logo kerknetZUSTERS EN BROEDERS 

STEM VAN HET RELIGIEUZE LEVEN IN VLAANDEREN

 


Onlangs, op 11 oktober 2017, heeft Kerknet het bovenvermeld project gelanceerd.

“ Het was nu of nooit om het religieuze leven in Vlaanderen een stem te geven, ook voor nieuwe generaties.”

Aan deze veelstemmige digitale storytelling hebben 39 zusters en broeders hun medewerking verleend. Ze geven stem aan het religieuze leven in Vlaanderen.
39 boeiende verhalen over ingrijpende gebeurtenissen, betekenisvolle ontmoetingen en ontroerende ervaringen.
39 verhalen recht uit het hart, die tot je hart spreken.

Twee Scheutisten hebben aan dit project deelgenomen.

JAN REYNEBAU, de huidige provinciaal overste van de Belgisch-Nederlandse Scheut-provincie, leefde als missionaris vele jaren in Congo en Kameroen. Als jonge Scheutist wilde hij als broeder eenvoudig samenleven, dienstbaar zijn en delen met mensen waar hij woonde en werkte. Het priesterschap zag hij niet voor zich bestemd. Tot op de dag dat Mamu Barbe, Mamu Ndaya hem opzocht.

Beluister zijn verhaal. Klik op de volgende link:

https://www.kerknet.be/verhalen/tegen-mamu-barbe-zeg-je-niet-nee-jan-reynebeau 

 

Wie van ons heeft ze nog nooit meegemaakt?! Crisismomenten waar twijfels je overmannen en vragen rond de zin van je leven uit het diepste van je hart oprijzen en waar je je moe en uitgeput voelt. Ook voor religieuzen is deze ervaring niet vreemd.
Na 15 jaar intensief missionair leven is het JOZEF LAPAUW op 44-jarige leeftijd overkomen. Hij leefde toen in Santa Fé (Nieuw Mexico). Op retraite om te herbronnen maakte hij, in de woestijn van zijn leven, een diepe Godservaring mee, die hij tot heden in zijn hart bewaart.

Beluister zijn verhaal. Klik op de volgende link:

https://www.kerknet.be/verhalen/zonsopgang-new-mexico-jozef-lapauw

 

 

 

 

 

Dany2passeportSTUDIE SCHONE KUNSTEN

 

in dienst van de inheemse bevolking en van de Kameroense Kerk

 

Ter gelegenheid van zijn gouden priersterjubilieum, schetst Pater Dany Desmet voor ons zijn weg als Scheutist.

Voor het eerst zet ik mijn levenservaringen als missionaris op een rijtje.

In september 1968 werd ik van de ene dag op de andere in de brousse van Kameroen gedropt: geen water, geen elektriciteit, geen radio, geen TV, zonder de inlandse taal te kennen: een cultuurschok…. maar die me gunstig mijn verdere levenswijze zal beïnvloeden. Ik begon dus als “para mongo” (de pater die nog een kind is), wat betekent “te jong”, ik was 25.

Na 3 jaar vroeg men me “schone kunsten” te studeren in Brussel. Ik had vroeger al enkele muren vuil gemaakt in het klooster met mijn tekeningen. Doel: het opstarten van een mediacentrum waar didactisch materiaal kon worden gemaakt voor de ontwikkeling van de dorpen, vooral voor gezondheidszorg, maar ook het starten van een bank aangepast aan de brousse, “les caisses populaires d’épargne et de crédit”. Zonder elektriciteit konden we enkel reeksen van affiches (boîtes à images) gebruiken om toestanden aan te praten in de dorpen en ze te verbeteren door de inspanning van de mensen zelf.

Na een jaar terug in Kameroen leidde ik Kameroense tekenaars op en maakte ter plaatse het materiaal om grote affiches te drukken in linogravure en zeefdruk. Zeer vlug werd dit didactisch materiaal door internationale instanties geapprecieerd en de bisschop vroeg me te verhuizen naar de hoofdstad Yaoundé in de gebouwen van de bisschoppenconferentie. Het werd een successtory en langsheen Unicef, USAID en ambassades werden ze verspreid over verschillende Afrikaanse landen. Ik was ook consultant voor Unicef en gaf sessies over Afrika heen.

Lees meer...

De taal van de liefde leren spreken 

getuigenissen Mwako Emery JPG1

Gedurende mijn kindertijd in Kongo ontmoette ik Scheutisten, die in onze parochie werkten en onze moedertaal uitstekend spraken. Heden ten dage dankzij de vooruitgang van nieuwe technologieën, hebben mensen het veel makkelijker om een nieuwe taal te leren. Overal zijn er taalscholen. We dragen allerlei woordenboeken mee op zak. We vinden ze in onze mobiele telefoons of PC, in onze burelen. Decennia geleden was dit niet het geval. Vaak vraag ik me af hoe de missionarissen in het verleden een nieuwe taal leerden. En wat was hun ervaring in het begin van hun missie? Was het de ervaring van Babel of die van Pinksteren? Vandaar dat ik de hoop koester dat allen ooit eens één en dezelfde taal zullen spreken, die van allen begrepen zal worden.

Ik wil jullie laten delen in mijn ervaringen gedurende het leren van de Cebuano-taal en de Binisaya-cultuur in het Maryknoll-Instituut voor taal en cultuur (MILC) in Talomo, Davao City.

Lees meer...

Gevangenen bezoeken

Als missionarissen van Scheut trachten wij als internationale gemeenschap het universeel broederschap te beleven. Als gevangenisaalmoezenier in Brussel (Europese hoofdstad) kan dit Scheut-ideaal me inspireren.

De profeet Jesaja is toonaangevend: ”…de smeulende vlaspit niet uitdoven en het geknakte riet niet afbreken.” (Jes 42,3)

Heel de tijd hebben we te maken met gebroken mensen, gekwetst en op zoek naar rust en evenwicht in hun leven.

Ons publiek is erg internationaal zodat er veel taalbarrières bestaan: mensen die geen Frans of Engels spreken en vaak op cel zitten met anderstaligen en zich daardoor geïsoleerd voelen.

Tijd maken om met hun gebrekkige taalkennis toch tot een contact proberen te komen is een grote opgave voor ons aalmoezeniers.

Vertalen is een goed middel om vriendschapsbanden te smeden. We hebben ook vele mensen uit andere geloofstradities (sikhs, joden, boeddhisten, moslims…). Sommigen onder hen vragen naar onze vieringen te mogen komen om toch iets van een religieuze sfeer te ervaren. Eerbied voor deze diversiteit bouwt bruggen tussen mensen.

Buitenlanders zonder contact met hun familie tijdens de eerste fase van hun detentie kunnen we ook helpen om contact op te nemen met hun achterband. Vaak helpen wij hun met briefpapier, postzegels, bic, omslagen. Bij geldgebrek kunnen ze niet telefoneren of elementaire spullen kopen in de shop-kantine.

Onze mensen helpen om hun isolement te breken en hen genegenheid en vriendschap te laten ervaren is nodig om de detentie humaner te beleven. Zo beseffen zij dat ze –ondanks de begane misstap– hun waardigheid bewaren. Na hun vrijlating kunnen ze dan met hoop aan een nieuwe toekomst denken, hoe gesloten hun situatie ook is.

Jan Racquet, december 2016