Pater Paul CatryCatry Paul

 

Geboren in Roeselare op 23 april 1931

Religieuze geloften op 1 november 1952

Priester gewijd op 4 augustus 1957

Missionaris afwisselend in Indonesië en in België van 1959 tot 2014

Overleden in Torhout op 15 mei 2019

 

 

Paul werd geboren in Roeselare op 23 april 1931. Hij had drie broers en drie zussen; zijn zussen zijn nog in leven. Na zijn humaniorastudies aan het Kleinseminarie van Roeselare trad hij binnen in het noviciaat te Zuun, en legde zijn eerste geloften af op 1 november 1952. Hij studeerde filosofie in Néchin, bij Doornik, en theologie in Kessel-lo en in Leuven. Op 4 augustus 1957 werd hij priester gewijd te Scheut-Brussel, en kreeg er als missiebestemming Indonesië.

In september 1958 vertrok hij richting Verre Oosten. Zijn eerste halte was echter de Filippijnen, waar hij ongeveer één jaar moest wachten op een visum voor Indonesië. Hij kwam er aan in november 1959. Tot 1972 was hij werkzaam op de parochies Deri, in Toraja, en Kendari, in Zuid-Oost Celebes. Paul viel op door zijn missie-ijver, zijn geduld en vriendelijkheid. Na 12 jaar parochiewerk en onderdompeling in de cultuur, werd hij benoemd tot overste van de Scheut-Provincie van Indonesië, voor een periode van vijf jaar.

Maar toen kwam een eerste keerpunt: hij werd teruggeroepen voor een dienst in zijn thuisprovincie. In 1978, hij was toen 47 jaar, volgde hij in de Verenigde Staten een cursus Spiritualiteit in Saint-Louis om begeleider te worden van de jonge theologiestudenten in Leuven, en daarna begeleider van het noviciaat dat in die tijd in Leuven was gevestigd. Vanaf januari 1982 tot juni 1984 deed hij dienst als Vice-Provinciaal van CICM Noord-België.

Paul, die was opgegroeid en gevormd in de tijd vóór het Tweede Vaticaans Concilie, heeft door zijn ervaringen én in de missie én in zijn thuisland, volledig de geest van het “volk Gods” in zich opgenomen. Toen hij voor een tweede keer vertrok naar zijn missie was hij zich nog meer bewust van de rol die elke gedoopte mag en moet opnemen. Van 1984 tot 1988 was hij pastoor in Kare, Makassar, en van 1988 tot 1992 werkte hij in Nabire, Indonesisch Papua, een heel andere streek. In september 1992 kwam hij op verlof naar België; maar, in de maand daarop onderging hij een longoperatie, en veel mensen dachten dat hij in het vaderland zou blijven.

Maar dat was buiten Paul zelf gerekend. Vanaf maart 1993 was hij al terug in Nabire, en pas in 1998 begon hij het rustiger aan te doen als inwonend priester in Arso, ook in Papua, en dat tot 2002. Toen werd hij gevraagd om begeleider te worden van de Indonesische confraters in vorming, wat hij ook deed van 2002 tot 2006, in Makassar. In 2006 werd het tijd om voorgoed afscheid te nemen van zijn missie, hij was er 75 geworden.

Terug in België in augustus 2006, werd hij aalmoezenier in het zorgcentrum Sint-Jozef te Zonnebeke, en dat deed hij met veel zorg en toewijding tot 2014. Hij ging op rust in ons huis van Rumbeke, en in maart 2017 kwam hij naar Torhout wonen. Hij is - bij ons thuis - zachtjes heengegaan in de vroege morgen van 15 mei, op de dag dat wij een korte bedevaart hadden gepland naar de Lourdesgrot in onze tuin. Onze grot zal er ons aan blijven herinneren dat Paul, die een groot hart had voor Maria, eenzelfde grot heeft gebouwd in Deri, zijn eerste parochie in Torajaland, die met de jaren is uitgegroeid tot een lokaal bedevaartsoord.

 

Ludo REEKMANS en Werner LESAGE

 

 

 

Pater Gerard van Oersvan Oers Gerard 1

 

Geboren in Slootdorp op 16 december 1937.

Religieuze geloften op 8 september 1958.

Priester gewijd op 4 augustus 1963.

Missionaris in Congo van 1964 tot 2003, daarna in Nederland.

Overleden in Teteringen op 3 mei 2019.

 

 

Het was voor ons allemaal een enorme schok toen we hoorden dat Gerard zo plotseling gestorven was. Hij was nog zo volop bezig met leven, nog zo vol energie, nog zo’n sterke magneet voor mensen om hem heen dat je bij hem wel vrolijk moest worden.

Er zijn mensen die postzegels verzamelen, anderen sparen molens of geld; het leek wel of Gerard mensen verzamelde. Postzegels verzamel je in een album, van molens maak je foto’s of schilderijen, geld stopte je vroeger in een oude sok, zet je nu op de bank of je investeert het, maar Gerard bewaarde al die mensen in zijn hart. En zijn verzamelwoede was echt niet voor zichzelf. Ik heb een vermoeden (bij Gerard wist je natuurlijk nooit wat er precies in hem omging) dat hij enorm blij werd als nieuwe vrienden van hem ook vrienden werden van elkaar.

Een voorbeeldje: enkele jaren geleden vroeg een echtpaar hem of hij hun trouw wilde inzegenen ook al waren ze allebei al eerder getrouwd geweest. Dat is iets waarover Paus Franciscus al jaren met een stel conservatieve kardinalen in de clinch ligt. Als missionaris van Scheut wist Gerrit heel goed dat het in de kerk uiteindelijk niet gaat om regels of regeltjes, maar om mensen te helpen. Dat had hij in de Kasaï, in Kongo geleerd en ook vaak zelf in praktijk gebracht. Het kerkmodel van een veldhospitaal noemt onze huidige Paus zoiets.

Gerard vroeg of ik wilde helpen met dit stel, en dat hebben we samen heel intensief en met veel plezier gedaan. Met ons vieren, en we zijn heel goede vrienden geworden in dat jaar van voorbereiding. Iedere sessie besloot Gerrit dan met een dringende uitnodiging: “Jullie komen toch wel mee naar beneden om samen met de gemeenschap een borrel te drinken”. En zo zijn die twee intussen gelukkig getrouwd en goede vrienden van Scheut geworden.

Als Congregatie van de missionarissen van Scheut zijn wij de familie van Oers heel veel verschuldigd. Gerard was een harde werker, en vooral een goeie medewerker. Maar de van Oersen leverden niet alleen Gerard voor het werk in de wijngaard van de Heer, maar ook zijn oudere broer Sjef én de volgende, zijn jongere broer Ton: de eerste wat luider en drukker, de laatste wat stiller en rustiger. Alle drie missionarissen uit de Kasaï, maar alle drie mensenvissers, of zoals we nu zeggen ‘mensen-mensen’ en flinke werkers. Namens onze provinciaal en onze gehele hele Congregatie van Scheut: ‘Bedankt voor het goede en trouwe personeel dat jullie ons geleverd hebben’.

En, namens de geloofsgemeenschap van Teteringen wil ik voor de van Oersen nog een pauselijke Paasboodschap toevoegen: ‘Bedankt voor de bloemen’ die we ieder jaar in overvloed, (en vandaag weer) van jullie kregen!

Die evangelietekst van zojuist: ‘Heel goed, trouwe dienaar, kom naar het feest…’ Ik geloof vast dat Gerard iets dergelijks te horen gekregen heeft toen hij zich vorige week vrijdag bij zijn ouders en broers aansloot. Ik ben er heilig van overtuigd dat het hiernamaals langzamerhand een stuk gezelliger en feestelijker aan het worden is met al die van Oersen en al die tulpen uit de Wieringermeer. Amen.

Bart FLAAT

 

 

 

 

Pater Joop van Doornvan Doorn Joop kopie

 

Geboren in Leidschendam op 14 april 1944.

Religieuze geloften op 8 september 1968.

Priester gewijd op 8 september 1974.

Missionaris in Indonesië van 1975 tot 2005, en daarna in Nederland.

Overleden in Teteringen op 16 april 2019.

 

 

Joop werd geboren op 14 april 1944 te Leidschendam. Al op zeer jeugdige leeftijd moest hij zijn vader missen, die door een motorongeluk om het leven kwam.

Op school moet Joop een voorbeeldige leerling geweest zijn. Hij was goed in de godsdienstles, en haalde mooie punten voor gedrag en vlijt. Niet te verwonderen dat hij misdienaar werd, en wel bij de paters van Scheut die toen een missieprocuur hadden in Leidschendam. Daar groeide in hem het verlangen om ook missionaris te worden. De studie daarvoor was voor Joop een hele opgave, maar Joop was een volhouder, en groot was zijn voldoening toen zijn grote droom verwezenlijkt werd en hij op 8 september 1974 priester gewijd werd. Het jaar daarop vertrok hij als missionaris naar Indonesië. Daar heeft Joop mooi werk verricht. Hij hield van de mensen die aan zijn zorg waren toevertrouwd en die bij Joop altijd een luisterend oor vonden.

Een zwaar motorongeval zorgde echter voor een radicale ommekeer in zijn leven. Joop was er daarna zo erg aan toe dat hij voor herstel naar Nederland moest terugkeren. Met de hulp van velen, vooral van zijn zus Lida en haar man Frits, is Joop, na een lange rehabilitatietijd, toch nog redelijk goed opgeknapt. En als pastor van het WoonZorgCentrum Mariënpark in Leidschendam heeft Joop nog mooi pastoraal werk kunnen doen. Toen dat door renovatie gesloten werd, kwam hij op rust naar Teteringen waar Joop alle zorg kreeg die hij nodig had.

Joop was de laatste jaren niet zo heel communicatief meer. Hij was er graag bij als we samen kwamen. Joop klaagde nooit. Als iemand vroeg: “Joop, hoe gaat het?”, dan was zijn antwoord steevast: “Goooed”! We mogen aannemen dat hij bij ons toch gelukkig en tevreden was.

Moge hij nu rusten in vrede.

Joep VAN GAALEN

 

 

 

Pater Lode KrokaertKrokaert Lode

 

Geboren in Meise op 2 oktober 1938

Religieuze geloften in Scheut op 8 september 1962

Priester gewijd op 6 augustus 1967

Missionaris in Congo van 1968 tot 1976 en daarna in België

Overleden in Zuun op 18 maart 2019

 

 

Lode groeide op in een mooi en warm nest met vier broers en een zus. Heel zijn leven zal hij gehecht blijven aan zijn familie en goede contacten onderhouden met hen. In zijn jeugd leek zijn leven een andere wending te nemen. Immers, in de normaalschool bereidde hij zich voor op een taak in het onderwijs. Gedurende vier jaar was hij onderwijzer en zelfs vast benoemd. Naar het voorbeeld van Simon en Andreas, liet hij zijn vader met de schoolkinderen achter en ging Jezus achterna. Hij wilde missionaris, religieus en priester worden in Scheut.

In oktober 1968 vertrok hij naar het bisdom Lisala in Noord-Congo, en vanaf 1973 werkte hij in het bisdom Inongo. Daar kon hij zich uitleven als een goede herder, een bekwame opvoeder en een respectvolle begeleider.

In 1976 laste hij een sabbatjaar in op het Theologisch Pastoraal Centrum in Antwerpen, en daarna werkte hij 7 jaar in Kortrijk voor animatie van jongeren. Daar kon hij zijn vele talenten ten dienste stellen van de jeugd.

Van 1985 tot 1993 was hij aalmoezenier in de kliniek te Beringen en in het rusthuis te Liedekerke. Ook daar was hij een graag geziene priester met een luisterend oor voor ouderen en zieken.

Van 1993 tot 1999 was hij pastoor in Sint-Job-in-’t-Goor. Daarna werkte hij tot 2012 als aalmoezenier in het rusthuis te Essen. Overal waar Lode werkte, nam hij deel aan bezinnings- en gebedsgroepen. De leden van al die groepen zijn hem altijd zeer dankbaar geweest, en hebben tot het einde van zijn leven met hem meegeleefd. In zijn drukke agenda voorzag hij altijd momenten van stilte en gebed. Op zijn kamer had hij een mooi en aangepast gebedshoekje.
Zijn gebedsleven was steeds de stuwkracht. Vooral in perioden van tegenslagen, ziekten en beproevingen vond hij kracht en moed in het gebed. Regelmatig trok hij zich voor enkele dagen terug in een abdij voor rust en bezinning. Ook bedevaartgroepen vonden in Lode een vaste medewerker en vertrouwenspersoon. André Louf en Dietrich Bonhöffer waren enkele van zijn bezielers.

In 2012 ging hij naar onze gemeenschap van Schilde, maar ook daar zette hij zijn persoonlijke contacten met mensen verder. Velen kwamen naar hem toe voor geestelijke begeleiding.

In oktober 2018 kwam Lode naar Zuun, St. Pieters-Leeuw, doch hier stelden wij vast dat zijn gezondheid zowel mentaal als fysisch achteruitging. Na een verblijf van meer dan twee weken in het ziekenhuis werd het voor hem duidelijk dat zijn ziel zich stil tot God keerde. Maandagmorgen 18 maart overleed hij. Laten wij zijn leven van inzet en gebed dankbaar in Gods handen leggen.

Alfons YSEBAERT en Cyriel STULENS

 

 

 

Pater Herman DocxDocx Herman

 

Geboren in Berlaar-Heikant, op 4 november 1937

Religieuze geloften op 8 september 1956

Priester gewijd op 5 augustus 1962

Missionaris in Kongo en in België

Overleden in Zuun op 6 maart 2019

 

 

De ouders van Herman waren gezaghebbende leerkrachten in Heikant, bij Berlaar; vader hoofdonderwijzer en moeder lerares. Hun zonen moesten ‘het goede voorbeeld’ geven. Gevoelens de vrije loop laten, hoorde daar minder bij. Bij het sporten, vooral basketbal en tennis, was Herman soms uitgelaten, ongeremd zichzelf. Herman werd een gevierde Chiroleider. Hij fietste naar het Sint-Gummaruscollege in Lier en was primus van de klas.

Na zijn middelbare studies wilde hij missionaris worden, en zijn talenten ten dienste stellen van de derde wereld. In 1955 trad hij binnen in de Congregatie van Scheut.

Tijdens de opleiding in Scheut kwam Herman over als een imposante, rustige kerel die met zijn talenten niet te koop liep en goed kon luisteren. Hij was empathisch, had gevoel voor humor en liet zich aanspreken voor allerlei klussen.

Na zijn universitaire studies, wiskunde en theologie, in Leuven en Kinshasa, zette Herman zich in voor de missionaire pastoraal in Congo en Kameroen. Oecumene en interreligieuze dialoog waren Hermans grote interesse.

In 1971 werd hij teruggeroepen naar België. Hij gaf cursussen aan de K.U. Leuven, en was medeverantwoordelijke voor de vorming van jonge scheutisten in Leuven en de voortgezette vorming van de ouderen.

In 1977 was hij terug in Kinshasa en deed er pastoraal werk in Notre Dame, doceerde theologie aan het Groot Seminarie Jean XXIII en het seminarie van de jonge Scheutisten in Kameroen.
Na een sabbatjaar in Europa werkte hij enkele jaren voor Volens in Scheut voor de rekrutering van leerkrachten voor Congo. Doch, meer en meer zocht hij naar nieuwe wegen om missionaris te zijn, en stichtte samen met anderen de Nieuwe Wereldgemeenschap waarvan hij vele jaren de stuwende kracht bleef. Ook startte hij in Molenbeek, bij pastoor Luc Elens, met de Brede Missionaire Leefgroep samen met Jet Groenen en Mieke Viskens, zusters van de Jacht. Later gingen zij hun intrek nemen bij een groep Assyrische christenen in Jette.

Bij Pax Christi Vlaanderen werkte Herman graag mee voor Oecumene en Vredesspiritualiteit.

Op zoek naar missionaire uitdagingen in Europa stichtte hij in Haasrode, samen met Wilfried Gepts, ‘het Groepke’. Gedurende meer dan 20 jaar bleef hij die groep animeren. Hij volgde toen een strikt macrobiotisch dieet. Hij voelde zich ook thuis bij de Beweging Missionair Engagement (BME).

Herman was jarenlang een vaste waarde in de Scheutse Werkgroep Rechtvaardigheid, Vrede en Zorg voor de Schepping (JPIC), die hij ook een aantal jaren heeft gecoördineerd. Zijn invalshoek was vaak het mysterie van de incarnatie, want samen méér mens worden, was zijn missionaire mantra en een blijvende uitdaging.
Nadat Parkinson werd vastgesteld, werd Herman definitief opgenomen in de gemeenschap van Zuun. Al die jaren zag hij zijn bewegingsvrijheid, onafhankelijkheid en zelfbeschikking verder afnemen. Ook zijn geestelijke functies werden geleidelijk aangetast, vooral het geheugen. Maar klagen deed Herman niet, soms zuchtte hij van onmacht, hulpeloos maar niet hopeloos. Herman is overleden op Aswoensdag. Hij wou thuiskomen vóór Pasen, want zijn kruisweg, die lange lijdensweg, had hij al achter de rug. Herman is thuisgekomen in Gods vrijheid en vrede. Moge hij ook voortleven in onze dankbare herinnering.

Wilfried GEPTS en Cyriel STULENS

 

 

 

Pater Marcel Van MeirhaegheVan Meirhaeghe Marcel


Geboren te Zingem op 13.05.1926

Religieuze geloften op 08.09.1946

Priester gewijd op 29.07.1951

Missionaris in Congo van 1954 tot 1992 en daarna in België

Overleden in Torhout op 08.02.2019

 


Marcel was één van de vijf zonen in het landbouwersgezin Van Meirhaeghe te Zingem en was er fier op dat hij tot de familie van Remi behoorde, onze confrater die in 1901 marte-laar werd in China toen hij christenen trachtte te bevrijden die in de Bokseropstand gevangen-genomen waren. Misschien heeft dat wel meegespeeld in de beslissing om na zijn humaniora in het college van Oudenaarde naar Scheut te trekken. Na zijn filosofie en theologie volgde Marcel nog twee jaar Politieke en Sociale Wetenschappen en ook Afrikanistiek aan de KU Leuven. Zo was hij goed voorbereid om in 1954 naar de missie van Lisala te vertrekken.

Zijn eerste term, toen nog 10 jaar, begon hij als reispater en directeur van de lagere scholen. Eens goed ingewerkt werd hij diocesaan aalmoezenier van de JOC en JOCF.

Maar na zijn eerste verlof ging hij in op de vraag van de Provinciale Oversten naar meer confraters in Kinshasa wegens de grote bevolkingstoename daar. Zo was Marcel van 1964 tot 1976 pas-toor van de H. Pius X-parochie in Ngiri Ngiri, en vervolgens tot 1984 pastoor-deken van de Sint-Alfonsusparochie in Matete. In die tijd werd hij ook nationaal verantwoordelijke van het Marialegioen en stichtte “Tinda Biso”, het vormingsblad voor de leden ervan. Tevens fungeer-de hij als coördinator voor de vertaling van de Bijbel in het Lingala en werkte intens mee aan de stichting van de “Villages Bondeko” voor mensen met een beperking. Later, toen hij Rector was van de CICM-Gemeenschap Saint-Raphaël II werd hij ook nog coördinator van de Commissie voor de familiepastoraal en stichtte het vormingsblad “Libota Esengo”.

Marcel leefde in een tijd dat Missionarissen nog de besten onzer broeders genoemd en alom geprezen werden voor hun moed en inzet. Wanneer hij vertelde over zijn talrijke enga-gementen en ervaringen kon men er moeilijk aan twijfelen dat ook hij daarvan overtuigd was, maar het mag gerust gezegd worden dat hij alle redenen had om fier te zijn over zijn volbrach-te taak. Tot op het einde toe herinnerde hij zich al zijn verwezenlijkingen tot in de kleinste de-tails en het was niet eenvoudig om er nog iets aan toe te voegen.

Marcel was een man met weinig twijfels. Zijn taak stond hem duidelijk voor ogen en al-tijd wist hij wat hem te doen stond, en hoe hij ook in moeilijke situaties verder kon doen. Bij de voortdurend wijzigende omstandigheden was het niet altijd gemakkelijk zich aan te passen maar geleidelijk aan gebeurde het toch. Eerst waren er de moeilijke jaren van de onafhanke-lijkheid, gevolgd door de rebellie en de overgang van de pastoraal in het binnenland naar deze in de grootstad met ontelbare nieuwe uitdagingen. Vervolgens kwam de niets ontziende dicta-tuur van het regime met een onvoorstelbare toename van armoede voor de gewone mensen en ook alle mogelijke pogingen van de staat om de invloed van de kerk aan banden te leggen. Steeds wist Marcel er een mouw aan te passen en hij nam nieuwe initiatieven om onverstoord voort te doen.

Ook toen Marcel na 38 jaar terug naar België kwam moet het een groot aan-passingsvermogen gevraagd hebben om Rector te worden in Schilde. De mentaliteit was grondig veranderd, en toen hij die taak na 6 jaar met glans vervuld had engageerde hij zich in de missiepastoraal van het bisdom Brugge. Vanuit het Missiehuis in Kortrijk werkte hij mee in Kontinenten en doorkruiste het bisdom om overal in de parochies de missiepastoraal te pro-moten. Het werd steeds moeilijker de missiekringen en ijveraars te inspireren en te bemoedi-gen. De tijd van de missienaaikringen, van vrome missiebietjes en enthousiaste missiepreken was voorbij en met lede ogen moest hij aanzien hoe de missiepastoraal steeds minder aan-dacht kreeg. Toch hield Marcel vol en bleef even enthousiast. Die inzet wist hij ook nog te combineren met zijn taak als aalmoezenier van het rusthuis Sint-Vincentius in Avelgem. Van een ijverig, onvermoeibaar missionaris gesproken!

Na de viering van zijn 92ste verjaardag namen zijn krachten echter stilaan af. Een schijnbaar onbenullige val zorgde ervoor dat hij meer en meer gebogen liep. Een kleine ope-ratie aan zijn been zou hem één dag in het hospitaal houden. Het werd een week. Daarna ging hij voor enkele weken revalidatie naar ons huis van Torhout, maar de verloren krachten kwamen niet terug en spoedig werd beslist dat hij er definitief zou blijven. Een paar kort op elkaar volgende ziekenhuisopnames rukten hem toch nog totaal onverwacht weg uit ons midden.

De zo sterke en onvermoeibare Sango Mokonzi is eindelijk tot rust gekomen en geniet daar nu van bij de Meester die hij zo lang, zo trouw en zo ijverig gediend heeft.

Erik MAES

 

 

 

Pater Jan Schuurmans

Schuurmans Jan

 

Geboren in Haaren op 14 april 1927.

Religieuze geloften op 8 september 1947.

Priester gewijd op 27 juli 1952.

Missionaris in Congo van 1953 tot 1977 en van 1980 tot 1997, en daarna in Nederland.

Overleden in Teteringen op 28 november 2018. 

 

 

Op 28 november 2018, de dag waarop we de 156e verjaardag van de stichting van CICM-gedachten, is onze confrater Jan Schuurmans overleden, terwijl wij in de kapel de eucharistie vierden.
Jan Schuurmans, een bijzondere confrater wiens aanwezigheid alleen al een bijzondere kleur verleende aan de gemeenschap waarin hij leefde. Daarmee is gezegd dat zijn heengaan door onze gemeenschap in Teteringen wordt aangevoeld als een groot verlies.

Jan, geboren te Haaren op 14 april 1927 kwam naar het dichtbijgelegen Sparrendaal in september 1941 voor zijn middelbare studies, want hij wilde missionaris worden. Die studies aldaar kenden een onrustig verloop wegens de oorlog, maar op 8 september 1946 mocht hij toch intreden in het Noviciaat van de missionarissen van Scheut te Nijmegen, waar hij op 8 september 1947 zijn eerste geloften uitsprak, waardoor hij lid werd van de Congregatie.

Daarna begon de studie van filosofie en theologie, waarvan Jan later schertsend zei: “Ik heb er niets van vergeten, … omdat ik nooit geleerd heb.” De waarheid is waarschijnlijk, dat Jan nooit veel moeite heeft moeten doen voor zijn studies, omdat hij zo uitzonderlijk intelligent was.

Op 27 juli 1952 werd Jan tot Priester gewijd; en een jaar later op 18 augustus 1953 vertrok hij voor de eerste keer naar de missie in Congo, met een benoeming voor het bisdom Kabinda, waar hij zijn missionariswerk begon als schoolpater en reispater (1953-1960). Van 1960 tot 1971 was hij onderpastoor in Tubeya en Mulundu, onderbroken door twee periodes als leraar op het klein seminarie van Kalenda (1960-1961; 1966-1969). In 1971 was hij korte tijd onderpastoor in de hoofdparochie van het bisdom, St Martin in Kabinda. Daarna werd hij pastoor in Tubeya (1972-1976). Vervolgens was hij een jaartje medepastoor in Lusambo (1976-77).

Omwille van ziekte moest Jan toen naar Europa. Hij heeft van zijn genezingsperiode geprofiteerd om ministerie te doen en Londen en om er tegelijkertijd Engels te leren. Van 1978 tot 1980 was hij pastor in de Paulus-parochie te Eindhoven.
In 1980 ging Jan terug naar Congo en werd benoemd voor de Diensten in Mbujimayi, de hoofdstad van de provincie Oost Kasayi in het bisdom Mbujimayi. Zeventien jaar lang heeft hij van daaruit ten dienste gestaan van missionarissen op het terrein. Hij zorgde voor de radioverbinding met posten in het binnenland. Hij was verantwoordelijk voor de opslag en verdeling van medicijnen over het hele missiegebied in Oost Kasayi. Tegelijkertijd was hij de onmisbare automonteur en reparateur van allerhande apparaten. Ondertussen bleef hij zijn priesterlijke diensten aanbieden in de buurtparochies. Dat alles maakte hem tot een goede confrater en een welbeminde missionaris.

In 1997 is Jan om gezondheidsredenen definitief teruggekeerd naar Nederland. Stilzitten en rentenieren was voor hem geen optie.
In zijn hart bleef hij missionaris. Hij bood zijn diensten aan als vrijwilliger in het ‘Centrum Lectuurvoorziening Missionarissen’ (CLM) in Tilburg. Ook werkte hij enkele dagen per week in het inloophuis voor dak- en thuislozen in Den Bosch, het zogenaamde ‘Inloopschip’, want deze dienst was ooit begonnen op een boot. Hij verwelkomde de ‘gasten’ die daar binnenliepen, schonk koffie en bood een luisterend oor. Het project had ook een fietsenwerkplaats, waar de gasten enige technische handigheid konden opdoen. Jan begeleide hen en repareerde zelf vele fietsen.

Nu hij in Nederland verbleef, had hij ook meer tijd voor zijn familie en bleek welke nauwe band hij had met zijn broers en zussen. Hij heeft het moeten meemaken dat de een na de ander ging hemelen tot alleen zijn zus Sjanne overbleef, die nauw met Jan verbonden bleef tot aan het einde, en hem heel vaak heeft bezocht.

Ondertussen bleef zijn interesse voor de missie. Hij bezocht vele vergaderingen m.b.t. de missie.
Hij was een tijdlang Provinciaal Raadslid en lid van de huisraad op Sparrendaal. En als goede chauffeur ging hij naar vele begrafenissen van medebroeders tot ver in België. Onvermoeibaar, zou je zeggen. Ook de medebroeders in de eigen gemeenschap van Sparrendaal konden altijd beroep doen op Jan: waar hij kon, hielp hij.

Toen wij in 2008 verhuisden naar Teteringen, ging Jan het allemaal wel wat kalmer aan doen. Maar hij bleef een trouwe deelnemer aan belangrijke vergaderingen. Hij bleef naar vele begrafenissen gaan.
En hij bleef de aangename, dienstbare en behulpzame confrater. Toen de communiteit van “Chemin Neuf” in de oude Benedictijnerabdij in Oosterhout een buitengewoon biechtvader vroeg in de Goede Week, bood Jan zich aan. Ook dat heeft hij volgehouden tot de ziekte hem velde.

Dat was een nierbekkenontsteking, waarvan hij langzaamaan wel genezen is; maar zijn lichaam heeft zich nooit helemaal hersteld. En hij die tot op hoge leeftijd (90 jaar) onvermoeibaar en onbreekbaar leek, moest van toen af lichamelijk steeds meer inleveren. Hoewel zijn geest helder bleef als van tevoren, ging hij lichamelijk stilaan achteruit tot hij zelfs niet meer op zijn benen kon staan. Van toen af bleek Jan nóg een grote deugd te bezitten: die van geduld. Hij reed vrolijk rond in huis in een elektrische rolstoel. Zo bleef hij alles met ons meedoen. Klagen deed hij niet. En hij liet zich alle hulp door de verzorgsters en verpleegsters blijmoedig welgevallen.

Voor de laatste maanden van zijn leven vond hij in Ad van Dijk, zijn buurman, een trouwe buddy, wiens hulp hij dankbaar aanvaardde. “Ten hoogste bedankt” heeft hij duizendmaal gezegd. En ’s morgens als Ad hem vroeg: “Hoe is het”, was zijn laconieke antwoord: “Ik ben er nog”.

Deze gelovige man, vertrouwd met Jezus Christus, ging in rust en vrede naar het einde toe. Hij bleef tot op het laatst helder van geest; zijn lichaam echter was zo moe. Op 28 november is hij rustig ingeslapen.

Moge zijn vriend Jezus hem in de eeuwige rust verwelkomen.

Herman Kronenberg

 

 

 

Pater Paul DelrueDelrue Paul


Geboren in Rekkem op 22 januari 1938.

Religieuze geloften op 8 september 1957.

Priester gewijd op 5 augustus 1962.

Missionaris in Congo van 1963 tot 2008.

Vanaf 2008 verbleef hij in Scheut, tot hij voor verzorging naar Zuun ging, waar hij overleed op 25 november 2018.

 

 

Een volle stem, een lachend gezicht en twinkelende ogen als hij eens iemand kon plagen. Ja, zo was Paul Delrue. Al in zijn kinderjaren ontpopte hij zich, zo vertelde zijn moeder, als de clown van de familie. Hij kon ook heel ernstig zijn, en dan was het fijn om met hem om te gaan. Opgegroeid in een gelovig gezin had hij, zoals later ook zijn broer Marc, gekozen voor het priesterschap, maar bij Paul was dat als missionaris van Scheut. Daar voelde hij zich goed thuis. Hij volgde zo zijn nonkel Albert, in Kinshasa gekend als “confrereke”.

Hij bewaarde mooie herinneringen aan de Sinksenfeesten in Leuven. Met zijn vrolijk karakter, zijn sociale aanleg en zijn spraakvaardigheid was hij ‘burgemeester’ geworden, en stond hij in voor de ontspanning in de gemeenschap.

Ook in Congo waar hij 45 jaar werkzaam was, kon Paul vlot met de mensen over de baan. Hij zag ze graag, en hij was bereid om voor hen zijn nek uit te steken, vooral als hij met onrechtvaardigheden en uitbuitingen te doen kreeg. Dan was hij niet te houden.

Gedurende vijftien jaar was hij actief in de pastoraal, in verschillende parochies van het bisdom Inongo. Paul was een enthousiaste missionaris, een man van gebed en ook een groot animator.
Het is niet zonder reden dat hij samen met de vicaris-generaal het mobiele pastoraal team vormde. Zo reisden ze gedurende zeven jaar naar de verschillende missieposten voor animatiesessies voor de diocesane priesters, de zusters en de confraters, de catechisten, de parochieraden en het Marialegioen. Ook werden er sessies georganiseerd voor de volledige bevolking en voor de jeugd. Hij wist degelijke en geëngageerde jongeren verder vorming te geven voor inzet in dienst van de kerk en het land. Voor iedereen had hij een boodschap en hij kon die aan de man brengen. Dat maakte hem erg gewaardeerd en geliefd bij de mensen.

Van 1993 tot 2008 maakte hij deel uit van de ploeg van de “Centre d’Information et d’Animation missionnaire” in Kinshasa. Hier kon hij zich ook weer uitleven en zijn talenten ten dienste stellen van de Kerk in Congo. Zo heeft Paul zeer veel vrienden gemaakt waarmee hij altijd goede contacten bleef houden.

Terug in België wilde hij niet rusten, doch trok rond voor recollecties en retraites. Erg gevoelig voor rechtvaardigheid, vrede en zorg voor de schepping zette hij zich in voor Pax Christi Vlaanderen, Amnesty, Broederlijk delen, Vluchtelingenwerk en Orbit. Men vond Paul ook terug tussen blinden en slechtzienden, bij zieken en gehandicapten. De manier waarop hij de laatste jaren met zijn ziekte omging, wekte onze bewondering.

Paul droeg ook zijn familie in het hart, en tijdens de ontspanningsmomenten met confraters kon hij met veel warmte daarover vertellen en ook over zijn vele vrienden. Een goede familieband is een grote steun voor een missionaris. Net op het feest van Christus Koning, één van zijn geliefde feesten, ging hij van ons heen, doch wij zijn hem heel dankbaar voor wat hij voor zo velen is geweest. Kom goed thuis, Paul, dit is geen definitief afscheid maar een ‘tot weerziens bij de Heer”.

 

Cyriel STULENS