De taal van de liefde leren spreken 

getuigenissen Mwako Emery JPG1

Gedurende mijn kindertijd in Kongo ontmoette ik Scheutisten, die in onze parochie werkten en onze moedertaal uitstekend spraken. Heden ten dage dankzij de vooruitgang van nieuwe technologieën, hebben mensen het veel makkelijker om een nieuwe taal te leren. Overal zijn er taalscholen. We dragen allerlei woordenboeken mee op zak. We vinden ze in onze mobiele telefoons of PC, in onze burelen. Decennia geleden was dit niet het geval. Vaak vraag ik me af hoe de missionarissen in het verleden een nieuwe taal leerden. En wat was hun ervaring in het begin van hun missie? Was het de ervaring van Babel of die van Pinksteren? Vandaar dat ik de hoop koester dat allen ooit eens één en dezelfde taal zullen spreken, die van allen begrepen zal worden.

Ik wil jullie laten delen in mijn ervaringen gedurende het leren van de Cebuano-taal en de Binisaya-cultuur in het Maryknoll-Instituut voor taal en cultuur (MILC) in Talomo, Davao City.

 

Ik woonde in bij een Filipijnse familie. Naast onze school was er het rusthuis van de missionarissen van het Goddelijk Woord (SVD). Daar ontmoette ik drie van hen, afkomstig uit Brazilië, Slovakije en Duitsland. Bovendien ook 2 missionarissen van de Unie van methodisten uit Zimbabwe, een Comboniaan uit Portugal, een Vietnamese student van de Spiritijnen en een diocesaanpriester uit Nigeria. Ons doel was de taal leren, voor de enen was het Tagalog, voor de anderen Cebuano.

Onze eerste uitdaging was het vormen van een gemeenschap, de tweede uitdaging was de onderlinge communicatie. Welke taal kiezen om met elkaar in gesprek te gaan? En welke voor de communicatie naar buiten, met de mensen in onze omgeving? Naar verloop van tijd beseften wij dat nog onze moedertalen, nog het Engels een hulp waren voor het onderlinge begrip. De enige taal, die wij allen verstonden was de taal van de liefde. En haar uitdrukkingen waren voor ons: begrip tonen, de andere van dienst zijn, teamgeest hebben en een broederlijke glimlach.

De noodzaak om elkaar te begrijpen.

Afkomstig uit verschillende milieus met verschillende culturele achtergronden, was het onmogelijk dat ieder op dezelfde wijze handelde. Vandaar het belang elkaar te begrijpen. Het onderlinge begrip in de gemeenschap is als het levenssap voor de boom. Het is de hoofdsleutel die de deur naar een andere cultuur opent. We zijn uitgenodigd ons open te stellen voor de ander en vooral voor zijn cultuur.

Een aanschouwelijk voorbeeld was de keuken: de gerechten wisselden elkaar af, ze hadden de smaak van ieders cultuur.

Het was ook een kans met elkaar te delen over onze verschillende religieuze identiteiten en onze missiedoelen. Na de mis, aan de uitgang van de kerk, begroeten wij elkaar in onze verschillende talen - een eenvoudig, maar betekenisvol gebaar.

De vreugde elkaar te dienen.

De schoonheid van ieder mensengemeenschap ligt in de dienst die men aan elkaar bewijst. Iedere handeling uit liefde gedaan door een lid van de gemeenschap verdient respect. Samen hebben we zo onze gemeenschap opgebouwd: ieder met zijn talenten, zijn gaven en mogelijkheden. Ik was koster, tevens ziekenverzorger, kapper, gastheer en toeristische gids voor nieuwkomers.

De kracht van de teamgeest.

In onze groep deelden we met elkaar over onze moeilijkheden bij het leren van een nieuwe taal en cultuur. Dit heeft ons geholpen de lesstof beter te verstaan. Bovendien heeft deze teamgeest ons dichter bij elkaar gebracht en onze verschillen verkleind.

Eens aan het einde van een uitwisseling zei een methodist dat hij onder de indruk was van katholieke religieuzen, die zo onbaatzuchtig en meewerkend zijn. Vanuit deze ervaring van broederlijke gemeenschap mochten zo enkele kennis maken met het bestaan van de missionaire, religieuze congregatie CICM.

De waarde van een glimlach.

getuigenissen Mwako Emery JPG2

Met onze buren hadden wij een goed contact. Wij waren hen nabij in momenten van vreugde of verdriet, zoals verjaardagen, feesten, rouw of zomaar voor een bezoekje. Kunt u zich voorstellen hoe dat in het begin was? Heel grappig! We spraken de taal nog niet, maar we waren blij met een bezoek bij onze buren. Er werd veel gelachen. De mensen waardeerden dit als een uitdrukking van broederlijkheid. Ik leerde toen dat de mensen geen nood hebben aan stevige gesprekken in hun moedertaal, maar meer aan eenvoudige nabijheid, begeleid door een kleine glimlach. Dit gaf hun meer vreugde en hoop. Deze ervaring leek op die van de missionarissen, die ik als kind ontmoet had.

Het was een geslaagde ervaring. Een wonder! We spraken allen één en dezelfde taal, zonder te weten hoe haar te benoemen. Het is zeker en vast dat alle volkeren één en dezelfde taal kunnen spreken, namelijk de taal van de liefde en de broederschap. Ze kent een heleboel uitdrukkingen. Iedereen kan er nieuwe vormen van vinden.

Deze ervaring van openheid en ontmoeting met de ander heeft ons geholpen enkele aspecten van onze missie als CICM beter te begrijpen:

-        dienen in plaats van bediend te worden,

-        de teamgeest kweken met de leden van de gemeenschap en

-        een bron van vreugde zijn voor anderen in ons apostolaat.

Dit komt erop neer te zeggen dat deze zo van ons gewenste broederlijkheid die is van COR UNUM ET ANIMA UNA.

Emery Mwako,CICM

artikel verschenen in CHRONICA No. 4-juli 2016/ pagina 132 tot 135

vertaald uit het Frans