en later op de Thalys hogesnelheidstreinen, vooral met bestemming Berlijn of Parijs.

Paul was sinds enkele jaren hartpatiënt, en in zijn laatste weken moest hij het rustiger aan doen in afwachting van een nieuwe hartklep. Toen hij niet kwam opdagen in het dispatch center van Thalys in Brussel-Zuid, heeft men hem gevonden in zijn woning in Brugge, maar zijn hart heeft het tenslotte begeven, geen hulp kon nog baten. Paul is gestorven op 15 juli, en werd in alle intimiteit begraven op de stedelijke begraafplaats De Warande in Torhout, naast het graf van zijn vader en moeder.

Moge hij rusten in vrede.

Werner LESAGE

 

 

 

Pater Jules Van MoerkerckeVan Moerkercke Jules

 

Geboren in Beveren-Roeselare op 3 juni 1920

Religieuze geloften op 8 september 1940

Priester gewijd op 27 januari 1946

Missionaris in Congo en in België van 1947 tot 2006

Daarna rustend priester, in ons missiehuis van Rumbeke

In 2016 gevolgd door ons missiehuis van Torhout, alwaar hij overleed op 30 juni 2019

 

Pater Jules werd geboren in Beveren-bij-Roeselare op 3 juni 1920. Op jonge leeftijd verloor hij zijn vader en een broer van hem. Na zijn humaniora¬studies aan het Klein Seminarie van Roeselare bleef hij thuis om te helpen op de hoeve, maar zijn moeder wist dat hij missionaris wilde worden, en raadde hem aan te vertrekken. Hij deed zijn intrede in het noviciaat van Scheut in september 1939. Hij legde zijn eerste geloften af op 8 september 1940, toen de tweede wereldoorlog pas goed begonnen was. Hij studeerde filosofie in Scheut en theologie in Scheut en in Leuven. Op 27 januari 1946 werd hij priester gewijd. Voor hij naar de missie vertrok, rondde hij zijn opleiding af in de Katholieke Aktie Centrale in Roeselare.

Hij vertrok op 18 oktober 1947, maar niet naar de missie van zijn voorkeur, China, omdat de burgeroorlog tussen de Communistische Partij en de Kwomintang er volop woedde. Het werd Congo, in het gebied van Inongo, dat toen nog kerkelijk afhankelijk was van Leopoldstad. De eerste zeven jaar was hij reispater en verantwoordelijke van de buitenscholen in Inongo zelf. Toen, in 1954, het bisdom Inongo werd opgericht, met als eerste bisschop Jan Van Cauwelaert, scheutist, kreeg Jules zijn volgende benoeming als reispater en directeur van de centrale school in Ireko. Na drie jaar werd hij reis- en schoolpater in Lokolama en Nkaw.

In 1959, één jaar voor Congo onafhankelijk werd, werd Jules benoemd als missie-overste in Ireko-Beronge en daarna als overste en reispater in Mpenzwa. Daarna deed hij dienst als reispater in Tolo. Het curriculum van Pater Jules leest als een reis-verhaal, als een voortdurend opstaan en op weg gaan, als een eeuwig op weg zijn. Het was als het ware ingebakken bij Jules: hij ging waarheen zijn oversten hem vroegen te gaan. In 1975 – hij was toen 55 jaar, maar nog altijd zeer gedreven – vinden wij hem werkzaam als pastoor in Taketa en vanaf 1980 tot 1993 als pastoor in Inongo, Saint Albert.

Pater Jules was geliefd bij zijn mensen. Die liefde en bezorgdheid was wederzijds. Hij kon relativeren, had ook de nodige humor om zich door minder gemakkelijke periodes heen te werken. Jules was terecht fier op zijn leven en werk als missionaris, op “zijn” mensen van “de Lac”, maar hij bleef ook met beide voeten op de grond. Dat heeft hij mogen uitspreken toen hij enthousiast deelnam aan het programma “Nonkel Pater” dat in 2012 op een Vlaams TV-kanaal werd uitgezonden.

Hij is in totaal 46 jaar in Congo geweest. In het jaar 1993 – hij was er toen 73 – kwam hij met spoed terug naar België omwille van “iets aan zijn hart”. De inplanting van een pacemaker heeft hem gered. Met spijt in datzelfde hart besloot hij in België te blijven en deed hij nog 12 jaar dienst als aalmoezenier in het Rusthuis in Westkapelle, van 1994 tot 2006. Hij was er ook graag gezien. Hij ging elke dag op bezoek bij zijn “oude menskes”. Hij was toen zelf al een tachtig-plusser! Ook was hij graag gezien bij zijn familie.Hij hield met hen nauw contact, dankbaar dat zijn moeder hem had laten gaan en dankbaar dat hij voor hen ook Nonkel Pater mocht zijn. Vanaf 2006 ging hij op rust in het missiehuis van Rumbeke.

In 2016 verhuisde hij naar ons missiehuis van Torhout, omdat hij meer en meer zorg nodig had. Hij had soms last van ademnood en zijn derde pacemaker draaide overuren. Hij zei soms: “Ons Here heeft mij vergeten!” en ook nog: “Ik kijk ernaar uit om mijn veel te vroeg gestorven vader en mijn broer te leren kennen in de hemel.” Een goede maand geleden, op 3 juni van dit jaar, heeft hij nog zijn 99ste verjaardag kunnen vieren. Zijn hart en zijn adem waren op, maar hij is tot het einde toe bewust gebleven. Hij is in de gemeenschap van Torhout plots, maar niet onverwacht, overleden op zondag 30 juni, even voor de middag.

Johan VERBEKE en Werner LESAGE

 

 

 

Pater Michel LenaertsLenaerts Michel

 

Geboren in Genk op 12 september 1922

Religieuze geloften op 8 september 1943

Priester gewijd op 1 augustus 1948

Missionaris in Congo-Kasaï van 1949 tot 1970

Pastoor in Zammelen en Guigoven (bisdom Hasselt) van 1971 tot 1998

Daarna rustend priester, in Kessel-Lo vanaf september 2004 en in ons missiehuis van Zuun, Sint-Pieters-Leeuw, vanaf 2017.

Hij overleed er op 19 juni 2019

 

Michel, de boerenzoon, de kwajongen die geen vogelnest te hoog vond, voetballer in zijn gehucht Langerlo, fietste na de lagere school naar het Klein Seminarie in Sint-Truiden. Hij droomde ervan missionaris te worden.

Eenentwintig jaar werkte hij in de Kasaï streek en had er veel aandacht voor de landbouw. Heel eenvoudig en met veel geduld kon hij luisteren naar de verhalen van de mensen, en zo meeleven met hun lief en leed. Hij liet zelfs een tractor overkomen vanuit België om de landbouwers te ondersteunen. Later zal hij al zijn ervaringen en belevenissen vastleggen in zijn boek: “Congo land van mijn hart”. Hij heeft er mooi werk gedaan. Hij was er tevreden en gelukkig, en toch besloot hij na 21 jaar in België te blijven.

De parochiepastoraal sprak hem aan. Zammelen, in het bisdom Hasselt, werd zijn eerste parochie, doch na enkele jaren kreeg hij er nog Guigoven bij. Ook hier kon hij weer dicht bij de mensen zijn, met hen meeleven en alle families leren kennen, als een goede herder. Michel hield van de natuur en vooral van de vogels. Zo gebeurde het dat hij op het ogenblik van de zondagsmis nog op het duivenhok zat. Elk jaar moest hij er even tussenuit, en ging hij met vrienden op reis in een Europees land en telkens bracht hij mooie herinneringen en foto’s mee voor een album, die hij zorgvuldig bewaarde.

Toen hij, na 28 jaar pastoraal werk en zes jaar verblijf bij zijn zus, toekwam in Kessel-Lo, waren niet alleen de confraters maar ook de kanaries zijn grootste vrienden. Elke dag besteedde hij er (ook de confraters) zeer veel tijd aan. Een goede gelovige is niet zomaar goedgelovig, maar durft ook vragen stellen en zelf nadenken. Met zijn kritische geest bleef Michel lezen en zoeken in de bijbel en in de boeken van theologen en geestelijke schrijvers. Hij deed dat heel eenvoudig en eerlijk. Tot een maand vóór zijn overlijden ‘zat’ hij, 96 jaar oud, elke dag nog enkele uren op Kerknet. Hij kon ook heel bescheiden met andere confraters daarover uitwisselen. Alles wat hem heeft doen leven, geloven, bidden, twijfelen, zoeken, kwam naar boven toen hij vanop hogere leeftijd dat allemaal rustig bekeek en op een rijtje zette. Hij was toen al in de 80. Zonder pretentie of aanmatiging schreef hij dat allemaal neer, 106 bladzijden. Zeer treffend en ter zake.

Michel sloot zich niet op in theorieën en bespiegelingen, want christen zijn en geloven is een manier om in het leven te staan. Hij noemt dat “de weg van beneden” (Anselm Grün), van het dagdagelijkse, van eenvoudige inzet en liefde voor de anderen. Eigenaardig hoe hij vooral de laatste tijd nog zoveel aandacht toonde voor de honger en miserie in de wereld. Hij sprak daar soms over, heel kort.

Ik parafraseer wat hij op een bepaalde plaats schrijft: “Ik heb me zo druk gemaakt, gezocht en gelezen. Ik heb me geërgerd aan zoveel dingen zowel in de Kerk als erbuiten, me ongerust gemaakt en soms was ik angstig. Ik zou nu beter zwijgen en in stilte kijken naar het grote mysterie van het leven en meer oog hebben voor het nieuwe Begin dat naderend is.”

Op zijn eigen typische manier heeft pater Michel ons Gods liefde getoond. Laten wij hem daarvoor dankbaar zijn.

Cyriel STULENS

 

 

 

Pater Paul CatryCatry Paul

 

Geboren in Roeselare op 23 april 1931

Religieuze geloften op 1 november 1952

Priester gewijd op 4 augustus 1957

Missionaris afwisselend in Indonesië en in België van 1959 tot 2014

Overleden in Torhout op 15 mei 2019

 

Paul werd geboren in Roeselare op 23 april 1931. Hij had drie broers en drie zussen; zijn zussen zijn nog in leven. Na zijn humaniorastudies aan het Kleinseminarie van Roeselare trad hij binnen in het noviciaat te Zuun, en legde zijn eerste geloften af op 1 november 1952. Hij studeerde filosofie in Néchin, bij Doornik, en theologie in Kessel-lo en in Leuven. Op 4 augustus 1957 werd hij priester gewijd te Scheut-Brussel, en kreeg er als missiebestemming Indonesië.

In september 1958 vertrok hij richting Verre Oosten. Zijn eerste halte was echter de Filippijnen, waar hij ongeveer één jaar moest wachten op een visum voor Indonesië. Hij kwam er aan in november 1959. Tot 1972 was hij werkzaam op de parochies Deri, in Toraja, en Kendari, in Zuid-Oost Celebes. Paul viel op door zijn missie-ijver, zijn geduld en vriendelijkheid. Na 12 jaar parochiewerk en onderdompeling in de cultuur, werd hij benoemd tot overste van de Scheut-Provincie van Indonesië, voor een periode van vijf jaar.

Maar toen kwam een eerste keerpunt: hij werd teruggeroepen voor een dienst in zijn thuisprovincie. In 1978, hij was toen 47 jaar, volgde hij in de Verenigde Staten een cursus Spiritualiteit in Saint-Louis om begeleider te worden van de jonge theologiestudenten in Leuven, en daarna begeleider van het noviciaat dat in die tijd in Leuven was gevestigd. Vanaf januari 1982 tot juni 1984 deed hij dienst als Vice-Provinciaal van CICM Noord-België.

Paul, die was opgegroeid en gevormd in de tijd vóór het Tweede Vaticaans Concilie, heeft door zijn ervaringen én in de missie én in zijn thuisland, volledig de geest van het “volk Gods” in zich opgenomen. Toen hij voor een tweede keer vertrok naar zijn missie was hij zich nog meer bewust van de rol die elke gedoopte mag en moet opnemen. Van 1984 tot 1988 was hij pastoor in Kare, Makassar, en van 1988 tot 1992 werkte hij in Nabire, Indonesisch Papua, een heel andere streek. In september 1992 kwam hij op verlof naar België; maar, in de maand daarop onderging hij een longoperatie, en veel mensen dachten dat hij in het vaderland zou blijven.

Maar dat was buiten Paul zelf gerekend. Vanaf maart 1993 was hij al terug in Nabire, en pas in 1998 begon hij het rustiger aan te doen als inwonend priester in Arso, ook in Papua, en dat tot 2002. Toen werd hij gevraagd om begeleider te worden van de Indonesische confraters in vorming, wat hij ook deed van 2002 tot 2006, in Makassar. In 2006 werd het tijd om voorgoed afscheid te nemen van zijn missie, hij was er 75 geworden.

Terug in België in augustus 2006, werd hij aalmoezenier in het zorgcentrum Sint-Jozef te Zonnebeke, en dat deed hij met veel zorg en toewijding tot 2014. Hij ging op rust in ons huis van Rumbeke, en in maart 2017 kwam hij naar Torhout wonen. Hij is - bij ons thuis - zachtjes heengegaan in de vroege morgen van 15 mei, op de dag dat wij een korte bedevaart hadden gepland naar de Lourdesgrot in onze tuin. Onze grot zal er ons aan blijven herinneren dat Paul, die een groot hart had voor Maria, eenzelfde grot heeft gebouwd in Deri, zijn eerste parochie in Torajaland, die met de jaren is uitgegroeid tot een lokaal bedevaartsoord.

 

Ludo REEKMANS en Werner LESAGE

 

 

 

Pater Gerard van Oersvan Oers Gerard 1

 

Geboren in Slootdorp op 16 december 1937

Religieuze geloften op 8 september 1958

Priester gewijd op 4 augustus 1963

Missionaris in Congo van 1964 tot 2003, daarna in Nederland

Overleden in Teteringen op 3 mei 2019

 

 

Het was voor ons allemaal een enorme schok toen we hoorden dat Gerard zo plotseling gestorven was. Hij was nog zo volop bezig met leven, nog zo vol energie, nog zo’n sterke magneet voor mensen om hem heen dat je bij hem wel vrolijk moest worden.

Er zijn mensen die postzegels verzamelen, anderen sparen molens of geld; het leek wel of Gerard mensen verzamelde. Postzegels verzamel je in een album, van molens maak je foto’s of schilderijen, geld stopte je vroeger in een oude sok, zet je nu op de bank of je investeert het, maar Gerard bewaarde al die mensen in zijn hart. En zijn verzamelwoede was echt niet voor zichzelf. Ik heb een vermoeden (bij Gerard wist je natuurlijk nooit wat er precies in hem omging) dat hij enorm blij werd als nieuwe vrienden van hem ook vrienden werden van elkaar.

Een voorbeeldje: enkele jaren geleden vroeg een echtpaar hem of hij hun trouw wilde inzegenen ook al waren ze allebei al eerder getrouwd geweest. Dat is iets waarover Paus Franciscus al jaren met een stel conservatieve kardinalen in de clinch ligt. Als missionaris van Scheut wist Gerrit heel goed dat het in de kerk uiteindelijk niet gaat om regels of regeltjes, maar om mensen te helpen. Dat had hij in de Kasaï, in Kongo geleerd en ook vaak zelf in praktijk gebracht. Het kerkmodel van een veldhospitaal noemt onze huidige Paus zoiets.

Gerard vroeg of ik wilde helpen met dit stel, en dat hebben we samen heel intensief en met veel plezier gedaan. Met ons vieren, en we zijn heel goede vrienden geworden in dat jaar van voorbereiding. Iedere sessie besloot Gerrit dan met een dringende uitnodiging: “Jullie komen toch wel mee naar beneden om samen met de gemeenschap een borrel te drinken”. En zo zijn die twee intussen gelukkig getrouwd en goede vrienden van Scheut geworden.

Als Congregatie van de missionarissen van Scheut zijn wij de familie van Oers heel veel verschuldigd. Gerard was een harde werker, en vooral een goeie medewerker. Maar de van Oersen leverden niet alleen Gerard voor het werk in de wijngaard van de Heer, maar ook zijn oudere broer Sjef én de volgende, zijn jongere broer Ton: de eerste wat luider en drukker, de laatste wat stiller en rustiger. Alle drie missionarissen uit de Kasaï, maar alle drie mensenvissers, of zoals we nu zeggen ‘mensen-mensen’ en flinke werkers. Namens onze provinciaal en onze gehele hele Congregatie van Scheut: ‘Bedankt voor het goede en trouwe personeel dat jullie ons geleverd hebben’.

En, namens de geloofsgemeenschap van Teteringen wil ik voor de van Oersen nog een pauselijke Paasboodschap toevoegen: ‘Bedankt voor de bloemen’ die we ieder jaar in overvloed, (en vandaag weer) van jullie kregen!

Die evangelietekst van zojuist: ‘Heel goed, trouwe dienaar, kom naar het feest…’ Ik geloof vast dat Gerard iets dergelijks te horen gekregen heeft toen hij zich vorige week vrijdag bij zijn ouders en broers aansloot. Ik ben er heilig van overtuigd dat het hiernamaals langzamerhand een stuk gezelliger en feestelijker aan het worden is met al die van Oersen en al die tulpen uit de Wieringermeer. Amen.

Bart FLAAT

 

 

 

 

Pater Joop van Doornvan Doorn Joop kopie

 

Geboren in Leidschendam op 14 april 1944

Religieuze geloften op 8 september 1968

Priester gewijd op 8 september 1974

Missionaris in Indonesië van 1975 tot 2005, en daarna in Nederland

Overleden in Teteringen op 16 april 2019

 

Joop werd geboren op 14 april 1944 te Leidschendam. Al op zeer jeugdige leeftijd moest hij zijn vader missen, die door een motorongeluk om het leven kwam.

Op school moet Joop een voorbeeldige leerling geweest zijn. Hij was goed in de godsdienstles, en haalde mooie punten voor gedrag en vlijt. Niet te verwonderen dat hij misdienaar werd, en wel bij de paters van Scheut die toen een missieprocuur hadden in Leidschendam. Daar groeide in hem het verlangen om ook missionaris te worden. De studie daarvoor was voor Joop een hele opgave, maar Joop was een volhouder, en groot was zijn voldoening toen zijn grote droom verwezenlijkt werd en hij op 8 september 1974 priester gewijd werd. Het jaar daarop vertrok hij als missionaris naar Indonesië. Daar heeft Joop mooi werk verricht. Hij hield van de mensen die aan zijn zorg waren toevertrouwd en die bij Joop altijd een luisterend oor vonden.

Een zwaar motorongeval zorgde echter voor een radicale ommekeer in zijn leven. Joop was er daarna zo erg aan toe dat hij voor herstel naar Nederland moest terugkeren. Met de hulp van velen, vooral van zijn zus Lida en haar man Frits, is Joop, na een lange rehabilitatietijd, toch nog redelijk goed opgeknapt. En als pastor van het WoonZorgCentrum Mariënpark in Leidschendam heeft Joop nog mooi pastoraal werk kunnen doen. Toen dat door renovatie gesloten werd, kwam hij op rust naar Teteringen waar Joop alle zorg kreeg die hij nodig had.

Joop was de laatste jaren niet zo heel communicatief meer. Hij was er graag bij als we samen kwamen. Joop klaagde nooit. Als iemand vroeg: “Joop, hoe gaat het?”, dan was zijn antwoord steevast: “Goooed”! We mogen aannemen dat hij bij ons toch gelukkig en tevreden was.

Moge hij nu rusten in vrede.

Joep VAN GAALEN