Bij zijn aankomst in het Zonnebloemcentrum scheen Laston zeer verzwakt: hij woog slechts drie kilo; zijn gele haar, zijn doffe ogen en zijn gezwollen buikje waren zichtbare tekens van ondervoeding. Het was duidelijk dat het kind niet gewend was aan het drinken van melk, en dat hij elke dag tevreden moest zijn met een beetje maïsbloem opgelost in een beetje lauw water. De 92 wezen van het tehuis waren blij met de aanwezigheid van de baby. Allemaal! Met uitzondering van Natasha. Toen zij Laston zag in de armen van Mama Alice, voelde zij zich opzijgezet en zij barstte in tranen uit. Op mijn vraag naar uitleg waarom zij weende keek ze mij in de ogen en in plaats van mij ‘papa’ te noemen zoals gewoonlijk, sprak ze mij aan met het woord ‘baas’. Ik nam haar in mijn armen en legde haar uit, zo goed als het ging, dat het nieuwe kindje haar broertje was en dat hij behoefte had aan veel tederheid. Daarop legde ik de baby in de armen van Natasha, met een knipoog, en een stralende glimlach verscheen op haar gezicht.

Wij hebben ons allemaal moeten aanpassen om te verzekeren dat Laston zich thuis zou voelen en de ondervoeding te boven zou komen. Mama Alice die twee jaar geleden haar jongste zoon had verloren door een slangenbeet nam de taak op zich om de inspanningen te bundelen. Twee jongens en twee meisjes wisselden elkaar dag en nacht af in de zorg voor de baby: zijn voeding, toilet en verschoning. Een wiegje ter plaatse gemaakt werd in de kamer van de allerkleinsten geplaatst naast de bedden van Natasha, Elvis en Mapalo. Met de baby en met Brian ging ik naar de stad Kabwe om melk te kopen en alles wat een baby nodig heeft om te groeien en zich harmonisch te ontwikkelen. Eens die aankopen gedaan gingen wij op bezoek bij dokter Cyriel, een dokter die vriend is van onze familie. Hij onderzocht de baby zorgvuldig en stelde vast dat hij leed aan ondervoeding (iets wat wij allen reeds wisten). Terug thuis hebben wij zo goed mogelijk de raad van de dokter opgevolgd. Maar ’s anderendaags in de morgen kwam Mama Alice me vertellen dat het kind sinds meerdere uren aan diarree leed. Op ten strijd! Zonder één minuut te verliezen namen wij opnieuw de kronkelende weg naar Kabwe, en na raadpleging bij de dokter hebben wij besloten Larson voor vier of vijf dagen in de handen te laten van de Zusters van Moeder Teresa van Calcutta.

Afrikaanse Madonna NieuwTwee weken geleden kwam de fameuze grootmoeder naar ons centrum om haar kleinzoon te zien. Een brede glimlach verlichtte haar gelaat toen zij kon vaststellen dat de baby in gewicht verdubbeld was en dat alle bewoners van het tehuis hem met veel tederheid omringden. Laston heeft ons leven veranderd; hij heeft steeds in alles voorrang; wij schenken hem een groot deel van onze tijd. Hij is als de roos van de kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry. Denken we maar aan de woorden van de vos aan de kleine prins: “Het is de tijd die je verloren hebt voor je roos die je roos zo belangrijk maakt.”

Nu bereiden wij ons voor om Kerstmis te vieren. Met dat zwarte kleine prinsje bij ons zal dit feest een zeer bijzondere smaak hebben: in dit weesje klopt het hart van God en trilt het in ons midden. In de blinkende ogen van Laston zegt Hij ons eens te meer dat de ware vreugde slechts te beleven valt als wij neerknielen aan de voeten van de zwaksten. Daar en alleen daar kunnen wij God ontmoeten! Daar en alleen daar kunnen wij de Vrede vinden! Daar en alleen daar kunnen wij Kerstmis vieren! Op slechts enkele dagen voor het feest van Jezus’ geboorte en bij het zien van onze jongste, denk ik zonder ophouden dat God ons altijd zeer bijzondere personen aanbiedt die voedsel schenken aan onze hoop en die er ons aan herinneren dat het wezenlijke onzichtbaar is voor de ogen… Terloops, deze morgen heeft Laston zijn eerste woordje gesproken: “Tata” (wat betekent “mijn papa”).

 

 

Zalig Kerstfeest vanuit de brousse van Zambia!

 

 

Pierre RUQUOY
vertaling uit het Frans Jo Dedier