De taal van de liefde leren spreken 

getuigenissen Mwako Emery JPG1

Gedurende mijn kindertijd in Kongo ontmoette ik Scheutisten, die in onze parochie werkten en onze moedertaal uitstekend spraken. Heden ten dage dankzij de vooruitgang van nieuwe technologieën, hebben mensen het veel makkelijker om een nieuwe taal te leren. Overal zijn er taalscholen. We dragen allerlei woordenboeken mee op zak. We vinden ze in onze mobiele telefoons of PC, in onze burelen. Decennia geleden was dit niet het geval. Vaak vraag ik me af hoe de missionarissen in het verleden een nieuwe taal leerden. En wat was hun ervaring in het begin van hun missie? Was het de ervaring van Babel of die van Pinksteren? Vandaar dat ik de hoop koester dat allen ooit eens één en dezelfde taal zullen spreken, die van allen begrepen zal worden.

Ik wil jullie laten delen in mijn ervaringen gedurende het leren van de Cebuano-taal en de Binisaya-cultuur in het Maryknoll-Instituut voor taal en cultuur (MILC) in Talomo, Davao City.

Lees meer...

Gevangenen bezoeken

Als missionarissen van Scheut trachten wij als internationale gemeenschap het universeel broederschap te beleven. Als gevangenisaalmoezenier in Brussel (Europese hoofdstad) kan dit Scheut-ideaal me inspireren.

De profeet Jesaja is toonaangevend: ”…de smeulende vlaspit niet uitdoven en het geknakte riet niet afbreken.” (Jes 42,3)

Heel de tijd hebben we te maken met gebroken mensen, gekwetst en op zoek naar rust en evenwicht in hun leven.

Ons publiek is erg internationaal zodat er veel taalbarrières bestaan: mensen die geen Frans of Engels spreken en vaak op cel zitten met anderstaligen en zich daardoor geïsoleerd voelen.

Tijd maken om met hun gebrekkige taalkennis toch tot een contact proberen te komen is een grote opgave voor ons aalmoezeniers.

Vertalen is een goed middel om vriendschapsbanden te smeden. We hebben ook vele mensen uit andere geloofstradities (sikhs, joden, boeddhisten, moslims…). Sommigen onder hen vragen naar onze vieringen te mogen komen om toch iets van een religieuze sfeer te ervaren. Eerbied voor deze diversiteit bouwt bruggen tussen mensen.

Buitenlanders zonder contact met hun familie tijdens de eerste fase van hun detentie kunnen we ook helpen om contact op te nemen met hun achterband. Vaak helpen wij hun met briefpapier, postzegels, bic, omslagen. Bij geldgebrek kunnen ze niet telefoneren of elementaire spullen kopen in de shop-kantine.

Onze mensen helpen om hun isolement te breken en hen genegenheid en vriendschap te laten ervaren is nodig om de detentie humaner te beleven. Zo beseffen zij dat ze –ondanks de begane misstap– hun waardigheid bewaren. Na hun vrijlating kunnen ze dan met hoop aan een nieuwe toekomst denken, hoe gesloten hun situatie ook is.

Jan Racquet, december 2016